Terug naar de beginpagina. Naar het overzicht in het kort.

Cognitieve dissonantie!

De wetenschap kent de term cognitieve Dissonantie als men zich blijft vastklampen aan eenmaal ingenomen standpunten, ook als overduidelijk is aangetoond dat deze foutief zijn.

Fouten toegeven is tegennatuurlijk. Zelfrechtvaardiging is een wetenschappelijk probleem.


Cognitieve Dissonantie.
Klik op het citaat voor een vergroting.

Hoe meer bewijzen opduiken dat men het mis heeft, des te krachtiger wordt de foute overtuiging verdedigd.
En dat nu is precies aan de hand in de historische wereld van Nederland: cognitieve dissonantie. Hoe meer aangetoond wordt dat de interpretaties in de traditionele geschiedenis fout zijn, des te krachtiger wordt de foute overtuiging verdedigd.

Tegen beter weten blijven historici vastklampen aan traditionele opvattingen, ondanks dat is aangetoond dat hun interpretaties fout, zelfs onmogelijk zijn.
De historische wereld blijft locaties handhaven die tot stand kwamen in een tijd dat men nog geen notie had van historische geografie.

Voor veel historici draait de zon blijkbaar nog steeds om een platte aarde.
De traditionele geschiedenis blijft tegen beter weten in vasthouden aan traditionele opvattingen en situeert volkeren, rivieren en plaatsen op onmogelijke locaties. De oorspronkelijke klassieke teksten zijn misschien niet altijd en overal even duidelijk en zijn soms voor meerdere interpretaties vatbaar. Echter meerdere schijnbaar onbeduidende details, zijn slechts voor één opvatting van toepassing. Daarmee wordt tevens bewezen dat de traditionele opvatting onjuist was en losgelaten dient te worden. Dat laatste blijkt het grootste probleem in de historische geografie. De zelfrechtvaardiging maakt historici blind en doof voor argumenten die hun hypothese tegenspreken.

Het bekendste voorbeeld van cognitieve dissonantie in de historische geografie is "de plaats waar men Engeland kan zien". Deze plaats is aan geen enkele interpretatie onderhevig. Deze plaats kan slechts op één plek in Europa worden aangewezen en dat is onomstotelijk de kust van Frans-Vlaanderen bij Cap Griz-Nez en Cap Blanc-Nez.
Aanvaardiging van dit ene feit heeft grote gevolgen voor de historische geografie van West-Europa van Julius Caesar, St.Willibrord en Bonifatius tot Karel de Grote en de Noormannen.

De traditionele locatie naast de visie van Delahaye.

Hieronder zijn meerdere voorbeelden verzameld van foutieve opvattingen, die grote consequenties hebben in de historische geografie. Steeds wordt aangegeven waarom de traditionele opvatting foutief is. De lezer oordeelt verder zelf in hoeverre Albert Delahaye hier het gelijk aan zijn zijde heeft.

De klassieke tekstgegevens. De traditionele locatie. De opvatting van Albert Delahaye.
De Renus is een rivier in Gallia waar men op Engeland uitziet en die de Germanen van Gallia scheidt.
Bron: Servius, Commentarius in Vigilii Aeneiden, VIII, 727.
In de traditionele geschiedenis is deze Renus de Rijn, die niet in Gallia ligt, men er nooit Engeland kan zien en ook de Germanen niet van Gallia scheidt. Ten zuiden van de Rijn woonden immers (volgens de traditie) Germaanse stammen, zoals de Bataven, de Menapiers en Eburonen. Volgens Albert Delahaye is de Renus de Schelde, waarvan in de Romeinse tijd een der takken uitstroomde in een estuarium het Almere, De Schelde had toen een ander stroomgebied dan tegenwoordig. Dit laatste wordt erkend door zowel Byvanck als Van Es.
Plinius vermeldt (Nat.Hist. IV, 99) dat de rivier de Vistula waar de Venedi, Sciri en Sarmatie wonen, in de Oceaan uitstroomt. In de traditionele geschiedenis is de Vistula de Wista (of Weichsel) in Polen, welke rivier niet in de (Atlantische) Oceaan uitstroomt, maar in de Oostzee. De Venedi plaatste men in Oost-Polen, de Sarmatie worden afwisselend in Wit-Rusland of in Hongarije geplaatst. Over de Sciri wordt gezwegen. Volgens Albert Delahaye is de Vistula de Leie welke nu in de Schelde uitstroomt, maar in de Romeinse tijd een ander stroomgebied had. De Venedi waren de bewoners van Vendin-lez-Béthune, de Sciri van Equirre, de Sarmati van de streek van Sermaise. Onderzoek heeft aangetoond dat in de Romeinse tijd het stroomgebied van de rivieren in het transgressiegebied anders was dan tegenwoordig. Dit laatste wordt erkend door zowel Byvanck als Van Es.


Wordt vervolgd met meerdere voorbeelden, die overigens ook in de boeken van Albert Delahaye en elders op deze website te vinden zijn.




Lees het boek "De Ware Kijk Op" en oordeel zelf.