Terug naar de beginpagina. Naar het overzicht in het kort.

De Fresones, de klassieke Friezen.

Van de 955 geïnventariseerde terpen in Friesland zijn de meesten van na het jaar 1000. Slechts enkelen zijn ouder. De tekst van Plinius (zie daar) heeft dus geen enkele betrekking op Friesland. In de tijd van de Romeinen waren daar geen terpen.

De gangbare geschiedschrijving lokaliseert van de 7e tot de 9e eeuw het grote volk van de Fresones in het Nederlandse Friesland. Het was een machtig volk en derhalve zo groot in getal, dat het in een langdurig conflict met de Franken stand kon houden. Waar in Friesland heeft dat volk gewoond? Uit deze periode levert de archeologie ons enige terpen op, waar toch moeilijk zo'n groot volk gewoond kan hebben. Juist in deze periode hadden de transgressies een nieuw hoogtepunt bereikt.


(Klik op het boek om hier meer over te lezen.)

De Friezen. De vroegste geschiedenis van het Nederlandse kustgebied.
Met dit boek uit 2013 probeert Luit van der Tuuk de traditionele opvattingen die bestaan ten aanzien van de Friezen, weer eens te onderstrepen.
Het is onvoorstelbaar dat iemand die zoveel zegt te weten over de geschiedenis van de Friezen, met een boek durft te komen waarin hij de traditionele opvattingen tegenspreekt en tegelijk toch weer bevestigt.

Dat hij slechts de traditonele opvattingen verdedigt blijkt al uit de literatuurlijst. Bij hem vind je geen referenties naar auteurs als Delahaye, Boidin of Vandermaele. Door hun standpunten te negeren is het wel erg gemakkelijk de tradities als enige waarheid te hanteren.

De geschiedenis van het Nederlandse Friesland begint met een vervalsing: het Karelsprivilege.
Het Karelsprivilege is een voorrecht dat Karel de Grote zou hebben geschonken aan de Friezen als dank voor de steun bij de inname van Rome. Daarvan is historisch geen enkel bewijs gebleken, laat staan dat er een privilege zou zijn gegeven aan de Friezen. Ook dat zou zeer ongebruikelijk zijn geweest. De originele oorkonde die daarover bestaan zou hebben bestaat niet (meer?). We bezitten slechts een kopie uit de 15e eeuw, wat de tijd van het ontstaan perfect aangeeft.

De traditie van het Nederlandse Friesland gaat niet verder terug dan die van de vlag en het wapen.
Een eerste verwijzing naar een Fries wapen wordt gevormd door een vaandel dat afgebeeld staat in de “Brabantse Kroniek”, een manuscript uit 2e helft van de 14e eeuw. Het vaandel of banier is blauw met twee gaande, aanziende gele leeuwen en het veld bezaait met witte penningen. Dit is dus de eerste en originele Friese vlag!
De huidige vlag krijgt pas in de laatste kwart van de 19e eeuw een vaste vorm en is ontstaan op particulier initiatief. Het ontwerp was gebaseerd op een, in die tijd populaire, afbeelding uit de kroniek van Winsemius (1586 - 1644) van het z.g. "oude" Friese wapen met de schuinbalken, al dan niet met harten of plompebladen.



Het wapen met de gaande leeuwen sluit wel aan bij de leeuwenwapens zoals die van Bordeaux langs de Noordzeekust richting Noord-Duitsland, Engeland en Denemarken voorkomen en waarin één, twee of drie gaande leeuwen staan. Pas ca.1475 duikt er in een Frans wapenboek een wapen van de ”Koning van Friesland” op. Dit is het eerste wapen met schuine balken en harten, dat aan een Friese koning wordt toegedicht. Deze afbeelding is de oudste weergave van het wapen dat later het wapen van de Ommelanden zou worden. Dit wapen heeft een blauw veld, dat beladen is met drie zilveren schuinbalken. De balken worden (in het blauw) vergezeld van negen rode (rechtopstaande) harten.



Het eerdere wapen met de twee aanziende leeuwen zal later dat van West-Friesland worden, terwijl het huidige "westerlauwers" Friesland ca. 1494 een variant krijgt op het wapen met de aanziende leeuwen.
Pas in 1957 wordt de vlag en het wapen door Provinciale Staten officieel vastgesteld.
Het wapen en de vlag van Friesland zijn dus aantoonbaar uit het zuiden afkomstig. De "Nederlandse" leeuw is net zo Vlaams als veel plaatsnamen in Friesland.


De gothische St.Wulfram kathedraal van Abbeville.


Klik op de afbeelding voor een vergroting.

Een opmerkelijk maar veelzeggend voorbeeld van een mythe in de geschiedenis van Friesland.
In het artikel hierboven is sprake van een afbeelding van "een Frieze edelman" die van een Kroatische veldheer blijkt te zijn. Friesland kent meer van dergelijke "geleende" historische mystificaties. Zo blijken de eerste "graven van Friesland" die van Vlaanderen te zijn, blijkt Bonifatius bij Duinkerke vermoord te zijn en woonden de klassieke Friezen in Frans- en Belgisch-Vlaanderen en blijkt de Noormannenschat van Winsum zo vals als wat te zijn.
Het is tekenend voor de wijze waarop Friesland met haar geschiedenis omgegaan is.
Graaf Robert de Frise, de eerste edelman die zich 'Frise' noemde, is begraven in Cassel, zijn thuisland.

De klassieke Friezen slaan op de vlucht voor oorlogsgeweld. Wanneer hele dorpen door de Noormannen worden platgebrand blijven slechts twee mogelijkheden over; of vertrekken of onmiddellijk aan de heropbouw beginnen. De Vlaamse Friezen zijn in hun overgebleven boten gestapt en zijn noordwaarts gevlucht om dat ze wisten dat daar:
1. droge grond was, die hetzelfde was als de grond uit hun thuisland dat ze verlieten,
2. deze grond vrij was omdat er niemand woonde
3. de Noormannen niet uit het noorden kwamen maar uit Normandië. Zij vluchtten hun vijand toch niet tegemoet?
De Vlaamse graven wisten evengoed als hun zeevarend volk dat de drooggevallen en onbewoonde gronden leken op de vlakte die zij verlieten. Het volk had een nieuw thuis nodig en de leiders rijfden de grond en de belastingen binnen want het feodaal stelsel was in zwang. Niets is dan eenvoudiger dan de oude namen mee te nemen. Daar de taal geen probleem was is ook die in stand gebleven.


Actueel!

In het Algemeen Dagblad werd de nieuwe film over de Friese koning Redbad besproken. Daarop reageerde ik met een ingezonden brief op 26 juni, waarna op 29 juni een reactie kwam van ene Johan Hermes uit Rotterdam. De door mij ingediende repliek werd in het AD aanvankelijk zonder opgave van redenen niet geplaatst. Na enkele emails aan de redactie van het AD werd er als reden opgegeven dat "het artikel te lang zou zijn voor een onderwerp waarin vermoedelijk een beperkt deel van onze lezers geïnteresseerd is". Mijn repliek op Johan Hermes kunt U hieronder lezen.


Klik op de afbeelding voor een vergroting.


Klik op de afbeelding voor een vergroting.
Mijn repliek op de ingezonden brief van Johan Hermes.

Of St.Willibrord zich om zou draaien in zijn graf, zoals Johan Hermes uit Rotterdam stelt, is mijn vraag: in welk graf? Dat van Echternach dat uit de 12e eeuw stamt (dat staat archeologisch vast) of dat in Abbeville waar hij volgens oudere schriftelijke bronnen begraven zou zijn? Of is zijn derde schedel die in Aken bewaard wordt de echte van St.Willibrord? Overigens als hij zich nogmaals omdraait in zijn graf dan zou hij weer 'goed' liggen. Immers St.Willibrord heeft zich reeds omgedraaid toen hem een aankomst in Katwijk en een verblijf in Friesland in de schoenen werd geschoven, terwijl hij zelf schreef dat hij in FRANCIA aankwam en daar missioneerde. De plaats waar nu de Kanaaltunnel ligt was al sinds Julius Caesar (en lang daarvoor) dè oversteekplaats naar en van Engeland. Daar "waar men de overkant ziet" staat in veel klassieke teksten. Katwijk is een fabel uit de 17e eeuw. Dat Redbad vorst van de Friezen was staat inderdaad vast, maar van welke Friezen? Het waren niet de Nederlandse Friezen uit Friesland, maar de Fresones uit Frans-Vlaanderen. Dat zich ooit op Nederlands grondgebied veldslagen tussen Friezen en Franken zouden hebben voorgedaan is nooit schriftelijk of archeologisch aangetoond. De veldslag tegen Karel Martel in 717 vond plaats in Vinciacum. Die plaats ligt niet in Nederland, maar is Inchy-en-Artois en Artois ligt zoals iedereen weet in Noord-Frankrijk. Waar zijn in Friesland de bergwouden waar de Friezen zich verborgen in hun strijd tegen de Romeinen volgens de Romeinse schrijver Tacitus? Overigens is het Frisia van Redbad hetzelfde als het Frisia uit de Romeins periode. Daarmee laat de heer Hermes zien dat hij niet op de hoogte is van de historische feiten. Laag-Nederland was in de 7e en 8e eeuw zo goed als onbewoonbaar, dat staat ook archeologisch vast. Ik zou graag van de heer Hermes de schriftelijke of archeologische bewijsstukken ontvangen, waarop hij zijn kennis baseert. Ik ken ze als 'hobby-historicus' niet. In Frans-Vlaanderen werd ook Bonifatius vermoord bij Dockynchirica (is Duinkerke) en niet in Dokkum, dat in de 8e eeuw niet eens bestond (dat staat ook archeologisch vast). Wist U overigens dat de eerste Hollandse en Friese graven, zoals Gerulf, Dirk I, II en III uit datzelfde Frisia in Vlaanderen kwamen? Dat zelfs de naam Holland uit Frans-Vlaanderen kwam, evenals het Wilhelmus, het haringkaken, molens, dijken, de klomp, de aardappel en de tulp? Hoezo Nederlandse tradities? Ik raad Hermes en andere lezers dan ook aan hun kennis eens niet te baseren op fabels uit VVV-folders of op wat men ooit op de lagere school leerde. Op mijn website www.noviomagus.info kan je veel over de Fresonen te weten komen en eventueel ook een boek aanschaffen, zodat men het hele verhaal zwart op wit heeft. Daarna wil ik best met iedereen in discussie treden, waar de rubriek ingezonden brieven niet meteen het juiste platform voor is.


De visie van Albert Delahaye.
Er moet een duidelijk onderscheid gemaakt worden tussen het klassieke Fresia (zie bij Fresia of Frisia) dat in Frans en Belgisch Vlaanderen lag en de Nederlandse provincie Friesland. Fresia was het eerste land der Friezen uit het eerste millennium, het Nederlandse Friesland is het tweede land der Friezen uit het tweede millennium, dat behalve Friesland ook de kop van Noord-Holland en een deel van Groningen omvatte.
Het scharnierpunt ligt in de 10e eeuw, toen laag Nederland vanuit het zuiden ontgonnen werd.
Over het bestaan van Friese koningen in de vroege middeleeuwen, zoals Aldgisl en Radboud, is in Nederland heel weinig bekend. Historische bronnen uit die tijd ontbreken in ons land. De verhalen zijn in de 10e eeuw meegekomen met de nieuwe bewoners van de noordelijke gebieden in ons land. Archeologisch is van deze vroege koningen in Nederland al helemaal nooit iets aangetoond.
In Frans-Vlaanderen zijn er wel koningsgraven van 3500 jaar oud gevonden te Fresnes-les-Montauban en te Fréthun, twee Friese plaatsnamen. (Bron: Callens J., De HST en de archeologie in De Franse Nederlanden, Annales 1994).
Opvallend blijft dat in de archieven in Friesland van de periode vóór 1498 weinig te vinden is. Het zijn niet meer dan schamele resten die in het Rijksarchief bewaard worden. Het beginjaar van het archief van Dokkum is 1555. Verder terug heeft men niets. Het archief in Franeker begint in 1526, Bolsward in 1544, Harlingen in 1574, Leeuwarden in 1426, Sneek in 1490, Stavoren in 1600 en IJlst in 1613. Het zijn ook voornamelijk overheidsarchieven. Veel kerkelijke archieven, waarvan het merendeel van de gereformeerde of hervormde kerken, beginnen pas tijdens de reformatie in de 17e eeuw. Het oudste kerkelijk archief in Dokkum (van de Classis Dokkum) begint in 1605. De oudste kerkelijke archieven van de Rooms-katholiek kerk zijn die in Leeuwarden en deze beginnen in 1663. Die van de parochie van de H.Bonifatius begint iets eerder in 1657. Deze bevat ook het archief van de St.Willibrordus-statie vanaf 1765 tot 1854. (Bron: de archieven in Fryslân).

Wat zijn naam, bevolking, streeknaam, plaatsnamen en zelfs riviernamen betreft, zijn het nederlandse Friesland, Groningen en West-Friesland in Noord-Holland de vrucht van een migratie uit Frans Vlaanderen. De opvattingen over de goederen van de abdij van Echternach in de Friese landen zijn ontstaan door een aantal misverstanden in de 16e eeuw. Zie daarover de Friese goederen van Echternach.

Dit geeft al aan dat veel plaatselijke gebruiken geen ver verleden kennen en pas heel laat zijn opgetekend en ontstaan. In de oudste archieven verneemt men ook niets over St.Bonifatius en Dokkum. De verering van Bonifatius in Dokkum begint pas na 1874. Dat is 11 eeuwen na dato. De Friesche Bedevaart naar Dokkum te Leeuwarden begint in 1919 en loopt tot 1953.

De Historie van Vriesland door kroniekschrijver Peter Jacobsz van Thabor (geschreven tussen 1470 en 1530, Dutch edition 1973) laat ook duidelijk zien dat de geschiedenis van Friesland pas begint in de 13e eeuw. Het eerste jaartal dat in deze kroniek genoemd wordt is dan wel 781, waarbij vermeldt wordt dat 'eerst dat Karsten (Christen) ghelove ontstanc'. Men slaat Bonifatius hier al over. Maar het volgende jaartal is 1270 'doe wort ghepredict dat heilighe cruys over de Karstenheyt'. Tussen 781 en 1270 heeft men dus NIETS, geen enkele geschiedenis in de Historie van Vriesland. Dat is bijna vijf eeuwen met NIETS.

Volgens informatie over de geschiedenis van Friesland, onder meer weergegeven in het Scheepvaartmuseum in Sneek, was vroeger in Friesland het meeste land drassig. Met koetsen, paarden en karren en te voet kwam men maar met moeite van plaats naar plaats. De tijd van 'koetsen, paarden en karren' geeft al duidelijk aan dat het over de 15e eeuw en later gaat. In de tijd daarvoor was Friesland, zoals meer gebieden in 'drassig Nederland', niet bereisbaar. Hoe St.Willibrord, St.Bonifatius en andere predikers hier dan rondgetrokken hebben, wordt door de historici dan ook nooit vermeld maar angstvallig verzwegen, aangezien wel duidelijk is dat dan de hele geschiedenis zich hier niet voorgedaan kan hebben. De vaak vermelde Friese handel begint ook pas na de 15e eeuw en kent zeker geen continuïteit vanaf de tijd van Romeinen.

In het onlangs verschenen boek van Annemarieke Willemsen (wetenschappelijk medewerkster van het Rijksmuseum van Oudheden) over de "Gouden Middeleeuwen" komt zij tot enkele opvallende bevindingen, die het gelijk van Albert Delahaye onweerlegbaar aantonen. Haar opvattingen over Nederland in de Merovingische tijd zijn opzienbarend en bevestigen de onjuistheid van de traditionele opvattingen. Zie verder bij het gelijk van Delahaye.
Zij komt tot de conclusie dat de traditionele indeling in Nederland van Friezen, Franken en Saksen niet gebaseerd kan zijn op de archeologie. De vraag is waarop dan wel? In elk geval ook net op de geschreven bronnen, zoals prof.dr.D.P.Blok (zie daar) al eerder en dus zeer terecht concludeerde.
Daarmee zet zij een dikke streep door het hele boek 'De Friezen' van Luit van der Tuuk (zie hiernaast). Het boek hoeft niet van tafel, maar moet er juist open op blijven liggen. Met dit boek is het 't beste aan te tonen dat de hele geschiedenis van het voorkomen van een 'Fries Rijk' in Nederland nergens anders op gebaseerd is, dan op enkele reeds lang weerlegde aannames.

In Archeobrief 1 van maart 2001 komen Jos Bazelmans, Menno Dijkstra en Jan de Koning tot de conclusie dat 'de Friezen genetisch misschien helemaal niet bestaan'. Het Frisia project (initiatief van de provincie Noord-Holland, dus niet van Friesland) is helaas in een pril stadium gesmoord. Schaarse resultaten en de tamelijk gematigde belangstelling van historici en onderzoekers deed het de das om. Zou het niet gewoon zo zijn dat de gematigde belangstelling voortkwam uit de schaarse en weinig aansprekende resultaten van archeologische opgravingen? Immers in Friesland is niets gevonden van het oude en omvangrijke volk van de Friezen, dat niet alleen tegen de Romeinen streed, maar nadien ook tegen de Franken. Dat ze volgens de traditie vanuit Friesland even naar Noord-Frankrijk trokken om er te strijden, is in de traditionele geschiedenis altijd een onverklaarbaar feit geweest.
Volgens Albert Delahaye is dit gemakkelijk te verklaren, aangezien de Friezen in (Frans-)Vlaanderen woonden en dus in hun thuisland tegen Romeinen en Franken streden.

Men ziet het: de plaatsen uit de berichten die in Duitsland altijd de grootste problemen hebben opgeleverd voor de lokalisatie van de gebeurtenissen, presenteren zich in het noorden van Frankrijk als vanzelf. Zie de kaart hiernaast van het oorspronkelijke Saksen- en Friezenland in NW-Frankrijk. (Klik op de kaart voor een vergroting).

Ruim 2000 teksten over de Friezen.
In tegenstelling wat historici lange tijd beweerden en nog beweren, is het volk van de Fresones (Friezen) aan de hand van zo'n 2000 teksten prima te localiseren. De onwetendheid van het bestaan van deze teksten heeft tot deze voorbarige conclusie onder historici geleid. Dit noemt men in de vaderlandse geschiedenis "kritisch tekstonderzoek". Men heeft gewoon geen weet gehad van het bestaan van al deze teksten, omdat die niet in Nederland, maar allemaal in Frankrijk zijn terug te vinden. De eerste vraag die een kritische lezer zich dan stelt is "Wat doen teksten over 'ons' volk der Friezen in Frankrijk, terwijl er geen enkele in Nederland te vinden is?"
Het antwoord is even simpel als de vraag: "De teksten zijn precies daar geschreven waar het volk der Friezen leefde: in Frans- en Belgisch-Vlaanderen."
Veel taalonderzoekers hebben niet voor niets de gelijkenis tussen de Oud-Engelse en de Friese taal benadrukt.
Hoe kon St.Willibrord de Friezen verstaan en zij hem, zoals in enkele vita vermeld staat?
Hoe kon de Friezenkoning Radboud met Wulfram de bisschop van Sens praten?

Bij de rijksverdeling in 839 wordt het hertogdom Frisia tot aan de Maas genoemd tussen het rijk van de Saksen (dat lag bij Boulogne), het graafschap Hamarland (Henegouwen) en het graafschap van de Bataven (dat was het land van Béthune). Het gaat deel uitmaken van het rijk van Karel de Kale, koning van West-Francië en het kan dus niet in of bij Holland hebben gelegen. Gerulf wordt daarbij niet genoemd. In 841 vernielen de Normanni het land tot aan Atrecht (Frans Arras), waarna de monniken van schrik vluchten met de relieken van St. Vaast door Frisia naar Engeland. Ze nemen natuurlijk de kortste weg van Atrecht naar Engeland en reizen uiteraard niet via Leeuwarden, dat toen onder water lag.

De Friezenkoning Radboud (692-720) past alleen in een Noord-Franse omgeving en buiten de loutere naam Fresia is er niets dat hem in verband kan brengen met het huidige Friesland, Holland of - wat dat betreft - met Utrecht. Voor de legendarische mislukte doop bestaat er maar één bron.
De Friese koning Radboud zou uit de doopvont gestapt zijn, toen bleek dat hij zijn niet-gedoopte voorouders niet zou zien in het hiernamaals. Die doop werd verricht door Wulfram (ook als Wulfran of Vulfran/m of Fulfran/m geschreven), abt van Saint-Wandrille (in Normandië), bisschop van Sens en voorganger en tijdgenoot van St.Willibord in de prediking onder de Frisones. Wat zocht de Friese hertog Radboud in het Franse Sens? Of anders gezegd, waar was een kerk in Friesland te vinden als de doop zich dáár zou hebben voorgedaan? Bovendien, hoe valt het te verklaren dat geen enkele Nederlandse kerk het patronaat van de zo belangrijke Friezenbekeerder Wulfram kreeg? Dat St.Wulfram vanuit het Nederlandse Friesland naar Frankrijk zou zijn gebracht na zijn overlijden, is een gevolg van dezelfde misplaatste historie. Het leven van St.Wulfram heeft zich volledig afgespeeld in Frankrijk en wel in de omgeving van Rouan, Abbeville en Sens. In Frankrijk zijn vele kerken met het patronaat van St.Wulfram. De gothische collegiale kerk (kathedraal) van Abbeville voert sinds de eerste bouw het patronaat van St.Wulfram (zie afbeelding hiernaast). Juist in deze kerk van Abbeville zijn de overblijfselen van het corpus van St.Willibrord teruggevonden. Hoe komen de relieken van "de apostel van Friesland" in Abbeville terecht? Het is een volgende aanwijzing van de onjuistheid van de Nederlandse traditie!

Wat zijn naam, bevolking, streeknaam, plaatsnamen en zelfs riviernamen betreft, is het Nederlandse Friesland de vrucht van een migratie vanuit Frans Vlaanderen. Een paar doublures zouden niets hebben betekend. Maar het overweldigend aantal getransplanteerde namen laat niet de minste twijfel bestaan over de werkelijkheid van de migratie.
In de teksten over Fresia komen niet minder dan 1600 plaatsnamen voor die in Nederland nergens te vinden zijn, maar die in het noorden van Frankrijk wél zijn aan te wijzen. Ook is er in Nederland geen enkele plaats die genoemd is naar de Friezen. In Frans-Vlaanderen is een twintigtal plaatsnamen te vinden die onmiddellijk terug gaan op de Fresonen : Fersinghem, voorheen Frisinghem; Festibert, voorheen Fristubert; Fresingahem, Fresingehem; Freskenes; Frescôte; Frémicourt, voorheen Friesmecourt; Frésicourt; Fresnicourt; Fresmessent; Fresne (komt liefst 4× voor); Fresnes-sur-Escaut; Fresnes-lès-Montauban; Fresnicourt-le-Dolmen; Fresnoie; Fresnoy (bestaat 6×); Fresnoy-en-Gohelle; Fressain; Fresse; Fressin; Fressaing; Fressincourt; Fressins; Fressinge; Fressenghe, Frissinghe (=Fresionowic uit het register uit 870, wat dus niet Vreeswijk was); Frévillers, voorheen Friesvilla; Frévin-Capelle; Frissinghe; Frisincort; Frisincourt; Frisincurt; Fresni; Fresthun; Frestubert; Fresté-les-Pernes; Fressinium; Fresville; Fressenville; Fressies; Friesen; Frisé; Frizon, voorheen Fresonium; Friesenheim, voorheen ook Frisenheim.
Overbodig is nogmaals op te merken dat er in Nederland geen enkele plaats is die genoemd is naar het oude volk der Friezen, hoewel er op dat vlak ooit iets is geprobeerd met Vreeswijk in Utrecht.

En als het begin van de geschiedenis van het volk der Friezen zich in Noord-Frankrijk heeft voorgedaan, moet ook de rest van die geschiedenis zich daar hebben afgespeeld. Alle veldslagen tussen de Friezen en Romeinen en die tussen de Friezen en Franken, hebben plaatsgevonden in Frankrijk. Te denken valt aan de slag bij Tertry (Textricum), Poitiers, (V)Inchy (Vinciacum), St.Omer (Sithu), Coyecques en Dorestad. De slag om Dorestad vond plaats in Gallia, zoals de betreffende tekst letterlijk zegt. Dat kan dus onmogelijk Wijk bij Duurstede zijn geweest, dat immers niet in Gallia lag.


Tekst uit "Overzigt van de geschiedenis der Letterkunde en Beschouwing (1822)" over "De Morini, de Menapii, Den Portus Itius, de Toxandri en de Salii" door N.Westendorp, waarbij hij al wijst op "aardrijkskundige zwarigheden". Net als op de kaart hieronder is sprake van het gebied "Francorum seu Frisiorum pars" (blauw onderstreept) dat tussen Oostende (rood onderstreept) en Greveningo ligt. "Tot onze grote verwondering" schrijft Westendorp en geeft "deze gedachte niet hoger dan voor een (ver-)gissing". Hij vat Greveningo blijkbaar op als Grevelingen in Zeeland (hij noemt de Krammer) en niet als Gravelines bij Calais, wat wel overeen zou komen met de afbeelding. Duidelijk is dat het hier over Noord-Frankrijk gaat waar immers de woonplaats van de Morini en Menapii was. Het is tevens duidelijk dat het klassieke Frisia in Vlaanderen lag.
Let ook op het S.Willebrordi (groen onderstreept, de plaats waar St.Willibrord aan land kwam) en de kop van deze kaart waar Mare Germanicum te lezen staat. Het is daarmee duidelijk aan welke zee het echte en klassieke Germania lag. (Carolus Calvis, genoemd op de legenda, leefde tussen 823 en 877).




Pas in de 10e eeuw kregen de graven van Vlaanderen delen van Nederland in bezit. Met de ontginningen van laaggelegen gebieden kwamen ook de bewoners vanuit het zuiden naar het noorden. Deze bevolking nam de namen van plaatsen, rivieren en van heiligen en andere tradities mee naar hun nieuwe woongebied, waarmee de grote spraakverwarring in de Nederlandse historische geografie begonnen is.
In Nederland is wel eens geprobeerd te stellen dat het kasteel van Radboud zich te Medemblik zou hebben bevonden. Echter het kasteel te Medemblik stamt uit de 13e eeuw (1287) en is gesticht door graaf Floris V. Het geeft wel de tijd aan waarin de Nederlandse mythen langzaam ontstonden: de 13e eeuw.

Er zijn veel teksten te vinden waarin de Friezen en Friese vorsten voorkomen, die onmogelijk in Nederland zijn te plaatsen. In Frankrijk passen ze allemaal wel. Zoals de tekst bij Einhard, biograaf van Karel de Grote.
  • Eginhardi annales : "Toen de keizer (lees: koning) Karel de Grote [in 793] de oorlog wilde voortzetten en zich naar Pannonia (in het noordoosten van Frankrijk) wilde begeven, hoorde hij dat de troepen, die Thedericus, graaf van Frisia (Vlaanderen) aanvoerde, in Rhuisti (Hestrus op 8 km noord van St.-Pol-sur-Ternoise) door de Saksen [uit Boulogne] onderschept en vernietigd waren. De koning werd er toen van overtuigd, dat hij tussen de rivieren de Radantia en de Almonum [twee in dat kanaal verdwenen stromen] een kanaal moest laten aanleggen, zodat hij gemakkelijk van de Danubius (de Aisne en niet de Donau) in de Renus (de Schelde, en niet de Rijn) kon komen, die van de ene kant al met de Danubius, van de andere kant met de Moeno (Maas) in verbinding staat. Hij liet dit werk in de herfst uitvoeren... Hij vierde kerstfeest bij St. Kilianus in Wirtziburgium (Vittarville op 25 km noord van Verdun) op de rivier de Moenum (Maas)."
    De vroeg-middeleeuwse documentatie van Fulda is uit Noord-Frankrijk afkomstig. Omdat we moeilijk kunnen aannemen dat een Friese graaf betrokken was bij het graven van een kanaal tussen de Rijn en de Donau wordt deze bron maar overgeslagen; in de juiste streek valt echter alles op zijn plaats.
    Op dezelfde plaatsen lagen al kanalen; men kon van de ene kant al van de Renus in de Danubius en de Moenus komen. Dit is dan ook de streek waarin men de kanalen van Drusus en Corbulo moet zoeken. De locatie van deze kanalen in midden Nederland is een grote farce en net zo onmogelijk als het verblijf van de Romeinen of Karel de Grote aan de Weser in Noord-Duitsland!

    Wat weten we nu feitelijk echt?
    "Het land van de Friezen (Fresones) is hetzelfde land dat ook Francia Rinensis heet en voorheen Gallia Belgica Alobrites werd genoemd." (Bron: de Ravennas, Cosmographia, IV, 24).
    Deze ene zin is feitelijk al voldoende om de hele Nederlandse traditie te weerleggen, maar er zijn meer bewijzen die de onjuistheid van de traditie aantonen.


    De Friezen woonden aan deze kant van de Renus, aldus klassieke FRANSE bronnen.

    We willen de lezers 3 opvallende archeologische bevindingen niet onthouden. Het weerlegt evenzovele mythen.
  • in Friesland zijn 955 terpen geïnventariseerd die momenteel niet allemaal meer bestaan. Uit archeologisch onderzoek blijkt dat op een terp meestal maar één boerderij stond en er slechts één familie leefde. Dan gaat het dus om een kleine 1000 weerbare mannen over een periode van ruim 4 eeuwen. Hoezo machtige Friezen die tegen de Romeinen streden en later tegen de Franken?
  • Overigens wijst hetzelfde onderzoek erop dat de meeste terpen van na het jaar 1000 dateren. Dat is dus nadat de ontginningen van laag-Nederland op gang kwamen. Waar woonden de Friezen dan die tegen de Romeinen en Franken streden?
    Het ontstaan van de terpen in Friesland sluit precies aan bij de ontginningen in laag Nederland. En dat was vanaf de 10e en zelfs 11e eeuw.
  • het oudste bootje in Friesland is opgegraven bij Tirns en stamt uit eind van de 12e eeuw. Een ouder bootje is dus nog nooit gevonden, net zo min als vele tientallen bootjes. Hoezo Friesland zeevaart- en handelsvolk? Met één bootje uit de 12e eeuw?

    De altijd opgevoerde handel van de Friezen blijkt dus een mythe te zijn. Van internationale handel is in Friesland nog nooit een spoor gevonden. Er is ook nadien geen handelsplaats ontstaan. De grote handels- en havenplaatsen lagen in Holland, niet in Friesland. Dit in tegenstelling tot Frans-Vlaanderen waar Delahaye de Friezen plaatst. Daar zijn havensteden ontstaan als Calais, Duinkerke, Boulogne, Gend, Brugge en Antwerpen. In Friesland is geen enkele internationale havenstad ontstaan. Zo gunstig voor de scheepvaart lag en ligt Friesland dus niet, afgeschermd door het waddengebied.

    Vlaanderen Vlasland.
    Het is ook een bekend feit dat het beroemde Friese laken uit Vlaanderen kwam. Daar groeide het vlas waarvan dit laken gemaakt werd. In de Nederlandse provincie groeite geen vlas, daar is de bodem veel te nat voor.
    De zware leemgronden van Haspengouw, Brabant en Henegouwen, alsook de zandleemgronden van Zuid-Vlaanderen lenen zich uitermate voor de teelt van vlas. Maar het was de Leie die de vlascultuur vooral in Zuid-West-Vlaanderen verankerde. Deze rivier beschikt immers over uitzonderlijke rootkwaliteiten en garandeert de felbegeerde hoogwaardige vezels. De bloeiende vlasindustrie zette de streek rond Kortrijk op de wereldkaart, herschiep het landschap ingrijpend en bracht al vanouds een ongekende welvaart naar de regio.
    Vooral in de Karolingische Tijd (negende eeuw) herwon de plant haar prestige van weleer. Dat blijkt onder meer uit het feit dat pachtgelden en belastingen soms in vlas werden betaald en dat er zware straffen stonden op vlasdiefstal. Vlaanderen was het vlasland van de westerse wereld.
    Met de opkomst van de steden in de tiende en de elfde eeuw ging ook de handel in vlas opnieuw floreren. Plattelanders voorzagen de poorters op die manier van textiel. In een later stadium ontstonden er in de steden ook eigen weverijen. Sommige plaatsen, zoals Kortrijk en Bergen, waren erg vermaard omwille van hun fijn linnen, waarvan zowel kledij als wandtapijten gemaakt werden. Zeker nadat in de vijftiende eeuw de figuratieve damasttechniek haar intrede deed, kenden de weverijen in die steden een gouden tijd. Bij aanvang van de zestiende eeuw reikte de vlasnijverheid van Brugge tot diep in Henegouwen.

    Hieronder een aantal teksten waarin de Fresones of Friezen genoemd worden en die onmiskenbaar over Frankrijk gaan.


    Voor meer teksten over de Friezen verwijzen we naar De Ware Kijk Op, te bestellen via deze website.

  • Het fenomeen Friesland.

    Wanneer Frisia voor de 10e eeuw in Frankrijk lag, hoe moet men dan verklaren dat het nederlandse Friesland er ook is, dat notabene dezelfde historie en dezelfde tradities claimt als het eerste Frisia. Is dat eerste Frisia dan in zijn totaliteit verhuisd? Het zou kunnen, daar de geschiedenis ons leert dat de verhuizing van een geheel volk niet onmogelijk is. Maar dit is met Frisia niet gebeurd. Hoe het precies in elkaar zit, kunnen we nagaan aan de hand van de plaatsnamen in het noorden van ons land. Er ligt een enorme import, een massale transplantatie van frans-vlaamse plaatsnamen. De lezer behoeft ze niet te gaan tellen: het zijn er 1030. Zo’n grote namen-transplantatie kan enkel afkomstig zijn van een migratie op grote schaal uit Frans Vlaanderen naar het noorden van Nederland. Dat die immigratie groot en groepsgewijs is verlopen, bewijzen de vele namen; dat kan onmogelijk gebeuren door losse personen of kleine groepjes. Het lijkt er meer op, dat hele dorpen zijn uitgezwermd naar een nieuwe streek, en dat zij daar de naam van hun vroegere woonplaats aan de nieuwe plaats hebben gegeven, overigens het normale verschijnsel bij georganiseerde en groepsgewijze migratie. Nederlanders behoeven daarvan niet op te kijken; de wereld ligt vol met Nederlandse plaatsnamen. Hebben wij misschien naast de “hollanditis” ook een infektie van ’n “migranditis” ? Het verklaart in elk geval een der aanleidingen van de migratie, die waarschijnlijk ook een rol heeft gespeeld bij de massale migratie van Friezen uit Vlaanderen, namelijk een overbevolking en een trek naar een nieuw leeg land, dat na de transgressies weer bewoonbaar werd en de massale ontginningen het land verder geschikt maakte voor bewoning.
    Het is een bekend feit dat de friese plaatsnamen altijd een raadsel zijn geweest in de Nederlandse naamkunde.

    Niemand zal de migratie in omgekeerde richting durven leggen, aangezien de frans-vlaamse plaatsen en namen al sinds het begin van de jaartelling bestonden en de transplantaties naar Friesland pas in de 11e eeuw beginnen.

    Het veronderstellen van een migratie in omgekeerde richting zou trouwens recht tegen alle historische haren instrijken, daar de populatie, de exploitatie en cultivatie van de bodem, de cultuur en het bestuur van westelijk Europa allemaal van zuid naar noord zijn gekomen. Utrecht is al lang afgeschreven als centrum en vertrekpunt van de christianisatie en de cultuur van West-Europa. De meeste historici hebben deze fabel al lang laten vallen, natuurlijk weer stilzwijgend omdat zij het vertikken toe te geven en overeenkomstig de regels van wetenschappelijk fatsoen te publiceren, dat zij door de boeken van Albert Delahaye tot het nieuwe inzicht gekomen zijn.

    Er moeten vijf zaken goed worden opgemerkt:
    1. De meeste plaatsnamen genoemd in teksten over het klassieke Frisia zijn onvindbaar in Nederland.
    2. In het Nederlandse Friesland zijn veel plaatsnamen doublures van namen in Noord-Frankrijk, zoals Leeuwarden en Lewarde, Dokkum en Duinkerke enz.
    3. Alle veldslagen van de Romeinen en Franken tegen de Friezen deden zich voor in Frankrijk.
    4. Het Nederlandse Friesland lag tussen de 3e en 10e eeuw onder water (Transgressies) en was een sompig moeras- en waddengebied, volstrekt ongeschikt voor bewoning.
    5. De archeologie in het Nederlandse Friesland bevestigt de traditionele geschiedenis van het grote volk der Friezen allerminst. (zie Bazelmans, J. Spiegel Histroriael 5, mei 1998).

    De Friezen zijn altijd een volk geweest dat vrijheid en onafhankelijk hoog in het vaandel had staan en afwijzend stond tegenover invloeden van buiten. De moord op Bonifatius is een uitvloeisel van die afwijzing van invloeden van een andere dan hun eigen cultuur. Al is die moord niet in het Nederlandse Friesland gebeurd, Bonifatius is onmiskenbaar vermoord door Friezen.
    De eigenheid van de Friezen en het afwijzen van invloeden van buitenaf manifesteert zich nog steeds in de eigen taal die de Friezen voeren en als enige provincie in Nederland die eigen taal verplicht hebben weten te stellen, zelfs in het onderwijs.
    Van de eigenheid van de Frieze taal is bekend dat het veel raakvlakken en overeenkomsten met het Engels heeft. Dat is alleen verklaarbaar door de contacten die er waren tussen de volkeren aan beide zijden van het Kanaal. Vandaar ook dat St.Willibrord en andere Angelsaksische predikers konden prediken onder de Friezen. Zij "spraken" en begrepen die taal.

    Het is onvoorstelbaar dat historici de teksten over de Friezen zo hebben misverstaan. Die zijn nogal duidelijk en laten weinig te gissen over.


    Onze tegenwoordige duinen ontstonden pas in de eigenlijke middeleeuwen.(Bron: J.Romein)
    Uit meerdere studies blijkt dat de duinen pas gevormd zijn vanaf de 10e eeuw. In Friesland zijn nooit duinen gevormd. Na de periode van overstromingen (transgressies) werden de overstroomde gebieden langzaam bewoonbaar, vooral door menselijk ingrijpen, zoals de ontginningen en het aanleggen van dijken, met name in Friesland. De nooit beantwoorde vraag blijft: "Waar woonden het omvangrijke volk der Friezen in al die eeuwen in het eerste Millennium?" Een volk dat heftig strijd voerde tegen de Romeinen, tegen de Franken en tegen Karel de Grote. Waar woonde dat volk? En waar zijn de archeologische sporen van hun woonplaatsen? Op die paar honderd terpen? Hoe kon dat volk het vele eeuwen de Romeinen, Franken en Saksen zo moeilijk maken? En waar in Friesland liggen de honderden plaatsen die in de klassieke bronnen worden genoemd? In Nederland zijn nooit woonplaatsen van de Friezen gevonden of ook maar in de verste verte met een vermoeden aangewezen.

    Dat Friesland dunbevolkt was, wordt nu ook erkend door Luit van der Tuuk in zijn boek over de Friezen. Zie daar!
    Het oudste en tot nog toe enige Friese bootje dat gevonden is stamt uit het eind van de 12e eeuw volgens archeologisch onderzoek. Daar is geen groot volk van zeevaarders aan te koppelen. Uit het boek van Van der Tuuk blijkt ook wel dat de Friese Friezen agrariërs waren en geen zeevaarders. Dat de Friezen uit Friesland zeevaarders geweest zouden zijn is een aanname op grond van verkeerde geïnterpreteerde teksten en archeologisch ook nooit aangetoond. Zeevaarders zijn de Friezen ook nadien nooit geweest. Friesland staat nog steeds bekend als agrarisch en met name om de veeteelt. Ook in de vroege en late Middeleeuwen stond Friesland niet bekend als zeevaarders- of handelsnatie. Er lag ook geen enkele Hanzestad in Friesland. In Friesland heeft zich ook nadien geen grote havenstad ontwikkeld.

    Beda of Baeda, bijgenaamd Venerabilis (= de eerbiedwaardige) (Northumbria, 672 of 673 - Jarrow, 25 mei 735: zie afbeelding hiernaast), monnik en geschiedschrijver gebruikt ten aanzien van de Friezen de term Frisia Citerior. Daarmee bedoelde hij "de Friezen, daar aan de overkant, het dichtst bij ons". D.P.Blok gebruikte deze term foutief om er een tegenstelling van Frisia Superior van te kunnen maken. Overigens komt de term Frisia Superior nergens voor in de klassieke teksten. Het is een bedenksel van Blok die hiermee de lezers die het bestaan van alle teksten niet kennen, op het verkeerde been zet, ofwel voorliegt.

    Beda was van mening dat de Friezen ten zuiden van de Rijn en verder naar het zuiden woonden. (Bron: Histoire Ecclésiastique des Anglais, ed.Plummer). Dit in tegenstelling tot de algemene opvatting dat de Friezen ten noorden van de Rijn tot aan de Weser zouden wonen.
    De invallen van de Noormannen tonen het gelijk van Beda aan. In 836 strijden ze tegen de Friezen (Fresones of Frisones) en plunderen de plaatsen Andowerpium en Witla. Andowerpium was een 'aanwerp' (door de zee aangespoeld land) in de omgeving van Calais, waar St. Amandus een kerkje stichtte, dat later in het bezit kwam van St. Willibrord. Andowerpium wordt ook genoemd in de Vita van St.Eloi, bisschop van Noyon-Doornik. St.Amandus predikte met verlof van de bisschop van Noyon bij de Fresones. Deze plaats wordt geheel onjuist als Antwerpen opgevat, aangezien deze plaats in de tijd van St.Amandus nog helemaal niet bestond. Witla is Wissant, welke plaats in tal van varianten verschijnt: Witlam, Witlant, Witsant, Withmundi enz. omdat ter plaatse uitzonderlijk wit zand door de zee was aangespoeld. Het zijn de plaatsen Marck en Wissant, vlak bij elkaar gelegen in Frans-Vlaanderen. Bovendien staat in deze tekst uit 836 dat de Noormannen Gallia binnen vielen. En Antwerpen ligt niet in Gallia. Van Witla is in de Nederlandse opvattingen nooit iets gevonden. Blok houdt Wichmond voor Withmundi, wat uiteraard een miskleun is, aangezien Withmundi aan zee lag, wat van het Gelderse Wichmond (zie daar) niet gezegd kan worden, verre van zelfs.

    In de kroniek van St.Bavo (Gent) wordt in 846 geschreven dat de Noormannen steden in Vlaanderen plunderen, waar staat dat het de buren waren van Frise. Deze tekst is ook te vinden in de kroniek van de St.Bertijns abdij te St.Omaars. M.Gysseling (zie daar) plaats deze plunderingen in Zeeland en noemt plaatsen als Aardenburg, Oostburg, IJzendijke, Kadzand, Wulpen en Biervliet. (zie 'De oudste Frieze toponymie' van M.Gysseling). Opmerkelijk is dat Gysseling de Friezen dus in Zeeland plaatst, dus ook ten zuiden van de Rijn. Blijkbaar doorzag hij zijn eigen opvatting niet, anders was hij niet zo tekeer gegaan tegen Albert Delahaye.
    Volgens andere historici (o.a. H.van Werveke en G.Castens) is de term 'muiden' (=monding) zoals in Dixmuiden en Huntemuiden, van oorsprong Saksisch of Fries en in het Germaanse taalgebied geïmporteerd vanuit het Romaanse taalgebied in de omgeving van Calais.
    Volgens Procopius (zie ook tekst 97 in WKO.1) die schreef rond 565 waren de Frisones ontstaan uit de Engelsen en Bretonnen en vestigden zij zich in Frankrijk aan de Noordzee dat de 'Mare Frenessicum' werd genoemd en overeen kwam met de 'Mare Fresonicum' die de Historia Brittonum (volgens W.Jappe Albert en H.P.H.Jansen) noemt als de Noordzee.

    Geen enkele plaatsnaam uit de bronnen over Frisia kan in het Nederlandse Friesland worden aangewezen. Wie het hier niet mee eens is moet konkreet de 1690 plaatsnamen genoemd in teksten over Fresia maar eens in Friesland aanwijzen.
    Tot heden is NIEMAND die uitdaging aangegaan. Feitelijk zegt dit genoeg!
    Al deze plaatsen zijn wel in Noord-Frankrijk en Vlaanderen aan te wijzen. Ze liggen er allemaal.

    De Grote Winkler Prins, toch een Encyclopedie van naam, plaatst de Friezen ergens tussen Cadzand en de Duitse rivier de Weser, maar weet hun exacte locatie niet te vinden. Daaruit blijkt wel dat men op de verkeerde plaats zoekt! Hun exacte locatie ligt juist onder Cadzand, en wel in Vlaanderen (huidig België) en Noordwest Frankrijk (Frans Vlaanderen).

    De mythe van de Friezen in ons Friesland is in die mate belangrijk, omdat alles over de zogenaamde vroegste geschiedenis van Nederland hieraan is opgehangen.
    De Romeinse schrijver Tacitus is de eerste die over het volk der Friezen bericht. Hij plaatst hen met duidelijke bewoordingen in Frans en Belgisch Vlaanderen.
    Met de rivieren Albis, Amisia, Wisurgis en Lippia doen de Friezen hun intrede in de geschreven geschiedenis. Deze rivieren zijn FRANSE rivieren en worden in parallelle teksten geïndentificeerd als de Aa, de Hem, de Wimereux en de Lys.
    Opvallend bij deze rivieren is dat hun getransplanteerde zusterrivieren allemaal net buiten het gebied liggen dat de historici voor de Friezen in gedachten hadden. Ze liggen juist in het gebied waar, ook foutief, de Saksen geplaatst worden.

    Bij deze rivieren onderwierp Drusus in 12 vóór Chr. de Friezen en bouwt er een rij forten om Gallia te beschermen tegen invallen van de Germanen, waarmee hier de Friezen bedoeld zijn. Ook een andere Romeinse veldheer, Corbulo, trekt in 27 na Chr. ten strijde tegen diezelfde Friezen.
    Je vraagt je in gemoede af of historici geen atlassen hebben. Een rij forten in Noord-Duitsland om Frankrijk te beschermen tegen invallen van Germanen? Germanen die, ook in de traditionele opvatting, dan al binnen die fortenrij woonden.
    Ptolemeus plaatst deze rivieren in Noord-west Frankrijk en wordt daarin bevestigt door Tacitus.
    De Friezen worden in teksten vaak in een adem genoemd met de Saksen. Zij woonden naast elkaar! Ook in de traditionele opvatting woonden ze naast elkaar, maar VERKEERD om. De klassieke Saksen woonden ten zuiden van de Friezen, niet ten oosten ervan!

    Wie van bovengenoemde rivieren Duitse rivieren maakt (Albis=Elbe??, Wimereux=Weser?? Amisia=Eems??), plaatst dus niet alleen de Friezen in Noord-Duitsland, maar laat ook de Romeinen daar optreden, terwijl de Romeinen zo ver naar het noorden NOOIT geweest zijn.
    Hierbij doet zich het merkwaardige verschijnsel voor dat in de traditionele interpretaties de rivieren uit teksten in Noord-Duitsland worden gelegd, terwijl plaatsen in diezelfde teksten en aan dezelfde rivieren elders belanden of niet teruggevonden worden. Van alle plaatsnamen uit de berichten is er ook geen enkele in het noorden van Duitsland teruggevonden. De archeologie in Noord-Duitsland vertoond een merkwaardige leegte.De Friezen wonen in Nederland, en de rivieren waaraan zij wonen liggen in Duitsland en de plaatsen waarin zij wonen zijn nooit in Nederland maar wel in Noord-Frankrijk teruggevonden.

    In Duitsland ligt Hamburg aan de Elbe en Bremen ligt aan de Weser, terwijl Hammaburg volgens authentieke teksten aan het Almere ligt, evenals Brema. Hamaburg in de teksten over de Friezen is de Franse plaats Hames-Boucres, Brema is de plaats Brêmes.

    Een ander opvallend verschil is dat men in veel authentieke Romeinse teksten in Francia eerst de Albis noemde en die overtrok om vervolgens de Wisurgis werd overgestoken, waarna de Renus en de kust van de Oceaan (Noordzee) werd bereikt! In Duitsland liggen de rivieren precies ANDERSOM! Daar bereik je vanuit Francia eerst de Rijn, vervolgens de Weser en tenslotte de Elbe. In Duitsland passen de teksten alleen als de Romeinen vanuit Oost-Duitsland of Polen gekomen zouden zijn. Maar daar zijn de Romeinen nooit geweest. De kronieken geven bovendien details die nooit in Duitsland zijn teruggevonden, maar in Noordwest Frankrijk zo zijn aan te wijzen, zoals de Brittannische zee, de overkant naar Brittannia en de Litus Saxonem.

    Karel de Grote strijdt bijna jaarlijks tegen de Saksen en Friezen, waarvoor hij, indien zij in Noord-Duitsland zouden wonen, veldtochten van meer dan 500 kilometer (enkele reis) had moeten maken. Zelfs voor Karel de Grote is dat te groots!

    Bestudering van de testen levert vervolgens het beeld op dat de Friezen en vooral de Saksen niet van die bloeddorstige volkeren waren. Meestal ging de agressie niet van hen uit, maar b.v. van de Pepijnen en de Franken. Sprekend is in dit verband de tekst uit 782 waarin melding wordt gemaakt van de moord op 4500 krijgsgevangen Saksen! In deze tijd, met de Confentie van Genève, zou Karel de Grote er niet zo makkelijk vanaf gekomen zijn. Het doden van krijgsgevangen is immers MOOrd. En naar hem is een Europese prijs genoemd!
    Feit is dat alle veldslagen werden geleverd in Frans Vlaanderen.

    Tussen 797 en 804 laat Karel de Grote het volk van de Saksen o.a.naar Noord-Duitsland deporteren om voor eens en altijd "van ze af te zijn". Die deportatie zou geen enkele zin gehad hebben als de Saksen al in Noord-Duitsland woonden. Met die deportatie ging ook een deel van de geschiedenis mee naar noord-Duitsland. De term "deplacements historiques" is hier zeker van toepassing. Het is een aanfluiting van kritisch historisch onderzoek dat men nu nog steeds de logische waarheid niet onder ogen ziet (of durft te zien?)

    Tekst uit ca. 675:
    Want toen zij over de zee scheep gingen naar Fresia, dat ligt naast de streek van de Morini, kwam het voor dat hij het Misoffer wilde opdragen.
    Bron: Vita S.Vulframni, AS, maart III. p.145.

    'Hij' is St.Wulfram. Morini is onmiskenbaar de streek van Terwaan. De Friezen zijn dus buren van de Morini in Terwaan.

    Tekst uit 717: Radboud de Fries wordt verslagen te Inchy-en-Antois.
    Radboud, aanvoerder van de Fresones, kwam opnieuw in opstand tegen de Franken. Hij nam de stad Trajectum in. De definitieve slag tussen Karel Martel en Radboud vond in 717 plaats te Vinciacum (=Inchy-en-Artois tussen Arras en Cambrai).
    Diverse bronnen vermelden dezelfde gebeurtenis:
    Alcuinus, Vita S. Willibrordi, HdF, III, p.642.
    Chronique de St. Denis, HdF, III, p.307.
    Sigiberti Gemblacensis chronicon, HdF III, p.345; MGS, VI, p.328.
    Ekkehardi chronicon universale, MGS, VI, p.157.
    Chronicon universale, MGS. VIII, p.18.

    In feite is deze ene tekst reeds voldoende om de mythe van de Friezen in Nederland als een fabel te ontmaskeren.
    Men kan desnoods nog blijven discussiëren over de andere details, doch de plaats Vinciacum is Inchy-en-Artois, 12 km ten westen van Kamerijk. Te Inchy-en-Antois vond een der beslissende slagen in de onderwerping van de Friezen aan het gezag van de Franken plaats. Het feit en de juiste plaats ervan te Inchy-en-Artois zijn door de kroniekschrijvers zo duidelijk beschreven dat dit niet te ontkennen valt, wat de Nederlandse historici dan ook nooit hebben gedaan. Men mag zich er wel over blijven verbazen, dat zij dit feit aan Nederlandse Friezen hebben vastgeknoopt en dat zij de onmogelijkheid ervan niet hebben ingezien. Het toont weer aan dat de verblinding door de mythe zo fataal is geweest, dat grote absurditeiten niet meer werden opgemerkt. Militaire operaties met zulke sprongen van meer dan 300 km - die in onze moderne tijd nauwelijks voorstelbaar zijn - in de 8e eeuw veronderstellen, is wel het meest krasse dat de historici gepresteerd hebben.
    En nog, ondanks dat de Friezen zo ver in vijandelijk gebied konden doordringen, hebben ze de strijd verloren. Een volk dat er in slaagt om ruim 600 km door te dringen in vijandelijk gebied, moet over een enorme troepenmacht hebben beschikt. Een enorme troepenmacht van Friezen, die op die paar terpen in Friesland woonden? Deze ongerijmdheid spreekt boekdelen. Doordringen tot in het centrum van het rijk der Franken en dan nog de strijd verliezen? Een vorst die niet bij machte is een vreemde mogendheid zo ver in zijn rijk te laten doordringen, díe heeft verloren.

    Was het bij dit ene geval gebleven, dan was het nog tot daaraan toe geweest. Doch hetzelfde is gebeurde met de slag van 734 bij de Bourre in Frankrijk.
    De ongerijmdheid in de Nederlandse traditionele opvatting is van ongekende waanzinnige grootheid. Stel je voor: Radboud neemt eerst Utrecht in en trekt vervolgens met zijn leger vanuit Friesland naar Noord-Frankrijk. Daar verliest hij de strijd en 'achterna gezeten'(?) door Karel Martel, neemt deze Utrecht weer in bezit. En dat allemaal in het begin van de 8e eeuw over honderden kilometers.
    Trajectum is uiteraard Tournehem. De hele strijd heeft zich voorgedaan in Noord-Frankrijk en ook daar woonden de Friezen in Fresia.

    Tekst uit ca. 865:
    Er is een streek, bij alle volken der aarde beroemd, en allen bekend onder de naam Fresia. Daar ligt een stad, die door de inwoners Osdenne wordt genoemd, niet ver van Rorikes-berg.
    Bron: Miracula S.Donatiani Brugensis, MGS, XV.p.856.

    Osdenne is Oostende. Rorikes-berg is genoemd naar Rorik de Noorman, die de streek van Audruicq en Tournehem sinds 834 in bezit had. Waar het antieke Fresia gelegen heeft moet dan toch voor iedereen duidelijk zijn. Het is een aanfluiting van kritisch historisch onderzoek dat men nu nog steeds de logische waarheid niet onder ogen ziet (of durft te zien?).

    En zo zijn er meer zaken die historici de ogen zouden moeten openen.
    Wist U dat Robrecht de Fries, een van de eerste Friese graven, in Cassel begraven is? Welk volk begraaft zijn grote en vereerde leiders ver buiten het eigen gebied? Niemand toch?

    In het boek "De Ware Kijk Op" staat het hele verhaal over de Friezen.