Terug naar de beginpagina. Naar het overzicht in het kort.
Frisia

Fresia (of Frisia) en de Fresones

'De Friese middeleeuwse historiografie is een terrein vol voetangels en klemmen, met tal van moeilijkheden en vragen'. Bron: W.Jappe Alberts en A.G. van der Steur.

In het Nederlandse Friesland lokaliseert de gangbare geschiedschrijving van de 7e tot de 9e eeuw het grote volk van de Fresones. Het was machtig en derhalve zo groot in getal, dat het in een langdurig conflict met de Franken stand kon houden. Waar in Friesland heeft dat volk gewoond? Uit deze periode levert de archeologie ons enige bewoonde terpen op, waar toch moeilijk zo'n groot volk gewoond kan hebben. Juist in deze periode hadden de transgressies een nieuw hoogtepunt bereikt.

In tegenstelling wat historici lange tijd beweerden en nog beweren, is het volk van de Fresones (Friezen) aan de hand van zo'n 2000 teksten prima te localiseren. De onwetendheid van het bestaan van deze teksten heeft tot deze voorbarige conclusie geleid. Dit noemt men in de vaderlandse geschiedenis "kritisch tekstonderzoek". Men heeft gewoon geen weet gehad van het bestaan van al deze teksten omdat die niet in Nederland, maar allemaal in Frankrijk zijn terug te vinden. De eerste vraag die een kritische lezer zich dan stelt is "Wat doen teksten over 'ons' volk der Friezen in Frankrijk, terwijl er geen enkele in Nederland te vinden is?"
Het antwoord is even simpel als de vraag: "De teksten zijn precies daar waar het volk der Friezen leefde, in Noord-west Frankrijk en Vlaanderen."

Beda of Baeda, bijgenaamd Venerabilis (= de eerbiedwaardige) (Northumbria, 672 of 673 - Jarrow, 25 mei 735: zie afbeelding hiernaast), monnik en geschiedschrijver gebruikt ten aanzien van de Friezen de term Frisia Citerior. Daarmee bedoelde hij "de Friezen, daar aan de overkant, het dichtst bij ons". D.P.Blok gebruikte deze term foutief om er een tegenstelling van Frisia Superior, overigens een onbekende term bij de klassieke schrijvers, van te kunnen maken.

Geen enkele plaatsnaam uit de bronnen over Frisia kan in het Nederlandse Friesland worden aangewezen. Wie het hier niet mee eens is moet konkreet de 1690 plaatsnamen genoemd in teksten maar eens in Friesland aanwijzen.
Tot heden is NIEMAND die uitdaging aangegaan! Feitelijk zegt dit genoeg!
Al deze plaatsen zijn wel in Noord-Frankrijk en Vlaanderen aan te wijzen. Ze liggen er allemaal.

De Grote Winkler Prins, toch een Encyclopedie van naam, plaatst de Friezen ergens tussen Cadzand en de Duitse rivier de Weser, maar weet hun exacte locatie niet te vinden. Daaruit blijkt wel dat men op de verkeerde plaats zoekt! Hun exacte locatie ligt juist onder Cadzand, en wel in Vlaanderen (huidig BelgiŽ) en Noordwest Frankrijk (Frans Vlaanderen).

De mythe van de Friezen in ons Friesland is in die mate belangrijk, omdat alles over de zogenaamde vroegste geschiedenis van Nederland hieraan is opgehangen.
De Romeinse schrijver Tacitus is de eerste die over het volk der Friezen bericht. Hij plaatst hen met duidelijke bewoordingen in Frans en Belgisch Vlaanderen.
Met de rivieren Albis, Amisia, Wisurgis en Lippia doen de Friezen hun intrede in de geschreven geschiedenis. Deze rivieren zijn FRANSE rivieren en worden in parallelle teksten geÔndentificeerd als de Aa, de Hem, de Wimereux en de Lys.
Bij deze rivieren onderwierp Drusus in 12 vóór Chr. de Friezen en bouwt er een rij forten om Gallia te beschermen tegen invallen van de Germanen, hier dus de Friezen. Ook een andere Romeinse veldheer, Corbulo, trekt in 27 na Chr. ten strijde tegen diezelfde Friezen.
Ptolemeus plaatst deze rivieren in Noord-west Frankrijk en wordt daarin bevestigt door Tacitus.
De Friezen worden in teksten vaak in een adem genoemd met de Saksen. Zij woonden naast elkaar!

Wie van bovengenoemde rivieren Duitse rivieren maakt (Albis=Elbe??, Wimereux=Weser?? Amisia=Eems??), plaatst dus niet alleen de Friezen in Noord-Duitsland, maar laat ook de Romeinen daar optreden, terwijl de Romeinen zo ver naar het noorden NOOIT geweest zijn.
Hierbij doet zich het merkwaardige verschijnsel voor dat in de traditionele interpretaties de rivieren uit teksten in Noord-Duitsland worden gelegd, terwijl plaatsen in diezelfde teksten en aan dezelfde rivieren elders belanden of niet teruggevonden worden. Van alle plaatsnamen uit de berichten is er ook geen enkele in het noorden van Duitsland teruggevonden. De archeologie in Noord-Duitsland vertoond een merkwaardige leegte.De Friezen wonen in Nederland, en de rivieren waaraan zij wonen liggen in Duitsland en de plaatsen waarin zij wonen zijn nooit in Nederland maar wel in Noord-Frankrijk teruggevonden.
In Duitsland ligt Hamburg aan de Elbe en Bremen ligt aan de Weser, terwijl Hammaburg in de authentieke teksten aan het Almere ligt, evenals Brema. Hamaburg in de teksten over de Friezen is de Franse plaats Hames-Boucres, Brema is de plaats Brêmes.
Een ander opvallend verschil is dat men in veel authentieke teksten eerst de Albis noemde en die overtrok om vervolgens de Wisurgis werd overgestoken, waarna de Renus werd bereikt! In Duitsland liggen de rivieren precies ANDERSOM! Daar bereik je eerst de Rijn, vervolgens de Weser en tenslotte de Elbe. In Duitsland passen de teksten alleen als de Romeinen vanuit Oost-Duitsland of Polen gekomen zouden zijn. Maar daar zijn de Romeinen nooit geweest. De kronieken geven bovendien details die nooit in Duitsland zijn teruggevonden, maar in Noordwest Frankrijk zo zijn aan te wijzen, zoals de Brittanische zee, de overkant en de Litus Saxonem.

Karel de Grote strijdt bijna jaarlijks tegen de Friezen en Saksen, waarvoor hij, indien zij in Noord-Duitsland zouden wonen, veldtochten van meer dan 500 kilometer (enkele reis) had moeten maken. Zelfs voor Karel de Grote is dat te groots!
Bestudering van de testen levert vervolgens het beeld op dat de Friezen en vooral de Saksen niet van die bloeddorstige volkeren waren. Meestal ging de agressie niet van hen uit, maar b.v. van de Pepijnen en de Franken. Sprekend is in dit verband de tekst uit 782 waarin melding wordt gemaakt van de moord op 4500 krijgsgevangen Saksen! In deze tijd, met de Confentie van Genève, zou Karel de Grote er niet zo makkelijk vanaf gekomen zijn. Het doden van krijgsgevangen is immers MOOrd. En naar hem is een Europese prijs genoemd!
Feit is dat alle veldslagen werden geleverd in Frans Vlaanderen.
Tussen 797 en 804 laat Karel de Grote het volk van de Saksen naar Noord-Duitsland deporteren om voor eens en altijd "van ze af te zijn". Die deportatie zou geen enkele zin gehad hebben als de Saksen al in Noord-Duitsland woonden. Met die deportatie ging ook een deel van de geschiedenis mee naar noord-Duitsland. De term "deplacements historiques" is hier zeker van toepassing. Het is een aanfluiting van kritisch historisch onderzoek dat men nu nog steeds de logische waarheid niet onder ogen ziet (of durft te zien?).

Tekst uit ca. 675:
Want toen zij over de zee scheep gingen naar Fresia, dat ligt naast de streek van de Morini, kwam het voor dat hij het Misoffer wilde opdragen.
Bron: Vita S.Vulframni, AS, maart III. p.145.

'Hij' is St.Wulfram. Morini is onmiskenbaar de streek van Terwaan. De Friezen zijn dus buren van de Morini in Terwaan.

Tekst uit ca. 700:
Daar bij de Britse Zee scheidt het de Fresones van de Texandrui en de overige bewoners van de streek.
Bron: Vita quarta S.Lamberti, AS, sept.V, p.609.

De Britse Zee is Het Kanaal, waar volgens deze tekst ook de Renus in uitstroomt. Het is wel duidelijk dat de Fresones aan de kust van Het Kanaal woonden en niet in Friesland. De Texandrui waren de bewoners van Texandria, het weefland, dat Vlaanderen was en niet Noord-Brabant, wat de Nederlandse traditie (H.Camps!) ervan maakt. Dan zou Friesland naast Noord-Brabant liggen wat uiteraard een complete farce is.

Tekst uit 717: Radboud de Fries wordt verslagen te Inchy-en-Antois.
Radboud, aanvoerder van de Fresones, kwam opnieuw in opstand tegen de Franken. Hij nam de stad Trajectum in. De definitieve slag tussen Karel Martel en Radboud vond plaats te Vinciacum (=Inchy-en-Artois).
Diverse bronnen vermelden dezelfde gebeurtenis:
Alcuinus, Vita S. Willibrordi, HdF, III, p.642.
Chronique de St. Denis, HdF, III, p.307.
Sigiberti Gemblacensis chronicon, HdF III, p.345; MGS, VI, p.328.
Ekkehardi chronicon universale, MGS, VI, p.157.
Chronicon universale, MGS. VIII, p.18.

In feite is deze ene tekst reeds voldoende om de mythe van de Friezen in Nederland als een fabel te ontmaskeren.
Men kan desnoods nog blijven discussiŽren over de andere details, doch de plaats Vinciacum is Inchy-en-Artois, 12 km ten westen van Kamerijk. Te Inchy-en-Antois vond een der beslissende slagen in de onderwerping van de Friezen aan het gezag van de Franken plaats. Het feit en de juiste plaats ervan te Inchy-en-Artois zijn door de kroniekschrijvers zo duidelijk beschreven dat dit niet te ontkennen valt, wat de Nederlandse historici dan ook nooit hebben gedaan. Men mag zich er wel over blijven verbazen, dat zij dit feit aan Nederlandse Friezen hebben vastgeknoopt en dat zij de onmogelijkheid ervan niet hebben ingezien. Het toont weer aan dat de verblinding door de mythe zo fataal is geweest, dat grote absurditeiten niet meer werden opgemerkt. Militaire operaties met zulke sprongen van meer dan 300 km - die in onze moderne tijd nauwelijks voorstelbaar zijn - in de 8e eeuw veronderstellen, is wel het meest krasse dat de historici gepresteerd hebben.
En nog, ondanks dat de Friezen zo ver in vijandelijk gebied konden doordringen, hebben ze de strijd verloren. Een volk dat er in slaagt om ruim 600 km door te dringen in vijandelijk gebied, moet over een enorme troepenmacht hebben beschikt. Een enorme troepenmacht van Friezen, die op die paar terpen in Friesland woonden? Deze ongerijmdheid spreekt boekdelen. Doordringen tot in het centrum van het rijk der Franken en dan nog de strijd verliezen? Een vorst die niet bij machte is een vreemde mogendheid zo ver in zijn rijk te laten doordringen, die heeft verloren.

Was het bij dit ene geval gebleven, dan was het nog tot daaraan toe geweest. Doch hetzelfde is gebeurde met de slag van 734 bij de Bourre in Frankrijk.
De ongerijmdheid in de Nederlandse traditionele opvatting is van ongekende waanzinnige grootheid. Stel je voor: Radboud neemt eerst Utrecht in en trekt vervolgens met zijn leger vanuit Friesland naar Noord-Frankrijk. Daar verliest hij de strijd en 'achterna gezeten'(?) door Karel Martel, neemt deze Utrecht weer in bezit. En dat allemaal in het begin van de 8e eeuw over honderden kilometers.
Trajectum is uiteraard Tournehem. De hele strijd heeft zich voorgedaan in Noord-Frankrijk en ook daar woonden de Friezen in Fresia.

Tekst uit ca. 865:
Er is een streek, bij alle volken der aarde beroemd, en allen bekend onder de naam Fresia. Daar ligt een stad, die door de inwoners Osdenne wordt genoemd, niet ver van Rorikes-berg.
Bron: Miracula S.Donatiani Brugensis, MGS, XV.p.856.

Osdenne is Oostende. Rorikes-berg is genoemd naar Rorik de Noorman, die de streek van Audruicq en Tournehem sinds 834 in bezit had. Waar het antieke Fresia gelegen heeft moet dan toch voor iedereen duidelijk zijn. Het is een aanfluiting van kritisch historisch onderzoek dat men nu nog steeds de logische waarheid niet onder ogen ziet (of durft te zien?).

Bestel en lees het boek "De Ware Kijk Op" en oordeel zelf.