Caesar in de Lage Landen.



In een reactie laat Buijtendorp weten open te staan voor een discussie over zijn boek. Die discussie wil ik graag aangaan en die zal beginnen met de interpretatie van Rijn en Maas.

De Renus die Caesar noemt wordt ook in dit boek traditioneel als de Rijn opgevat, maar toch schrijft Caesar enkele keren Scaldis (Schelde) wat door Buijtnedorp als een 'vergissing van Caesar' wordt gezien. Maar zou dit niet juist kunnen zijn? Meerdere historici hebben in het verleden al aangegeven dat in de tekst van Caesar de Renus niet te vertalen is met Rijn. In het verleden maakte A.W.Byvanck er de Maas van en J.E.Bogaers dacht dat Caesar de Waal bedoelde.
En de Vlaamse naamkundige M.Gysseling vatte 'Renensis' ook op als het gebied van de Schelde.

Lees meer over Romeins Nederland bij de Limes, de Romeinen, Julius Caesar, de Varusslag en Romeins Nijmegen.

Een analyse van het boek van Tom Buijtendorp.

De titel van dit boek 'Caesar in de Lage Landen' zorgt voor de nodige verwarring. Gaat het hier over de aanwezigheid van Julius Caesar en zijn legers in Nederland, dat toch onder de lage landen wordt begrepen? Allerminst!
Buijtendorp blijkt onder 'de Lage Landen' het zuidelijk deel van de Benelux en aangrenzende stukken in Noord-Frankrijk en het westen van Duitsland te verstaan. Maar horen deze gebieden bij laag Nederland, wat normaal onder 'Les Pays Bas' ofwel 'de Lage Landen' wordt begrepen? Horen de Ardennen in BelgiŽ bij de Lage Landen? Immers in een fors deel van het boek (hoofdstuk 6 t/m 8 en 11 t/m 18, bij elkaar 200 blz. van de 340), gaat het over veldslagen die zich in het uiterste zuiden van BelgiŽ en Noord-Frankrijk hebben voorgedaan.
De titel van dit boek is dus erg suggestief waarbij de lezer bepaalde hypothetische opvattingen worden opgedrongen als zijnde de waarheid. Zo wordt de lezer op het verkeerde been gezet. Het gaat helemaal niet over de aanwezigheid van Caesar in Nederland, zelfs hoofdstuk 9 niet.

Feitelijk beperkt de titel van het boek zich tot hoofdstuk 9: van p.163 t/m 180, dus slechts 17 pagina's van de 340. Daarin zou het gaan over 'de Lage Landen' en wel over de veldslag die zich bij Empel en Kessel zou hebben voorgedaan. Het is een 'oud' onderwerp dat in 2015 al op (de T.V.-) tafel kwam in De Wereld Draait Door.

In de kritiek die daarop volgde werd de visie van N.Roymans ook inderdaad 'doorgedraaid'. Het waren oude koeien die hij uit de sloot haalde. Zie bij Caesar in Nederland?.
Er werd veel beweerd, maar ook hier weer niets bewezen met feiten.

Alle zaken die Roymans naar voren bracht waren al sinds 1999 bekend. En toen was er niemand die over een veldslag van Julius Caesar sprak of schreef, ook Roymans zelf niet. Buijtendorp schrijft dat daar gordelhaken zijn gevonden, maar 'het aantal te klein is om als hard bewijs te dienen'. Dus geen hard bewijs! Met zo'n opmerking relativeert hij zijn eigen verhaal tot nul. In de betreffende noot 5 hierbij, wat zeker nieuws is, leest men dat Roymans dit verband daar zelf niet legt. Heeft Roymans zijn eigen dwaling ingezien en erkent hij nu zijn voorbarige conclusies? De baggervondsten die in dit hoofdstuk worden genoemd bewijzen net zo min iets, zeker als daar ook vondsten 'uit latere perioden zelfs uit de middeleeuwen' tussen zitten, zoals letterlijk vermeld wordt.

Het is wel duidelijk: er wordt ook nu weer geen enkel bewijs geleverd die de titel van dit boek verklaart en aanvaardbaar maakt.

En de rest van het verhaal?
De rest van het boek gaat ook niet over 'de Lage Landen' maar over het zuiden van BelgiŽ en het noorden van Frankrijk waar Buijtendorp enkele veldslagen van Caesar plaatst. Erg overtuigend is ook dit verhaal niet. De archeologische bewijzen zijn mager en sterk hypothetisch zoals hij dat ook zelf noemt. Die archeologische bewijzen beperken zich feitelijk tot 3 zaken: schoenspijkers, slingerkogels en munten. Alledrie verplaatsbare relikten. Het betoog over de munten (staters) is nogal gekunsteld. Maar wat bewijs je met munstschatten? Die muntschatten (gouden munten) kunnen uit elke tijd dateren. Met gevonden muntschatten valt nu eenmaal niets anders te bewijzen dat iemand die verstopt heeft en geen kans meer zag die weer op te halen. De productiedatum die vast te stellen is, bewijst niets over de tijd van verstoppen, zeker niet als er 'versleten' dus veel gebruikte munten tussen zitten. Dat erkent Buijtendorp ook als hij schrijft: 'Munten, veel gebruikt voor dateringen, konden soms lang in omloop zijn voordat ze in de grond terecht kwamen'. Zie mijn artikel over de muntschat van Amby.
En de slingerkogels dan, zouden die van het leger van Caesar zijn? Buijtendorp schrijft daar zelf over 'dat het heel goed mogelijk is dat in de buurt de strijd geleverd is'. Heel goed mogelijk...., maar welke strijd dan? En wanneer? Slingerkogels werden door het Romeinse leger overal gebruikt en zijn overal gevonden, tot in Egypte. Ook de slingerkogels die in en nabij de goudschatten 'uit de tijd van Caesar' zijn gevonden bewijzen niets.
Het verhaal over de schoenspijkers lijkt een aardig bewijs, maar als je dit nuchter bekijkt is het eenzelfde bewijs als van de slingerkogels. Het is feitelijk een deductie uit een deductie. Allereerst zal vastgesteld moeten worden dat die schoenspijkers gevonden zijn op een plaats waar de legers van Caesar geweest zijn en dat die van die soldaten waren. Vervolgens dat ze alleen in het leger van Caesar gebruikt werden. Maar wat bewijs je met drie schoenspijkers? Waar zijn de schoenen? Waar is de rest van het tenue of andere archeologische sporen? Waar zijn sporen van kampen van Caesar gevonden? In BelgiŽ is daarvan nooit iets gevonden volgens prof.H.Thoen van de universiteit van Gent. Zie bij


Van gebouwen of bewijzen van kampen is er weinig, zeg maar niets gevonden. Veel C14-dateringen zoals 'houtskool' of 'organisch materiaal' (42 botten) en palissaden blijken een ruime marge te hebben van wel 2 eeuwen (tussen 250 en 50 v.Chr.). Het zijn marges die Buijtendorp zelf aangeeft. Een aarden wal waarin aardewerk uit de ijzertijd is gevonden, blijkt tussen 250 en 20 v.Chr. te dateren. Een dendrologisch gedateerd stuk hout blijkt uit 31 v.Chr. of kort daarna te dateren (p.206). Daarmee bewijs je dus niets over de tijd van Caesar. Een 'mogelijke' poort van Caestert 'kan uit een andere bouwfase stammen' en een 'oudste brug' bij Guť de Caesar wordt gedateerd op 20 en 10 v.Chr. dus ook niet uit de tijd van Caesar.
Neen, prof Thoen gaf al eerder aan ruim 50 jaar in BelgiŽ naar kampen van Caesar te hebben gezocht. Hij heeft ze nooit gevonden en BelgiŽ is in de loop der jaren archeologisch behoorlijk overhoop gehaald, net als Nederland overigens. Ook in Nederland is nooit een spoor gevonden van het verblijf van Julius Caesar en zijn legers. Dat staat nu wel vast, mede dank zij dit boek waarin weer eens geen enkel bewijs wordt gegeven voor die opvatting.
De visie van Albert Delahaye.
Julius Caesar is nooit boven de taalgrens geweest. Al zijn veldslagen en zijn hele verblijf vonden plaats in Gallia, wat de titel van zijn boek "Commentarii de Bello Gallico" ook duidelijk aangeeft. Dat Nederland of BelgiŽ ooit tot Gallia behoord hebben is een hypothese die nog nooit bewezen is met klare feiten. De taalgrens (die nog steeds op nagenoeg dezelfde plaats ligt in BelgiŽ en verder naar het oosten tot voorbij Straatsburg: zie daar) wordt in het boek van Caesar ook meerdere keren genoemd, al gebruikt hij het woord 'taalgrens' niet. Hij geeft duidelijk aan tot waar de GalliŽrs woonden en waar het land van de Germanen begon. De door Caesar genoemde Renus die hij enkele keren Scaldis noemt, was niet de Nederlandse Rijn, maar de Schelde (zie daar).

Wat weten we nu feitelijk echt?
De bewijzen die Buijtendorp aanvoert om het gelijk van zijn verhaal aan te tonen zijn mager, weinig overtuigend en sterk hypothetisch. Die 'bewijzen' geven al aan hoe zwak het verhaal is. Blijkbaar is er niets overtuigenders gevonden, anders was dat zeker ter sprake gekomen.
Het eigen woordgebruik geeft de zwakte van het verhaal ook al aan. Hij gebruikt meerdere keren woorden als 'waarschijnlijk' (250 keer), 'wellicht' (66x), 'vermoedelijk' (35x) en 'mogelijk' (liefst 391x). Ook de woorden 'zou' of 'zal' (kunnen of zijn) en 'kan' en 'lijkt/lijken' (87x) komen in samenstellingen bij elkaar liefst 1237x voor. En wat te denken van het woord 'als' (ruim 750x)? Het getuigt van veel voorbehouden en aangenomen opvattingen die onbewezen blijven. Wat blijft van het hele verhaal over als er nog zoveel 'onzeker' (27x) is en Buijtendorp op enkele cruciale punten zegt dat het 'hypothetisch' (6x). (Een hypothese is een als voorlopige waarheid aangenomen maar nog te bewijzen veronderstelling: Van Dale).

De enig juiste conclusie blijft dan ook dat Julius Caesar met zijn legers nooit boven de taalgrens is geweest. En dat hij toch in BelgiŽ was, betreft het uiterste zuid-oosten van de Ardennen, op de grens met Noord-Frankrijk.

In De Lage Landen (i.c.Nederland) is hij zeker niet geweest.

Lees het boek "De Ware Kijk Op" en oordeel zelf!

Terug naar de beginpagina. Naar het overzicht in het kort.