Terug naar de beginpagina. Naar het overzicht in het kort.

Arnoud-Jan Bijsterveld.

Arnoud-Jan Bijsterveld studeerde middeleeuwse geschiedenis aan de Katholieke Universiteit Nijmegen (1986-1987) en de Universiteit van Amsterdam (1987-1988). In 1993 promoveerde hij cum laude aan de Vrije Universiteit te Amsterdam op een proefschrift getiteld Laverend tussen Kerk en wereld. De pastoors in Noord-Brabant 1400-1570.
Bijsterveld was werkzaam als onderzoeker en docent aan verscheidene universiteiten en onderzoeksinstituten in binnen- en buitenland. Sinds 1999 is hij bijzonder hoogleraar Cultuur in Brabant aan Tilburg University, waar hij zich bezighoudt met onderwijs, onderzoek en valorisatie op het gebied van de regionale geschiedenis, erfgoed en volkscultuur.

Arnoud-Jan Bijstervelds werkstuk dat hij maakte als geschiedenisstudent (inmiddels hoogleraar) verscheen in 1983 in Brabants Heem. De reden waarom het hier is opgenomen is tweeledig : 1. Het wordt nog steeds aangehaald als een wetenschappelijke referentie voor het 'weerlegd' zijn van de opvattingen van Albert Delahaye; 2. De schrijver, Arnoud-Jan Bijsterveld, heeft na een kwart-eeuw nog steeds niets rechtgezet en volgt nog immer dezelfde uitvluchten-strategie, waarover hiernaast meer.

Bijsterveld heeft sinds zijn studententijd weinig bijgeleerd over de vroegste geschiedenis van Noord-Brabant en hanteert nog steeds dezelfde onjuiste uitgangspunten voor zijn beweringen.
Zijn geboorteplaats Waalre zal debet zijn aan zijn standvastig vasthouden aan de mythe dat St.Willibrord er een kerkje bouwde. Een opvatting die hij zelf al heeft weerlegd in het Eindhovens Dagblad van 6 november 2000 (zie hiernaast).
Arnoud-Jan Bijsterveld in Brabants Heem (1983). Zie bij A.J.Bijsterveld.


De visie van Albert Delahaye.

Net als Harry Camps (zie daar) heeft Bijsterveld geen ogenblik aan de “belachelijke” mogelijkheid gedacht, dat Taxandria wel eens niet in Brabant gelegen kon hebben. Dit vaststaande” feit, dat Echternach de historici heeft opgesolferd, nemen zij gratis en zonder de minste bewijsvoering aan, en aangezien dit fundament van alle Echternach falsifikaties over Brabant vals is, kan Camps met zijn 60 franse bladzijden in zijn Oorkondeboek inpakken. Deze man heeft Tacitus evenmin gelezen, De bronnen zeggen immers met klare woorden dat Taxandria en Batua naast elkander lagen, en ook dat klopte weer in zijn opvatting. Jammer genoeg had hij de Batua ook op de verkeerde plaats liggen.
Desondanks vond het tijdschrift “ Brabants Heem” het onlangs nog geboden een ellenlang artikel in drie afleveringen te publiceren van een zekere Bijsterveld, student van Nijmegen en handlanger van Leupen, wat algemeen bekend is. Let op de windrichting! Zie het Bronnenboek van Nijmegen
Kent Bijsterveld het boek 'De Bisschop van Nijmegen' wel? Daarin toont Delahaye het onomstotelijk stevig geblunder van Leupen c.s. aan de kaak. Of verzwijgt Bijsterveld dit? Over fragmenten-happerij gesproken, dat Bijsterveld Delahaye verwijt. Ook het verwijt dat Delahaye de meest recente publikaties niet vernoemd is een dooddoener. Daaruit blijkt slechts dat je zijn boeken niet gelezen hebt. En andersom. Vinden we bij hem wel alle publikaties van Delahaye in zijn literatuurlijst? En vinden we bij Bijsterveld de publicaties van Utrechte archeologen die er niets uit de tijd van St.Willibrord hebben gevonden? Het blijft toch opmerkelijk dat St.Willibrord niets, ook niet van de "Hollandse" en "Zeeuwse" bezittingen, naliet aan de bisschopskerk van Utrecht, hetgeen toch voor de hand had gelegen gezien de geografische afstand en het feit dat hij hier de eerste bisschop was. Al zijn bezittingen zouden naar de abdij van Echternach gegaan zijn! Deze contradictie heeft Bijsterveld blijkbaar nooit aan het denken gezet. Is het ook niet opvallend dat al deze Brabantse bezittingen in zuidelijk Brabant lagen, tegen de grens met België, van waaruit deze St.Willibrorduskerken gesticht zijn. Zie de St.Willibrordkerk in Klein-Zundert, die nooit door Echternach geclaimd is.

Op arrogante toon, wat hij blijkbaar in Nijmegen heeft geleerd, waar men brallen met bronnenonderzoek verwart, herkauwt hij de vervalsingen van Echternach zonder te bemerken dat die door de teksten van Echternach zelf als vervalsingen worden aangetoond, om die 25 kerken van St. Willibrord in het oosten van Brabant te “bewijzen”. De redaktievan “Brabants Heem” heeft geweigerd mijn weerwoord te plaatsen, toen zij eindelijk na maanden piekeren de smoes had gevonden, dat ik ’op alle punten” van Bijsterveld moest antwoorden. Dat had ik overigens al in “Vraagstukken...” van 1965/66 gedaan, toen Bijsterveld nog een kleuter was, maar dit boek heeft hij niet gezien omdat het in Nijmegen en Brabant verboden lektuur is. De beslissing van “Brabants Heem” is op de eerste plaats een blijk van onfatsoen, op de tweede plaats een demonstratie van onkunde in historische zaken, want na de Taxandria-blunder is elk verder woord over Bijsterveld overbodig. Hij komt ook weer met de tergende laster "dat ikgeen bronnen geef”, wat na het doodzwijgen van “Vraagstukken...” met zijn meer dan 1900 noten kwaadaardig is. Toch blijft deze laster rondcirkelen, al heb ik hem verschillende malen weerlegd en strooit “Brabants Heem” hem nogmaals over de provincie uit, zeer goed wetend dat het een onware aantijging is. Toen een lid van de vereniging het met een ingezonden stuk voor mij wilde opnemen, werd hij afgewimpeld met de nog grandiozer smoes “dat wij liever enige voorzichtigheid willen betrachten bij een dergelijk probleem”. En dit is ronduit schaamteloos: mij eerst onderuit halen en dan uit “voorzichtigheid” weigeren mijn antwoord te plaatsen. Is deze manoeuvre de dank voor mijn werk in de Brabantse archieven? In mijn boeken worden alle oorkonden van Eperlecques - en niet van Echternach, waarde “Brabants Heem” - behandeld, waar de ganse serie van Camps’ vergissingen tot in detail wordt geetaleerd. “ Brabants Heem” heeft reeds een afschrift van de belangrijkste passages, en dit is de ware reden waarom de redaktie mijn artikel niet wilde plaatsen. Het is haar zo zwaar op de maag gevallen, dat haar lezers en de leden van de vereniging dit niet mogen vernemen.


Over transgressies.
Vooral degenen die Delahaye's werk nooit bestudeerd hebben en Willibrord graag in Utrecht willen houden, denken dat de vroegmiddeleeuwse mariene transgressies in dat werk een zeer belangrijke rol spelen, en dat het ontkennen of bagatelliseren ervan de weegschaal in hun voordeel zou kunnen laten doorslaan. Een mooi voorbeeld van deze opvatting is die van A.J.A. Bijsterveld: Het idee dat grote delen van Noord-Nederland tot ongeveer 800 onder water stonden en onbewoonbaar waren heeft bij archeologen en bodemkundigen al lang afgedaan. En dit argument kan toch onmogelijk opgaan voor de hoger gelagen streken, waar we Nijmegen, Maastricht en de Texandrische bezittingen van Willibrord vinden?

Waar de heer Bijsterveld opmerkt dat hoog gelegen plaatsen, zoals de grond waarop de oude kern van Nijmegen ligt, onmogelijk overstroomd geweest kunnen zijn, lijkt waarschijnlijk niet tegengesproken te kunnen worden. Echter Bijsterveld vergeet hier twee niet onbelangrijke zaken: 1. De oude bewoningskern van Nijmegen lag niet hoog op het Valkhof, maar laag aan de rivier (ken je geschiedenis). 2. Wat een teveel aan water in de rivieren kan aanrichten hebben we nog in 1994 en 1995 gezien. Als het peil van de Maas toen hoger was geweest, zoals tijdens de genoemde Duinkerke-transgressies, dan was Maastricht in die jaren zeker helemaal ondergelopen. Waterwerken verhinderden dat. In Keulen, dat ongeveer even hoog ligt, heeft men toen ook grote overlast van het water gehad. Ook Nijmegen heeft en had regelmatig overlast van overstromingen.

Zie de foto's hieronder van de overstroming van de Waal in Nijmegen in 1995 die een miljoenenschade opleverde. Bedenk ook dat er vele waterstaatkundige werken in Nederland zijn en de boel ondanks dat, toch onder water kwam te staan.





Overstroming van de Waal in 1855 (links) en in Nijmegen in 1916 (rechts).




Wateroverlast in Valkenburg (Zuid-Limburg) 1995.



En toch....?
Prof.dr. A.J.A. Bijsterveld, Willibrordus-kerken zijn eeuwen jonger. Eindhovens Dagblad 6 november 2000.
Ongeveer twintig delegaties van Willibrordparochies uit het bisdom Den Bosch vertegenwoordigden zaterdagmiddag hun Parochie tijdens de Willibrordusmanifestatie in de gelijknamige kerk in Waalre. De interesse van publiek liet wat te wensen over. En dit ondanks de uiterst interessante lezingen door de van oorsprong Waalrese historicus Prof.dr. A. Bijsterveld en architect H. Strijbos uit Eersel over de historie rond Willibrordus en de gelijknamige kerken.
Opmerkelijk was de rede van prof.Bijsterveld waarin hij stelde dat de toehoorders zich, wat Willibrord betreft, eerder moeten richten op de twaalfde eeuw dan op de achtste eeuw. "ledere parochie houdt zich graag aan de vroegste stichtingsdatum van hun kerk maar of deze datum wel rond de achtste eeuw ligt is discutabel", aldus de professor. Of Willibrordus daadwerkelijk de eerste geloofsverkondiger van deze streken was, betwijfelt Bijsterveld sterk. "Deze daad werd hem waarschijnlijk toegeschreven in de jaren dertig, toen het Rijke Roomse Leven nog volop intact was. Bij aankomst van Willibrord in Nederland was de Kempenstreek al gekerstend. Hij kwam eerder structuur aanbrengen en een parochie-netwerk opzetten. Daarom was hij meer een organisator dan missionaris".
Blijkbaar is Bijsterveld al een beetje door St.Willibrord bekeerd, want als student in Nijmegen was hij nog volgeling van de veronderstelde geschiedenis van het Bronnenboek.
Bijsterveld verwees verder naar de expositie die in de Waalrese kerk is te zien. Tientallen historische boeken over deze apostel van het Zuiden, bekers, munten en schrijnrelieken worden achter het altaar getoond.
De Eerselse architect H. Strijbos beaamde in feite de stelling van Bijsterveld. "Vanuit zijn geboorteland Ierland kende Willibrord stenen kerken. In onze streken werd er destijds enkel met hout, leem en wilgentenen gebouwd. Later werden de kerken in baksteen omgebouwd. Maar de baksteen is pas van na de elfde eeuw. Een authentieke Willibrorduskerk bestaat eigenlijk niet meer", aldus de architect.
De middag werd afgesloten met een bezoek aan het 'oude' Williborduskerkje.

De plaats Waderlo (in parallelle teksten ook Wattreloe en Watriloe) in Taxandria (Texandria) was in Nederland aanvankelijk Waarle, welke interpretatie onhoudbaar bleek. Zeker omdat men nooit heeft kunnen aantonen met enige plaatselijke tekst of archeologische vondst, dat Waalre al bestond in de 7e eeuw. In 1983 meende een fantasierijke historicus (prof.dr.A-J.Bijsterveld) dat Delahaye hiermee Waterloo bij Brussel bedoelde. Met zo'n blunder vindt ook deze historicus, net als eerder Napoleon, hier zijn "Waterloo". Bijsterveld laat hier duidelijk merken dat hij de boeken van Delahaye niet eens gelezen heeft, die dat immers nooit beweerd heeft, en bovendien geen verstand te hebben van plaatsnaamkunde. Laat hij zich dan ook niet bemoeien met historische geografie en zich onthouden van commentaar op Albert Delahaye.



Lees het boek "De Ware Kijk Op" en oordeel zelf.