Terug naar de beginpagina. Naar het overzicht in het kort.

St.Ansfridus.


De Heiligenberg in Leusden bij Amersfoort.
Het levensverhaal van St.Ansfridus heeft alle kenmerken in zich van een middeleeuwse legende.
De feiten in dit verhaal komen verre van overeen met de werkelijkheid.
De "wonderen" die hierin plaats vonden zijn ook onmogelijk, zoals een nuchter mens tegenwoordig kan weten.
Bovendien heeft er nooit een volksdevotie bestaan in Utrecht of Amerfoort, de plaats waar hij een klooster gesticht zou hebben. De St.Paulus abdij die het verplaatste klooster van St.Ansfridus zou zijn, heeft nooit bezittingen in Amersfoort of verre omgeving gehad.

Ansfried zou graaf van Strijen geweest zijn en bezittingen in Zwijndrecht gehad hebben (die al wat waard geweest moeten zijn) toen deze in 1006 aan het klooster de Hohorst in Amersfoort geschonken werden.
Dat klooster was pas enige jaren daarvoor opgericht met 6 monniken en had absoluut geen capaciteit om de Zwijndrechtse Waard te ontwikkelen. Dat Ansfridus graaf van Strijen geweest is kan als een mythe beschouwd worden. Er heeft nooit een graafschap Strijen bestaan.
De schenkingsakte uit 1006 is vals. Daarvan bestaan ook geen originele, slechts een laat 13e eeuwse kopie.




Wat schrijft Alpertus Mettensis letterlijk over het klooster Hohorst?

Degene die ernstige twijfel heeft naar aanleiding van het hiernaast staande, raad ik toch eens aan te lezen wat Hans van Rij in zijn inleiding over Alpertus Mettensis en zijn "de Diversitate Temporum" schrijft.
In wat Alpertus schrijft wemelt het van de reminiscenties aan de Bello Gallico van Julius Caesar. Van Rij vraagt zich dan ook terecht af "of de prefect die de Nederlandse mediŰvistiek zoveel problemen heeft bezorgd, eigenlijk wel bestaan heeft".

En dat is nu precies het kernpunt. Wat Alpertus schrijft past nu eenmaal niet op Nederland, maar daar heeft het ook geen betrekking op. Tiel, Utrecht en Amersfoort worden door Alpertus niet genoemd, maar zijn de foutieve interpretaties van historici die Karel de Grote in Nijmegen plaatsten, St.Willibrord in Utrecht en het Lisiduna uit de oorkonde uit het jaar 777 onjuist op Leusden toepasten.
De in de Diversitate Temporum genoemde 'Miracula Waldburgia' wijzen de juiste streek aan. De relieken van de H.Walburga en haar broers St.Wunnebald en St.Willebald bevinden zich in de kerk van Veurne en niet in Zutphen. Ook St.Lebuinus hoort in Vlaanderen thuis, waar deze heilige St.Lieven heet.


Op de lijst van kerkelijke feestdagen in het bisdom Utrecht in 1346 komt het feest van Ansfridus of Ansfried niet voor.
In 1346 bestond er in Utrecht dus geen devotie tot deze bisschop.

Ook nadien is van enige devotie geen sprake.
Bouwpastoor F.Paping en de parochianen wensten in 1916 de nieuwe kerk in Amersfoort toe te wijden aan St.Antonius. Slechts op voorschrift van aartsbisschop Hendrik van de Wetering werd Ansfridus de patroonheilige van deze nieuwe kerk en is nog steeds de enige kerk ter wereld die Ansfridus als patroonheilige heeft. Dit feit dat steeds met enige trots genoemd wordt, maakt Ansfridus als bisschop al verdacht.
In het bisdom Utrecht dat zich ooit uitstrekte over meer dan half Nederland, is geen enkele andere kerk naar deze bisschop vernoemd.
Ook in België, waar Ansfridus graaf van Hoei was, is geen enkele kerk naar hem vernoemd.







Afbeeldingen van het beeld van St.Ansfridus, de St.Ansfriduskerk in Amersfoort en een portret van St.Ansfridus.

Overigens zijn genoemde attributen niet oorspronkelijk gemaakt voor de St.Ansfriduskerk, maar afkomstig van het St.Jozefgesticht in Leusden. Toen dat gesloopt werd kreeg de St.Ansfriduskerk deze in bezit.
St.Anfridus zou volgens de traditionele opvattingen tussen 995 en 1010 de 17e, 18e of 19e (het is maar welke lijst men volgt) bisschop van Utrecht zijn geweest. Uit dit verschil in aantal tussen de verschillende lijsten, blijkt al de nodige onzekerheid.
Volgens overlevering zou hij in Aken tot bisschop zijn gewijd. Blijkbaar kwam de aartsbisschop van Keulen? Luik? voor die gelegenheid naar Aken in plaats dat Ansfridus naar Keulen of Luik ging. Of het Aquis uit de teksten wel Aken was, moet nog bewezen worden. De hele mythe rondom deze wijding maakt ook dit aspect verdacht.

Het levensverhaal van Ansfridus heeft alle kenmerken van een legende in zich, compleet met de bekering, wonderen, zijn blindheid en mystieke gegevens rond de dood en het toont veel overeenkomsten met de heiligenlevens van andere Middeleeuwse 'heiligen', zoals St.Henricus, St.Aloysius, ja zelfs met het verhaal van St.Maarten en het verhaal van St.Job uit het Oude Testament. Er zijn meerdere voorbeelden te geven van 'heiligen' die in dit 'format' passen. Ja, zelfs het verhaal van St.Paulus past hierin, al was hij slechts tijdelijk verblind.

St.Ansfridus was een wereldlijk heerser en vorst, graaf van Hoei, die na het overlijden van zijn vrouw zijn rijkdom afwijst en zich bekeerd en in armoede en ellende gaat leven. Aan het eind van zijn leven wordt hij zelfs blind (vergelijk het verhaal van StJob), niets wordt hem bespaard om als een 'heilige' te kunnen worden opgevoerd.
De verhalen van deze door de Kerk van Rome gecreëerde 'heiligen' waren natuurlijk bedoeld voor de eenvoudige middeleeuwers om, in navolging van deze 'heiligen', hun eigen armoede en ellende te accepteren. Van veel van deze gecreëerde heiligen is de vraag of ze wel ooit werkelijk bestaan hebben. De 'Bolandisten' hebben vanaf de 17e eeuw de bronnen van veel heiligenlevens aan een kritische analyse onderworpen. Sinds diverse publicaties in het tijdschrift Anelecta Bollandiana zijn veel heiligen van het "Roomse podium" afgevoerd.

De vraag blijft in hoeverre Ansfridus een historische figuur was of een 'verzonnen' heilige is geweest. Het ontbreken van enige contemporaire bronnen en een volksdevotie in Amersfoort, Utrecht of elders doet het laatste vrezen. Er is nergens op de wereld een kerk naar hem genoemd dan die ene in Amersfoort, wat overigens pas in 1916 gebeurde in uitdrukkelijke opdracht van de toenmalige aartsbisschop van Utrecht. De bevolking wenste de kerk naar St.Antonius van Padua te vernoemen.
Ansfridus zou begraven zijn in de kathedrale kerk van Utrecht, maar zijn graf is daar nooit gevonden.
Een daarop volgende vraag is "Waar heeft deze Ansfridus geleefd" als hij al echt bestaan heeft. Was het Hoei en omgeving in Wallonië, waar hij graaf was? Of was het de omgeving van Amersfoort waar pas sinds 1916 slechts de naam van een kerk aan hem herinnert?
Ook de sage van St.Ursula en de legende van 'het offer van de Noormannen' zijn onderdeel van deze middeleeuwse mythe en tonen de onwerkelijkheid van een historische St.Ansfridus aan. De sage dat in later tijd op deze heuvel heksen samenkwamen, past in dit hele mythische gebeuren.
Historici die het nog steeds hebben over Ursula en haar 11 duizend maagden, en dat zijn er velen, laten daarmee zien geen benul van geschiedenis te hebben. Blijkbaar houden zij liever vast aan vrome legenden dan aan de historische waarheid.

De plechtige wijding van graaf Ansfridus tot bisschop in de Munsterkerk in Aken kan onmogelijk hebben plaatsgevonden, aangezien deze kerk in de 11e eeuw nog niet bestond. De oudste archeologische sporen in Aken dateren uit de 13e eeuw. Het in klassieke oorkonde genoemde Aquis was overigens niet Aken, maar het Franse Aques tussen Lille en Doornik gelegen en tegenwoordig Villeneuve d'Asq geheten. En daarmee zijn we in dezelfde streek waar St.Willibrord en St.Bonifatius thuis horen. Amersfoort en Utrecht worden in het verhaal van St.Ansfridus pas in de 17e eeuw voor het eerst genoemd. Dat is 6 eeuwen na dato!

Overigens verklaren verschillende studies dat de oorkonden uit de jaren 966, 967 en 992 over bezittingen van de abdij van Thorn in het land van Strijen vals zijn. Volgens de oorkonde uit 992 zou Hereswijt, Hereswind of Hilsu´ndis, samen met haar man Ansfried, de abdij van Thorn in Limburg gesticht hebben. De originelen van deze oorkonden heeft geen mens ooit gezien. Wij kennen het verhaal door afschriften uit de vroege 17e eeuw. Al rond 1800 waren er geleerden die twijfelden aan de echtheid van deze afschriften. De eerste bedenkingen werden al in 1804 geuit door Van Spaen. De eerste stadsarchivaris van Breda, mr. A.G. Kleyn, schreef in 1861 een boek over de oudste geschiedenis van het Land en de Heren van Breda waarin hij dit verhaal over het Graafschap Strijen ontkracht. Zijn conclusie: de oorkonden zijn vals en dit verhaal over de vroegste geschiedenis van Strijen is niet te bewijzen. In 1892 verklaarde de historicus Blok de oorkonde vals op grond van de inwendige vorm en de inhoud. Op grond van de uitwendige vorm valt er niks te beoordelen, want er is niets dat voor een origineel document moet doorgaan, er zijn alleen afschriften. Koch, die het eerst deel van het oorkondenboek van Holland en Zeeland uitgaf, meent dat de valsverklaring door Blok nog steeds afdoende is. Deze mening wordt bevestigd door Dillo en Van Synghel, die in 2000 het oorkondenboek voor westelijk Noord-Brabant publiceerden.
Ook Bas Aarts verklaarde in 'het eeuwige Strijen' (2016) de schenkingsoorkonde voor Thorn uit 992 vals.
Door alle discussies is duidelijk geworden dat het drie samenhangende geheel of deels vervalste oorkonden zijn, waardoor er nog meer vraagtekens gezet kunnen worden bij het verhaal van Ansfridus.

Het klooster Hohorst in Amersfoort.


In de gedrukte tekst van Joannes de Beka en Wilhelmus Heda is duidelijk te zien dat bij de tekst "super montem sanctum" naderhand 'Op den Heiligenberg' en 'Hohorst' in een kriebelig handschrift geschreven is. Niet duidelijk is in welke tijd en door wie dit erbij geschreven is. Wel duidelijk is dat het de toen gangbare opvatting was.

Feit is dat het zogenaamde klooster van St.Ansfridus, waar het dan ook gestaan heeft, rond het jaar 1000 gesticht is door monniken van Sint-Vitusabdij uit Gladbach (Duitsland) op verzoek van de Duitse keizer Otto III en niet door St.Ansfridus zelf.
Archeologisch is van het bestaan van een klooster op de Hohorst (Heiligenberg) bij Amersfoort nooit iets aangetoond. Zie het klooster op de Hohorst in Amersfoort.

Beperken we ons tot de bij Alpertus Mettensis genoemde geografische feiten, dan blijkt nergens uit dat het klooster van St.Ansfridus in de buurt van Amersfoort gestaan heeft. Dat is een interpretatie uit de 17e eeuw op grond van de verkeerde veronderstelling dat het genoemde Trajectum Utrecht zou zijn. En dat laatste is al sinds 1965 weerlegd en wordt bevestigd door de archeologie. Zie bij Citaten. Overigens stamt het oudste afschrift van Mettensis uit 1307 en toen was de mythe van St.Willibrord in Utrecht en Echternach al volop ingevoerd. De vraag is dan ook gerechtvaardigd in hoeverre aan dit handschrift al 'gerommeld' is. Opvallend blijft wel dat een aantal zogenaamde oude tradities door Alpertus Mettensis niet vermeld worden.

De geografische gegevens in de tekst van Alpertus Mettensis op een rij:
  • in de De Diversitate Temporem, de tekst van Alperus Mettensis, wordt nergens Hohorst, Amersfoort, de Eem of welke huidige naam dan ook genoemd. Deze namen zijn nadien op de teksten toegepast, terwijl ze er niet in staan. Voor veel belangstellenden die de oorspronkelijk tekst niet kennen is dit al een eerste verrassing. Er wordt meestal gewezen op een tekst van Arnoldus Buchelius (1565-1641) waarin Hohorst genoemd wordt, maar dat is een 17e eeuwse interpretatie van die Aernout van Buchel. In de oorspronkelijke tekst van Alpertus Mettensis staat nergens Hohorst of Emersfort of Amersfoort. De 'Ema' wordt wel genoemd in de tekst van Thietmar van Merseburg, maar het is maar de vraag of het hier geen latere interpolatie betreft aangezien deze tekst ons slechts in kopie is overgeleverd.

  • het klooster lag op een berg op 6 mijl van Trajectum; die 6 mijl is een keihard feit. Als je dit Trajectum voor Utrecht houdt, wat de traditie er van maakt, dan klopt die 6 mijl helemaal niet, maar moet het zeker het drievoudige zijn (hemelsbreed gemeten zo'n 25 km). Zo'n grote afwijking is niet acceptabel. Om er dan maar een (over-)schrijffout van te maken, zoals de traditie wil, is te eenvoudig. Die 'overschrijffouten' hebben we al meer gezien om bepaalde 'tradities' overeind te kunnen houden, zoals bij de toepassing van de Peutingerkaart op Nederland.
  • Met de Amersfoortse Berg op de achtergrond kan de Heiligenberg nauwelijks een berg genoemd worden. Zeker niet als je bedenkt dat Ansfridus uit de buurt van Hoei in België kwam, waar echte bergen liggen. De wielerliefhebbers kennen de beruchte 'muur van Hoei' die in de Waalse Pijl elk jaar voor scherprechter zorgt . Daarbij vergeleken is de Heiligenberg met een hoogte van 15 meter boven NAP slechts een molshoop.

  • rondom het klooster lag een groot moerasgebied en ÚÚn zijde een modderige rivier. Nu lag bij Amersfoort aan de noord-west, noord- en oostzijde een groot moeras, maar beslist niet rondom. Van die modderige rivier maakt men steeds de Modderbeek, maar deze ligt aan de verkeerde kant van de Heiligenberg (namelijk precies in het moerasgebied) en ook nog eens erg ver weg van de Heiligenberg. Bovendien komt men met deze traditionele opvatting aardig in de knoei met de opvattingen over de oorkonde van 777, waarbij juist in dit gebied de rivier de Hem en 3 van de 4 bossen wordt geprojecteerd. Drie bossen midden in een moerasgebied? Ook de naam van de rivier komt niet in de tekst van Alpertus Mettensis voor. De toepassing ervan op de Eem, die overigens daar niet stroomt, is al een even grote mythe uit de 17e eeuw.

  • Ansfridus trok zich terug in zijn klooster om in alle stilte en rust te kunnen bidden en mediteren. Hij liet daarvoor zelfs alle bomen en struiken kappen en de top van de heuvel vrij maken om het menselijk rumoer te kunnen mijden. Menselijk rumoer? Maar bestonden Leusden, Amersfoort en Hoevelaken reeds? Volgens de traditionele opvattingen wel. Het klooster op de Hohorst lag precies tussen deze plaatsen in, dus van enige rust kan daar onmogelijk sprake zijn geweest. Het moet er juist een drukte van belang zijn geweest, zeker gezien de vermeende drukke 'handelsactiviteiten' die aan Amersfoort begin 11e eeuw worden toegeschreven. Drukte vraagt bewoners en bewoning, maar daarvan is geen spoor gevonden. Ook bij dit feit komt de archeologie niet overeen met de beschrijving in de tekst van Alpertus Mettensis. Overigens bereik je met het vrijmaken van de top van bomen en struiken juist het tegendeel van wat je wil bereiken, als je ergens rumoer wil vermijden. Begroeing dempt geluid meer en beter dan een vrije ruimte. Vermoedelijk hebben we hier te maken met een 'vertaalfout' waar in de Latijnse tekst iets anders bedoeld wordt dan wat de vertaler ervan gemaakt heeft. Met het aanbrengen van beplanting, nadat de top vlak is gemaakt zou de tekst wel logischer worden. Het 'planitiem' in de Latijnse tekst kan ook beter vertaald worden met vlak maken in plaats van vrij maken!
    We moeten ons dus voorstellen dat Ansfridus de top van de heuvel vlak liet maken en beplanten, voordat hij er een 'oratorium cellam' (kapel is wat overdreven vertaald voor dit 'bidhutje') liet bouwen. Als je je dat zo voorstelt is dat een karwei van maanden geweest, dat St.Ansfridus nooit alleen kan hebben geklaard. Hij zal best hulp gehad hebben, wat weer in tegenspraak is met het begin van het verhaal, waarin duidelijk gesteld wordt dat "hij zich met een bootje over de rivier liet zetten". En met dat vlak maken en beplanten zal het er een drukte van jewelste geweest zijn en dat terwijl Ansfridus er in afzondering wilde bidden en een soort kluizenaarsbestaan wenste. Ook hier is weer duidelijk dat als je het hele verhaal over St.Ansfridus kritisch beschouwt, het aan alle kanten rammelt. Er klopt niet veel van, maar dat zal de goedgelovige middeleeuwer een zorg zijn geweest. Die namen alles, voor zover ze de Latijnse teksten of de uitleg ervan al begrepen, voor zoete koek aan. Ze waren immers goedgelovig en de Kerk zal het toch wel bij het rechte eind gehad hebben.

  • het klooster lag op een afgeplatte heuvel. Archeologisch is van restanten van een klooster uit de 11e eeuw niets gevonden op de Heiligenberg. De oudste resten stammen in tegenstelling tot wat altijd beweerd wordt niet uit de 13e, maar uit de 14e eeuw. Bovendien is boven op de Heiligenberg, die slechts 15 meter hoog is, nauwelijks plaats om een groot gebouw, laat staan een klooster te kunnen bouwen. Daarbij komt nog dat bij het wegnemen van het lijk door de volgelingen van Ansfridus er toch van enige afstand tussen 'klooster' en rivier sprake is. Het wegnemen wordt niet meteen ontdekt en "men haast zich naar de rivier" na de ontdekking, maar kan niet voorkomen dat het bootje al bijna aan de overkant is. Op de Heiligenberg in Amersfoort zou dit zich nooit hebben kunnen afspelen, aangezien je daar binnen enkele stappen van de top van de berg naar de zijkant bent. De totale oppervlakte van deze heuvel is tot de waterrand -dus ruim- gemeten zo'n 3 ha. De omtrek komt op een kleine 600 meter (afgerond naar boven). Het is dus maar een kleine berg met zeer beperkte oppervlakte. Daar kunnen alle verhaalde feiten zich nooit hebben voorgedaan.

  • het klooster lag "aan deze kant van de Renus". Volgens de traditionele opvattingen schreef Alpertus Mettensis zijn "De Diversitate Temporum" in Tiel. Dan kan "aan deze zijde van de Renus" nooit Amersfoort zijn, dat vanuit Tiel immers aan de overzijde van de Rijn ligt. (We hanteren hier even het gegeven dat Renus hier de Rijn zou zijn, wat uiteraard erg twijfelachtig is) Ook als je Alpertus in Utrecht of Metz zijn verhaal laat schrijven, klopt het 'aan deze kant van de Renus' niet, tenzij het dus niet in Amersfoort lag, maar ergens anders. Waar precies zal een raadsel blijven, zolang niet opgelost is welke plaats met Trajectum bedoeld wordt. Er zijn namelijk enkele mogelijkheden, zoals Trith-St.Leger of Maastricht, dat ook dichter bij Thorn ligt, maar wat weer niet mogelijk is gezien het volgende punt.

  • het lichaam van St.Ansfridus wordt "over de Renus naar Trajectum" vervoerd. Zou men vanuit Amersfoort 'over de Rijn' naar Utrecht willen reizen dan betekent dit een omweg van vele tientallen kilometers en is op grond daarvan al zo onlogisch dat het nooit zal hebben plaatsgevonden. Men zou er langer over gedaan hebben om vanuit Amersfoort de Rijn te bereiken, dan dat men rechtstreeks over land naar Utrecht zou zijn gegaan. Als men zou willen opschieten, en dat wilde men (er is immers sprake van een 'ontvoering' van het lijk), neemt men de kortste weg en niet een omweg 'over de Renus'. Tussen Amersfoort en Utrecht ligt overigens geen enkele rivier of beek die hier anders bedoeld zou kunnen zijn. In 1740 ontstond er een plan om een kanaal van Utrecht dwars door de Heuvelrug naar Amersfoort en Spakenburg te graven. Het is wegens onhaalbaarheid nooit uitgevoerd, laat staan dat men het 7 eeuwen daarvoor wel had kunnen realiseren.
    Overigens blijft het een vraag waar het lichaam van Ansfridus naar toe gebracht werd. Er was in Utrecht nog geen klooster. Het eerste en oudste klooster zou pas in 1050 overgebracht zijn vanuit Amersfoort (Hohorst) naar Utrecht en vormde daar de voorloper van de Utrechtse Paulusabdij. Maar als er in Hohorst geen klooster was en dat was er ook niet (zie het voorgaande), dan kan het klooster ook niet overgebracht zijn.
    Maastricht komt als 'trajectum' hier ook niet in aanmerking aangezien het niet aan de Renus (=Rijn?) ligt.

  • Het handschrift van het Evangelarium dat aan St.Ansfridus wordt toebedicht, zou vervaardigd zijn tussen 950 en 1000 in het klooster van Sankt Gallen (Zwitserland). De voorzijde met half edelstenen versierd, dateert uit de periode 1200-1400 met latere toevoegingen. Het boek zoals het nu bestaat is dus nooit eigendom van Ansfridus geweest, al was het maar vanwege de versiering met (half-)edelstenen. Dat zou Ansfridus als bescheiden kluizenaar nooit geaccepteerd hebben. Het prachtig met goud en edelstenen versierde boek zou een afbeelding van St.Ansfridus zelf bevatten, wat uiteraard een grote farce is. Dat is in flagrante tegenspraak met zijn leven als eenvoudig kluizenaar. Het is van enkele eeuwen later, waarbij de vraag blijft in hoeverre er behalve aan de buitenzijde ook aan de inhoud 'gerommeld' is.

    De conclusie kan kort en duidelijk zijn: de geografische gegevens uit de tekst van Alpertus Mettensis zijn warrig en passen in elk geval niet in Nederland.

    Wat C.J.C.Broer en andere historici er ook van mogen vinden, hun opvatting is aantoonbaar onjuist. Zolang zij uitgaan van wat Arnoldus Buchelius en andere 17e eeuwse schrijvers ervan vonden en niet van de letterlijke tekst van Alpertus Mettensis zelf, zullen ze bij hun verkeerde interpretatie blijven. Een interpretatie overigens die ze baseren op de tekst van Alpertus en die ze uit oogpunt van eigen prestige hardnekkig blijven verdedigen, ook al weten ze dat ze het fout hebben. Maar dat hebben we meer gezien bij terzake 'deskundigen': zie bij wetenschap.
    Sprekend is natuurlijk de weigering van mevr.Broer om over haar opvattingen in discussie te gaan met "we worden het toch nooit eens!" (zie bij De Mythe van St.Willibrord in Utrecht). Met dezelfde reden heeft ze een uitnodiging van de Studiekring Eerste Millennium afgewezen, om haar standpunt met argumenten te komen toelichten en verdedigen. Is dat nu juist niet de bedoeling van discussie, elkaars opvattingen beluisteren en op grond van argumenten tot een standpunt komen? Maar de argumenten van mevr.Broer heb ik nooit mogen vernemen en die van mij wil ze niet horen. Ook in haar hierboven aangehaalde boek 'Uniek in de stad', zijn de bewijzen van haar gelijk niet te vinden. Zij doet haar uitspraken op grond van aannames, vermoedens en mogelijkheden. Enig feitelijk bewijs van haar opvattingen levert zij niet. Haar uitgangspunt blijft dat het klooster van St.Ansfridus op de Heiligenberg in Amersfoort stond. Voor die locatie voert ze geen enkel bewijs aan dan wat Buchelius erover schreef. Je kunt haar dus niet duidelijk maken dat wat Buchelius schreef zijn eigen (helaas foutieve) interpretatie was. Buchelius wist in zijn tijd niet beter, Charlotte Broer zou, gezien de bronnen die beschikbaar zijn, toch beter moeten weten.