Terug naar de beginpagina. Naar het overzicht in het kort.
Dorestat - Dorestad(um) - Dorsteti
Wijk bij Duurstede is niet het klassieke Dorestad!

... gelijk zo dikwijls, is een steeds herhaalde hypothese tot historisch feit geworden. Dit schrijft J.H.Holwerda in Dorestad en onze vroegste Middeleeuwen.

Over de opgravingen te Wijk bij Duurstede schrijft Holwerda: ... betrekkelijk gering Romeins aardewerk-scherven, dateerbaar uit de 2e eeuw. Uit de eeuwen daarna vonden we helemaal niets, Fries-Bataafs aardewerk ontbreekt vrijwel geheel. Ook aardewerk uit de Merovingische tijd komt hier zo goed als niet voor.

In Westerheem 3 van juni 2013 lezen we: "Zo wist de Nederlandse archivaris Albert Delahaye destijds gefundeerd aan te geven dat Dorestad in het huidige noordwestelijk deel van Frankrijk moet hebben gelegen, nabij Sint-Omaars (Saint-Omer), ter hoogte van het huidige Ouderwijk (Audruicq).

Let vooral op het woord 'gefundeerd', wat we missen bij de opvatting dat Dorestad Wijk bij Duurstede zou zijn. Zoals het met geschiedenis wel vaker gebeurt, komt de ware kijk uiteindelijk wel, al duurt het even voordat het geaccepteerd wordt.

Men wordt door historisch Nederland met zijn opvattingen nog steeds in de maling genomen.

INHOUD van dit hoofdstuk:
1. Kenmerken.
2. Etymologie!
3. Niet Wijk bij Duurstede!
4. Noormannen.
5. Teksten.
6. Nog een tekst!
7. Audruicq!
8. Plunderingen.
9. Conclusie!

Dorestad was een grote en belangrijke stad, in Gallië en direkt aan zee gelegen.
De opgravingen in Wijk bij Duurstede, dat ver van de kust aan een smalle rivier ligt, hebben aangetoond, dat het om een vissersplaats gaat met lintbebouwing langs de rivier. Het was geen stad. Dat wordt nu ook erkend door W.A. van Es, dè opgraver van Wijk bij Duurstede.
Wijk bij Duurstede was ook geen handelsplaats. Een achterland ontbrak. Zie bij: A.Verhoeven.

De in Wijk bij Duurstede aangetroffen steigers die tot ver in de rivier reiken, weerspreken juist de locatie van een belangrijke haven- en handelsplaats. Waarom hebben de bewoners van "Dorestad" zich zoveel inspanning getroost om de Rijnoever voor de functie als handelshaven geschikt te houden? Dit heeft ook dr.W.A. van Es opgemerkt (zie ROB.berichten 1971, 1.I-1.XI), echter de vanzelfsprekende vraag heeft hij niet gesteld. De steigers bereikten een totale lengte van ruim 200 meter, aangezien de Oude Rijn haar stroom steeds meer naar het oosten verlegde! Waarom hebben zij de handelshaven niet verplaatst naar de Lek aan de zuidzijde van het dorp, waar, volgens de traditie een eenvoudigere verbinding met de zee bestond? De vindplaats van deze steigers en de inspanning die men zich getroost heeft om de steigers steeds te verlengen, toont glashelder aan dat de Lek in de 8e eeuw nog niet bestond. Anders had de handel van Wijk bij Duurstede zich wel naar de Lekzijde verplaatst.

En als de Lek in de 8e eeuw nog niet bestond (de Lek is immers aantoonbaar pas ontstaan in 1122), wordt tevens aangetoond dat de oorkonde van het jaar 777 waarin de Lockia genoemd wordt waarvan men in Nederland gemakshalve de Lek maakt, geen betrekking op Nederland had. Wijk bij Duurstede was een vissersdorp langs de Oude Rijn. De Lockia is de Loquin in Noord-Frankrijk.

Ook blijft de vraag waarom de handel van Wijk bij Duurstede zich niet heeft verplaatst naar Utrecht, waar immers een bisschop zetelde. Volgens de traditie is Utrecht ook nooit door de Vikingen geplunderd. Waarom Utrecht niet en Wijk bij Duurstede wel?
Slechts vanwege het toerisme (de VVV is de grote promotor) blijft men de boel bedriegen. Bedrog is "het opzettelijk op arglistige wijze opwekken van van een onjuiste voorstelling". En dat doet men in Wijk bij Duurstede: op arglistige wijze een onjuiste voorstelling opwekken, hoewel men de waarheid kent.

In 1628 was men nog van mening dat Wijk bij Duurstede het klassieke Batavodorum was. Ook deze mythe is ondertussen weerlegd!
Pas rond 1840 meende predikant L.J.F.Jansen dat Wijk bij Duurstede wel eens het klassieke Dorestad zou kunnen zijn geweest. Dat heeft men nadien zonder verder onderzoek maar aangenomen, mede omdat er van niemand een weerwoord kwam. Zo eenvoudig is de mythe van Dorestad ontstaan.


Dorestad gevonden??

Klik op de afbeelding voor een vergroting.

In 1978 heeft Dr.W.A.van Es (directeur van de ROB.) in Spiegel Historiael, speciaalnummer over Dorestad, op blz. 109 toegegeven dat er in Wijk bij Duurstede geen enkel archeologisch bewijs is gevonden voor de determinatie Dorestadum.

Na zo'n bekentenis houdt in feite de hele discussie rondom Wijk bij Duurstede op!

Binnenskamers heeft dr.W.A. van Es allang toegegeven dat hij met de opgravingen in Wijk bij Duurstede fout zat. Dit niet publiekelijk toegeven getuigt niet van de juiste wetenschappelijke instelling bij Van Es.

Dorestad was een kerkelijk centrum van betekenis, met vele kerken, kloosters en geestelijken, wat van Wijk bij Duurstede nooit gezegd kan worden.

Alles wat wij van Dorestad weten, staat in Franse kronieken.
In Wijk bij Duurstede heeft men geen enkel schriftelijk bewijs van haar vermeende geschiedenis. Ook de archeologie laat er geen twijfel over bestaan: Karolingisch Wijk bij Duurstede heeft nooit bestaan.

In een oorkonde uit 779 waarbij de abdij van St.Germain-des-Prés tolvrijheid kreeg van Karel de Grote, wordt Dorestadum genoemd in Francia. Midden Nederland heeft nooit tot Francia behoort.



L.J.F. Janssen (1806-1869), de ontdekker van Dorestad in Nederland. (Bron: ROB).

Janssen was predikant en vanaf 1865 conservator van het Museum van Oudheden te Leiden.

Hoewel....., de naam Dorestad komt in zijn rapport aan de minister (17 maart 1842) niet voor. Janssen suggereert op de plaats van de beendergraverijen een "Germaanse Offerplaats". De naam Dorestad wordt in dit rapport niet één keer genoemd.

Ook in de door het P.U.G. in 1842 n.a.v. de Wijkse vondsten uitgeschreven prijsvraag (Janssen 1842, 72) komt de naam Dorestad niet voor, evenmin als in Janssens artikel van 1842, dat een nadere uitwerking was van zijn rapport van 17 maart aan de minister. Pas in 1843 na beëindiging van zijn opgravingen bracht Janssen Dorestad - overigens zeer terloops - met de te Wijk bij Duurstede gevonden archaeologica in verband (Janssen 1843, 170-188).

Hoe kwam men dan op het idee dat de gevonden nederzetting Dorestad zou zijn? Door gebrek aan kennis. Veel teksten over Dorestad waarin de kenmerken van de plaats genoemd werden, kende men niet. Men had de klok horen luiden maar wist niet waar de klepel hing. Op grond van een gerucht werd Wijk bij Duurstede Dorestad. En dat gerucht is nog steeds uitgangspunt van de algemeen gehanteerde opvatting.

Conradus Leemans (professioneel archeoloog in 1842) vermoedde dat dicht bij Wijk de van de Tabula Peutingeriana bekende plaats Levefanum (Levae Fanum) gelegen was en dat de vele beenderen van een Germaanse Offerplaats afkomstig waren. In zijn correspondentie met de minister over de noodzaak tot opgravingen in Wijk bij Duurstede wordt over Dorestad met geen woord gerept. Leemans was er dus duidelijk niet van overtuigd, dat hier het klassieke Dorestad gelegen had. Die grote hoeveelheid dierenbeenderen kan eenvoudig verklaard worden door de runderpest die hier o.a. in 1744 geheerst heeft. Dat waren dus geen resten van welke offerplaats dan ook. Uit dit voorbeeld blijkt eens te meer dat men al conclusies trekt voordat men verder onderzoek heeft gedaan.

Als Wijk bij Duurstede voor het Romeinse Levefanum wordt gehouden, kan het nooit Dorestad zijn geweest. De Geograaf van Ravenna (die schreef tussen 638 en 678) noemt de twee plaatsen afzonderlijk. Het waren dus twee verschillende plaatsen. Bij Wijk bij Duurstede is het vermeende Romeinse fort overigens nooit gevonden, net zo min als de opgravingen ooit ter plaatse het vermeende Dorestad hebben aangetoond. Het is bovendien opmerkelijk dat Dorestad niet door de Geograaf van Ravenna wordt genoemd in de opsomming van de steden langs de Renus. Dorestad lag dus niet aan de Renus. Dus vervalt ook dit argument dat altijd door de traditionalisten wordt gehanteerd op grond van de verkeerd gelezen oorkonde uit 777. Ergo: Wijk bij Duurstede was niet Dorestad.
De Boone wijst er op dat over de ligging van Dorestad, vooral door de opgravingen van Janssen, hartstochtelijk gestreden is. Niettemin hadden reeds veel geleerden van naam (o.a. Van Noorda in 1838) zich voor de identificatie van Dorestad met Wijk bij Duurstede uitgesproken. Bij gebrek aan verdere tegenspraak nam men vervolgens maar aan dat de opvatting dat Wijk bij Duurstede Dorestad was juist was.

Maar in 1939 was de determinatie Dorestad te Wijk bij Duurstede nog allerminst een zekerheid, getuige onderstaande tekst.

"Dorestad, misschien een stad bij het tegenwoordige Wijk bij Duurstede, misschien de gehele streek aldaar. In 834 voor het eerst geplunderd door de Noormannen; aanlokkelijk door de bloeiende handel. Jaar op jaar kwamen de Noormannen terug. In 863 werd Dorestad voorgoed vernietigd". (Bron: K. ter Laan).

Zie de bevindingen van andere historici bij Citaten over Wijk bij Duurstede en de Noormannen.
Zie ook "de Opkomst van ons land".


De gouden broche van Wijk bij Duurstede. Vastegesteld is dat deze broche uit Bourgondië kwam, dus uit Frankrijk.
Duidelijk is ook dat deze broche beschadigd was en zo goed als zeker verkregen uit roof. In de opgravingen in Wijk bij Duurstede is nergens anders uit gebleken dat het een rijke handelsstad geweest zou zijn. Ook die ene Dorestad-munt bevestigt dat niet.

Dorestad lag in Francia, in 'onze gebieden' zoals de kroniek van St.Omaars vermeldt. De locatie in Wijk bij Duurstede is dan ook geheel misplaatst.
Op grond van meerdere teksten blijkt het klassieke Dorestad in Noord-Frankrijk te hebben gelegen.

Dat Wijk bij Duurstede opgevat werd als de handelsplaats Dorestad, had alles te maken met enkele onjuiste interpretaties uit de 19e eeuw, toen historische geografie nog een vak moest worden.
Het roversnest Munna (zie bij Munna) komt meer in aanmerking voor de archeologische vondsten in Wijk bij Duurstede.
.

Lees meer over de geschiedenis van Dorestad bij Haithabu en Birka en Ribe.

Dorestad is Audruicq (rond 1300 Aldervicum geheten, in het Nederlands Ouderwijk)!
De plaats Dorestad heeft na de verwoesting van de Noormannen een vervolg gekend en was niet, waar men in Nederland altijd van uitging, in 863 volledig verwoest. In verschillende kronieken wordt Dorestad ook na 863 nog steeds genoemd. In een akte uit 898 wordt de reeds vroeger verleende tolvrijheid voor Dorestad bevestigd. Deze akte paste nooit in de Nederlandse interpretatie en is dan ook altijd stilzwijgend onder tafel gehouden. Het oude Dorestad heeft een bewoningscontinuïteit en heet nu AUDRUICQ gelegen in Frans-Vlaanderen.

Tekst over de immuniteit van de kerk van Vetus Trajectum.
898: "Koning Zwentibold bevestigt op verzoek van Odilbald, bisschop van Vetus Trajectum, de immuniteit van de kerk, eerder verleend door Lodewijk de Vrome, zijn vader Karel de Grote en diens grootvader Pepijn, ook voor de oevers van Dorestad. De bisschop verzoekt dat deze wet die voor Dorestad geldt, ook toegekend wordt voor andere plaatsen in het bisdom, namelijk te Daventre en te Tiale. De koning heeft het toegekend aan iedereen die woont in Dorestad binnen de parochie van St.Martin of die er per boot aankomen, alsook voor Daventre en Tiale en alle overige plaatsen en bezittingen van het bisdom."
Bron: MGH, Diplomata regum Germaniae ex stirpe Karolinorum, IV, p.9.


Deze tekst sluit Wijk bij Duurstede en Nederland volkomen uit. Daarvoor bestaan de volgende argumenten:
  • Wijk bij Duurstede bestond sinds 863 volgens de Nederlandse opvattingen niet meer. Het echte Dorestad bestond nog steeds in 898. Het kan in deze tekst dus niet over Wijk bij Duurstede gaan.
  • Dorestad lag binnen het gezagsgebied van Koning Zwentibold, die koning was van Lotharingen. LET OP: Na het verdrag van Meerssen (870) werd Lotharingen gesplitst en verdeeld tussen West- en Oost-Francië. Door het Verdrag van Ribemont (880) kwam heel Lotharingen bij West-Francië. Bij West-Francië hoorde wel de Franse kust langs het Kanaal, maar beslist niet Wijk bij Duurstede.
  • In Dorestad wordt de parochie van St.Martin genoemd. In de latijnse tekst staat letterlijk [sicut in Dorostadio in terris sancti Martini residentibus]. Wijk bij Duurstede heeft nooit een St.Martinuskerk of -parochie gehad. De parochie in Wijk bij Duurstede had als patroonheilige Johannes de Doper. Daarentegen bestaat in Audruicq nog steeds "La Paroisse Saint Martin en Pays de Audruicq" en een "Eglise Saint Martin d'Audruicq". Het emailadres van deze parochie is st-martin.audruicq@neuf.fr. Dit patronaat, toch een doorslaggevend gegeven, klopt dus wel in Audruicq en niet in Wijk bij Duurstede.
    Dorestad stond bekend om de vele kerken, kloosters en kloosterlingen. Het oudste klooster in Wijk bij Duurstede stamt uit 1398. Daarvoor is er nooit iets over een klooster bekend geweest, noch zijn er teksten of overleveringen gevonden die daarop zouden kunnen wijzen. Ook van een kerkelijk centrum of kerkelijke activiteiten ontbreekt in de verre omgeving van Wijk bij Duurstede tot ver in het buitenland elk spoor. Geen enkele vermelding of verwijzing, geen enkele feestdag die verwijst naar Wijk bij Duurstede: niets, helemaal niets! Van een klooster of een kerk ontbreekt in de opgegraven nederzetting te Wijk bij Duurstede ook elk archeologisch spoor.
  • De overige plaatsen hier genoemd zijn ook in Frans-Vlaanderen teruggevonden. Daventre is Desvres bij Boulogne, Tiale is Tilques bij St.Omer. In Nederland interpreteert men deze plaatsen als Deventer en Tiel. Uit andere teksten blijkt dat deze interpretatie onjuist is. Tiel wordt pas in 940 voor het eerst genoemd, waarbij uitdrukkelijk vermeld wordt dat het om een nieuw gestichte plaats gaat. Deventer bestaat pas sinds de 11e eeuw. Alle eerdere vermeldingen over Deventer hebben eveneens betrekking op Desvres. Uit de vlucht van de bisschop van Utrecht naar Deventer kan al afgeleid worden dat de traditionele opvatting onjuist is. De bisschop zou juist de Vikingen tegemoet zijn gegaan, die toen, volgens de traditionele opvattingen, immers juist Zutphen en Deventer aan het plunderen waren.
  • Uit de zin "die er per boot aankwamen" kan afgeleid worden dat Dorestad vooral een havenstad van personenvervoer was. Gelegen aan het (Franse) Almere en op het smalste punt van Het Kanaal tegenover Engeland, was het een belangrijke aankomstplaats van reizigers vanuit Engeland. St.Bonifatius is er bijvoorbeeld aangekomen, voordat hij doorreisde naar Trajectum. In Nederland heeft men deze tekst over de aankomst van Bonifatius nooit kunnen verklaren, dan slechts met vergezochte en onnozele argumenten. Het is echter de vraag of de Lek in de tijd van Bonifatius wel bestond en bevaarbaar was. Utrecht bestond in ieder geval nog niet, dus daar kan Bonifatius dan ook nooit geweest zijn.
  • Deze tekst, die ondertekend is met "actum Niumaga regali palatio", ontbreekt in Het Bronnenboek van Nijmegen. De samenstellers van Het Bronnenboek passen deze tekst dus niet op Nijmegen toe (en staan deze dus af aan Noyon). Zie bij Noviomagus. De ondertekening is exact gelijk aan de teksten van Koning Zwentibold uit 896, 898 en nog een uit 898, die wel in Het Bronnenboek staan, maar waarbij het eveneens over Frankrijk en Noyon gaat.
  • De bevestiging in deze oorkonde van eerdere oorkonden van Lodewijk de Vrome, Karel de Grote en Pepijn de Korte wijst op een continuïteit en een doorlopende band van de Karolingen met deze streek van in elk geval vóór 768, toen Karel de Grote zijn vader Pepijn opvolgde. De eerste tekst die men in Nederland op Wijk bij Duurstede toepast is de oorkonde uit 777. Ook het Bronnenboek begint voor Nijmegen met de Karolingische teksten pas in 777. Men geeft hiermee dus volmondig toe (eigenlijk zou het leegmondig moeten zijn, immers men zwijgt hierover) dat het in deze eerdere oorkonden niet over Nederland, Wijk bij Duurstede of Nijmegen gaat. Dan gaat het dus over Frankrijk.
  • Een naam als "Ubchirica" komt ook niet in gebruik als men Utrecht en Wijk bij Duurstede als twee afzonderlijke ver uiteen liggende plaatsen kende en er tevens talrijke kerken zouden zijn geweest. Het Ubchirica moet dan ook niet als aanduiding voor een 'boven-'kerk gezien worden, maar als aanduiding van een plaats: Bovenkerke, precies zoals er in Nederland een Bovenkarspel bestaat, naast een Hoogkarspel en een Laagkarspel en een Oudkarspel. Een 'Onderkarspel' als tegenhanger van 'Bovenkarspel' bestaat echter niet. Vergelijk het met Northkerque, Zutkerque, Dunkerque, Coudekerque, Broeckerque, Offekerque enz. allemaal in Frans-Vlaanderen.
    Conclusie: Deze ene tekst weerlegt de hele Nederlandse traditie en sluit Wijk bij Duurstede volledig uit.

  • Terug naar boven.


    De kenmerken van Dorestad.
    Dorestad(um) was een oude stad, groot en belangrijk, was een castrum, een versterkte stad met zeehaven, lag op de oever van het Almere, in het land van de Friezen, aan de kust aan de monding van de rivier, maar lag juist niet aan de Renus, waar de Engelse monniken aan land kwamen, bezat vele kerken (er worden er wel
    55 à 60 genoemd) en kloosters, veel priesters en nonnen en veel armen, had een eigen muntslag en koninklijke tol, is een periode bisschopsstad geweest en lag in Gallië en in Francia en lag tussen Sainte-Maixence en Amiens èn tussen Colonia (Coulogne) en Atrecht (Arras). Dorestad moet een belangrijke en grote sociale bovenlaag in de bevolking hebben gehad, die over een groot gebied algemene bekendheid genoot. Dorestad wordt door de Geograaf van Ravenna in 670 de hoofdstad van de Fresones genoemd. Aan geen enkele van deze ruim TWINTIG kenmerken in de vele teksten genoemd, voldoet Wijk bij Duurstede. Archeologisch is daarvan in Wijk bij Duurstede ook nooit iets teruggevonden of gebleken. De laatste opgravingen van dr.W.A.van Es in 1994 laten eenzelfde beeld zien als die uit 1978. Men heeft er NIETS gevonden, geen enkel bewijs dat de traditionele visie kan bevestigen.

    Het ontbreekt in Wijk bij Duurstede ook maar aan één enkel schriftelijk bewijs dat de plaatst ooit Dorestad heette en het vermaarde Dorestad zou zijn geweest. Alle in teksten genoemde kenmerken passen niet op Wijk bij Duurstede. Ondanks alle opgravingen en vondsten is nooit onweerlegbaar aangetoond dat Wijk bij Duurstede het vermaarde en alom bekende Dorestad geweest zou zijn.
    Zelfs de langdurige en kostbare opgravingen te Wijk bij Duurstede hebben geen enkel bewijs opgeleverd dat het oude Dorestad ter plaatse lag. Integendeel, de opgravingen hebben op spectaculaire manier aangetoond dat zij op essentiële punten afwijken van hetgeen uit de historische bronnen over Dorestad of Dorestadum bekend is. Er is geen spoor van een kerk gevonden, terwijl er meerdere geweest moeten zijn. Door zo'n kapitaal feit te verdoezelen is er gewoon sprake van historisch bedrog. Kijk voor de ware feiten over deze opgraving bij "Opgravingsverslag van Wijk bij Duurstede" in Spiegel Historiael van april 1978.

    Terug naar boven.


    De etymologie van Dorestad.
    "Als we in 1320 Wiic bi Duerstede vinden, wat wordt met dat Duerstede dan aangeduid?
    Niet de voormalige, weggespoelde Romeins-Merovingische kern en ook niet de stad zelf, maar enkel en alleen het kasteel, dat in de 13e eeuw ten westen van de stad gebouwd was. Alle middeleeuwse teksten bewijzen, dat men alleen het kasteel Duerstede noemde, doch de stad alleen Wijk heette....".
    (Bron: D.P.Blok en A.C.F.Koch).
    Dit citaat geeft, waarschijnlijk niet zo bedoeld, een zeer juiste probleemstelling inzake de identificatie van het oude Dorestadum. Helaas zijn de schrijvers aan de principiële vraag voorbijgegaan, op welke gronden en met welk recht rond 1840 de identiteit van Dorestadum te Wijk-bij-Duurstede is aangenomen. Van buitengewoon belang is hun stelling (de teksten wijzen het trouwens onverbiddelijk uit), dat "bij-Duerstede" een 14e eeuwse toevoeging bij de naam Wijk is geweest.
    Ook hier zat prof.D.P. Blok dichter bij de waarheid dan hij blijkbaar wist!
    In het archief van Wijk bij Duurstede komt de naam "Duurstede" vóór de 14e eeuw niet voor! De plaats heette toen gewoon Wic of Wijc(k). Daarmee wordt onweerlegbaar aangetoond dat er geen continuïteit heeft bestaan in de naam Dorestad-Duurstede en dat de mythe van Dorestad pas na de 14e eeuw is ontstaan.

    "Dorestad als plaatsnaam is in Nederland een opmerkelijk gegeven. Er zijn in Nederland geen andere vergelijkbare namen. De naam heeft betrekking op een riviermonding. De naam is ontstaan in een Romaanstalige omgeving, Keltisch van oorsprong, ontstaan in een streek waar Keltisch en Germaans in nauw contact met elkaar stonden. De ontwikkeling van de naam loopt in grote lijnen parallel aan die van het Picardisch en is vergelijkbaar met equivalenten van een proto-Picardisch. De palatisering van de -g- in "castro Duristate Frigiones" uit de eerste helft van de 8e eeuw werd, met een verwijzing naar het literair Oudfrans en modern Frans, ongedaan gemaakt." (Bron: L.Toorians).
    Wat Lauran Toorian in dit artikel schrijft, met verwijzingen naar de bevindingen van P.Schrijver, weerlegt de Nederlandse traditionele opvattingen en sluit naadloos aan bij de opvattingen van Albert Delahaye. Verwijzingen naar het Oud-Frans, modern Frans en Picardisch wijzen dan ook feilloos de juiste streek aan waar een Romaanse naam als Dorestad thuishoort. Het blijft verwonderlijk dat de Nederlandse historische wetenschap aan achterhaalde opvattingen blijft vasthouden. Het is duidelijk dat de naam Dorestad in Nederland niet thuishoort, maar in Noord-Frankrijk in het gebied van de taalgrens. En precies daar nu ligt Audruicq, aan de monding van de Franse Aa aan het Almere, op de taalgrens, in Keltisch gebied (Gaelic-Gallië) vlak bij Picardië.


    Verder schrijft L.Toorians in dit artikel dat "De 'oplossing' die Blok en Koch voorstellen met betrekking tot de naam Dorestad (zie hiervoor), is een dertiende eeuwse herinterpretatie op basis van uitsluitende schriftelijke bronnen. "De naam en uitspraak zouden sinds 950 volledig in de vergetelheid zijn geraakt, om pas in de 13e eeuw uit de archieven te worden opgediept om in een 'in het kader van de feodale naamgeving' passende naam Duurstede voor het kasteel te leveren". Ik acht hem toch minder waarschijnlijk dan haar bedenkers, die hem zelf omschrijven als 'elegant', zo schrijft L.Toorians.
    De 'elegante' oplossing van Blok en Koch is feitelijk een onbewezen bedenksel, ontsproten aan aan ruime fantasie. Dit is geen wetenschap, maar slechts fabellogie te noemen.

    Terug naar boven.


    Wijk bij Duurstede is niet het oude Dorestad! (Bron: ROB.bericht jrg.41).
    In het artikel "Houseplans from Dorestad", erkent dr. W.A. van Es dat:
  • Dorestad geen stad was, maar een nederzetting met lintbebouwing;
  • Dorestad geen Friese stad was, zoals altijd beweerd wordt;
  • uit het "havengebied" geen enkele huisplattegrond bekend is;
  • in Wijk bij Duurstede nooit een Merovingische nederzetting gevonden is.
    In het betreffende artikel in Berichten van de ROB. (1995) is steeds tendentieus sprake van "Dorestad". Dat hier het oude Dorestad gelegen heeft, moest nu juist bewezen worden met deze opgravingen. En dat is niet gelukt. "De gevonden huisplattegronden zijn allemaal die van boerderijen", schrijft Van Es in dit artikel, waarmee de handelsnederzetting wordt teruggebracht tot een gewone boerennederzetting van jagers en vissers, precies zoals de Kroniek van Kamerijk dat in 1018 beschrijft. In het zogenaamde havengebied, waar dus die internationale handelshaven gelegen zou hebben, is al helemaal nooit een huisplattegrond teruggevonden. Die zijn allemaal weggespoeld (!?). Weggespoeld? Terwijl de rivier zich steeds verder van de nederzetting af verplaatste, waardoor de steigers steeds verlengd moesten worden. Hoezo weggespoeld? Wijk bij Duurstede voldoet helemaal niet aan wat in de schriftelijke bronnen over Dorestad vermeld wordt. De Merovingische voorloper is beslist een voorwaarde, immers Dorestad wordt al in 625 een beroemde stad genoemd. De archeologie van Wijk bij Duurstede begint op zijn vroegst ruim 100 jaar later, vermoedelijk zelfs later, want het bepalen van een datering blijkt niet de sterkste deskundigheid bij de ROB. te zijn. Zo wordt het gevonden aardewerk als 9e eeuws gedateerd. Maar vergelijkbaar Pingsdorf-aardewerk wordt in Duitsland (waar het vandaan kwam) steeds 100 jaar later gedateerd, dan Van Es het in Wijk bij Duurstede dateert. Bron: A.Verhoeven. De datering van Van Es is vooringenomen en afgeleid van de geschreven bronnen. Nu blijkt dat de geschreven bronnen niet over Wijk bij Duurstede gaan, staat ook de datering van Van Es op losse schroeven.

    Dat de datering van Van Es aan discussie onderhevig is wordt bewezen met een artikel in Westerheem XXI-1-1972. Van Es determineert 'scherven van kookpotjes zoals uit Dorestad' als Karolingische kogelpotten. De vele randscherven van kogelpotten zijn eveneens in het midden van de 12e eeuw te dateren. De aanwezigheid van Karolingisch aardewerk (in Balgzand bij Den Helder, red.) blijkt een geheel nieuw gegeven. De overeenkomst met het materiaal uit Dorestad, Medemblik en het Geesterambacht is treffend als men bedenkt dat de bloei van de toenmalige grootste handelsstad van West-Europa (i.c. Dorestad, red.) gelijk opgaat met de kolonisatie van voordien kennelijk onbewoonde gebieden.
    Tenslotte zij hier nog opgemerkt dat op geen enkele, in dit artikel beschreven vindplaats de middeleeuwse scherven vergezeld werden door inheems Fries-Bataafs aardewerk, die ene scherf van vindplaats (b) niet meegerekend. In de 9e eeuw werden ook zij
    (de bewoners, red.) door het opdringende water verdreven. In het begin van de12e eeuw wordt de bewoning weer voortgezet (of weer mogelijk) en gezien de talijke resten vrij intensief! lezen we letterlijk in dit artikel!
    Tot zover enkele citaten uit betreffend artikel. Pingsdorf aardewerk kent vervaardigingsjaren van 900 tot 1200. Vindplaats (b) betrof een vervening in een Balgzandkreek waarbij ook enkele scherven Pingsdorf werden aangetroffen. De (her-)kolonisatie van voordien kennelijk onbewoonde gebieden wordt in dit artikel gedateerd op het begin van de 12e eeuw. Ook wordt regelmatig de 'post-romeinse transgressiefasen' genoemd. Dat is dus geen 'uitvinding' van Albert Delahaye, maar hij trok er wel een aantal cruciale conclusies uit, namelijk dat veel gebieden in laag-Nederland lange tijd onbewoonbaar waren.
    Conclusie: het artikel geeft aan dat de bewoning aan de hand van Pingsdorf-aardewerk ook in het begin van de 12e eeuw is te dateren. Dat geldt dan ook voor Dorestad c.q. Wijk bij Duurstede, dat overeenkomstig is te dateren.

    Een enkele wanhopige historicus probeert te bewijzen dat Dorestad in de Merovingische tijd al bestond met één gevonden munt van Madelinus. Madelinus was een Franse muntmeester in Dorestad en Trith-Saint-Léger bij Valenciennes. Munten van Madelinus zijn over het hele Frankische rijk gevonden. Wat ze elders niet bewijzen, dat ter plaatse Dorestad lag, bewijst die ene munt ook niet in Wijk bij Duurstede. Ook de meerdere munten gevonden in Domburg tonen niet aan dat Domburg Dorestad was, al voldoet Domburg aan meerdere kenmerken zoals 'zeehaven' dan Wijk bij Duurstede. Met munten kan men overigens feitelijk niets aantonen, aangezien munten per definitie bestaan bij de gratie van verplaatsbaarheid.
    Wat in Wijk bij Duurstede ook ontbreekt is een muntwerkplaats. Van een muntoven is niets gevonden. Verder is niet aannemelijk te maken dat er een muntwerkplaats bestaan zou hebben zo ver buiten het centrum van het Frankische rijk. Het is overigens wel duidelijk dat Madelinus muntmeester was aan het Merovingische hof in Noord-Frankrijk. En van een Merovingisch hof is in Nederland nooit iets gebleken.

    Terug naar boven.


    Tekst over de invallen van de Noormannen.
    837. "Nortmanni Gallias graviter infestant, Dorestadum vastant; Andoverpum oppidum et Witlant emporium situm iuxta ostium Mosae incendent, a Fresonibus tributum accipiunt."
    De Noormannen vielen met geweld Gallië binnen, Dorestad werd verwoest; de burcht Andoverpum en de zeehaven Witlant gelegen aan de monding van de Mosa, in brand gestoken, van Fresonibus werd een schatting ontvangen.
    Sigeberti Gemblacensis Chronica, MGS. VI.


    Deze tekst staat dus zo in één enkele zin. Het gaat hier over invallen van de Noormannen in Gallië. Volgens de gangbare opvattingen zou het hier dus gaan over Wijk bij Duurstede, Antwerpen, Wichmond (in Gelderland), Friesland en de monding van de Maas, die nooit bij Gallië gehoord hebben. Je kunt bij zo'n onsamenhangende rijtje plaatsen, die in één regel worden genoemd, toch niet blijven volhouden dat het hier over Nederland gaat?
    In de juiste streek in Frans-Vlaanderen, liggen deze plaatsen allemaal vlak bij elkaar rondom het huidige Calais (dat toen nog niet bestond).
    Conclusie: Dorestad lag in Gallië, wat Wijk bij Duurstede weer volledig uitsluit.

    Volgens Albert Delahaye is Dorestad de plaats Audruicq (Ouderwijk in het Vlaams), Andoverpum is de aanwerp (van de zee, waar later Calais ontstond) en is Witlant de plaats Wissant, waar het zand door de aanwezigheid van de krijtrotsen wit is. De Mosae was de Moze, een van de vele beken en kreken die in dit moerasachtige gebied in Frans-Vlaanderen lagen. De Fresones woonden in Frans- en Belgisch West-Vlaanderen.

    Men begrijpt eveneens onmiddellijk, waarom de Noormannen erop gebrand waren deze havenplaats en haar omgeving in handen te krijgen, die zij al bij hun eerste invasie in Frankrijk tot doelwit hadden. De berichten laten herhaaldelijk weten en zeggen het soms onomwonden, dat de Noormannen het gebied van Dorestadum in handen wilden hebben om er een blijvende basis te vestigen voor hun aanvallen op het centrum van het Frankische rijk. Deze dolk op het hart van Francia lag in het noorden van Frankrijk en niet in het midden van Nederland, waar een bezetting van Wijk bij Duurstede een opluchting voor de Franken zou hebben betekend.

    In het algemene beeld van de aktiviteiten van de Noormannen in het Frankische rijk valt hun zogenaamd optreden in het midden van Nederland zelfs buiten elk militair of territoriaal verband. De Franse historici stellen de definitieve bezetting van Tournehem en omgeving op het jaar 857, precies hetzelfde jaar dat de dokumenten van het bisdom van St. Willibrord de verwoesting van Trajectum en de vlucht van de bisschop meedelen. Van plunderingen in Utrecht door de Noormannen is nooit iets gebleken, tekstueel niet en archeologisch niet. Zie bij
    Citaten.

    Terug naar boven.


    Enkele detail uit teksten, die in Wijk bij Duurstede nooit gepast hebben:

  • In de 7e eeuw had Dorestad een muntatelier, toen Madelinus onder koning Pepijn muntmeester was. De opgravingen hebben zonneklaar aangetoond dat Wijk bij Duurstede in de 7e eeuw niet bestond. Van een muntatelier is ook nooit iets gevonden. Madelinus was daarvoor muntmeester van Trith-Saint-Léger bij Valenciennes, ook Trajectum geheten. Zijn Trajectum was beslist niet Utrecht, dat in de 7e eeuw ook niet bestond en waar de vroegere Romeinse resten diep onder water lagen.
  • 638-678: de Geograaf van Ravenna schrijft: "De Renus stroomt in de Oceaan onder Dorestad in het land der Friezen". Slechts door de Friezen tot in Zuid-Holland te laten wonen, waar nooit ook maar één spoor van hen gevonden is, meent men dit in Nederland te kunnen plaatsen. Dan nog kloppen de details niet in Nederland, want Wijk bij Duurstede ligt niet aan de kust en de plaats waar de Renus in de zee stroomt was toch bij Lugdunum (dat achtereenvolgens Leiden, Katwijk of de Brittenburg was)?
  • 687: Pepijn II verslaat de Frisones bij Testracium (is Tertry bij Péronne) en bij Dorestad (is Audruicq), waardoor de missie onder de Frisones mogelijk werd. Tertry en Audruicq liggen zo'n 150 km van elkaar. Maakt men van Dorestad Wijk bij Duurstede, dan legt het leger van Pepijn II tussen de 2 veldslagen ruim 400 km af. En dat tart alle wetten van de krijgslogica. Wat kwamen de Friezen in Tertry zoeken als ze in Friesland woonden?
  • 716: Bonifatius arriveert vanuit Engeland op gunstige wind in Dorestad en begaf zich vervolgens naar Trajectum. Deze tekst heeft in Nederland nooit gepast, aangezien men per schip over de Rijn eerst Utrecht en pas daarna Wijk bij Duurstede bereikt. Een enkele historicus wil het onmogelijke toch mogelijk maken door Bonifatius via de Lek te laten reizen. Maar de Lek bestond in 716 nog niet. De Lek is ontstaan na de afdamming van de Oude Rijn bij Wijk bij Duurstede, wat in 1122 gebeurde. Zie bij Lek.
  • 754: de zalige St.Gregorius, arbeidde in Dorestadum en in Fresia. Archeologisch is het bestaan van Wijk bij Duurstede in 754 nooit aangetoond. St.Gregorius was de opvolger van St.Bonifatius.
  • 779: Karel de Grote gaf tolvrijheid voor de was van kaarsen aan de abdij van St.Germain-des-Prés (bij Parijs) in Rouaan, Amiens, Trajectum, Dorestad, St.Maixence en overal in het land van Parijs, de gouw van Troyes en het land van Sens. Het betrof hier dus zeer plaatselijke handel van was voor kaarsen van het klooster. Trajectum en Dorestad precies in de juiste volgorde genoemd tussen alleen maar Franse plaatsen. Wijk bij Duurstede ligt dan buiten elke orde van logica en redelijkheid en ligt evenmin in het land van Parijs, de gouw van Troyes of het land van Sens.
  • 828: Keizer Lodewijk geeft tolvrijheid aan de kerk van Straatburg in alle steden en burchten, behalve te Quentovicus, Dorestadum en Sclusas. Dorestad wordt tussen 2 kustplaatsen in Frans-Vlaanderen genoemd. In de jaren 873 en 974 wordt deze tolvrijheid bevestigd in nieuwe oorkonden met letterlijk dezelfde tekst. Dat sluit Wijk bij Duurstede ten ene male uit, want dat was (volgens de traditie) in 863 ten onder gegaan. Met enige nadruk moet hier vermeld worden dat Dorestad zeker tot 974 onder dezelfde naam in de bronnen blijft voorkomen.
  • 834: de kroniek van St.Bertins, de abdij van St.Omer, vermeldt dat de Noormannen vanuit Frisia over Vetus Trajectum naar de haven Dorestad kwamen en alles plunderden, vele van de onzen doodden of gevangen namen en een deel van de stad verbrandden. Deze kroniek noemt de slachtoffers van de Noormannen enkele malen "de onzen", ofwel Dorestad moet vlak bij St.Omer gelegen hebben.
  • 834: de Noormannen verzamelden zich als het zand van de zee, staken de zee over en vielen de plaats Dorestad aan, die zeer groot was en waar zich wel 55 à 60 kerken bevonden. Deze stad vernielden en verbrandden zij geheel en met veel gevangen en veel buit vertrokken zij. Deze tekst maakt niet alleen duidelijk waar de Noormannen vandaan kwamen (van de overkant), maar ook dat er veel kerken waren in Dorestad. In Wijk bij Duurstede is van geen enkele kerk ooit iets teruggevonden, terwijl er toch minstens enkele gestaan moeten hebben.
  • 834: Een vrome vrouw Fridburg had haar dochter Cathla opgedragen om naar Dorestad te gaan en daar haar geld uit te delen aan de armen. "Daar zijn veel kerken, priester en geestelijken en een menigte armen", vermeldt de tekst. Van kerken, kloosters en een grote bevolking is in Wijk bij Duurstede nooit iets gebleken.
  • 877: de bestuurlijke zaken van het bisdom Trajectum werden verplaatst naar Dorestad. Ook deze tekst sluit Wijk bij Duurstede uit, dat immers in 863 definitief verwoest en ontvolkt was (volgens de traditie).
  • 898: Koning Zwentibold bevestigt de tienden uit bedrijven, tol en handel, ook voor de oevers van Dorestad. Ook deze tekst sluit Wijk bij Duurstede uit.
  • 948: Koning Otto I bevestigt alle schikkingen van zijn voorgangers aan de kerk van Trajectum verleent, ook uit alle zaken in de villa eertijds Dorstedi nu echter Wick genoemd. Deze oorkonde kan dus niet over Wijk bij Duurstede gaan, dat immers in 863 definitief verwoest werd en niet meer werd opgebouwd (volgens de Nederlandse traditie).

    Uit bovenstaande teksten blijkt dat de traditionele opvattingen over Wijk bij Duurstede geheel onhoudbaar zijn.

    Volgens de traditie is Dorestad in Nederland (te Wijk bij Duurstede) in 863 definitief ten onder gegaan. In een akte van Koning Zwentibold uit 896, waarin de rechten en vrijheden te Dorestad worden genoemd, kan het dus niet over Wijk bij Duurstede gaan. Dorestad bestond immers niet meer volgens de Nederlandse traditie.

    Het is ook nooit aannemelijk gemaakt dat een stad halverwege de kronkelige Kromme Rijn gelegen uit kon groeien tot een "wereld"beroemde zeehaven. Waarom werd Utrecht dat niet, dat eerder bereikt wordt vanuit zee en dat bovendien een bisschopszetel had? (Volgens de traditie).

    In tegenstelling tot de gangbare opvatting was Dorestad geen handelsnederzetting met een verzorgende functie voor een achterland. Dat wordt tegengesproken door de gegevens over het gevonden aardewerk. Een echte stad was het niet. (Bron: A.Verhoeven)
    Dit is dus een zeer belangwekkende constatering van Verhoeven, wat onmiskenbaar het gelijk van Albert Delahaye inzake Wijk bij Duurstede aantoont.
    Hoewel Verhoeven Wijk bij Duurstede steeds traditioneel en foutief Dorestad noemt, spreekt hij de gangbare opvattingen radikaal tegen. Hij concludeert dat, op grond van het aangetroffen aardewerk, Wijk bij Duurstede geen handelsnederzetting geweest is. In Wijk bij Duurstede hebben geen pottenbakkerijen bestaan, slechts kleinschalig werden potten gemaakt voor eigen gebruik. Ook ontbreekt voor Wijk bij Duurstede een achterland, volgens Verhoeven. Maar wat nog belangrijker is, de voorgeschiedenis van Wijk bij Duurstede ontbreekt.


    Terug naar boven.


    Wijn, gekocht in Parijs, werd door Friese en Saksische handelaren, via de haven van Dorestad vervoerd en verkocht in York! (Bron: E.Vanneufville, p.85). Zet dit eens uit op een kaart en het onlogische blijkt meteen. Zeker als je weet dat de Friese en Saksische handelaren langs de Kanaalkust woonden.



    Plundering door de Noormanen? Daar is geen enkele bewijs voor!

    Gezien de traditionele opvattingen zouden de Noormannen diverse keren Nederland geplunderd hebben. Buiten Dorestad en Nijmegen worden in de Nederlandse traditie geen andere plaatsen genoemd die geplunderd zou zijn.
    Dorestad is zelfs meerdere keren door de Noormannen geplunderd. Als zeehaven was het een makkelijk te bereiken doelwit, en als handelsplaats viel er zeker wat te halen. Dorestad is enkele keren platgebrand door de Noormannen. Van die brandsporen is in Wijk bij Duurstede NIETS teruggevonden. Ook van de handelsplaatst is niets gebleken dan die ene broche en enkele gouden munten. Maar met goeden munten werd niet gehandeld, dat werd gebruikt als beleggingsmiddel.
    In de berichten over de Noormannen wordt Dorestad steeds genoemd met Trajectum en Noviomagus. De vondsten van Wijk bij Duurstede zouden op zijn minst 'gedekt' moeten worden door vergelijkbare vondsten in Utrecht en Nijmegen. Maar ook in deze plaatsen ontbreekt elk spoor van plundering door de Noormannen.
    De terechte vraag blijft: "Wat hebben ze er geplunderd als er niets was?" Er is immers geen spoor van bewoning uit die tijd! En waarom vinden we van die plunderingen geen sporen terug? Of hebben de Noormannen na het plunderen als zorgvuldige criminelen ook al hun sporen uitgewist? zoals een professor van een Nederlandse universiteit zelfs durfde te stellen, wegens het ontbreken van enig archeologisch relikt!
    Als we zo de traditie moeten redden?


    "De Noormannen voor Dorestad"
    , schoolplaat van J.Isings. Hoewel de stad die volgens een geschreven bron 55 à 60 kerken had, door de Noormannen volledig verwoest is, heeft men er in Nederland géén spoor van teruggevonden.
    De R.O.B. (Rijksdienst voor Oudheidkundig Bodemonderzoek) heeft er een miljoenen kostend onderzoek aan besteed om de stad terug te vinden. Helaas, men zocht op de verkeerde plek (dat staat ook zo in het verslag van deze opgravingen). Dit is een zeer juiste opmerking, hoewel deze niet zo bedoeld was. Had men maar meteen op de juiste plaats gezocht: in Noord-Frankrijk (in Audruicq), niet ver van de 'thuisbasis' van de Noormannen: Normandië!


    Het te Dorestad gevonden aardewerk is onmiskenbaar afkomstig uit het Rijnland, waar vermoedelijk ook de eerste bewoners vandaan kwamen. De veronderstelde handel ging dus de andere kant op: richting Dorestad en niet vanaf Dorestad. Dat bevestigen ook de vele wijnvaten die later als beschoeiing van putten hebben gediend. Die wijn kwam ook uit het Rijnland. Het bevestigt geenszins de veronderstelling dat Wijk bij Duurstede die belangrijke handelsplaats Dorestad geweest zou zijn. Wijk bij Duurstede blijkt een dorp van vissers en jagers geweest te zijn, wat helder blijkt uit de massa's ter plaatse gevonden dierbeenderen. En die vissers en jagers lusten bij hun maaltijd blijkbaar ook wel een wijntje. Het waren dus gewone "Hollanders" die hebben genoten van hun vlees, vis en wijn.
    De eerste Nederlandse geschiedschrijvers noemen de plaats Dorestad niet. Wel spreken ze over een dorp van vissers en jagers, Muna (of Munna). Is dit misschien de naam van de eerste nederzetting te Wijk bij Duurstede?

    Terug naar boven.


    Dorestad is Audruicq (Ouderwijk)!
    De plaats Dorestad heeft na de verwoesting van de Noormanen een vervolg gekend en was niet, waar men in Nederland altijd van uitging, in 863 volledig verwoest. In verschillende kronieken wordt Dorestad ook na 863 nog steeds genoemd. In een akte uit 974 wordt de reeds vroeger verleende tolvrijheid voor Dorestad bevestigd. Deze akte paste nooit in de Nederlandse interpretatie en is dan ook altijd stilzwijgend onder tafel gehouden. Het oude Dorestad heeft een bewoningscontinuïteit en heet nu AUDRUICQ, een plaats in Frans-Vlaanderen. De naam Audruicq (in het Nederlands: Ouderwijk) is via Dorewic (In het Bretons betekent 'dor' porte ofwel haven. Dore=poort/haven, wic-vicus=plaats/stad), Olderwic (Vetus Wicus het Oude Wicq, Oudore-wic, rond 1300 Aldervicum geheten) en Ouderwick/Ouderwijk, rechtstreeks van Dorestad afgeleid en heeft vanzelfsprekend zoals alle plaatsnamen sinds de 7e eeuw, een verandering ondergaan. Hierbij heeft ook de Engelse bezetting van Calais en omgeving (van 1347-1558: dat is 210 jaar) grote invloed gehad op de toponomie van veel plaatsnamen in dit gebied. De naam van Calais zelf mag als voorbeeld dienen, dat in vele vormen en schrijfwijzen voorkomt in diverse teksten zoals: Chanelaus, Calisia, Calesium, Calesetium, Calesum, Calesse, Callais, Callays, Calones, Kalés, Kales, Kalees, Kalesium, Kalet, Kaleis, Kaleeis, Caletes, Caleys, Calez, Cales of Calaisis en Calais.
    De letterinversie van Dore- naar Older- heeft enkele Nederlandse en Vlaamse toponymisten (o.a. Gysseling) wel eens de kreet "onmogelijk" ontlokt. Nu is in etymologie niets onmogelijk, zeker niet toen er nog geen vastgestelde spelling bestond, dus dat uitgangspunt is al fout. Bovendien komen we in de Franse "Tables des Formes Anciennes" vele vergelijkbare voorbeelden tegen, waarbij de D- verdwijnt, zoals: Dostervilla - Ostreville (let ook op de letterinversie -ster met -stre), Daustrel was voor de 16e eeuw Ostrel, Dolhain - Olhain, Desprites - Espitre (ook hier een letterinversie -prite met -pitre), Dannemois - Annemois, Odreia Villa - Orville; waar een letter van plaats verwisselt of zelfs verdwijnt: Odria - Ordre, Odenacre - Denacre; of wordt toegevoegd: Ouvrin - Douvrin, Offine - Doffine, Odlant -Audelant, Omicourt - Domicourt; of de naam vertaald wordt: Olderkirke - Veille Eglise, Oldervuic - Audruicq (Steeds wordt de oude naam eerst genoemd, de huidige naam als tweede). Let bovendien op de V en de U, welke letters in oude handschriften ook voorkomen als VV en UU (double V in het Frans en double U in het Engels). Het heeft op meerdere plaatsen al tot heftige discussies geleid, zoals bij de Romeinse naam Ceuelum (is Cevelum en niet Ceuclum) op de Peutingerkaart.
    Het is dus zaak om bij etymologie en toponymie dus niet te snel "onmogelijk" te roepen.

    Ook in het Nederlands komt letterinversie (metathesis) regelmatig voor, zoals bij het insect wesp, dat in Brabant in het spraakgebruik een weps heet of bij de plaatsnaam Nispen dat in de volksmond ook Nipsen genoemd wordt, of Gulpen dat in 't Limburgs Gullepe heet. Er zijn meedere voorbeelden te geven in de toponymie waarbij plaatsnamen geheel andere schrijfwijzen kennen of toevoeging of verdwijning van letters voorkomt. In Friesland en Limburg zijn voorbeelden te over. Leeuwarden kennen we ook als Ljouwert, Sneek als Snits, Ransdaal heet in Limburg Ranzel, Wijlre is dezelfde plaats als Wielder. In de toponymie bestaat dus geen onmogelijk zoals Gysseling graag beweerde.

    Het taalverschijnsel van letter- en/of klankverwisseling is bekend onder de naam Metathese, beter bekend als metathesis (van het Grieks meta, na en tithenai, plaatsen). Het is een fonologisch proces waarbij er transpositie (verwisseling van plaats) van klanken (fonemen) of syllaben (lettergrepen) in woorden plaatsvindt is een bijzondere vorm van klankverschuiving, en in de geschreven taal tevens een vorm van metaplasma.
    Een toponymisch voorbeeld betreft de plaatsnaam Nijmegen, in het Nijmeegs: Nimwèège en in het Duits: Nimwegen geheten. Nimegen is een afleiding van Nieu(w) meghen. De metathesis heeft hier plaatsgevonden in het lokale dialect, het Nijmeegs (lokale naam: Nimwaegs oftewel Nimweegs). Een minder in het oog lopend voorbeeld is Kerstmis, waarvan de stam op Christus teruggaat. Het zou dus Kristmis moeten zijn i.p.v. Kerstmis.

    Het in Franse bronnen genoemde Dorestad(um) werd in Nederland geïnterpreteerd als Wijk bij Duurstede. Immers, als men Karel de Grote naar Nijmegen haalt, St.Willibrord naar Utrecht en men de Noormannen deze gebieden laat plunderen, dan moet ook Dorestad hier ergens gelegen hebben. Dorestad was middels de teksten over de Noormannen onlosmakelijk met Noviomagus verbonden.

    Met een leesfout schrijft men geschiedenis.
    In Wijk bij Duurstede trof men resten van een oude nederzetting aan. Het verkeerd lezen van de oorkonde uit 777 waarin sprake is van Renus en Lokkia, dat zonder verder onderzoek als Rijn en Lek 'vertaald' werd, deed de rest. De opgegraven nederzetting in Wijk bij Duurstede lag toch precies op de splitsing van Rijn en Lek? Maar dat staat juist niet in die akte uit 777. Het gaat daar om een eiland tussen Renus en Lokia, niet over de plaats Dorestad. De voorbarige conclusies werden snel getrokken en zijn nog steeds uitgangspunt van de aangenomen geschiedenis, ook al bevestigen alle archeologische vondsten de gangbare geschiedenis allerminst, sterker: spreken deze zelfs tegen.

    Nu is aangetoond dat het Noviomagus van Karel de Grote niet Nijmegen was en het Trajectum van St.Willibrord niet Utrecht geweest kan zijn, zal ook Dorestad in de authentieke streek geplaatst moeten worden.

    St. Willibord, apostel van de FRIEZEN, heeft nooit in Utrecht gezeteld, maar had zijn missie-bisdom in Frans en Belgisch Vlaanderen. Daar woonden de Fresones. In zijn tijd woonden er geen Friezen in het midden en noorden van Nederland, dat immers een overstroomd wadden-gebied was.
    Het
    ALMERE, waaraan Dorestad lag, was niet de Zuiderzee, maar het bevond zich in het noord-westen van Frankrijk. En: Wijk bij Duurstede ligt niet aan het IJsselmeer.

    Het is toch niet uit te leggen dan een zo belangrijke ZEEhaven halverwege een erg kronkelige rivier (de Oude Rijn) landinwaarts gelegen zou hebben? Op een knooppunt van wegen? Welke wegen? Aan de Lek? De Lek bestond nog niet ten tijde van de Oude Rijn. Van de grote stad Dorestad (de stad had volgens teksten wel 55 à 60 kerken.) is in Wijk bij Duurstede niets teruggevonden. Wel is een 10e/11e eeuwse nederzetting van vissers en jagers teruggevonden, precies zoals de kroniek van Kamerijk het meedeelt. Het is nooit archeologisch of middels klassieke schriftelijke bronnen aangetoond dat dit boeren en vissersdorpje het Karolingische Dorestad geweest zou zijn. Er ontbreken enkele kerken en 4 eeuwen bewoningsgeschiedenis vanaf de 7e eeuw!



    Op de foto: de oude St.Nicolaaskerk van Audruicq.
    Terug naar boven.



  • De namen van de nieuwe stad ALMERE en die van de FLEVO-polders zullen tot in lengte van jaren de afstraffing vormen voor de manier waarop de historische wereld van Nederland het vak van de historische geografie bedrijft. Het Almere en het Flevum waren verschillende namen voor dezelfde zeebaai in Noord-west Frankrijk. Het Flevum of Fle is ook de naamgever van Vlaanderen via Flelandria, Flandria en Vlaanderen.
    Ook in het verdere verleden ging men zonder gehinderd te worden door enig historisch besef vaak klakkeloos om met het toepassen van oude namen in nieuwe gebieden. Kon men er vroeger begrip voor hebben, immers men wist niet beter, tegenwoordig is dit onacceptabel.

    Ook Biddinghuizen is zo'n voorbeeld van een nieuw dorp (uit 1963) dat een oude naam uit de 9e eeuw opgeplakt kreeg. Dat is met meerdere plaatsen in Nederland gebeurd. Zie bij plaatsnamen.

    Kaart van de plaatsen en rivieren uit de akte van 777, waarop Het Almere of Flevum aangegeven is. (Klik op de kaart voor een vergroting.)


    Terug naar boven.


    Conclusies:

    We kunnen het niet genoeg benadrukken, maar de kenmerken van Dorestad die in de bronnen genoemd worden zijn niet toepasbaar op de opgegraven nederzetting in Wijk bij Duurstede.
    De beschrijving van de nederzetting in Wijk bij Duurstede voldoet niet aan wat van Dorestad bekend is. Ook de naam 'Dorestad' is afkomstig uit diezelfde bronnen.

  • Dorestad was een wereldstad met een internationale marktplaats. Er werd handel gedreven met Birka en Haithabu! Opvallend niet met Frankrijk? Neen, omdat Dorestad zelf in Frankrijk lag.
  • Dorestad was een grote en rijke stad, met eigen muntslag en luxueuze producten. Daarvan is in Wijk bij Duurstede op een beschadigde broche na niets gebleken. En die enkele Dorestad-munt vormt geen enkel bewijs te gunste van Wijk bij Duurstede. Dorestadmunten zijn door heel Europa gevonden. Wat ze elders niet bewijzen, bewijzen ze ook niet in Wijk bij Duurstede.
  • Dorestad was een handels- en havenstad. Wijk bij Duurstede lag op een onmogelijke plaats, in een moeilijk toegankelijk moerasgebied, zonder achterland. Dat moeilijk toegankelijke moerasgebied was juist een ideale schuilplaats voor rovers en crimineel gespuis en werd zo een roversnest dat op last van de Duitse keizer in 1018 vernietigd werd. De gevonden broche bewijst deze stelling en vormt een bewijs ten gunste van Albert Delahaye. Het was een buitgemaakt sieraad dat niet gedragen werd, maar in dit roversnest als trofee op een deur werd gespijkerd.
  • Dorestad was een stad, Wijk bij Duurstede een dorp met lintbebouwing. In Wijk bij Duurstede is geen ommuring aangetroffen waarvoor "de uitvlucht verzonnen is, dat het de handel zou belemmeren". Deze uitvlucht geeft al aan dat degene die dit verzon, geen verstand heeft van de stedelijke ontwikkeling in de Middeleeuwen.
  • Bij de opgravingen in Wijk bij Duurstede wordt geen onderscheid gemaakt in tijd, bewoning, ruimte en bouwwijze. Alles wordt op één hoop geveegd, waardoor men op een omvangrijke bevolking komt, zelfs meer dan in Utrecht. De denkfout die hierachter schuilt is wel duidelijk. Anders kon je niet tot een omvangrijk dorp.
  • De honderdduizenden scherven zouden wijzen op een omvangrijke handel. Was Wijk bij Duurstede dan een eindstation? Werd er niet gehandeld in hele potten? En waar zijn die gevonden? Of ging het toch om geroofde waar die ter plaatse geconsumeerd werd en waarna de potten sneuvelden. Retourzendingen blijken al evenmin aangetoond.
  • Bij de strijd om Dorestad in 695 is sprake van een Romeins Castellum. Dat is in Wijk bij Duurstede nooit gevonden. Een Frankisch Castrum al evemin.
  • De Noormannen hebben Dorestad regelmatig geplunderd. "Libera nos a furore Normannorum" werd er gebeden. Van plunderingen, moordpartijen en brandstichtingen is in Wijk bij Duurstede geen spoor gevonden, vandaar dat van de Vikingen een vreedzaam handelsvolkje gemaakt wordt, wat in tegenspraak is met alle geschreven bronnen. Overigens wordt in geen enkele bron uit de 9e eeuw gesproken over Vikingen. Dat was een geheel ander volk dan de Northmanni.
  • Dorestad had meerdere kerken. Ook daarvan is in Wijk bij Duurstede niets gevonden. En aangezien sinds de tijd van St.Willibrord de kerken in steen werden gebouwd, zeker in een rijke stad, is 'de uitvlucht' dat het een houten kerkje betrof, een volgende doorzichtige mythe.
  • De loopplanken of aanlegsteigers worden nu toch voor de palen van paalwoningen gehouden. Zie afbeelding van de Vereniging Oud-Utrecht bij Munna. Deze verandering van voortschrijdend inzicht geeft precies aan dat het bij Wijk bij Duurstede om een plaats van vissers en jagers ging. Dat verklaart ook het grote aantal graten en botjes die juist onder die 'steigers' gevonden werden. Op de plaats waar geconsumeerd werd, bleven de restjes achter. Het bevestigt tevens de transgressies, ofwel de overstromingen in dit gebied.
  • De geografische feiten in de teksten genoemd zijn niet toepasbaar op Wijk bij Duurstede. Als voorbeeld kunnen we het jaar 863 noemen. De Noormannen vallen Cologne aan, vervolgens Dorestad en op hun terugtocht nogmaals Cologne. Met de toepassing op Keulen, Wijk bij Duurstede en nogmaals Keulen zouden de Noormannen uit het zuiden (van Duitsland?) gekomen zijn. Met de toepassing op Cologne (bij Calais), Audruicq en weer Cologne, zoals Albert Delahaye stelt, kwamen de Noormannen uit het noorden en vanuit de zee.
  • Volgens de Nederlandse opvatting zou Dorestad na 863 uit de geschiedenis verdwijnen en hield het op te bestaan. Daarmee kunnen we vaststellen dat de vermeldingen van Dorestad in de jaren erna dus niet over Wijk bij Duurstede gaan, maar over het echte Dorestad.

    Het komt er in het kort op neer dat.......
    ......... toen de foutieve locatie van St. Willibrord te Utrecht eenmaal was gemaakt, wat voor het eerst in de 12e eeuw gebeurde en pas in de 14e eeuw begon door te werken, werd aan de hand van de tekst uit het leven van St. Fredericus aangenomen, dat Wijk en Dorestadum identiek waren. Ook in andere bronnen kon men lezen, dat zich dicht bij de zetel van St. Willibrord de grote plaats Dorestadum had bevonden, die ook Wic werd genoemd. Men keerde de zaak eenvoudig om en maakte van Wijk maar even Dorestadum. Zo simpel zit de mythe van Wijk bij Duurstede in elkaar. Toen had men "Baarlijke Nonsens" moeten roepen, zoals Van Es deed toen de correctie en juiste voorstelling wordt aangereikt. Die slag met de pet zijn de historici zonder voorbehoud en zonder enig onderzoek blijven volgen; zij hebben klakkeloos de stelling van een amateur aanvaard uit een periode dat de historie nog niet als wetenschap bestond, om nog te zwijgen van de totaal onbekende regels van de historische geografie. Volslagen onbegrijpelijk is, dat men later nooit aanleiding heeft gevonden tot een nieuw en kritisch onderzoek, daar verschillende oudere schrijvers zeer zware argumenten tegen de interpretatie hadden ingebracht en de mythe eigenlijk toch heel doorzichtig is.

    Zie de bevindingen van andere historici bij Citaten, hoofdstuk 9: Wijk bij Duurstede en de Noormannen.
    Terug naar boven.

    Bestel en lees het boek "De Ware Kijk Op" en oordeel zelf.