Terug naar de beginpagina. Naar het overzicht in het kort.
Geografie

Geografie.

De Nederlandse geschiedenis in het eerste millennium is gebaseerd op verkeerd begrepen teksten. In veel authentieke teksten worden geografische gegevens vermeld, die in de Nederlandse interpretatie nooit gepast hebben en altijd voor de nodige vragen hebben gezorgd. Die vragen zijn nu beantwoord door Albert Delahaye in zijn studie over de "Vraagstukken in de Historische Geografie van Nederland".
Hieronder volgen enkele duidelijke voorbeelden van een aantal van die vraagstukken die nooit pasten in de Nederlandse/Duitse interpretatie! Voor de authentieke bronnen verwijs ik naar de boeken van Albert Delahaye, met name naar "Vraagstukken in de Historische Geografie van Nederland" en "De Ware Kijk Op" waar zij allen genoemd worden.

  1. Strabo (60 vóór Chr.-20 na Chr.): Vanaf de monden van de Renus kan Kent gezien worden. Er is maar één plaats in West-Europa waar dan de monden van de Renus geplaatst moeten worden, dat is onontkoombaar in Noord-Frankrijk bij Cap Griz Nez. Strabo beschrijft de monden van de Renus en het landschap er omheen al voordat er één Romein in Nederland geweest was.

  2. Bij de verovering van Gallië worden door de Romeinse schrijvers vele volkeren genoemd. Deze worden door de traditionele historici uitgestrooid over een enorm gebied van de Noordzee tot in Rusland en van Zweden tot Hongarije, waar nooit één Romein geweest is. Er zijn vele voorbeelden van te geven, zoals de Venethi die helemaal in Rusland terecht komen, terwijl de Nervii in midden België geplaatst worden. En dat terwijl zij volgens Tacitus naast elkaar woonden in de buurt van Bavay (Noord-Frankrijk)!

  3. De Bataven woonden volgens Tacitus naast de Chatti (omgeving Katsberg), zodat Betuwe en Wiesbaden (de plaats waar volgens de Nederlandse traditie de Chatten woonden) wel erg ver van elkaar liggen om van buren te kunnen spreken. Beide locaties zijn fout en beide bevolkingsgroepen woonden naast elkaar in Noord-Frankrijk.

  4. De Bataven woonden volgens Tacitus ook naast de Morini. Het staat vast dat de Morini in het land van Thérouane (F) woonden. Dan is de Betuwe toch wel erg ver om van buren te kunnen spreken. Naast de Bataven woonden de Friezen, een omvangrijk volk dat lang stand hield in de vele oorlogen. Waar liggen de woonplaatsen van de Friezen in Friesland. Daar is nooit iets van betekenis van terug gevonden. Ook ligt de Betuwe niet naast Friesland!

  5. Ook Julius Caesar schrijft dat de Morini woonden "waar de naaste en kortste oversteek naar Engeland mogelijk was". Naast de Morini woonden de Bataven. De Nederlandse traditie plaats de Morini in (Zeeuws-)Vlaanderen en de Bataven in de Betuwe. Hoezo kortste oversteek? Hoezo buren?

  6. In zijn Annales (XIII, 54) vermeldt Tacitus de bergwouden, waarin de Friezen zich verborgen hielden. In Noordwest Frankrijk en het Zuidwesten van België, de werkelijke woonplaats van de Friezen in het eerste millennium, is het landschap heuvelachtig en bevat het op verscheiden plaatsen zelfs hoge heuvels. De plaats Cassel is gelegen op de 176 meter hoge Casselberg, met daarnaast de Wouwenberg van 141 meter hoog. Plaatsen in de buurt als Mont des Cats, Mont Noir en Mont Guynemer zeggen genoeg.
    Het waren dus zeker niet de terpen van enkele meters hoog die Tacitus bedoelde met de bergwouden, wat men er in Nederland wel eens van probeert te maken.

  7. Volgens Julius Caesar stort de Vacalis zich IN de Renus op 80 mijl van de kust. Het is onmogelijk dit gegeven in Nederland met Waal en Rijn te localiseren.

  8. Tacitus verhaalt dat Julius Civilis zich in 70 na Chr. aan de Romeinen onderwierp, na de Opstand van de Bataven, op een vernielde brug over de rivier de Navalia. De rivier wordt in nauw verband genoemd met het Eiland van de Bataven; uit de kontekst van Tacitus blijkt dat zij daar dicht bij lag. De overwinning van de Bataven werd zo belangrijk geacht dat Ptolemeus de Navalia vermeldt, die hij blijkens zijn geografische graden in het noorden van Frankrijk situeert. Zij is de Nave in de buurt van Béthune. In Nijmegen wordt deze tekst van Tacitus altijd verzwegen: de Navalia is in Nederland onvindbaar.

  9. De Romeinse namen van de plaatsen in de Nederlandse traditie zijn slechts gebaseerd op de namen op de Peutingerkaart. In geen enkele plaats is een bevestiging gevonden van de veronderstelde plaatsnaam. Dat de Peutingerkaart nooit overeenkwam met de Nederlandse vindplaatsen van Romeinse forten, blijkt wel uit de vele varianten die men steeds gehanteerd heeft. Zo was Castra Herculis eens (1) waarschijnlijk Nijmegen, vervolgens werd (2) Elst genoemd, toen (3) Kesteren (in de Betuwe), of was het misschien (4) Kasteren (in de gemeente Liempde), toen was het plots (5) Arnhem-Meinerswijk, of (6) Huissen, eerder werd ook (7) Opheusden als mogelijke plaats van dit Castellum opgevoerd. De onlangs voorgestelde identificatie van Castra Herculis met (8) Doodewaard of (9) Druten(Bogaers) wordt nog door geen enkele bodemvondst gesteund. En volgens J.Bervaes is het in de omgeving van Herveld (10) of in Ewijk (11) (Betuwe). Daarnaast werden nog door een of meerdere historici de volgende locaties genoemd: Doesburg (12), Randwijk (13), Heteren (14), Driel (15), Zetten (16), Valburg (17), Haalderen (18), Malburgen (19), Doornenburg (20), Aerst (21) en Winssen (22). (Bron: Westerheem 5, okt.2016 p.240).
    In een artikel in Archeobrief van sept. 2013 komt Jan Verhagen tot de slotsom dat Castra Herculis geïdentificeerd moet worden met Nijmegen Valkhof (23) of Nijmegen Hunerberg (24). Dat wordt door Jan Verhagen en Stijn Heeren nog eens bevestigd met een uitvoerig artikel in Westerheem 5 van okt.2016 (p.239 e.v.). Zij komen tot deze conclusie op grond van de tekst van de hiervoor genoemde Marcellinus (358) en de afstanden op de Peutingerkaart. Volgens hen klopt hun betoog na correctie van de veronderstelde fouten op de Peutingerkaart. Ook van Levefano, Carvone en Arenato komt men zo tot nieuwe identificaties die slechts te bewijzen zijn door de genoemde afstanden op de Peutingerkaart als fout te verklaren. Daarmee worden ook deze identificaties erg gezocht, onwaarschijnlijk en derhalve onjuist. Men kan nu eenmaal niets bewijzen door de bron van het bewijs vals te verklaren.
    Castra Herculis was de Noord-Franse plaats Arleux (etymologisch zeer goed te verklaren uit Herculis), op 24 km oost van Atrecht (Arras) en op 28 km van Carvin.

  10. Hetzelfde verhaal geldt voor andere Romeinse plaatsen. Zo lag Castellum Flevum achtereenvolgens ergens op een van de Waddeneilanden, later halverwege Noord-Holland, immers zoals de naam al zegt, moest het aan het Flevum gezocht worden. Nu daar Romeinse sporen ontbreken, denkt men meer aan de omgeving van Velsen. Andere locaties die genoemd worden waren 'naar alle waarschijnlijkheid' te Vechten of de Brittenburg (aan de mond van het Vlie). Zo heeft menig historicus zijn eigen interpretatie, ofwel men weet er geen raad mee.

  11. Tacitus plaatst de Bataven op de uiterste gebieden van de Gallische kust. Geen enkel deel van Nederland heeft ooit tot Gallië behoord.

  12. Ptolemeus localiseert de Bataven in Provincia Belgica Secunda. De Betuwe heeft nooit tot de provincie Belgica Secunda gehoord.

  13. "De Renus is een rivier in Gallia, die de Germanen van Gallia scheidt" (Servius). "Engeland ligt tegenover de monden van de Renus" (Mela). Veel Romeinse schrijvers geven van de Renus een beschrijving die nergens klopt met de Duitse/Nederlandse Rijn.

  14. De Romeinse weg van Lyon naar de monden van de Renus, loopt over Bellovaci (Beauvais) en Ambiani (Amiens), (Strabo, Geographia, IV, 6, 11). Kan het nog duidelijker worden uitgedrukt, dat de monden van de Renus in noord-west Frankrijk liggen?

  15. Noviomagus lag in Provincia Belgica Secunda. Andere plaatsen in Provincia Belgica Secunda zijn: Soissons, Châlons-sur-Marne, Doornik, Atrecht (=Arras), Kamerijk, Senlis, Beauvais, Amiens, Terwaan en Boulogne. Hoezo Nijmegen?

  16. In het Itinerarium Antonini wordt Noviomagus genoemd als halteplaats tussen Reims en Amiens. Hoezo Nijmegen?

  17. De Saksen in het Romeinse Rijk woonden tegenover de Saksen in Engeland (Denk aan woorden als Angelsaksisch, Wessex, Sussex). Hoezo Noord-Duitsland!

  18. De Lippia was een rivier in het land van de Saksen (Geograaf van Ravenna). In Duitsland klopt dit gegeven niet. De Lippe ligt in Midden-Duitsland, de Saksen woonden in Noord-Duitsland (sinds de 9e eeuw).

  19. De kanalen van Drusus en Corbulo werden aangelegd om een betere scheepvaartverbinding te hebben tussen Engeland en Rome en een lange en gevaarlijke omweg rond Spanje te voorkomen ("pour éviter les dangers de la mer" -Tacitus). In Nederland worden deze kanalen in de duinen bij Katwijk (of volgens de nieuwste interpretatie bij Arnhem) gedacht! Met welk nut op die plaats blijft een vraag! Bovendien werden deze kanalen door de Romeinen aangelegd, VOORDAT er één Romein in Nederland was geweest.

  20. Aan de hand van de berichten over de veldtochten van Drusus in het jaar 12 vóór Chr., waarin hij de Frisones bedwong en daarna versterkingen liet aanleggen langs de Albis, de Amisia, de Wisurgis en de Lippia -die toch de Elbe, de Eems, de Weser en de Lippe waren (??) - heeft men deze veldtocht in het noorden van Nederland en het noorden van Duitsland gereconstrueerd. De absurditeit, dat Drusus dan tevoren Nederland en Duitsland veroverd moest hebben, - wat uitgesloten is - werd niet eens opgemerkt, nog minder de nog grotere absurditeit dat die gebieden ondanks de "bedwinging" en ondanks die keten van fortificaties, nimmer in handen van de Romeinen zijn geweest, nog afgezien van de vraag welke zin een verdedigingslinie dáár kon hebben, die door de bronnen toch helder wordt voorgesteld te zijn bedoeld voor de verdediging van Gallië. Van de ruim 50 forten die Drusus toen langs de Renus liet aanleggen, is in Nederland of Duitsland ook nog nooit één steen teruggevonden. De grootste absurditeit is, dat de Romeinen pas ca. 60 jaren later het midden van Nederland bereikt hebben, en dat zij Friesland nooit bezet hebben.

  21. De nóg grotere zotheid is dat deze reconstructie zelfs in recente publicaties nog wordt volgehouden, dat Drusus zijn befaamde kanaal, onderdeel van zijn Gallische verdedigingslinie, reeds ca. 9 vóór chr. in het midden van Nederland zou hebben aangelegd. Waar dat kanaal in Nederland lag, weet geen sterveling, vandaar dat er wel 10 verschillende plekken voor zijn aangewezen. En dat dit ca. 60 jaren vóór de aanwezigheid van de eerste Romein in Nederland gebeurde, is nimmer opgemerkt als een absolute onmogelijkheid.

  22. In de streek waar de Bataven woonden lagen de rivieren Amisia, Albis, Nigrum Fluvium, Wiseria en Lipia. In de Nederlandse/Duitse traditie zijn dit de rivieren de Eems (Groningen), de Elbe (Noord-Duitsland), de Neckar (Zuid-Duitsland), de Weser (Noord-Duitsland) en de Lippe (Midden-Duitsland). Waar komt dit overeen met de Betuwe?

  23. Aan de Amisia lag Lauri, en de Amisia en de Albis stroomden uit in het Almere. Lauri is in de Nederlandse interpretatie Woerden, dat helemaal niet aan de Eems (?Amisia) ligt. De Eems en de Elbe (?Albis) stromen niet uit in het IJsselmeer. Deze gegevens kloppen dus ook niet in de Nederlands/Duitse interpretatie!

  24. De Lippia was een rivier die door het gebied van de Saksen stroomde. In de Nederlands/Duitse interpretatie klopt dat niet met de Saksen in Noord-Duitsland en de Lippe in midden Duitsland.

  25. De Wiseria stroomde uit in de Renus. Dit klopt alweer niet in de Nederlands/Duitse interpretatie met de Weser en de Rijn.

  26. In de Nederlandse traditie wordt de IJssel steeds beschouwd als een van de monden van de Renus, die immers uitstroomde in het Almere. Echter, de oorspronkelijke Isla (pagus Islo) stroomde IN de Renus uit en was geen afsplitsing van de Renus. De Isla is de Lys/Leie, die inderdaad in de Schelde uitstroomt onder Gent.

  27. Levesano en Dorestad waren TWEE verschillende plaatsen. De geograaf van Ravenna noemt beide plaatsen liggend in "Francia Rinensis", afzonderlijk en tegelijkertijd bestaand in de 7e eeuw. In Nederland maakt men er één plaats van: Wijk bij Duurstede. De archeologie bevestigt noch het bestaan van Levesano op die plaats, noch dat van Dorestad. Levesano is Laventie, Dorestad is Audruicq, beide gelegen in Noord-west Frankrijk.

  28. Van Batavodorum en Noviomagus maakt men in Nederland ook graag één plaats: Nijmegen. Onderzoek bij Ptolemeus heeft men blijkbaar achterwege gelaten, want daaruit zou meteen blijken dat "Batavodorum" en "Noviomagus" TWEE VERSCHILLENDE PLAATSEN zijn. Ptolemeus en andere geografen plaatsen Batavodorum vlak bij Cassel, Terwaan en Bavay en Noviomagus (ook Neomagus genoemd =Noyon) tussen Parijs, Soissons en Reims.

  29. Het Oppidum Batavorum, de hoofdstad van de Bataven, localiseert men in Nederland te Nijmegen, dus buiten het land van de Bataven (dat immers de Betuwe is). Welk volk bouwt zijn eigen hoofdstad buiten zijn eigen rijk?

  30. Colonia Traiana en Veteribus zijn op de Peutingerkaart én in het Itinerarium Antonini TWEE afzonderlijke plaatsen op zo'n 80 km. van elkaar. De Nederlandse traditie maakt er, aangezien het anders niet uitkomt met de reconstructie, één plaats van: Xanten. Ofwel, waar ben je dan mee bezig?

  31. Dorestad moet volgens een eerdere historische opvatting in Noord-Duitsland aan de monding van de Elbe gelegen hebben, "omdat het in de buurt van Hammaburg lag" (waar men foutief Hamburg van maakte). Wijk bij Duurstede komt in deze opvatting in elk geval NIET in aanmerking.

  32. Dorestad lag in dat deel van Fresonia waar de rivier Lagbeki de grens vormde tussen de christelijke Fresonen en de heidenen. Vlak daarbij lag de plaats Felison. De rivier Lagbeki werd in de Nederlandse traditie opgevat als de Lauwers (Friesland en Groningen), Felison was in de Nederlandse interpretatie Velsen (Noord-Holland). Wijk bij Duurstede, Lauwers en Velsen liggen niet zodanig dat men van "in de buurt van" kan spreken.
  33. Het authentieke Hammaburg (=Hames-Boucres) lag eveneens vlakbij het Almere. In de Nederlands/Duitse interpretatie komt Hamburg in Duitsland terecht, het Almere in Nederland.

  34. Het authentieke Brema (=Brêmes) lag bij het Almere. In de Nederlands/Duitse interpretatie komt Bremen in Duitsland terecht, het Almere in Nederland.

  35. Zowel Brema, als Hammaburg lagen in het authentieke bisdom Trajectum van St.Willibrord, wat ook al niet klopt in de Nederlands/Duitse interpretatie!

  36. De kerken en goederen van het bisdom en van de abdij van St.Willibrord zijn allen in dezelfde streek rondom de zetelplaats Tournehem aan te wijzen, met plaatsnamen die door regionale parallelteksten bevestigd worden in de vorm zoals zij in de oorkonden van Echternach voorkomen. Voorheen plaatste men die goederen, parochies en kerken honderden kilometers uit elkander in tien verschillende landstreken: in Holland, (merkwaardigerwijs niet in Friesland), Utrecht, Gelderland, het land van Kleef, België, Limburg, Zeeland, Antwerpen en de Kempen, Thüringen en Luxemburg. Het heeft geen nader betoog nodig, dat dit onaanvaardbaar is voor een bescheiden missie-bisdom uit het begin van de 8e eeuw, dat bovendien reeds kort na St. Willibrord tekenen vertoonde van weinig levensvatbaarheid, of dat juist als missie-bisdom door de Paus voorbestemd was om zich te zijner tijd op te lossen in de normale kerkelijke hiërarchie. Een expansie van die omvang en uitgestrektheid is zelfs niet bekend uit een latere periode, toen rijke en politiek machtige bisdommen en abdijen links en rechts goederen verwierven.

  37. De Salische Franken die op een eiland aan de kust (van het Kanaal) leefden, worden in de Nederlandse interpretatie in Salland (Overijsel) geplaatst! Waar dan dat eiland was en aan welke kust ze woonden, blijft in Nederland onbekend.

  38. De in de authentieke bronnen genoemde plaats Withmundi (Witte Mond) lag aan zee en aan een der monden van de Renus. De plaats bestaat nog steeds en is de Noordfranse plaats Wissant (Wit zand, een erg toepasselijke naam aangezien het strand daar inderdaad bestaat uit wit zand).
    In Nederland maakte men (Prof.dr.D.P.Blok) van Withmundi de plaats Wichmond (bij Zutphen), welke plaats al helemaal niet aan zee ligt (maar in de Achterhoek-Gelderland) en evenmin aan de Rijn (zelfs niet aan de zijtak van de Rijn, de IJssel). Overigens werd Witla, wat een andere naam voor dezelfde plaats was, in Nederland gedetermineerd als Vlaardingen. Hoe dat etymologisch in elkaar zit werd er niet bij verteld. Zo bedrijft men historische geografie in Nederland.

  39. De 120 plaatsen, genoemd in de oorkonden van Lorsch (zie aldaar), waren gelegen in de Batua. Nog nooit is een van deze 120 plaatsen van Lorsch in Nederland aangewezen, en al helemaal nooit in de Betuwe! Het blijft dan ook een raadsel waarom de Nederlandse historici de Betuwe als de klassieke Batua blijven beschouwen. De Batua is als geen ander historisch landschap zo overvloedig met namen-materiaal gedocumenteerd. Bovendien is van dit grote aantal plaatsen ook archeologisch nooit iets teruggevonden in de Nederlandse Betuwe of verre omgeving. Deze plaatsen zijn allemaal in Noord-Frankrijk aan te wijzen: zie De "Ware Kijk Op".

  40. Het woord Sclusas in een akte uit 828 over tolvrijheid voor de scheepvaart, wordt door prof.dr.D.P.Blok 'vertaald' met "de Alpenpassen". Hoe dit taalkundig in elkaar zit wordt verzwegen. Hoezo tolvrijheid voor scheepvaart in de Alpenpassen? Blijkbaar wil Blok Nederland in de 8e eeuw al een internationale Europese handel geven. Het gaat hier om de plaats Sclusas, wat Lécluse bij Douai was.

  41. Het authentieke Bracbatensis, veel later de naamgever van de provincie Brabant, werd ook "Gallia Braccata" genoemd en lag dus in Gallië! Hoezo Noord-Brabant?

  42. St. Willibrord komt aan op de kust in de monding van de Renus, gaat over het Almere naar de haven van Dorestadum en reist vervolgens door naar Trajectum! In Nederland komt hij aan te Katwijk, gaat over de Zuiderzee naar Wijk bij Duurstede en reist vervolgens door naar Utrecht! Volg dit eens op een landkaart!

  43. In 925 komen de Noormannen via de Seine en de Oise naar Noviomagus. Met dit Noviomagus kan nooit Nijmegen bedoeld zijn, maar dat werd er in Nederland wel van gemaakt.

  44. In de teksten over de Noormannen staan veel geografische details. Geen enkel detail blijkt in Nederland te passen. Steevast wordt Noviomagus en Dorestad genoemd tussen alleen maar Franse plaatsen, zoals Soissons, Sens, Amiens, Reims, Laon, St.Riquier, Beauvais en rivieren als Seine, Oise, Yonne, Sambre, Somme, Maas en Renus. Deze Renus is dus niet de Duitse en Nederlandse Rijn, want aan deze Renus lag Valenciennes (Annales Vedastini, p.339).

  45. De Noormannen plunderen achtereenvolgens Colonia, Dorestadum en Trajectum. Colonia is Coulogne nabij Calais en niet keulen in Duitsland.

  46. Het authentieke Dorestad was een oude stad, groot en belangrijk, had een zeehaven, lag aan het Almere, in het land van de Friezen, aan de kust, in de monden van de Renus, bezat vele kerken, is een periode bisschopsstad geweest en lag tussen Sainte-Maixence en Amiens. Aan geen enkele van deze TIEN kenmerken (en er zijn er meer), in verschillende teksten genoemd, voldoet Wijk bij Duurstede.

  47. Het authentieke Dorestad lag aan het Almere ook wel Flevum genoemd. Het Almere was een zeebaai. In Nederland wordt in de 20e eeuw een stad in de Flevopolders, als verwijzing naar de voormalige Zuiderzee, Almere genoemd. Het typeert de wijze waarop men in Nederland omgaat met de historische geografie. Welke vraagstukken volgen over enkele eeuwen weer uit deze nieuwe blunder?

  48. Koning Koenraad II reist van Noviomagus naar het westen naar Frethennam. In de Nederlands/Duitse interpretatie is dat Vreden, dat echter ten oosten van Nijmegen ligt.

  49. Keizer Hendrik II neemt op zijn terugreis van Keulen naar Noviomagus, de bisschop van Kamerijk (=Cambrai) mee tot aan Monasteria Sanctas. Daar nemen ze afscheid en vervolgt de keizer zijn weg naar Noviomagus. Monasteria Sanctas is Sains-les-Marquion (bij Kamerijk), wat blijkt uit verschillende parallelteksten. Noviomagus in deze tekst is dus overduidelijk Noyon.

  50. Het authentieke Thilen (ook als Tilia bekend), was een haven aan de oever van het Almere. Het was een "stapelplaats" van waaruit het Friese laken verscheept werd (let op deze vingerwijzing: Fries laken kwam uit Vlaanderen.). De streek rond Amiens was vanouds de "pays de textile". De streek van de Leie werd om de vlasteelt 'de gouden rivier' genoemd. De Nederlandse interpretatie Tiel voldoet geenzins aan deze gegevens. Thilen is het bekende Tilques ten noorden van St.Omaars (Noordwest Frankrijk).

  51. Bij de verwoesting van het paleis te Noviomagus door de Vlamingen in 1047, werd op dezelfde veldtocht het land van de Schelde en de steden Oudenaarde, Atrecht, Verdun, Arques en La Bassée geplunderd. In dit rijtje past Nijmegen niet. Het paleis te Noviomagus lag immers te Noyon. Als het paleis in Noyon werd verwoest, moet het daar dan ook niet gebouwd zijn? Op de plaats van het verwoeste paleis werd in 1064 het klooster van St.Bartholomeus gebouwd. Tijdens de Franse Revolutie is deze abdij verwoest. Er is nooit iets van dit klooster, noch van het paleis teruggevonden in Nijmegen.

  52. Het authentieke Corbie (F) lag in (het authentieke) Saxonia aan de rivier de Somme, dus niet aan de rivier de Wiseria. Het nieuwe Corvey (D) ligt echter niet in (het Duitse) Saksen, maar wel aan de rivier de Weser, die altijd (foutief) werd opgevat als de authentieke Wiseria.

  53. Het authentiek klooster van Werethina lag op een paar kilometer van Het Kanaal (Codanus) en aan het Almere. Het klooster is omstreeks 850 voor de Noormannen gevlucht. Het moest als een der eersten vluchten, omdat het zo vlak aan de kust lag. Het verplaatste klooster kwam in Werden (D) terecht, waar het niet aan de kust ligt en evenmin aan het Almere. De oude oorkonden die meegenomen werden "passen" dan ook niet te Werden, maar wel in Noord-Frankrijk. Prof. Blok constateert dan ook terecht in zijn proefschrift over de oude oorkonden van Werden, dat "de benaming van de regeringsjaren van de koningen tussen 841 en 845, alleen in het noorden van Frankrijk te verklaren is!" Doordenken op zijn eigen conclusies is er bij Blok blijkbaar niet bij!

  54. Als er in teksten gesproken wordt over wijnbouw in Chinheim (ook Kinnahim of Kinheim genoemd), kan men dit Chinheim natuurlijk niet opvatten als Kennemerland in Nederland, waar nooit enige vorm van wijnbouw te bekennen is geweest. Dit Chinheim lag in Noord-Frankrijk en was Quingoie. De interpretatie van Kennemerland in Nederland is volkomen onacceptabel.

  55. Zowel de Franse als de Duitse historici, houden vast aan Gravelines als landingsplaats van St.Willibrord. Ook in Echternach werd en wordt nog steeds Gravelines als landingsplaats beschouwd. In Nederland blijven historici vasthouden aan de fabel uit de 17e eeuw, waarbij Katwijk, gelegen aan de monden van de Renus, de landingsplaats geweest zou zijn. Afgezien dat het met de geschreven bronnen en de archeologie niet overeenkomt, werd Katwijk door Nederlandse historici ook lang als plaats van het oude Lugdunum gezien. Ook deze interpretatie is foutief. Aangezien Gravelines en Lugdunum twee verschillende plaatsen waren, op twee verschillende locaties, kan men in Nederland beide mythen niet blijven volhouden. Men zal er minstens één moeten laten vallen, beter nog beide!
    Sommige historici houden de aankomst van St.Willibrord op het Zeeuwse Grevelingen. Ze erkennen daarmee dat ook zij Katwijk niet accepteren, maar tevens onbewust dat het wel Gravelines moet zijn geweest. Immers de 'Vlaamse' naam voor Gravelines is Grevelingen. Dat het zeeuwse Grevelingen in de 7e eeuw, toen de transgressies op een hoogtepunt waren, niet bestond is een zekerheid. De naam Grevelingen is ook een van vele importnamen waarmee Zeeland vol ligt.

  56. De plaats Bacleos wordt in de Nederlandse interpretatie plots 2 plaatsen, namelijk Bakel en Oss. Dit op grond van een kopieerfout (vervalsing) door de abdij van Echternach, waarbij de -O- (BacleOs) iets groter geschreven werd. Bacleos (ook Baclaos geheten) is de Noord-Franse plaats Bagalose (=Bailleul). Zowel in Bakel als in Oss ontbreekt elke documentatie die als tweede bron kan dienen ter onderbouwing van de Nederlandse interpretatie. Zo'n tweede bron is wel een voorwaarde om een interpretatie te bevestigen.

  57. De plaats Waderlo (in parallelle teksten ook Wattreloe en Watriloe) in Taxandria (Texandria) was in Nederland aanvankelijk Waarle, welke interpretatie onhoudbaar bleek. Zeker omdat men nooit heeft kunnen aantonen met enige plaatselijke tekst of archeologische vondst, dat Waalre al bestond in de 7e eeuw. In 1983 meende een fantasierijke historicus (prof.dr.A-J.Bijsterveld) dat Delahaye hiermee Waterloo bij Brussel bedoelde. Met zo'n blunder vindt ook deze historicus, net als eerder Napoleon, hier zijn "Waterloo". Bijsterveld laat hier duidelijk merken dat hij de boeken van Delahaye niet eens gelezen heeft, die dat immers nooit beweerd heeft, en bovendien geen verstand te hebben van plaatsnaamkunde. Laat hij zich dan ook niet bemoeien met historische geografie en zich onthouden van commentaar op Albert Delahaye.

  58. De 4 landstreken Northgo, Ostergo, Sudergo en Westergo waren een kwartet. Alleen de streken Ostergo en Westergo zijn nadien in Nederland (in Friesland) getransplanteerd. De streken Northgo en Sudergo zijn er nooit geweest, wat voor Northgo ook niet mogelijk geweest zou zijn, want dan zou het in de Waddenzee gelegen hebben.

  59. Texandria moet, gezien de authentiek (buitenlandse) bronnen, naast de gebieden van de Friezen gelegen hebben. De streek Taxandria kwam overeen met Westrachia en is hetzelfde als Teisterbant. In Nederland komt Westrachia als Westergo in Friesland terecht en Taxandria in in oostelijk Noord-Brabant (De Peel) terecht. Geografisch al onjuist, bovendien ontbreekt in Noord-Brabant elke vorm van plaatselijke documentatie over Texandria. Blok geeft een andere locatie voor Teisterbant (het Land van Altena en de Bommelerwaard), dan Camps voor Taxandria, terwijl het om hetzelfde Franse landschap gaat.

  60. Texandria lag in het bisdom Cambrai (=Kamerijk). Hoezo Noord-Brabant?

  61. Texandria stond bij de Romeinen bekend als het land van het vlas en de geweven stoffen (textiel). Het is de streek in Vlaanderen die bekendheid kreeg om zijn "fries laken". Nederlandse historici localiseren dit Texandria in het onvruchtbaarste deel van Noord-Brabant, de Peel. Hun kennis van de bodemgesteldheid is al net zo belabberd als die van geschiedenis. De streek rond Amiens was vanouds de "pays de textile". De streek van de Leie werd om de vlasteelt 'de gouden rivier' genoemd.

  62. Rinhara: volgens een tekst uit 722 lag Rinhara in Taxandria aan de Renus. Volgens de Nederlandse traditie is Rinhara het Gelderse Rhienderen, dat echter aan de IJssel ligt en wordt Taxandria gelijkgesteld met oostelijk Noord-Brabant. Geografisch klopt er ook hier niet veel van de Nederlandse interpretaties. De Renus stroomde dus langs/door Taxandria. Zo wordt begrijpelijk waarom Byvanck (zie hierna) Renus vertaalt met Maas.

  63. Plinius beschrijft dat, waar de Renus in zee uitstroomt vindt men witte steen, die zich gemakkelijk laat snijden en die o.a. gebruikt wordt voor het leggen van vloeren. De Franse kalksteen, want daar gaat het hier om, laat zich hiervoor inderdaad uitermate goed gebruiken. Dit in tegenstelling tot de mergel in Zuid-Limburg, die volgens Byvanck*) hier bedoeld wordt. Franse Kalksteen is inderdaad wit, in tegenstelling tot mergel dat geel van kleur is en totaal ongeschikt is voor vloeren. De kalksteen wordt in deze streek nog steeds marmer genoemd en wordt nog steeds gebruikt voor vloeren en schoorsteenmantels, maar ook voor beeldhouwwerk. Dezelfde kalksteen werd ook gebruikt voor de sarcofaag van St.Willibrord die 'van marmer' genoemd werd. Het is een detail dat zich onmogelijk in Nederland laat plaatsen, maar in Noordwest Frankrijk precies past!
    *) Let op: de Rijn stroomt nergens in Zuid-Limburg langs de mergelgroeven. Gemakshalve werd Renus hier door Byvanck "vertaald" met Maas. Hetzelfde zien we bij Van Es, die Renus enkele keren "vertaalt" met Waal, omdat Rijn niet klopt met de rest van de tekst. Ook Bogaers "vertaalt" Renus meerdere keren met Waal, omdat Rijn niet klopt! Het zegt genoeg!

  64. Het land van de Friezen wordt in de tiende eeuw beschreven als een drooggevallen zoutmeer. De eeuwenlange winning van zout in Vlaanderen (De Panne) wijst de juiste streek aan.

  65. Bisschop Radboud deelt in een beschrijving van Noviomagus mee dat het een vruchtbare en aangename streek is, vol wijngaarden en tuinen. De interpretatie van wijnbouw in de Betuwe is onacceptabel.

  66. Karel de Grote hield in 804 een algemene vergadering van de Franken bij de bron van de Lippia. Volgens de traditionele versie werd die vergadering dus in midden-Duitsland gehouden, ver buiten het rijk van de Franken. Volgens Delahaye is de Lippia de Lys waarvan de bron in Noord-Frankrijk ligt, midden in het gebied van de Franken.

  67. In het jaar 779 gaf Karel de Grote tolvrijheid aan de abdij van St. Germain-des-Prés te Parijs, voor de handel in was om kaarsen te maken, en voor andere benodigdheden van het klooster, zowel aan de overzijde van de Loire als aan deze zijde, in alle havens en in alle steden, zowel in Rouen als in Wicus (Quentovicus aan de Canche), in Amiens, in Trajectum en Dorestadae, in alle havens, te Saint-Maxence (aan de Oise) en overal elders, en in het land van Parijs, in de gouw van Troyes, in het land van Sens.
    Was hier sprake geweest van een handel in strikt commerciële zin, dan had men zich een handelsgebied van grote uitgestrektheid kunnen indenken. Daar het evenwel ging om was voor kaarsen en verdere levensbehoeften voor de abdij, heeft die handel een zeer beperkte en regionale omvang gehad. Nog minder kan men zich na de lezing van al de Franse plaatsen voorstellen, dat de kelderbroeder van St. Germain-des-Prés te Utrecht en te Wijk bij Duurstede naar de markt ging. Trajectum en Dorestadum worden opgesomd tussen Amiens en Saint-Maxence, precies zoals ze ook geografisch liggen tussen de genoemde plaatsen.

  68. De Litus Saxonicum ligt, volgens Notitia Dignitatum, aan Het Kanaal en de Noordzee, tussen Etaples - Cap Hornu (Hornez) en Oudenburg.

  69. De rijksverdeling van 839 noemt, naast het hertogdom Doornik, dat van de Saksen, nabij de streek van Ostrevant tussen St.-Amand, Douai en Arras. Het was het vroegere Austrebanti en het latere Karolingische Austrasië.

  70. De bekeerde Wibrecht, zoon van de heidense Saksische leider Widukind, schreef in 863 in een brief aan de paus, dat zijn volk leefde aan de ene kant vermengd met Friezen, en aan de andere kant bij Abodriten en Normandiërs. Normandië is nimmer buurland van Nederlands Friesland noch van Duits Saksenland geweest. De geografische situering van Oud-Frisia en Oud-Saxonia is wel degelijk in het huidige Frankrijk.

  71. De Vahalis wijst evenmin op Nederland, daar Einhard de Vahalis noemt als de rivier bij welke de residentie Noviomagus lag. De Vahalis, wat "kleine stroom" betekent en zó al niet op de Waal past, blijft in de bronnen voorkomen en wordt achtereenvolgens Vahalis, Vaccalis, Walum, Wala en Guala genoemd. De teksten maken duidelijk dat één en dezelfde rivier is bedoeld, de laatste vorm Guala is Gouelle geworden, een rivier vlak bij Noyon. De naam Waal is niet van Vahalis afgeleid, omdat de namen niet identiek zijn. Waal betekent: weel, in vroeg Nederlands letterlijk "waal" geschreven, een doorbraak van een rivier, en geeft treffend het ontstaan aan van deze tak van de Rijn nà de transgressieperiode aan.

  72. St. Bonifatius, die 13 jaren in het bisdom van St. Willibrord arbeidde, zette te Dorestadum voet aan land, waarna hij zich naar Trajectum begaf. In Nederland liggen Wijk bij Duurstede en Utrecht precies verkeerd om. Hij missioneerde onder de Friezen in het zuidelijk deel van het Almere, eerst te Wyrda (is Weretha), daarna te Attingahem (is Autingues bij Guînes). Een tekst verhaalt, dat hij met zijn gezellen de stad Quentovicus bezocht, aan de Canche gelegen, een onaanvaardbaar gegeven voor een missionaris uit Nederland!

  73. Karel de Grote schonk aan St. Ludger in de pagus van Bracbante het klooster van St. Petrus op een plaats die Lothusa wordt genoemd, om hem en zijn medewerkers de nodige inkomsten te verschaffen voor hun levensonderhoud. Het staat vast dat met Lothuse Leuse wordt bedoeld, gelegen tussen Authun en Doornik, wat de situering van St. Ludger in Groningen tot een absurditeit maakt.

  74. Pepijn de Korte in 753 en Karloman in 768 verlenen aan de Saksen en Friezen marktrecht voor het gebied van Parijs. Is hier sprake van de eerste Europese handel vanuit Noord-Nederland en Noord-Duitsland met Parijs? Neen, er is gewoon sprake van marktrecht met Parijs vanuit Artois en Picardië!

  75. Alle veldslagen met de Friezen spelen zich af in Frankrijk. Zouden de Friezen steeds vanuit Noord-Nederland naar Frankrijk gekomen zijn om hun veldslagen te voeren?

De boeken van Albert Delahaye staan vol met honderden vergelijkbare voorbeelden, erger nog, zijn boeken zijn gebaseerd op de juiste lezing van deze foutief begrepen teksten.

De hele Nederlandse veronderstelde geschiedenis uit het eerste millennium zal herschreven moeten worden. Als je de hele lijst bekijkt, vraag je jezelf inderdaad wel eens af: "Hebben historici werkelijk geen atlas?" Blijkbaar is Aardrijkskunde hun vakgebied niet en houden zij zich daar verre van! Met de genoemde consequenties tot gevolg!

Bestel en lees het boek "De Ware Kijk Op" , lees de authentieke teksten en oordeel zelf.