Terug naar de beginpagina. Naar het overzicht in het kort.

St.Amandus , St.Amand-les-Eaux.

St.Amandus is patroon tegen oogziekten en bijziendheid. Hij zal ons moeten leiden naar de "Ware Kijk Op" de geschiedenis van ons land.

St.Amandus hoort thuis in Brêmes (in Frans-Vlaanderen) en niet in het gedoubleerde Bremen (in Duitsland). In Frans-Vlaanderen ligt ook de plaats St.Amand-les-Eaux, een plaats met genezende warmwaterbronnen, genoemd naar deze "patroonheilige van Noord-Duitsland"(??).



St.Amandus predikte onder de Frisones, aan de Schelde en de Danuvius. Dat hiermee niet de Friezen in Friesland en de Donau in Zuid-Duitsland bedoeld zijn, staat geografisch volkomen vast. De Frisones waren de bewoners van (Frans-)Vlaanderen. De Danuvius was de Aisne. (De Donau heet in het Frans de Danube (Danubius), een klein maar veelzeggend verschil met Danuvius).
Hier wordt ook de Romeinse schrijver Tacitus bevestigd door latere middeleeuwse schrijvers, die de naam Danuvius voor de Aisne gebruiken.
Amandus predikte in hetzelfde gebied waar ook St.Eloi, bisschop van Noyon en Doornik predikte en later St.Willibrord en St.Bonifatius, welk gebied later door St.Willibrord zelf ook wordt aangeduid met 'bij de Frisones'.
Het was het gebied "in de verst afgelegen plaatsen van Francia", wat St.Willibrord zelf ook vermeldde toen hij aankwam "in Francia".

Directe voorgangers van en samenwerkers met St.Willibrord in de prediking onder de Frisones zijn:
- St.Amandus,
- St.Eloi,
- St.Wulfram,
- St.Suitbert,
- St.Wigbert,
- St.Egbert,
- St.Wilfried,
- St.Anscharius (ook als Aicharius bekend).
Deze zendelingen en bisschoppen naast St.Willibrord, in Frankrijk over- en overbekend, zijn onmogelijk in Utrecht te plaatsen, wat in Nederland ook nooit gedaan is. Het geeft meteen de valsheid van de Utrechtse traditie aan die men steeds met St.Willibrord laat beginnen en dat terwijl er al z.g. "een kerkje" van Dagobert stond.

De oplossing van de historisch-geografische problematiek zal moeten komen van de minder bekende predikers, waarvan geen uitvoerige en vervalste levensbeschrijvingen bestaan.

Voor meer en andere teksten over de prediking in Noord-west Frankrijk verwijs ik naar de boeken van Albert Delahaye.
St.Amandus werd in de zesde eeuw (waarschijnlijk in 594) in Aquitanie nabij Nantes in Frankrijk geboren. Hij leefde als kluizenaar in de buurt van Bourges. Hij werd in het jaar 639 tot missiebisschop gewijd en vertrok naar Francia, in de noordelijk gelegen landen. Volgens de traditie kwam hij terecht in Vlaanderen en verkondigde het geloof onder de Franken aldaar. Tijdens zijn missionering stichtte hij vele kloosters in Vlaanderen. Vooral in de omgeving van Gent (St.Amandusberg) en Antwerpen. Op 6 februari 675 (kan ook 684 zijn) stierf hij te Elnon. Hij ligt begraven in Saint-Amand-les-Eaux (=Elnon). In de traditionele geschiedenis wordt hij ook wel de apostel van Vlaanderen genoemd. In Vlaanderen zijn momenteel (2008) nog steeds 46 kerken en parochies naar St.Amandus vernoemd.

De visie van Albert Delahaye.
St.Amandus was een directe voorganger van St.Willibrord en St.Bonifatius. Hij predikte in hetzelfde gebied, onder dezelfde volkeren en in zijn teksten worden dezelfde plaatsen, landstreken en rivieren genoemd als bij St.Willibrord en St.Bonifatius. Plaatste men St.Willibrord te Utrecht en St.Bonifatius zelfs in Duitsland, St.Amandus heeft men slechts over een korte afstand verplaatst naar Gent en Antwerpen. Daarmee wordt meteen aangegeven dat de locaties van St.Willibrord en St.Bonifatius zo ver noordelijk fout zijn geweest.

Bij de wijding van St. Eligius (St.Eloi) tot bisschop van Noyon en Doornik in 639, wordt een plaats Andoverpensis genoemd. In de functie van bisschop van Doornik had St.Eloy de jurisdictie over de Vlamingen, over de Frisones en de Suevi (niet Zweden maar de omgeving van Kortrijk) en over de plaatsen Gandavum en Andoverpenses.
Gandavum en Andoverpensis kunnen niet Gent en Antwerpen zijn, want archeologisch is aangetoond dat deze plaatsen nog niet bestonden op dat tijdstip; er zijn derhalve andere plaatsen mee bedoeld.
St. Amandus predikte met verlof van de bisschop van Noyon in dezelfde streek waar deze bisschop jurisdictie had. Hij stichtte een kerkje te Andoverpensis. Robingus en zijn vrouw schonken in 726 deze kerk aan St. Willibrord. Deze tekst heeft Theofried van Echternach (ca. 1100) vervalst tot: "een kerk in de burcht van Antwerpen...... en het derde deel van de tol in de burcht". En zelfs deze vervalsing is het de abdij van Echternach nooit gelukt enige pretentie in Antwerpen en omgeving gehonoreerd te krijgen.
De juiste determinatie van Andoverpensis is Andres op 15 km zuidoost van Calais. Andoverpensis betekent: aanwerp van de zee, welke betekenis eveneens in de naam van het Belgische Antwerpen zit. Andres, op een hoogte van 5 meter, tekent zich op de stafkaart af als een ronde verhoging boven het veel lagere niveau van het voormalige Almere (=Flevum). De Germaanse vorm "werp" is niet uniek in de streek. Er bestaat een Le Werppe, terwijl Wardrecques ten zuiden van St.-Omaars voorheen bekend was als Werpdreskes.

Enkele teksten en feiten.

Tekst 1.
De Noormannen vielen heftig Gallia (1) aan. Zij vernielden Dorestadum (2), de plaats Andowerpium (3) en de haven Witla (4) bij de mond van de Mosa (5).
Bron: Historia regum Francorum, HdF, Vll, blz.259.

Nota 1. Met Gallia is het erg duidelijk dat er niet Holland mee is bedoeld.

Nota 2. Dorestadum is Audruicq en niet Wijk bij Duurstede dat immers niet in Gallia ligt.

Nota 3. Andowerpium was een "aanwerp" (door de zee aangespoeld land) bij Marck in de omgeving van Calais, waar St. Amandus een kerkje stichtte. Dat kerkje kwam later in het bezit van St. Willibrord. St. Amandus predikte, nota bene met verlof van de bisschop van Noyon, bij de Fresones. De plaats werd foutief als Antwerpen opgevat, waar archeologisch is aangetoond dat Antwerpen niet bestond in deze tijd.

Nota 4. Witla is Wissant, welke plaats in tal van oorkonden voorkomt als: Witlam, Witlant, Witsant, Withmundi enz. omdat ter plaatse het strand uit uitzonderlijk wit zand bestaat.

Nota 5. De Mosa is als algemene riviernaam niet automatisch de Maas. De naam had betrekking op de drassige grond (moese - moeras). Het is de zuidelijke stroom van een der mondingen van de Renus (Schelde). Het toont aan dat de naam nog volledig gangbaar was, en men mag zich afvragen, of in sommige teksten van de rijksverdelingen de term Mosa ook aldus moet worden opgevat.


Tekst 2.
Amandus in de uiterste streken van Francia: ca.650.
Onder hen schitterde Amandus van Elnone (St.-Amand-les-Eaux) die uit Aquitanië afkomstig was... Deze Amandus was onder alle priesters de enige, die niet bevreesd was de koning van grote misdrijven te beschuldigen... daarom werd hij onrechtmatig uit het rijk verdreven en ging toen in "de verst afgelegen plaatsen van Francia" het Woord van God aan de heidenen verkondigen.
Bron:Vita S.Sigiberti, HdF, II, p. 598.

Nota: Het is dubieus wat de schrijver als reden opgeeft voor het vertrek van Amandus. Overigens is de tekst wel belangrijk wegens de omschrijving van de streek als uithoek van Francia, dezelfde omschrijving als die waarmee Willibrord zelf kort daarna ook zijn missiegebied aanduidt. St.-Amand-les-Eaux ligt op 17 km. ten zuiden van Doornik.

Tekst 3.
Amandus bij de Schelde en Gandavum: ca.635
Toen de man Gods Amandus verschillende plaatsen en bisdommen doorkruiste uit zorg voor de zielen, vernam hij dat er bij de stromen van de Schelde een streek was die Gandalum heet... Wegens de wildheid van dit volk of de onvruchtbaarheid van de bodem hadden alle priesters zich van de prediking teruggetrokken, zodat niemand er het Woord van God had horen verkondigen. Toen de heilige man dit vernam, werd hij meer door medeleven met hun dwaling bewogen, dan door vrees voor zijn leven. Hij begaf zich van Barisis (Parijs) naar Compiëgne en reisde over Mélicocq (11 km noordoost van Compiëgne en 15 km zuidwest van Noyon) in de pagus van Noyon naar bisschop Aicharius, die toen aan het hoofd stond van het bisdom Noyon (en Doomik), en vroeg hem nederig of hij aan koning Dagobert, zodra hij naar hem toe zou gaan, wilde wagen om hem aanbevelingsbrieven te verlenen.
Bron: Vita S.Amandi, AS, febr. I, p. 861; Idem, HdF,III, p. 533.


Nota: Merk op de eerste plaats de centrale rol op die Noviomagus (Noyon) ten opzichte van Frisia (Vlaanderen) speelt en die, toen Frisia eenmaal naar het noorden verschoven was, even toepasselijk leek te zijn voor Nijmegen. Natuurlijk heeft niemand het aangedurfd om bisschop Aicharius in Nijmegen te plaatsen; dat presteerden hooggeleerden van Amsterdam en van Nijmegen wél met een andere bisschop van Noviomagus, wiens naam Harduinus toevallig een paar bladzijden eerder wordt genoemd in dezelfde bronnen; wat hen ontgaan was daar zij op verkeerde indices werkten. Dagobert is niet zo strikt plaats-gebonden aan Noviomagus (Noyon) als Aicharius. Blok zet hem dan ook zo maar in Nijmegen neer. En op grond van n.b. één te Escharen (N.Br.) gevonden en een eeuw te vroeg gedateerde Noyon-munt (D.P.Blok, De Franken in Nederland, p. 25, 27, 35, 36, 37), met de duidelijke bedoeling om niet alleen Nijmegen doch ook Utrecht een Merovingische hoed op te zetten. Beide plaarsen kunnen in de 7e eeuw onmogelijk hebben bestaan, wat archeologisch volkomen vaststaat. Gandavum betekent in deze tekst evenmin Gent. De stichting van de St.Baafs-abdij (St.Bavo) van Gent door Amandus is derhalve niet denkbaar. En even ondenkbaar zijn Amandus' werkzaamheden in ons Limburg en Noord-Brabant, om van Friesland maar helemaal te zwijgen.