Terug naar de beginpagina. Naar het overzicht in het kort.

Batua en Taxandria.

De Batua en Taxandria zijn twee landstreken die veelvuldig in veel klassieke bronnen worden genoemd. In die landstreken lagen vele plaatsen en hebben zich diverse historische gebeurtenissen voorgedaan.

In de Nederlandse traditie was de Batua de Betuwe en wordt met Taxandria geschoven tussen de Betuwe en Brabant, naargelang de naam die men gebruikt en de plaatsen die men er zoekt.

Van de ruim 1600 plaatsen die in de bronnen in een van beide streken genoemd worden, heeft men in Nederland er slechts 47 gevonden, en hoe. Zie bij prof.dr. D.P.Blok. De rest blijft in nevelen gehuld en wordt verzwegen.

Voor de 120 plaatsen in Batua die in de kronieken van de abdij van Lorsch worden genoemd, is er geen enkele in de Betuwe of waar dan ook in Nederland. In Noord-Frankrijk liggen ze allemaal. Zie hier voor een overzicht van deze plaatsen van de abdij van Lorsch.
De visie van Albert Delahaye.
De Batua is foutief als de Betuwe opgevat. De Batua was een landstreek in Noord-Frankrijk waar Bťthune het Oppidum Batavorum was. De Batua of het Eiland van de Bataven is in de historische bronnen gedokumenteerd door een aantal feiten, die door vroegere historici op de verkeerde plaats waren gezet, maar gelukkig bestaan er ook een groot aantal toponiemen die niet te verplaatsen zijn. Bij tal van plaatsen staat in de teksten dat zij in de Batua liggen. Het grootste komplex, ruim 120 plaatsnamen in de Batua, vindt men in de oorkonden van Lorsch tussen de jaren 772 en ca. 1050.

Taxandria was dezelfde streek als ToxandriŽ, welke streek ook Teisterbant, Testerbant ("Taxandria sive Testerbanto), Westerbant, Westrachia, Westergo (en enkele andere varianten) genoemd werd. Steeds werd daarmee dezelfde streek bedoeld, een streek die in Noord-west Frankrijk lag, tussen Doornik, Henegouwen en de Batua. Als Taxandria al in Nederland gelegen zou hebben, moet het in Friesland gezocht worden, want het maakte deel uit van het land van de Fresones. In Nederlands Friesland vinden we wel de naam Westergo, Oostergo en Sudego terug, maar missen we Northgo, welke 4 landstreken als een quadrant rondom Arras gelegen hebben.

Wat weten we nu feitelijk echt?
Tacitus schrijft dat de Bataven op de taalgrens wonen. Wie hiervan het midden van Nederland wil maken, moet dat bewijzen.

De Texuandrii worden voor het eerst door Plinius genoemd (ca.77 n.Chr. Naturalis Historia, XXV, 21). Hij zegt dat ze aan beide zijden van de Schelde wonen. Onmiddellijk na hen komen, ook langs de Schelde, de Menapii van Cassel en de Morini van Terwaan. Ten overvloede zegt Plinius dat de Texuandrii onder verschillende namen voorkomen, wat betekent dat zij soms werden aangeduid met de algemene naam van de streek, een andere maal met hun eigen stamnaam.


Historici die zo hoog opgeven kennis van de vaderlandse geschiedenis te hebben, blijken de meest essentiŽle teksten niet te kennen. Hoe kunnen ze dan hun gelijk volhouden, dat slechts gebaseerd is op de fabelschrijvers uit de 17e eeuw, waarvan overigens blijkt dat zij die teksten ook niet kennen. Vraag historici van naam eens naar "Germania" van Tacitus! Of naar "Historiae" van Orosius. Zij zullen zwijgen.

Orosius, een schrijver uit de 5e eeuw, zegt: "Brittannia, een eiland in de Oceaan, strekt zich in de lengte naar het noorden uit. Ten zuiden ligt het tegen GalliŽ. Op de kust, aan de overkant van de zee en het dichtst bij GalliŽ gelegen, bevindt zich de stad Rutupi Portus (Richbourough), vanwaar men de MenapiŽrs en de Bataven ziet, niet ver van de Morini, die in het zuiden wonen".

600. Regino van Prüm, heeft geschreven dat het land van de Bataven, dat eertijds tot het kontinent van GalliŽ behoorde, omstreeks 600 in het rijk van de Franken is opgenomen.

Deze teksten en nog veel andere (zie De Ware Kijk Op) zijn in de gehele Nederlandse literatuur systematisch onder tafel geschoven. Duidelijk blijkt dat de Bataven in GalliŽ wonen, tegenover waar men de overkant kan zien. Kan het nog duidelijker? Hoezo Betuwe?

En Orosius wordt in zijn plaatsbepaling bevestigd door vele andere historische bronnen, vanaf de Romeinen tot in de Middeleeuwen. In "De Ware Kijk Op" vindt U alle teksten met bronvermelding.


De Bataven-mythe stamt van Cornelius Aurelius (1460-1531), van wie in 1517 de Divisiekroniek verscheen, en waarover we lezen :
«Behalve voor de verwerkte bronnen is de Divisiekroniek van belang omdat zij bedoeld was om het Hollands 'nationaal' besef te stimuleren tegenover het centrale Habsburgse gezag. In deze opzet speelde de Bataafse voorgeschiedenis van Holland, die Aurelius als eerste in de volkstaal beschreef, een essentiŽle rol. Aurelius legde een rechtstreeks verband tussen de vrije en dappere Bataven, de speciale bondgenoten van de Romeinse keizers, en de Hollanders uit zijn tijd, onderdanen van keizer Karel V. Deze zg. Bataafse mythe, onder meer bedoeld om de aanspraken op eigen privileges te legitimeren, had belangrijke politieke invloed.››
Hier wordt dus duidelijk gesproken over de Bataafse mythe! Zie : Biografisch woordenboek van Nederland. Zie ook : Aurelius en de Divisiekroniek van 1517 : Historiografie en humanisme in Holland en de tijd van Erasmus / Karin Tilmans. - Hilversum : Verloren, 1988. - 228 p. - (Hollandse StudiŽn ; 21); zie ook : Drie humanisten en een mythe : De betekenis van Erasmus, Aurelius en Geldenhouwer voor de Bataafse kwestie / I.P. Bejczy. - In : Tijdschrift voor geschiedenis, nr. 109, 1966, p. 467-484, en : De Bataafse mythe opnieuw bekeken / E.O.G. Haitsma Mulier. - In : Bijdragen en Mededelingen betreffende de Geschiedenis der Nederlanden, nr. 111, 1996, p. 344-367.
Het is, wat de mythen van de Bataven betreft, dus het woord van Marcus Aurelius tegen dat van Albert Delahaye. Op grond van de Romeinse geschreven bronnen, die bij Aurelius slechts summier bekend waren, is de mythe ontstaan door het volledig verkeerd begrijpen van wat de Renus (of Renus) betekende. Bij Aurelius was dat onmiskenbaar de Rijn, bij Delahaye een verzamelnaam van rivieren in het stroomgebied van de Schelde.

Batua in de Romeinse periode.
Het spreekt vanzelf dat ook de namen uit de Romeinse periode geÔdentificeerd moeten worden, immers de Batua was al bij de Romeinen bekend voordat er ooit een Romein een voet in Nederland had gezet. In het leger van Caesar waren hele cohorten Bataven opgenomen. Het is volledig uitgesloten dat deze duizenden soldaten even uit de Betuwe overkwamen om in het Romeinse leger te dienen. De archeologie toont in de Betuwe ook geen omvangrijke bewoning aan in die tijd. Enkele spaarzame sporen van bewoning wijzen juist op het tegendeel.

HET EILAND VAN DE BATAVEN

Einhard, kanselier en secretaris van Karel de Grote, heeft geschreven dat diens grote residentie Noviomagus bij het Eiland van de Bataven lag. Dit heeft men altijd als de Betuwe opgevat. Nou ja, altijd is niet waar! De bewijzen liggen voorhanden, dat het pas voor het eerst in de 17e eeuw is gebeurd, namelijk na de eerste uitgave van de Peutinger-kaart in 1598 door Moretus te Antwerpen. Op deze kaart staat de "Patavia" afzonderlijk vermeld met daarnaast Noviomagus, wat een onbetwijfelbare bevestiging leek, dat dit stukje van de kaart op Nederland betrekking had. Dat dit onjuist was, wordt hier met twee bewijzen in ťťn tekst aangetoond: n.l. dat Batua in GalliŽ ligt en tegenover Kent. Beide feiten sluiten de Betuwe als Batua definitief uit.

De naam Betuwe is ook niet van Bataven afgeleid, ofschoon men dit zonder vorm van proces of onderzoek heeft aangenomen. De namen Veluwe en Betuwe komen gelijktijdig op in het begin van de 11e eeuw. Veluwe betekent: slechte aarde. Betuwe: goede aarde. Het is duidelijk dat de twee namen een pendant vormen, als het ware het dubbelportret. Het is taalkundige waanzin de ene naam in de eerste twee eeuwen van de Romeinse periode te plaatsen in een streek, die daarna voor zeven eeuwen in het water verloren ging, en te veronderstellen dat de naam bleef bestaan, terwijl de andere duidelijk uit de 11e eeuw is. Bataven betekent: goede mannen.
Het toeval van enige klankovereenkomst heeft de historici parten gespeeld, vooral omdat het leek dat het in Nederland zo prachtig uitkwam. Waren de mythen niet ontstaan, dan had men de Betuwe nooit in verband gebracht met de Bataven. In Frankrijk is de naam van Bťthune de rechte afleiding van Batua. Deze stad bevindt zich precies in het middelpunt van de streek, waar volgens Orosius de Bataven naast de MenapiŽrs met hun hoofdstad Cassel en de Morini met hun overbekende steden Boulogne en Terwaan woonden. De juiste situering van het Eiland van de Bataven wordt volkomen bevestigd door de Peutinger-kaart en door andere geografen zoals Ptolemeus en de Ravennas.
Het stadswapen van Bťthune (twee bebaarde mannen met knuppel) bevestigt hun woonplaats. In de groene gids van Michelin (Le Guide Vert no.21 van Picardie, Flandres et Artois, 2003) wordt onomwonden aangeven dat "de voorouders van de mensen in Bťthune halve wilden waren, die teruggetrokken in de bossen leefden van jacht en visserij". "Het blijft beter ze niet te provoceren, want hun knotsen hanteren ze nog steeds", wordt als raad daaraan toegevoegd!

De namenlijst van de Patavia op de Peutinger-kaart, maar ook alle omringende namen van stammen en plaatsen en andere direkte raakpunten, die ofwel expliciet over de Batua spreken, ofwel in geografisch verband met de Batua of de Bataven worden genoemd zijn in Nederland nooit teruggevonden, wel in Frankrijk!
Batua en Taxandria.
Bij het enorme komplex van Lorsch blijkt verschillende malen, dat dit lag op de scheiding van Batua en Taxandria. De teksten uit de Romeinse geografische bronnen hebben duidelijk gemaakt dat Taxandria een Frans landschap was. Het werd ook Testerbant genoemd, dat identiek was met Westrachia, en was derhalve de tegenhanger van Ostrachia, waar de streeknaam Ostrevant nog bestaat bij Arras. Het was het vroegere Austrebanti en het latere Karolingische AustrasiŽ. In de oorkonden van Aefternacum - Eperlecques worden verschillende plaatsen in Taxandria genoemd. Deze zijn ook opgenomen in De Ware Kijk Op deel 1, ten eerste om alle plaatsen uit Taxandria te geven om het komplex van Lorsch bij elkaar te houden, ten tweede de juiste streek geheel te bewijzen, en ten derde om het Brabants gedaas over 25 kerken van St. Willibrord in Noord-Brabant te doen ophouden. Het Brabants Oorkondenboek van Camps bevat zo'n 60 Franse bladzijden. Ook dit boek is gebaseerd op verkeerde uitgangspunten en kan bij het oud papier. Zie Taxandria!

KONKLUSIE

De 550 eigen en omringende namen van de Batua liggen alle in Frankrijk en Vlaanderen. Daaronder vormen de 82 namen uit "Germania" van Tacitus en de 130 namen uit de oorkonden van Lorsch de meest kompakte onderdelen, die zich kategorisch verzetten tegen elke manipulatie of poging tot verplaatsing, omdat deze komplexen zo overduidelijk in Frans Vlaanderen thuishoren. Alle Bataafse mythologie van Nederland uit de 17e eeuw is daartegen niet opgewassen. Dat echec is trouwens niet van vandaag of gisteren. Nog nooit is een van deze 130 namen van Lorsch uit de Batua in Nederland aangewezen. En toch blijven de Nederlandse historici de Betuwe als de klassieke Batua zien. Tussen de Batua en het Karolingisch Noviomagus bestaat een onverbrekelijk verband. Uit oogpunt van objektief historisch onderzoek moet dus ook de juiste plaats van de Batua worden onderzocht. Begint men daar serieus aan, dan komen de bewijzen te voorschijn, niet een paar die misschien nog discutabel zouden zijn, doch een overstelpend aantal, waarbij een discussie over een of een paar konkrete gevallen zelfs overbodig is. Een en ander toont aan dat het Bronnenhoek van Nijmegen een klucht heeft opgevoerd door wat uit hun verband gerukte Noviomagus-teksten voor Nijmegen te presenteren en de 550 Batua-teksten te verzwijgen. Het moet precies en heel duidelijk gezegd worden, zodat het eindelijk eens goed doordringen kan tot hen die nog moeite hebben met een volledig doorzicht van de mythen.
Het Bronnenboek van Nijmegen wist terdege dat de Bataafse Betuwe een fabel was, waaruit geen bewijs ten gunste van Nijmegen te putten is, want het presenteert er geen. Terwijl aan de andere kant gepoogd wordt via enige terloops genoemde plaatsen Nijmegen Karolingisch te maken. Je zou toch denken dat de Batua, talloze malen in verband met Noviomagus genoemd, het eerste aanknopingspunt had moeten zijn. Dat is dan ook de juiste reden voor het overslaan van de Batua-teksten. Het spreekt vanzelf dat men dit niet vermeld vindt in de inleiding op het Bronnenboek, waar de lezer een enorm rad voor de ogen krijgt gedraaid over de "wetenschappelijke" aanpak van het probleem. Er staat natuurlijk niet in, dat de werkgroep van studenten het consigne had gekregen om de Batua maar te laten liggen waar zij ligt, namelijk in Frankrijk.
Teksten over de Batua!

Lees het boek "De Ware Kijk Op" en oordeel zelf.