Terug naar de beginpagina. Naar het overzicht in het kort.

Gegevens die nooit in Nederland pasten.

In een aantal authentieke teksten worden aardrijkskundige details genoemd, die op geen enkele manier in Nederland passen of gepast hebben. In de oorspronkelijk streek in Noord-west Frankrijk en Vlaanderen passen deze details heel precies, zodat wel duidelijk is waar deze geplaatst moeten worden. De tekst "waar je de overkant kunt zien", waarmee Engeland bedoeld wordt, past maar op één plaats in Europa: aan de Kanaalkust op de plaats waar de Kanaaltunnel ligt.



Le Cap Gris-Nez en Le Cap Blanc-Nez .

Waar men de overkant kan zien. zoals het in vele teksten staat. Die plaats is ONMISKENBAAR bij Le Cap Blanc-Nez (foto hiernaast) en Le Cap Gris-Nez (foto hierboven) zijn de witte krijtrotsen van Engeland duidelijk te zien. Bijgaande foto's zijn overtuigend genoeg.

En waar men de overkant kan zien :
  • stak Julius Caesar over naar Brittannië;
  • kwam St.Willibrord aan land en was hij meteen in zijn missiegebied;
  • lag vanuit Engeland gezien het land van de Bataven;
  • woonden, ook vanuit Engeland gezien, de Friezen;
  • lagen, vanuit Engeland gezien, de monden van de Renus.

    Waarom ligt de kanaaltunnel niet van de Betuwe naar Engeland?

    De Franse kalksteen.

    Plinius beschrijft dat, "waar de Renus in zee uitstroomt vindt men witte steen, die zich gemakkelijk laat snijden en die o.a. gebruikt wordt voor het leggen van vloeren".

    De Franse kalksteen, waar het hier over gaat, laat zich hiervoor inderdaad uitermate goed gebruiken. Zowel voor vloeren als voor beeldhouwwerk wordt deze Franse kalksteen nog steeds gebruikt. Dit in tegenstelling tot de mergel in Zuid-Limburg, die volgens Byvanck *) hier bedoeld wordt. Franse Kalksteen is inderdaad wit, in tegenstelling tot mergel dat geel van een kleur is en totaal ongeschikt is voor vloeren. De kalksteen uit Noord-Frankrijk wordt marmer genoemd en wordt nog steeds gebruikt voor vloeren en schoorsteenmantels, maar ook voor beeldhouwwerk. Dezelfde kalksteen werd ook gebruikt voor de sarcofaag van St.Willibrord die 'van marmer' genoemd werd. Het is een belangrijk detail dat zich onmogelijk in Nederland laat plaatsen, maar in Noordwest Frankrijk precies past! Het "Maison du Marbre" in Rinxent, ten noorden van Boulogne, verschaft de bezoekers informatie over winning en toepassingen van de witte kalksteen die hier gewonnen wordt.

    *) Let op: de Rijn stroomt nergens in Zuid-Limburg langs de mergelgroeven. "Gemakshalve" werd Renus hier door Byvanck "vertaald" met Maas. Hetzelfde zien we bij Van Es, die Renus enkele keren "vertaalt" met Waal, omdat Rijn niet klopt met de rest van de tekst.
    Let ook eens op de naam RIN-x-ENT: het einde van de Rin, de Renus.

    Waar de Renus in zee uitstroomt is ook al niet in Zuid-Limburg, maar in de Nederlandse interpretatie bij Katwijk.
    Het is dan ook volkomen onbegrijpelijk hoe de traditionele geschiedenis bij deze locaties komt. En veel historici hebben deze interpretatie klakkeloos gevolgd. Dat is nog onbegrijpelijker. Het meest onbegrijpelijk is dat degene die deze opvattingen ter discussie stelt en op de onlogica wijst, voor een "fantast" werd uitgemaakt.



    Bergwouden van de Friezen.

    In zijn Annales (XIII, 54) vermeldt Tacitus de bergwouden, waarin de Friezen zich verborgen hielden. In Nederland past deze tekst alleen in Zuid-Limburg, maar daar hebben nooit Friezen gewoond. In Noordwest Frankrijk en het Zuidwesten van België, de werkelijke woonplaats van de Friezen in het eerste millennium, is het landschap heuvelachtig en bevat het op verscheiden plaatsen zelfs hoge heuvels. De plaats Cassel is gelegen op de 176 meter hoge Casselberg, met daarnaast de Wouwenberg van 141 meter hoog. Plaatsen in de buurt als Mont des Cats, Mont Noir en Mont Guynemer zeggen genoeg.
    Het waren dus zeker niet de terpen van enkele meters hoog, die Tacitus bedoelde met de bergwouden, wat enkele fantasievolle historici er in Nederland wel eens van probeerden te maken.


    Picardië, ganzen, platanen en ruiters.

    De Romeinse schrijver Plinius vermeldt dat ganzen uit het land van de Bataven werden geruild tegen platanen. Gaat het hier om de Betuwe? Opvallend is dat in Noord-Frankrijk hele bossen voorkomen die voornamelijk uit platanen bestaan. Bovendien is Picardië sinds mensenheugnis bekend om zijn ganzenteelt.
    St.Ludger, die in dezelfde streek missioneerde (en niet in oost-Nederland), wordt steeds afgebeeld met een of meerdere ganzen. Volgens een legende zou hij de ganzen die een plaag waren voor boeren, eens vermanend hebben toegesproken, waarna ze als huisdier gedomesticeerd werden.

    De Bataven stonden in de Romeinse legers bekend als goede en behendige ruiters, met een onverschrokken moed. In praktische dezelfde bewoordingen spreken schrijvers vele eeuwen nadien over de Picardiërs, die eeuwenlang de huursoldaten van Europa zijn geweest. De streek van Picardië is nog steeds een centrum van paarden, paardenrennen en ruitersport.

    Bovenstaande gegegevens over Picardië zijn geen harde bewijzen, maar wel erg overtuigende aanwijzingen. Waar passen deze aanwijzingen in de Nederlandse traditie?


    En zo zijn er veel voorbeelden te geven waarbij de beschrijving nooit op Nederland toe te passen is. Het is dan ook duidelijk dat de betreffende schrijvers Nederland niet op het oog hadden, maar een streek in het klassieke Gallia ofwel Frankrijk.

    Bestel en lees het boek "De Ware Kijk Op" en oordeel zelf.