Terug naar de beginpagina. Naar het overzicht in het kort.

St.Adelbertus, apostel van Kennemerland?

"De verbinding van Adelbert met het klooster van Egmond is volkomen legendarisch" (Bron: Dr.H.P.H.Jansen).
Niet alleen Albert Delahaye is deze mening toegedaan, maar ook historici zoals drs.W.A.Fasel en dr.H.P.H.Jansen.

St.Adelbertus zou een metgezel van St.Willibrord zijn geweest bij diens oversteek naar het vasteland. Op de "passagiers-lijst" van gezellen die met St.Willibrord overstaken komt hij echter niet voor.

In Egmond is archeologisch nooit iets uit de achtste eeuw aangetroffen. Het klooster van Egmond stamt uit de 12e eeuw, dat is 4 eeuwen later.


St.Adelbertus.


Aan een sterke Adelbert traditie in en rond Alkmaar, die steevast dient ter bevestiging van andere mythen in Noord-Holland, kan sterk getwijfeld worden.

In de St.Laurentiuskerk van Alkmaar waren 18 altaren, waarvan er niet één aan St.Adelbert gewijd was.

Van de 77 Alkmaarders die in 1116 een overeenkomst bezworen op de relieken van St.Adelbert en van wie de namen op een oorkonde bewaard zijn gebleven, heette er geen één Adelbert!

Hoezo een sterke Adelbert traditie en verering in Alkmaar?

In het lijvige boek "Geschiedenis van Alkmaar" (ISBN 978-90-400-8370-9, Uitgeverij Waanders Zwolle, 2007) wordt Adelbert dan wel als prediker genoemd, maar is zowel archeologisch als tekstueel niet aantoonbaar. Pas in de 11e eeuw werd de bodem na de bedijkingen bewoonbaar. Dat Alkmaar in de tijd van Adelbert bestaan zou hebben is hiermee uitgesloten. Dat wordt ook bevestigd door Het kaartje op p.15 waarop is te zien dat Noord-Holland in de 8e en 9e eeuw één groot veen- en moerasgebied was. Verder is de oudste vermelding van (vermoedelijk) Alkmaar uit 1116. De oudste bewoningsresten stammen uit de tiende eeuw, waarbij niet op te maken is of het uit het begin of het einde van die eeuw stamt (p.20). Opmerkelijk is dat de bewoningsresten niet groter waren dan geïsoleerde boerderijen (p.18). De rest van de geschiedenis van Alkmaar is van in en na de 12e eeuw, dus hier weinig ter zake, waarbij wel enkel opvallende zaken de ontstane verwarring hebben vergroot.

Hoofdstuk 2 van dit boek handelt over de Missionarissern van overzee. Naast St.Willibrord wordt ook St.Adelbert genoemd. Het hele hoofdstuk is doorspekt met aannames wat wel blijkt uit de in de tekst gebruikte bewoordingen als 'zou', 'vermoedelijk', 'zullen hebben' e.d. De historisch sporen in Alkmaar ten aanzien van St.Adelbert gaan niet verder terug dan de 2e helft van de tiende eeuw en vallen precies samen met de komst van de eerste graven van Holland. Dat deze graven uit Vlaanderen kwamen geeft meteen de bron van de herkomst van Adelbert aan: Vlaanderen.
Overigens is het beeld dat in dit hoofdstuk van St.Willibrord geschetst wordt verre van de historische waarheid. Zijn beleid zou 'rommelig' en 'improvisatorisch' zijn geweest. Er zou 'nauwelijks sprake zijn geweest van coördinatie'. Vreemd dat St.Willibrord dan toch de betekenis heeft gekregen die hij tegenwoordig geniet, al of niet terecht in de juiste streek.

Adelbert wordt altijd afgebeeld met een boek (wegens zijn zendelingenwerk) en een lelie, i.c. een Franse lelie, die meteen al aangeeft waar deze 'apostel van Kennemerland' feitelijk thuishoort: Frans-Vlaanderen.
Op meerdere plaatsen in Vlaanderen bestaat/bestond een verering van deze apostel van Kennemerland. Dat is alleen te verklaren door dat hij daar ook thuishoort. In Vlaanderen (Brussel) werd op de feestdag van St.Adelbert (25 juni) brood uitgedeeld aan de armen.

Hiernaast tonen we met 17 feiten aan dat de hele geschiedenis van St.Adelbert in Egmond een farce is. Deze feiten zijn evenzoveel bewijzen tegen de gangbare traditionele opvattingen. Laat ze goed op je inwerken dan zie je de hele Nederlandse traditie van historische Nederland in het eerste millennium vanzelf vervagen en verdwijnen.

"St.Adelbert, patroon tegen oogkwalen, verlos ons van de historisch blinden. Amen".

St.Adelbertus wordt in de traditie algemeen beschouwd als de apostel van Kennemerland (Noord-Holland).
De traditionele opvatting is dat Adelbert als metgezel van Willibrord in 690 vanuit Engeland naar Kennemerland kwam en in 740 te Egmond begraven zou zijn. De verering in de omgeving zou onmiddellijk na zijn overlijden zijn begonnen. Toen, naar verluidt in de tiende eeuw (eerder werd het op de zevende of achtste eeuw gehouden) het klooster van Egmond werd gesticht, zou zijn gebeente daarheen zijn overgebracht na al tweehonderd jaar te zijn vereerd door de plaatselijke bevolking. Een zeer ongebruikelijke gang van zaken om de beenderen van een heilige tegen de volksdevotie in te verplaatsen. In de 10e eeuw blijkt dat het Egmondse klooster plotseling beschikt over vele feiten uit het leven van Adelbert, compleet met nauwkeurige jaartallen, wonderen en alles wat daarbij bedacht kan worden. Samengevat komen deze hierop neer:
  • Adelbert heeft in Kennemerland gewerkt en zou in ± 740 overleden zijn en te Egmond begraven.
  • Direct na zijn dood was er een Adelbert-verering en deze bestond nog steeds toen twee eeuwen later te Egmond een klooster werd gebouwd.
  • In 922 schonk koning Karel III (de Eenvoudige) de kerk van Egmond aan graaf Dirk I, de eerste graaf van Holland.
  • In ± 930 liet Graaf Dirk te Egmond een houten nonnenklooster bouwen, waarheen hij het gebeente van Adelbert liet overbrengen.
  • In ± 950 werd het houten nonnenklooster vervangen door een stenen mannenklooster : de abdij van Egmond.

    Deze gegevens stammen uit het archief van de abdij van Egmond zelf en de voornaamste bron is de Vita St. Adalberti, die omstreeks 990 geschreven zou zijn door Ruopert van Mettlach. Deze zou in opdracht van aartsbisschop Egbert van Trier (977-993) de onder de bevolking levende herinneringen aan St. Adelbert hebben verzameld. De relatie tussen het klooster te Mettlach a.d. Saar en Egmond zou te verklaren zijn door het feit dat aartsbisschop Egbert een zoon was van graaf Dirk II van Holland. De originele vita van ca.990 bestaat niet meer, zodat we slechts over afschriften beschikken. Het heeft weinig zin te strijden over de vraag of de ons bekende tekst nu uit de 11e eeuw (volgens Meilink) dan wel uit de 2e helft van de 12e eeuw (volgens Oppermann) stamt. Duidelijk is, en daar zijn alle geleerden het over eens, dat de tekst van Ruopert niet ongerept is overgeleverd, maar voorzien is van latere toevoegingen.
    Maar klopt bovenstaande traditie wel?

    De visie van Albert Delahaye.
    Adelbert van Egmond is een volslagen aprociefe (legendarisch, verzonnen) figuur. In de "passagiers-lijst" van gezellen die met St.Willibrord overstaken naar het vasteland (in 690) komt hij niet voor: feit 1. In Egmond is archeologisch niets uit de achtste eeuw aangetroffen: feit 2, laat staan dat er een historische continuïteit zou bestaan van de 8e tot in de 10e eeuw en later: feit 3 . Het klooster is van veel recentere datum dan doorgaans wordt aangenomen : het werd gesticht in de twaalfde eeuw, bijna vier eeuwen na het veronderstelde jaar van Adelberts verscheiden: feit 4.
    Ondanks dat het verhaal van Adelbert een hoeksteen is van de vroege Hollandse gravelijke geschiedenis, wordt in "De Franken, hun optreden in het licht der historie" van dr.D.P.Blok het levensverhaal van Adelbert ingekort tot : «[...] Adelbert, die in Egmond actief zou zijn geweest.››. Dus ook Blok spreekt hiermee zijn twijfel uit: feit 5.

    Zoeken we in de belangrijkste referentiewerken van de Hollandse geschiedenis, dan blijkt dat Adelbert vaker af- dan aanwezig is en dat de geschiedkundigen Adelbert stilzwijgend geleidelijk van het toneel voeren: feit 6. Daarbij dienen ze te bedenken dat daarmee de Egmondse bronnen in hun geheel hebben afgedaan, en zonder Egmondse bronnen is er geen vroege gravelijke geschiedenis van Holland, waarvan het dan nóg duidelijker wordt dat die is ontleend aan de streek ten noorden van Artesië en de omgeving van Gent: feit 7.

    Dirk I ontvangt volgens de traditie de kerk van Egmond van koning Karel de Eenvoudige. Maar Karel was koning van West-Francië en had dus geen zeggenschap over Noord-Holland, dat tot het midden-Frankische rijk hoorde: feit 8. De tekst waarin sprake is van deze schenking kan dus geen betrekking hebben op Egmond, maar had betrekking op Emunde (zie hierna bij W.A.Fasel): feit 9.

    In 1933 concludeerde de Utrechtse hoogleraar Otto Oppermann over de Vita S. Adalberti : «Hoe dit ook zij, het resultaat van ons onderzoek is voor de vita Adalberti alles behalve gunstig te noemen. Juist de voor de geschiedenis van Egmond en het graafschap Holland belangrijke feiten, die zij bevat, zijn niet in de 10e eeuw door Ruopert te boek gesteld, maar in de tweede helft der 12e eeuw door een schrijver, wiens opgaven men met eenige scepsis dient te beschouwen. De bedoeling van de bewerker is klaarblijkelijk, St. Adalbert in verband te brengen met het klooster Egmond en de eerste Hollandse graven. Een dergelijk verband bestond oorspronkelijk niet›› : feit 10.

    In 1984 publiceerde drs.W.A. Fasel, archivaris in Alkmaar, een boekje over de mythe van St. Adelbert. Hierin ontkracht hij de geschiedenis die St. Adelbert aan de omgeving van Egmond verbindt en komt met bewijzen voor een heel andere gang van zaken. Fasel plaatst St. Adelbert in noordwest Frankrijk in een abdij bij Abbeville. Daar werd op 25 juni het feest van St. Adelbert gevierd en die traditie is zeker ouder dan die van Egmond: feit 11. Maar wat heeft deze abdij dan te maken met Egmond ? Wel, in deze abdij werd het Evangelarium van Egmond gemaakt, genoemd naar het riviertje de Emunde, vlakbij Abbeville: feit 12. Aan de monding van de Emunde ligt de plaats St. Omaars en die ligt weer op twee kilometer afstand van het plaatsje Hallines (Hallem). Deze beide plaatsen worden genoemd in de levensbeschrijving van St. Adelbert: feit 13. Bovendien bevonden de relieken van St. Adelbert zich hoogst waarschijnlijk in de abdijen van Abbeville en vervolgens in die van St. Omaars. Zeker is dat ze daarna, in de tiende eeuw, terechtkwamen in het St. Baafsklooster in Gent, waar abt Womar toen de scepter zwaaide: feit 14. Womar was afkomstig uit de abdij van St. Omaars en werd later abt van de St. Baafsabdij en de St. Pietersabdij, beide in Gent.
    En nu de clou : de abdij van Egmond is gesticht vanuit de St. Pietersabdij van Gent: feit 15. Als we bedenken dat het klooster in Egmond eerst aan St. Pieter was gewijd en pas later aan St. Adelbert, dan lijkt het erop dat de genoemde geschiedenis, en dus ook de namen Emunde en Hallem, zijn meegenomen met de stichting van de abdij in Egmond halverwege de 10e eeuw (rond 940): feit 16. *)
    *) De abdij van Egmond is echter pas gesticht in de 12e eeuw (in 1130) en niet zoals Albert Delahaye toen nog aannam in 940. De hele theorie rondom St.Adelbert komt daarmee in een voor Albert Delahaye nog gunstiger daglicht te staan. Voor Egmond wordt het hiermee duidelijk dat de St.Adelbert opvatting een mythe uit de 12e eeuw of zelfs nog later is en niet stamt uit de 8e eeuw: feit 17.

    Wat weten we nu feitelijk echt?
    De St.Adelbertus waarover werkelijk oude bronnen bestaan, was abt van het klooster van St.Willibord, dat in Epternacum (=Eperlecques) lag. Hij was wel een volgeling van St.Willibrord, maar in 690 zeker geen reisgezel.
  • 767: Adelbertus wordt genoemd als abt van het klooster van St.Willibrord, dat van Leutharius zijn erfdeel in de plaats Hagamathingas in de pagus Ardinensis ontvangt. Waar past dit in de Nederlandse traditie? Hagamathingas is Haquembergue, Ardinensis is Ardres, beiden gelegen in Noord-Frankrijk op enkele kilometers van Tournehem.
  • 774: Karel de Grote, koning van de Franken, neemt op verzoek van Adelbertus, abt van Eptemacum (=Eperlecques), het klooster in bescherming, dat gebouwd is in de pagus Bedensis (Batua) aan de rivier de Sura (lees: Rura) ter ere van de H. Drievuldigheid en St. Petrus, dat de eerbiedwaardige bisschop Willibrord bouwde en waar zijn lichaam rust.
  • 775: Aldericus schenkt aan abt Adelbertus en de kerk van St. Petrus en de heilige Willibrord zijn bezittingen in de plaats Alctrestorf (is Haucourt en niet Alsdorf in Luxemburg).
  • 775: Bertsinda schenkt aan abt Adelbertus en het klooster van de heilige Willibrord haar bezittingen in de plaats Vilare (=Villers sur Authie) met een weide aan de Alesentia (= de Authie) en in de plaats Pippingen (=Aubin-Saint-Vaast).
  • 775: Uda schenkt aan abt Adelbertus haar bezittingen in de plaats Aigivingen in de pagus Muslensis (van de Selle). Aigivingen is identiek met Agilvingen en is Englefontaine, op 28 km oost van Kamerijk.
    In 775 overlijdt Adelbertus, hoewel daar geen teksten over zijn overgeleverd. In dat jaar wordt de eerbiedwaardige Berneradus (=Beornradus) als abt van het klooster van Epternacum genoemd.
    Uit deze teksten blijkt overduidelijk dat Adelbertus abt was van het klooster van Epternacum. Volgens de traditionele opvattingen was dat Echternach, waarmee de traditie van Adelbertus in Egmond op losse schroeven komt te staan. Plaatst men het klooster van Epternacum te Eperlecques, op enkele kilometers van Tournehem, dan vallen ook deze en de overige puzzelstukjes op hun plaats. Dan is ook de band met Abbeville en St.Omaars direct aanwezig, maar ook die met Dirk I, de graaf van Holland, afkomstig uit dezelfde streek. Zie bij De naam Holland.


    Lees het boek "De Ware Kijk Op" en oordeel zelf.