Terug naar de beginpagina. Naar het overzicht in het kort.

Het Domplein te Utrecht.

Op het Domplein in Utrecht wordt het toerischtische spektakel DomUnder gerealiseerd.
Sinds 2011 vinden er opgravingen plaats, waarbij een tentoonstellingsruimte wordt gecreŽerd om de belangstellenden een kijkje te geven in het verre verleden van Utrecht.
Aan de hand van (getekende) 3-dimensionale modellen wil men de bezoeker nog wat meer spektakel bieden.

Het eerste wat hierbij opvalt is dat alles zich onder het huidige maaiveld afspeelt. Het wordt daarom ook als een ondergrondse ontdekking gepresenteerd. Er is een stukje van een Romeinse weg gevonden op een diepte van zelfs 4,5 meter. Daarmee wordt onweerlegbaar aangetoond dat het maaiveld in de Romeinse tijd zo'n 4,5 meter lager lag. De lagen daarboven zijn opgebracht door de langdurige transgressies tussen de 3e en 10e eeuw. Ook dat wordt hiermee aangetoond.

Ook hier krijgt Albert Delahaye dus weer gelijk.


De gevonden muntschat.

Hieronder de integrale perstekst over deze muntschat. Daarna de opmerkingen.

Bij de opgravingen voor DOMunder is een groot aantal vroegmiddeleeuwse gouden en zilveren munten gevonden. Nederland is daarmee een zeldzame (1) muntschat rijker. Wat de vondst nog waardevoller maakt, is het feit dat meerdere munten direct te koppelen zijn aan een archeologisch spoor. De muntschat lijkt daarmee een sleutelrol te gaan spelen in de datering (2) en de plaats van opeenvolgende kerken op het Domplein.
Het overgrote deel van de muntschat zijn zogeheten tremisses van het pseudo Madelinustype. Deze munten dateren uit het laatste kwart van de zevende eeuw (3). Het zijn imitaties (4) van de goudstukken die in de beroemde handelsplaats Dorestad door muntmeester Madelinus (5)zijn geslagen. Deze populaire munt is door lokale machthebbers veelvuldig nagebootst (6), waarbij uiteindelijk een grote variatie in vorm en uitvoering is ontstaan. De muntschat bevat ook nog een aantal zilveren munten, de sceatta's (7). Dit zijn kleinere, iets dikkere zilveren munten, die in verband worden gebracht met het vroegmiddeleeuwse handelsnetwerk langs de kusten van de Noordzee en grote Europese rivieren.
Veel van de munten zijn bij opgravingen in 1949 door de toenmalige archeologen over het hoofd gezien en met de grond teruggestort (8). Bij de opgravingen voor DOMunder die sinds 2011 worden uitgevoerd, is de teruggeworpen vulling (9) in lagen verwijderd en onderzocht met een metaaldetector. Daardoor konden duizenden metaalvondsten worden geborgen, waaronder de tremisses en sceattaís.
De munten dateren uit een turbulente periode van de Nederlandse geschiedenis waarbij zowel Friezen als Franken (10) geÔnteresseerd zijn in het strategisch gelegen Utrecht (11). De gouden en zilveren munten zijn getuigen van de periode dat de Friezen (12) het in Utrecht voor het zeggen hadden. Mogelijk heeft een lokale Friese machthebber (13) de munten ter plaatse laten slaan (14).



Opmerkingen:
Algemeen: het is een ondoenlijke zaak aan de hand van munten een datering vast te stellen of een geschiedenis te schrijven. Munten zijn verplaatsbare relicten die verloren, verstopt of gestolen kunnen zijn. Ze geven geen enkele indicatie over de eigenaars of een datering, zeker omdat munten vele eeuwen in gebruik bleven. Overigens werden gouden munten nooit gebruikt als betaalmiddel. Wie had daar op de markt van terug? Het was een beleggingsmiddel (ook toen al).

(1) De gevonden muntschat is een zeldzaamheid in Nederland. Er is dan ook geen enkele ethniciteit aan te verbinden.
(2) De datering op grond van een muntschat leidt te vaak tot een cirkelredenering. Met munten bewijs je niets anders dan dat iemend die verloren is of verstopt heeft.
(3) en (4) De datering van de munten staat op lossen schrioeven aangezien het vervalsingen betreffen. En vervalsingen worden pas gemaakt nadat de echte in omloop zijn.
(5) Dat Madelinus muntmeester geweest zou zijn wordt aangenomen op grond van een enkele munt in Wijk bij Duurstede. Echter Madelinusmunten zijn in heel Europa gevonden, dus met die ene munt uit Wijk bij Duurstede bewijs je niets.
(6) Ook met deze namaakmunten bewijs je niets. Zie punt 3 t/m 5.
(7) De zogenaamde sceatta's zijn ook over heel Europa verspreid en teruggevonden. Daar zijn geen conclusies aan te verbinden. Dat het Friese munten zouden zijn geweest is een onbewezen aanname. Of verbleven de Friezen dan toch in Frankrijk waar deze munten ook in grote aantallen zijn teruggevonden? Als ik op straat een Belgische Euromunt vind, ben ik dan in BelgiŽ? Volgens deze archeologen dus wel!
(8) Archeologisch is uit teruggestorte grond geen enkele conclusie te trekken. Weet men waar die 'teruggestorte' grond vandaan kwam?
(9) Wat staat er in het opgravingsverslag van Vollgraff uit 1929 over die teruggestorte vulling? Duidelijk is dat de grondlagen verstoord zijn, dus voor archeologisch onderzoek en zeker voor datering volkomen onbruikbaar.
(10) Uit muntvondsten is geen enkele ethniciteit af te leiden. Dat bevestigt sinds kort ook Annemarieke Willemsen in haar boek over de "Gouden Middeleeuwen".
(11) Dat Utrecht strategisch gelegen was is een aanname op grond van een verwrongen denkwijze van enkele historici. Utrecht lag aan een smalle kronkelige rivier (de Rijn) en was net als de nederzetting in Wijk bij Duurstede gelegen in een verder leeg land zonder achterland. Bovendien waren in de zevende eeuw de transgressies op een hoogtepunt en lag Utrecht onder water. Bedenk dat de Romeinse weg op 4,5 meter diepte is teruggevonden.
(12) Dat de Friezen het in Utrecht voor het zeggen hadden is eveneens een onbewezen aanname op grond van onjuiste interpretaties van FRANSE teksten. Daarbij ging het niet over Nederland, maar over Noord-Frankrijk. Net zo min als de Noormannen ooit Nederland plunderden (wat viel er te plunderen in dat lege land?) hoort ook dit deel van de geschiedenis in Noord-Frankrijk thuis. Daar is het opgeschreven en daar heeft het plaats gevonden. Zie verder bij het de Noormannen.
(13) Dat er ooit Frieze machthebbers geweest zouden zijn wordt tegenwoordig steeds vaker ontkend. Daar is geen enkel bewijs voor, niet tekstueel en ook niet archeologisch. Zie verder bij De Friezen.
(14) Het 'mogelijk' geeft al de speculatieve waarde van deze zin aan. Helaas wordt daarmee de pers gehaald en ontstaat er een nieuwe mythe op grond van een onbewezen terloopse opmerking van een medewerker.


Wat weten we nu feitelijk echt?


Lees het boek "De Ware Kijk Op" en oordeel zelf.