Terug naar de beginpagina. Naar het overzicht in het kort.

De Albis =Elbe Aa.

Dat Albis onmogelijk met Elbe vertaald kan worden bewijst Claudianus (ca. 400), die de rivier in verband brengt met Galliërs en Franken. Het is ondenkbaar dat die volkeren rond 400 iets bij de Elbe te zoeken hadden. De visie van Albert Delahaye.

De namen van de rivieren zijn het machtigste voorbeeld van alle namen-doublures, waaruit dan ook enorme en fatale misvattingen zijn ontstaan. De doublures komen niet alleen bij streek- en plaatsnamen voor, doch eveneens bij de namen van rivleren. Alles, en dat is veel, wat over deze rlvleren door de klassleken werd geschreven, is verkeerd geinterpreteerd en gelokaliseerd, omdat het "rucksichtlos" op het noorden van Duitsland werd toegepast, terwijl het naar waarheid in het noord-westen van Frankrijk en het westen van Vlaanderen gezet moet worden. De kwestie van deze rivieren en hun namen komt ook in de karolingische periode aan de orde, zodat de juiste plaats van de Frisones en de Saxones over beide periodes samen onderzocht gaat worden. In de romeinse geografische bronnen staan trouwens al genoeg bewijzen dat de rivieren in Frankrijk liggen.

De Albis, de Amisia en de Wisurgis, waren niet de Elbe, de Eems en de Wezer.
ca. 44 na Chr. Mela over de rivieren in Germania.
De rivieren van Germania, die n a a r andere volken stromen zijn: de Danuvius (Aisne) en de Rhodanus (Rhone). De Moenis (Maas) en de Lupia (Lys) stromen in de Renus (Schelde). De Amissis (Hem), de Wisurgis (Wimereux) en de Albis (Aa), de beroemdste, vloeien in de Oceaan (Atlantische Oceaan). Boven de Albis (Aa) ligt de Codanus (Het Kanaal en de Noordzee), een immense zeebaai, vol met grote en kleine eilanden. Hierom heeft de zee, w aar zij de kust vormt, nooit het aanzicht van een voile zee, maar van ineenvloeiende en do o r elkaar heen stromende afzonderlijke mondingen. Aan de kust blijven eilanden zichtbaar op korte afstand, en tijdens de vloed wordt alles weer egaal bedekt. D a a r wonen de Cimbri (Simencourt) en de Teutones (Thiembronne), en verderop de Hermiones (Hermies), de laatsten van Germania.
Nota: Mela, De chorographia, III, 30 - 32.
ca. 50 na Chr. Suevi, Albis en Renus.
De stormen van de Noordenwind (lees: Westenwind) hebben bij de Suevi (omg. Kortrijk) de Albis (Aa) gevormd en het onbedwongen hoofd van de Renus (Schelde).
Bron: Lucanus, Pharsalia, II, 51, 52.



Wat weten we uit andere klassieke teksten?
Dat Rhenus en Albis zo vaak samen worden genoemd ligt aan het feit dat Germania (valt ongeveer samen met Suevia en Alemannia, zie noot 10, maar niet met Duitsland!) tussen de Rhenus (taalgrens) en de Albis (Rijn) lag. Zowel Strabo als Tacitus vonden het de moeite waard om te vermelden dat er Germanen aan de overzijde van de Albis woonden, dus naar hun begrip al voorbij Germania! Tacitus suggereerde dat de Germanen het overtrekken van de Albis als een vlucht uit hun vaderland zagen, maar bij Strabo blijkt dat aan de omvang van de stam te liggen, die zó groot kon zijn dat delen er van zelfs aan de overzijde van de Albis woonden. Hij had het daarbij over de Hermondori en Longobardi.

Strabo zegt om een voor ons onduidelijke reden nadrukkelijk dat de Albis niet méér land doorkruist dan de Rhenus. Misschien waren er indertijd mensen die beweerden dat de Rijn langs een groter gebied liep dan de taalgrens. Met behulp van een curvimeter kan vastgesteld worden dat Rhenus (taalgrens) en Albis (Rijn) inderdaad ongeveer even lang zijn. Uit de bronnen blijkt dat de Rijn in een periode van ca. 25 jaar (tussen ca. 10 v.Chr. en ca. 15 n.Chr.) ontdekt, veroverd en als grens van het rijk aangenomen is.

Hierna volgen enkele teksten die op die periode slaan:

tot 9 v.Chr.
De Albis loopt vrijwel parallel aan de Rhenus naar de oceaan en doorkruist niet méér land dan de Rhenus. Tussen beide zijn andere bevaarbare rivieren die ook van het zuiden naar het noorden naar de Oceaan stromen, zoals de Amisias (de Aa in Frans-Vlaanderen?), waarop Drusus een overwinning boekte tegen de Bructeri (Broxeele?, of alle "brouck"-namen tussen St.-Omer en Duinkerken? Strabo, Geographia, VII, 1, 3).

9 v.Chr.
Ter bescherming van de provincies liet Drusus versterkingen en wachttorens bouwen langs de Mosa, de Albis en de Visurgis17. Langs de oever van de Rhenus liet hij meer dan 50 versterkingen aanleggen. Bononia (Boulogne) en Novassium (Nijvel) liet hij door bruggen verbinden (Aelius Spartianus, IV, 12, Florus, Epitome, II, 30).

Drusus viel het land van de Chatti binnen, trok tot aan dat van de Suevi, vandaar naar de Cherusci, stak de Visurgis over en stootte door tot aan de Albis. De Albis ontspringt in de bergen van de Vandili19 en stort zich uit in de noordelijke Oceaan. Op de terugtocht stierf Drusus voordat hij de Rhenus bereikt had (Dio Cassius, LV).

5 n.Chr.
Tiberius drong met een leger door tot aan de rivier de Albis, die loopt langs de gebieden van de Semnonen en de Hermondoren. Ook voer hij met een vloot over de Oceaan tot in een zeebaai bij de monding van de Albis (Velleius, Historia Romana, II, 104).

De Germanen zullen nooit vergeven dat zij tussen de Albis en de Rhenus roedenbundel, bijlen en toga's hebben gezien (Tacitus, Annales, I, 59).

14 n.Chr.

Germanicus is de Visurgis overgetrokken en bevind zich dichter bij de Albis, dan bij de Rhenus (Tacitus, Annales, II, 14).

De Germanen willen hun woonplaatsen verlaten en over de Albis de wijk nemen (Tacitus, Annales, II, 19).

Tiberius onderwierp de volkeren tussen de Rhenus en de Albis (Tacitus, Annales, II, 22).

De Suevi wonen tussen de Rhenus en de Albis. Een deel van hen woont zelfs aan de overzijde van de Albis, zoals de Hermondori en de Longobardi (Strabo, Geographia, VII, 1, 3).

De zijde van Gallia, Spanje en Germania is vanaf Gades (Cadiz) tot aan de mond van de Albis gepacificeerd (Augustus, Res Gestoe, V, 26)22.

Augustus stond zijn generaals niet toe om de Albis over te steken en hen die daarheen verhuisden te achtervolgen. Hij wilde de volkeren die daar in vrede leefden niet tegen zich in het harnas jagen (Strabo, Geographia, VII, 1, 4).

na 14 n.Chr.
De Germanen zijn bekend vanaf de Rhenus tot aan de Albis. De delen voorbij de Albis zijn ons geheel onbekend. Strabo, Geographia, VII, 2, 4.

De Albis is de beroemdste rivier van Germania (Pomponius Mela, De chorographia, III, 30).

Met de wetenschap dat de Rijn Albis heette is ook de naam Albiobola, van het Romeinse fort onder het Domplein in Utrecht, grotendeels van haar mysterie ontdaan. De Romeinen hebben de sterkte simpelweg genoemd naar de rivier waarover ze waken moest.


Lees het boek "De Ware Kijk Op" voor al deze en andere teksten en oordeel zelf!

Terug naar de beginpagina. Naar het overzicht in het kort.