Naar het Trajectum van St.Willibrord Naar Karel de Grote.

De oorkonde van Karel de Grote uit 777.

Bron: Diplomata Belgica, p. 313-314 : Diplomata Belgica ante annum millesimum centesimum scripta [2 banden] / Ediderunt M. Gysseling & A.C.F. Koch. [s.l.] : Belgisch Inter-Universitair Centrum voor Neerlandistiek, 1950. 461 p.


Traditionele opvatting:
Palatium te Nijmegen,
777 Juni 8
››Koning Karel (de Grote) schenkt aan de Sint-Maartenskerk in het oude Trecht [en aan de Sint-Maartenskerk te Duurstede] een aantal met name genoemde goederen en het ripaticum op de Lek.››

Met deze oorkonde hebben de Nederlandse historici een driedubbele vervalsing gepleegd. Ten eerste door eruit te lezen dat Dorestadum aan de splitsing van Lockia en Renus lag, wat in de oorkonde helemaal niet staat. Ten tweede door te beweren dat de Lockia de Lek zou zijn, om zo het bewijs te leveren dat het oude Dorestadum aan de Lek gelegen was. Maar volgens de gangbare gegevens over het oude Wijk bij Duurstede lag dat aan de Oude Rijn. (zie de opgravingsverslagen.)
Ten derde staat in de oorkonde duidelijk dat Trajectum ten zuiden van Dorestad lag. In Nederland wordt dat verzwegen, omdat het met Utrecht en Wijk bij Duurstede precies andersom is.

Wat meteen al opvalt is dat er een St.Maartenskerk in Dorestad wordt genoemd. De kerk van Wijk bij Duurstede was toegewijd aan Johannes de Doper en niet aan St.Maarten. Het genoemde Ubkirika heeft men tot heden nooit in de buurt van Wijk bij Duurstede kunnen vinden. Het heeft er ook nooit gelegen.


De Latijnse tekst.
«Carolus, gratia Dei rex Francorum et Longabardorum ac patricius Romanorum. Si enim ex his, que diuina pietas nobis affiuenter largire dignata est, locis uenerabilibus concedimus, hoc nobis ad aeternam beatitudinem procul dubio pertinere confidimus. Igitur compertum sit omnium fidelium nostrorum magnitudini, qualiter donamus ad basilicam sancti Martini, que est constructa Traiecto Ueteri subtus Dorestato, ubi uenerabilis uir Albricus presbiter atque electus rector preesse uidetur, hoc est uilla nostra nuncv / pante Lisiduna in pago qui uocatur Flethite super alueum Hemi, cum omni integritate uel adiacentiis seu appendiciis suis, id est tam terris, mansis, domibus, aedificiis, mancipiis, siluis, campis, pratis, pascuis, aquis, aquarumue decursibus, mobilibus et inmobilibus, omnia et ex omnibus, quantumcumque VUiggerus comes ibidem per nostrum beneficium tenuit, etiam et forestes illas quorum uocabula sunt Hengistscoto, Fornhese, Mocoroht, VUidoc, que sunt de ambas partes Hemi. Similiter donamus ad ecclesiam sancti Martini que est super Dorestad constructa et appellatur Vpkirika, de omnique parte centum perticas de terra, ut omni tempore predicta basilica spacium terre centum perticas habere debeat, et cum ripaticum illum super Lokkia, et insulam illam prope ipsam aecclesiam ad partem orientalem inter Hrenum et Lokkiam. Hec uero omnia tradimus a die presente ad prefata sancta loca perpetualiter ad possidendum. Ideo hanc preceptionem auctoritatis nostre conscribere iussimus, ut ab hac die tam memoratus Albricus presbiter siue sui successores qui fuerint rectores eiusdem sancti loci, predicta loca ad opus iam dicte ecclesie habeant, teneant, regant, gubernent, atque disponant, et quicquid exinde ad profectum ipsius sancti loci facere elegerint, liberum perfruantur arbitrium. Et nullus quislibet de iudiciaria potestate, aut qualibet persona predicto Albrico presbitero neque successoribus suis de iam dictis rebus inquietare, aut contra rationis ordinem uel calumpniam generare quoque tempore non presumat, sed per nostrum largitatis preceptum predictas basilicas iure ualeant obtinere firmissimum. Et ut hec auctoritas firmior habeatur uel diuturnis temporibus conseruetur, manu propria subter eam decreuimus roborare, uel de anulo nostro iussimus sigillare.
Signum Karoli gloriosissimi regis.
Data VI idus ivnii, anno VIIII eiusdem gloriosi regis.
Actum Niumaga palacio publico, in Dei nomine feliciter.››

De vertaling in het Nederlands luidt (ingekort):
Schenking aan Traiectum door Karel de Grote : 777, juni 8
Karel de Grote, koning van de Franken, schenkt aan de kerk van St. Martinus in Vetus Traiectum (=Tournehem) onder Dorestad (=Audruicq,rond 1300 Aldervicum geheten) en waar de priester (bisschop) Albricus als gekozen ”rector” de bestuurder is : zijn villa Lisiduna in de pagus die Flethite (van het Flevum) wordt genoemd, aan de rivier de Hem, met alles wat daarbij behoort..., al wat graaf Wiggerus van de koning in leen had. Daartoe behoren ook vier bossen, wier namen zijn : Hengistcoto, Fornhese, Mocoroht, Widoc, die gelegen zijn aan beide zijden van de Hem. Ook bestemt hij 100 bunders land voor de kerk te Ubkirika (=Nortkerque) onder (bij) Dorestad. Voorts schenkt hij (aan de eerstgenoemde kerk) een oeverland langs de rivier de Lokkia (=de Loquin) alsook het eiland ten oosten van diezelfde kerk gelegen tussen de Renus en de Lokkia . De priester Albricus en zijn opvolgers zullen dit voor eeuwig bezitten en besturen.
De akte is uitgegeven te Numaga (=Noyon) in het koninklijk paleis
Bronnen : Einhard, Vita Karoli Magni, cap.17 en Annales, Pertz, Monumentum Scriptorum, II, p.452 en I, p.157. Idem: Liber Donatium Ecclesia Maiores Traiectensis (Cartularium van Radboud, nr. 7).

Opvattingen van Albert Delahaye:
  • Uitgangspunt van de interpretatie van deze oorkonde is steeds geweest dat de plaats Numaga in de ondertekening van deze oorkonde Nijmegen zou zijn. De nabijheid van Utrecht (Traiectum) zou de Nederlandse interpretatie van de oorkonde bevestigen. Nu zowel schriftelijk als archeologisch is vastgesteld dat Karel de Grote NOOIT een paleis in Nijmegen had, vervalt dit uitgangspunt en daarmee de hele Nederlandse interpretatie. Ook in het nabijheidsprincipe is geen argument te vinden de oorkonde op Nederland van toepassing te laten zijn. Er zijn oorkonden uitgegeven over wel grotere afstanden.
  • De term Vetus Traiectum hoort in deze akte niet thuis. Hij werd pas na 857 ingevoerd, toen bisschop Hunger voor de Noormannen had moeten vluchten en hij na zijn terugkeer niet meer in Tournehem kon zetelen. Toen sprak men terecht van Vetus (oud) Traiectum, tevens om aan te geven dat het bisdom nog altijd als dat van Traiectum werd beschouwd. Hieruit blijkt al dat deze oorkonde later gekopieerd is, waarbij ook enkele wijzingen in de tekst zijn aangebracht. De kopiïst van eeuwen later begreep de oorspronkelijke tekst niet en heeft verschillende malen Vetus Traiectum in akten gezet waar deze naam chronologisch niet past, zoals in deze oorkonde uit 777. Dit aanpassen (interpoleren) is overigens een 'normaal' verschijnsel geweest bij de klassieke teksten. Men paste teksten aan aan de opvattingen van die tijd, vaak zonder verdere bijbedoeling. Daar kwam echter verandering in toen de noodlijdende abdij van Echternach met niet begrepen klassieke teksten meende zich gronden en rechten te kunnen toe eigenen. Die interpolaties hebben echter de latere historici te vaak op het verkeerde been gezet, met de hele kluwen aan mythen uit het eerste millennium tot gevolg.
  • Dat er in Utrecht in de 8e eeuw al een kerk of welk gebouw dan ook zou hebben bestaan, is archeologisch nooit vastgesteld. In de 8e eeuw werd er zeeklei afgezet. Dat deze kerk toegewijd zou zijn aan St.Martin, een Frankische heilige, geeft meteen de richting aan van waaruit deze mythe geïmporteerd is.
  • Dorestadum is Audruicq. Naast deze beide principale plaatsnamen Vetus Traiectum en Dorestadum bevat de akte nog een tiental andere geografische aanduidingen die men (eveneens) nooit in Nederland heeft gevonden; namen die onmiskenbaar Romaans zijn en dus in Nederland moeilijk hebben kunnen bestaan; die echter in Frankrijk vlak bij elkaar met volstrekte trefzekerheid aangewezen kunnen worden; maar die men ondanks alles links laat liggen en waar het ”Bronnenboek van Nijmegen” (nr. 21) alleen Traiectum en Dorestadum uit durft te citeren, de andere tien gladweg overslaat, om tenslotte het publiek nog te willen wijsmaken dat deze akte in Nijmegen werd uitgegeven.
  • Lisiduna is Licques op 8 km zuid-west van Tournehem. De uitgang (-dunum) wijst op een fort of versterking. Licques ligt op een steile heuvel, die van alle kanten uit het landschap oprijst. Dit is een betere dan mijn eerder gegeven verklaring, waar ik het achtervoegsel -duna van duin afleidde. De interpretatie Leusden is uiteraard een farce. Het dorp Leusden bestaat pas sinds de 20e eeuw. Aanvankelijk werd in Nederland Loosduinen genoemd, wat etymologisch beter aanvaardbaar zou zijn, maar ook foutief.
  • Flethite is de gouw van het Flevum of Almere, de naamgever van Vlaanderen. (Fle-landria , Flandria, Vlaanderen).
  • De Hem, de rivier die langs Tournehem-sur-la-Hem stroomt, draagt nog altijd dezelfde naam. De Nederlandse interpretatie dat het de Eem bij Amersfoort zou zijn, is volkomen onmogelijk. De Eem ontstond pas bij de eerste ontginningen die in de 12e eeuw begonnen. De Eem wordt pas voor het eerst genoemd in oorkonde uit 1203 ("iuxta Eme") en is een veenstroom die het overtollige water van het veengebied ten noorden en oosten van Amersfoort afvoerde.
  • Hengistcoto is Ecottes op 3 km noord van Licques, voorheen als Agincota en onder andere vormen bekend.
  • Fornhese is Yeuse of West-Yeuse op resp. 5 en 6 km noord-west van Tournehem. Een van de beide plaatsen zal ´Vóór-Yeuse´ geheten hebben.
  • Mocoroht is het bos Mottehault onder de gemeente Wissocq. Dit laatste is het Widoc van de oude akte.
  • De plaatsen zijn inderdaad, precies zoals de akte zegt, aan beide zijden van de Hem gelegen.
  • De vier bossen (zie aldaar) in deze akte genoemd, zijn door de geschiedenis van Tournehem op een merkwaardige manier bevestigd. In de middeleeuwen was de stad nog in het bezit van vier bossen die tot gerief van de inwoners dienden. Wel kan niet bewezen worden dat het die uit de akte geweest zijn. Maar een restant van dit gebruik bestaat vandaag nog, daar de gemeente gratis hout aan de inwoners ter beschikking stelt die zich daarvoor opgeven, wat hoogstwaarschijnlijk het laatste teken is van een zeer oud historisch gegeven. Het gaat natuurlijk om brandhout.
  • Ubkirika, die intrigerende plaats vlak bij Dorestadum, waarover al honderden volkomen overbodige bladzijden zijn geschreven, is al evenmin in Nederland gevonden. Alle moeilijkheden waren in één klap opgelost toen de geniale vondst werd gedaan dat de plaats met kerk en al was weggespoeld door de Lek; en toen kon men weer vrolijk verder! Maar het ´vermiste´ Ubkirika is in werkelijkheid Nortkerque op 3 km west van Audruicq. Nort- staat gelijk met boven (Ub-) : de plaats wordt immers aangeduid als ´boven´ Dorestad gelegen. Ook hier moet men de west-oriëntatie in de gaten houden, die niet alleen ´noord´ noemde wat nu ´west´ heet, maar die ook ´boven´ noemde wat nu ´links-naast´ zou moeten heten. Overigens had Ubkirika, indien het boven Wijk bij Duurstede gelegen zou hebben, wel bijzonder knap moeten laveren om in de Lek op drift te kunnen raken om te kunnen worden weggespoeld!
  • De twee laatste items uit deze schenkings-oorkonde (het oever- land en het eiland) moeten wel nabij Traiectum gezocht worden, gezien de verwijzing daarbij naar de Lokkia (Loquin) : een zijriviertje van de Hem waarin het enkele km zuid-west van dat Traiectum uitmondt. Het gaat dus niet om de te Wijk-bij-Duurstede beginnende Lek, die pas in de 11e eeuw ´boven water kwam´ en die ´Lecke´ werd gedoopt. Toch heeft, weer eeuwen later, het ´Lokkia (of Loccha) = Lek´ beslist stevig bijgedragen tot de mythe ´Wijk bij Dorestad´. En wat het eiland in kwestie betreft : ter plaatse kan men aan het bodemprofiel ten westen van Tournehems kerk nog duidelijk vaststellen dat bij de waterstanden van de 8e eeuw de genoemde rivieren, t.w. de Hem-Lokkia en anderzijds het Almere (als één der Ostia Rheni), het tussenliggend hogere terrein tot een waar eiland maakten.

    Deze akte, uitgegeven in het koninklijk paleis van Niumaga (Noyon), is altijd aangevoerd als ”het bewijs” dat de nieuwe residentie die Karel de Grote na zijn kroning in Noviomagus bouwde, in Nijmegen lag. Na de twaalf gemiste plaatsen uit deze akte blijft er van dat argument niets, maar dan ook niets meer over.››




    Lees het boek "De Ware Kijk Op" en oordeel zelf.