Terug naar de beginpagina. Naar het overzicht in het kort.

Het Flevum of het Almere.

De namen van de nieuwe stad ALMERE en die van de FLEVO-polders zullen tot in lengte van jaren de afstraffing vormen voor de manier waarop de historische wereld van Nederland het vak van de historische geografie bedrijft. Het Almere en het Flevum waren verschillende namen voor dezelfde zeebaai in Noord-west Frankrijk.
Ook in het verdere verleden ging men zonder gehinderd te worden door enig historische besef vaak klakkeloos om met het toepassen van oude namen in nieuwe gebieden. Kon men er vroeger begrip voor hebben, immers men wist niet beter, tegenwoordig is dit onacceptabel.

Flevum of Almere, door Ptolemeus met graden-aanduiding in het noord-westen van Frankrijk ten noorden van Boulogne geplaatst, is de (nu verlande) Plaine Flamande tussen Calais, St. Omaars, Watten, Veurne en Brugge, het grote transgressiegebied van Vlaanderen, dat eeuwenlang zee of een zeebaai is geweest en pas tegen het einde van de 9e eeuw droog begon te vallen. Voorheen was de kust open en bestonden de gebieden van Calais en Duinkerken niet; de definitieve sluiting van de kust geschiedde in de 10e eeuw, toen ook in Nederland de duinen werden gevormd. Als zijn tegenhanger noemen de klassieken het Helinium. In Nederland is de Zuiderzee ten onrechte als het Flevum opgevat en het Helinium als de Maasmonding. Echter de naam Flevum komt in geen enkele klassieke Nederlandse bron voor. Wanneer de Zuiderzee voor het eerst wordt genoemd, heet zij Interlake, een zeer juiste naam voor het tussenmeer, dat na de eerste verlandingen was overgebleven.
De naam van Flevopolders voor de nieuwe bedijkingen van de Zuiderzee is dan ook een loer, die de mythen Nederland gedraaid hebben; hetzelfde geldt voor de naam Almere voor de nieuwe stad. Het zijn zeer leerzame gevallen; immers, zo ging het vroeger wel vaker toe bij naamgevingen. Wie nog moeite heeft zich voor te stellen, dat en hoe de naam Friesland in Nederland terecht kwam, moet naar deze twee voorbeelden kijken.

In 1855 wilde men na de drooglegging van de Haarlemmermeer de nieuw ontstane gemeente Almere noemen. Om onbekende redenen zag men daarvan af. Die redenen laten zich echter wel raden, aangezien men toen nog niet de overtuiging had dat de naam Almere betrekking had op Nederland. In 1975 was de opvatting veranderd en was men van mening dat Almere wel betrekking had op Nederland. Het zou de oude naam van de Zuiderzee geweest zijn. Wellicht wilde men met deze naamgeving ook de opvattingen van Albert Delahaye weerleggen. Maar men gaf de naam niet aan het water, maar geheel onjuist aan een nieuw te bouwen stad. Het is tekenend voor de wijze waarop de Nederlandse historische geografie met de bronnen omgaat. De nieuwe stad kreeg de naam van een klassieke zeebaai in Vlaanderen.
In de toekomst zal de naam van de stad Almere ook wel als bewijs gaan dienen dat bronnen waarin deze zeebaai genoemd worden op Nederland betrekking hebben.
Op vergelijkbare wijze kwam de provincie Friesland aan haar naam en wordt de naam van die provincie nu gebruikt als bewijs dat de Fresones sinds de Romeinse tijd daar gevestigd waren.

La Plaine Flamande of de Plaine Flandrienne Marecageuse vanaf Mont Cassel gezien.
Deze vlakte was tijdens de Duinkerkse Transgressies overstroomd en vormde het Almere, ook Flevum genoemd.

Klik op de afbeelding voor een vergroting.

Het Flevum uit de Romeinse periode, later meestal Almere (8e eeuw) genoemd, was een zeebaai tussen Calais, St. Omaars, Winoksbergen en zo verder naar het noorden. De naam Almere wordt door regionale teksten bevestigd. De eveneens voorkomende naam van "Fleur" is een afleiding van Flevum. Het Franse woord voor rivier 'fleuve' is een directe afleiding van Flevum. Zie ook bij Transgressies. "Clos Almer" (gesloten Almere) heette de baai, toen zij door de nieuwe duinen van de zee werd afgeschermd en voor het grootste deel droogviel, wat in de loop van de 9e eeuw gebeurde, al was het proces van de transgressies nog niet ten einde.
De op- en neergang van Dorestadum - Audruicq valt precies samen met de komst en de terugval van de transgressies. Het einde van de stad als befaamde haven en handelsplaats is veroorzaakt door het terugtrekken van het water en de verlanding van het Almere. De Nederlandse Zuiderzee heeft nooit de naam van Almere gehad. De eerste keer dat zij genoemd wordt, heet zij "Interlake", tussenmeer, een zeer juiste en toepasselijke naam voor het overgebleven water tussen de verlandingen van Holland, Friesland en Utrecht.

Het gebied tussen Calais, St.Omer en Duinkerken, met een uitloop naar Veurne en Brugge in België, was de plaats van ditt voormalige Flevum of Almere! Het gebied is nog steeds bekend om de vele "Marais", en bij een lichte stijging van de zeespiegel en afwezigheid van waterstaatkundige werken, zou dit gebied ook nu nog onder water komen te staan! (Dezelfde situatie als in Nederland waar bijna de helft van het land droog gehouden wordt dank zij vele waterstaatkundig werken zoals het Deltaplan! Zie kaartje hieronder)

Op het voormalige eilandje Gravelines kwam St.Willibrord eerst aan land, om vervolgens per boot door te reizen naar Dorestadum (is Audruicq iets ten noord-westen van St.Omer) en Trajectum (is Tournehem-sur-la-Hem). De kerk in Gravelines draagt nog het patronaat van St.Willibrord, net zoals de kerk van het nabij gelegen Bourbourg.
Bisschop Acca bezoekt er diezelfde avond na de oversteek St.Willibrord. Probeer daar eens Katwijk van te maken.
Sommige historici houden de aankomst van St.Willibrord op het Zeeuwse Grevelingen. Ze erkennen daarmee dat ook zij Katwijk niet accepteren, maar tevens onbewust dat het wel Gravelines moet zijn geweest. Immers de 'Vlaamse' naam voor Gravelines is Grevelingen. Dat het zeeuwse Grevelingen in de 7e eeuw, toen de transgressies op een hoogtepunt waren, niet bestond is een zekerheid. De naam Grevelingen is ook een van vele importnamen waarmee Zeeland vol ligt.
Bij de plaats Wissant, gelegen tussen cap Gris-Nez en cap Blanc-Nez, lag het voormalige kamp van Julius Caesar vanwaar hij de overtocht naar Engeland maakte. De plaats staat nog steeds bekend als "Camp de CÚsar". Let op bij dit kaartje dat Leulinghen (bij A16) niet vlak aan de kust ligt, wat overeenkomt met de Peutingerkaart, waar Lugdunum (=Leulinghen) eveneens niet aan de kust ligt!
In de tijd van Caesar (50 v.Chr.) bestonden plaatsen als Calais en Duinkerken helemaal nog niet. In de tijd van St.Bonifatius (±750 n. Chr. en een opvolger van St.Willibrord) bestonden beide plaatsen evenmin, hoewel Duinkerken (is Dockynchirica) wel genoemd wordt als plaats waar St.Bonifatius is vermoord. De tekst die hierover melding maakt is echter van een latere datum (±850).


Het kaartje rechts toont de kloosters die in Noordwest Frankrijk gesticht zijn tussen 600 en 800. Let op het ontbreken van het klooster van Aefternacum (gesticht door St.Willibrord) en dat van Werethina (gesticht door St.Ludger). De Nederlandse mythe heeft zelfs in de Franse geschiedenis voor hiaten gezorgd. Let vooral op de zeebaai ten noorden van het klooster van St.Bertin te St.Omaars: het Almere!
Klik op het kaartje voor een vergroting.





Vergelijk de plaats van het vroegere Almere op een detail van Blaeu's kaart van Britannia uit 1645 (links) met de huidige situatie (rechts).
Klik op de afbeelding van Blaeu voor een vergroting.
Hieronder de plaats van het vroegere Almere, waar nu land is. Klik op de afbeelding voor een vergroting.







Lees het boek "De Ware Kijk Op" en oordeel zelf!