Terug naar de beginpagina. Naar het overzicht in het kort.

De naam HOLLAND komt uit Frans-Vlaanderen.

Lees meer over de geschiedenis van Holland in de opkomst van Holland, de Hollandse graven, Nederland vanouds een immigratieland, de Vrede van Utrecht.

De naam HOLLAND is een bevestiging van de visie en het gelijk van Albert Delahaye.

De naam Holland komt in Noord-Frankrijk al in de 9e eeuw voor in geschreven bronnen en is een typisch voorbeeld van de "deplacement historiques", ofwel een hergebruikte naam, zoals we er in Nederland honderden kennen. De naam Holland komt in de betekenis van waterloop overeen met het land waar de naam ontstond, namelijk het gebied van de transgressies bij het klassieke Almere bij Duinkerke. Daar ligt een gebied met de naam Holland, waar ook de Holland-becque stroomt.
Dat de naam ook wonderwel in Nederland paste heeft juist voor de toepassing ervan gezorgd.
Zelfs de naam Leeuwarden (doublure van Lewarde in Frans-Vlaanderen en nog meer dan 1000 andere plaatsnamen) en de "Nederlandse" leeuw kwamen uit (Frans-)Vlaanderen.


Wat zo typisch 'Hollands' lijkt kwam uit Frankrijk, zelfs de naam Holland.
De eerste graven van Holland en Gelre kwamen uit (Frans-)Vlaanderen.
Ook andere 'Hollands' lijkende zaken kwamen uit Frankrijk of Frans-Vlaanderen. Robrecht die zich 'de Fries' noemde kwam uit Cassel, het Psalter van Utrecht (kwam uit Reims) en de Annalen van Egmond (kwamen uit Abbeville).
De 'vitae' van Lebuinus en Ludger (kwamen via Gent uit St.Amand). De Beeldenstorm (les gueux) begon in Steenvoorde en Johannes Calvijn die een Diets sprekende moeder had, kwam uit Noyon.
Maar ook de Molens, Klompen, Dijkenbouw, het Friese laken kwamen vanuit Frankrijk in Holland terecht. Veel van deze zaken zijn in Frans-Vlaanderen al beschreven in de 8e en 9e eeuw, voordat ze in Holland terecht kwamen. Geleerden zoals Busbeke en Charles de l‘Ecluse (Carolus Clusius, geboren in Atrecht) kwamen uit Frans-Vlaanderen en introduceerden de tulp, de aardappel en de Hortus van Leiden in Holland. Het Haringkaken werd in Duinkerke uitgevonden (niet in Biervliet.), waarvoor het zout van het nabijgelegen De Panne nuttig gebruikt kon worden. Het bekende lied "Al die willen te Kaapren vaaren" was een Duinkerks zeemanslied. Vergeet niet dat Frans-Vlaanderen tot 1713 bij de 17 Verenigde Nederlanden hoorde en men er Diets sprak.
Zelfs het Wilhelmus (Franse melodie, Nederlandse tekst van Pieter Datheen, geboren in Cassel) kwam uit Frans-Vlaanderen. Het Diets (zie daar), het Teutoons/Saksisch was de bakermat van het Nederlands, het Fries, Engels en Duits. Datheen was een van de belangrijkste raadsmannen van Willem van Oranje. De versregel 'Olla Vogalla... ' werd geschreven door een monnik van St.Bertijns te St.Omaars.

Ook St.Willibrord en St.Bonifatius en met hen andere predikers werden in het tweede millennium in Nederland geïmporteerd vanuit Frans-Vlaanderen.

Voor Holland ontbreken eigentijdse omschrijvingen, zoals we die wel kennen uit Vlaanderen en Noord-Frankrijk. We moeten ons daarmee behelpen, waarbij wij in het oog dienen te houden, dat het daar gebruikelijke Karolingisch stelsel niet zonder nader bewijs als geldend voor Holland mag worden aangenomen. (Bron: C.Hoek, De Hof te Vlaardingen, p.65).

De ontstaansgeschiedenis van de naam HOLLAND.



Waar komt de naam Holland vandaan?

Vraag je een willekeurige Nederlander naar de herkomst van de naam Holland, dan wordt de link al snel gelegd naar SchipHOL, dus HOL in de betekenis van laagte beneden het maaiveld, ofwel een drassige laagte. Schiphol, het voormalige Haarlemmermeer, is immers een lager gelegen land, waarvan de traditie wil dat er in voormalige tijden regelmatig schepen 'naar de kelder' gingen.
Het woord Holland bestaat uit de samenstelling van HOL en LAND. Het deel -land zal geen al te grote probleem opleveren, het deel HOL kennen we van "HOLle boomstammen" in de betekenis van leeg, in het reeds genoemde HOL van drassige laagte. De Fransen noemen ons land Pays-Bas, ofwel Laag land. Wij noemen ons land doorgaans NEDER-land, dus ook Laag land. HOL kan verder ook betrekking hebben op helling, aflopend talud, geul of heul? (g=h, zeker in het frans), te vergelijken met het begrip "holle weg". Van HOL in de betekenis van hollen of rennen moeten we maar niet uitgaan. Zo snel zijn Nederlanders doorgaans niet, ook al zijn we wel druk, druk, druk en rennen we heel wat af.

De benamingen "Holland" en "Hollanders" duiken in de 11e eeuw voor het eerst in de bronnen op. Het is tevens een aanwijzing van het tijdstip dat dit gebied in bezit genomen werd. De naam wordt in ons land, maar zeker in het buitenland, vaak als metoniem voor geheel Nederland gebruikt, hoewel dit uiteraard geheel onjuist is. Het is nog een gevolg van het stimuleren van het "nationaal besef" van Holland in de 16e en 17e eeuw, waarbij zelfs de Batavieren naar het westen, naar Holland, zijn getrokken. Cornelius Aurelius (1460-1531), bericht daarover in zijn Divisiekroniek die in 1517 verscheen. De z.g. Bataafse mythe, onder meer bedoeld om de aanspraken op eigen privileges te legitimeren, had belangrijke politieke invloed die we tegenwoordig nog merken als de naam Holland gebruikt wordt, waar Nederland bedoeld wordt.

De traditionele opvatting.

De naam Holland zou volgens de traditie afkomstig zijn van "Holtland" omdat men in de oudste ons beschikbare bronnen deze naam tegenkomt. Het zou dan betrekking hebben op het bosrijke gebied bij Haarlem (volgens het Etymologisch woordenboek Van Dale) of op de vroegere moerasbossen in de buurt van Egmond (volgens toponymist M.Gysseling: zie over hem bij Gysseling), vanwege het voorkomen van "Holtlandensis" (1083) en "Holtland" (1168) in de Annalen van Egmond waar we deze namen voor het eerst tegenkomen.

Maar dan dient wel gelet te worden op de herkomst van de Annalen van Egmond. En deze kwamen onweerlegbaar uit Gent, van waaruit de abdij van Egmond in de 10e eeuw door graaf van Vlaanderen gesticht was. Daarvoor zijn deze Annalen, zeker gedeelten ervan, afkomstig uit de omgeving van Abbeville (de abdij van St.Riquier en de abdij van St.Bertin te St.Omaars), wat aangetoond wordt door enkele miniaturen. In de omgeving van Gent, maar ook in de omgeving van Abbeville ligt een streek die nog heden Houtland heet, de letterlijke vertaling van Holtland (zie afbeelding hierboven). Het was een bosrijk gebied.
Dat het in de Annalen van Egmond genoemde "Houtland" betrekking zou hebben op west-Nederland, is niet erg aannemelijk. Juist in de omgeving van Egmond, dus laag Nederland, is geen echt bosrijk gebied geweest door alle veengronden en moerassen tijdens de transgressies tussen de 3e en 10e eeuw. In dit gebied toont de duinvorming juist aan dat er gewoon geen sprake was van een bosrijk gebied.

Plaatsnamen met HOL.

Bekijken we de bronnen en met name die van het gebied waar de naamgeving vermoedelijke vandaan gekomen is, Vlaanderen (zie bij déplacements historique, en de herkomst van de Annalen van Egmond), dan vinden we verscheidene bronnen en mogelijkheden.
Allereerst geeft het reeds genoemde Houtland bij Gent een aanwijzing. Lag daar het Houtland uit de Annalen van Egmond c.q.Gent? In Frans- en Belgisch Vlaanderen liggen verscheidene plaatsen die met HOL beginnen, vaak in de betekenis van een heuvel, zoals Holnon, in 1225: Holenon geheten: holle is "hauteur". Deze betekenis zal in elk geval niet op het Nederlandse Holland betrekking hebben. Er is geen hoogte te bekennen in Noord- of Zuidholland. Ook het Hol in Holling of Holacourt, waarbij het Hol op een germaanse naam (Olaf) betrekking zou hebben (volgens Gysseling), lijkt me niet van toepassing. Olaf is geen echte Hollandse voornaam, meer een Noorse.

Holtland in de betekenis van Houtland.

In Duitsland liggen talloze plaatsen met namen als Holtland en Holzland. Gaat het hier deels om (getransplanteerde?, zeker in Saksen.?) namen in de betekenis van Houtland? In bosrijk Duitsland zeker van toepassing.
Bekijk je de lijst plaatsnamen in Nederland die met HOL beginnen, dan blijkt er slechts één in Noord- of Zuid-Holland te liggen: Hollebalg. Het oosten van het land bevat het merendeel van HOL namen. Hier zou de betekenis HOL als heuvel, hoogte (Holwerd) of de betekenis van hout (vergelijk het met de Duitse namen) beter passen.

Achtereenvolgens: Plaatsnaam - Gemeente- Provincie; Hollebalg - Wieringen - Noord-Holland; Hollum - Ameland- Fryslân; Holset - Vaals- Limburg; Holsloot - Coevorden- Drenthe; Holst - Roerdalen- Limburg; Holt - Dalfsen- Overijssel; Holte - Stadskanaal -Groningen; Holten - Rijssen-Holten- Overijssel; Holterberg - Rijssen-Holten- Overijssel; Holterhoek - Berkelland- Gelderland; Holthe - Midden-Drenthe- Drenthe; Holthees - Boxmeer- Noord-Brabant; Holtheme - Hardenberg- Overijssel; Holthone - Hardenberg- Overijssel; Holthuizen - Montferland- Gelderland; Holtien - Westerveld- Drenthe; Holtinge - Westerveld- Drenthe; Holtland - Westerveld- Drenthe; Holtum -Sittard-Geleen- Limburg; Holwerd - Dongeradeel- Fryslân; Holwierde- Delfzijl -Groningen.

De geschreven bronnen.

In Frans-Vlaanderen (Nord-Dunkerque) komen we dichter bij de oplossing van het "Holland-probleem". Daar ligt de plaats Holque (Holke). In 1093 bekend als Holoca, Holeka en Holeke, in 1158 genoemd als "rivulum qui vocatur Holoca". Het HOL heeft hier betrekking op een waterloop, een beek. (Bron: De Nederlanden in Frankrijk, J.v.Overstraeten, 1969). Het is een erg toepasselijke naam voor Holland, dat immers "ontstond" door ontginning van de mens en nu nog steeds bestaat bij de gratie van de vele waterlopen.

Hollebecque (Nord ) is een pleonasme in dezelfde betekenis van waterloop en beek. In Nederland komt men ook de naam Hollebeek tegen, die eenzelfde betekenis heeft. In Duitsland de Hollbach of Holebach in de betekenis Niederfischbach (Gysseling). Let op het Nieder- als in Nederland. In Vlaanderen vinden we nog een Hollebroek (1187 Holbroek) in de betekenis van Hol, in een uitholling gelegen. Verder een Hollebeke (1187 Holbecca), waarbij hol betrekking heeft op een dieper liggende beek (Gysseling), dus ook een geul waarin een beek stroomt.

Het Hol in Holingham (Huolingaham) een andere plaats in Frans-Vlaanderen heeft betrekking op een "terrain d'inondation", een land van overstromingen, waterlopen en beekjes.

In de goederenlijst van Trajectum uit 870 komen we de volgende namen tegen: Holanwegh in Hollingues, gehucht op 3 km n-w van Trajectum. Holtlant wat Houtkerque op 12 km n-o van Cassel of Houthem (B.) op 3 km. z-o van Ieper is. Holtsele - Holzheim, is Assinghem, voorheen Holsinghem, een leengoed onder Houlle en Eperlecques op 6 km oost van Tournehem. Voor lezers van de werken van Albert Delahaye geen onbekende namen, waarmee behalve met een betekenis ook duidelijk een vingerwijzing wordt gegeven naar de streek waar de naam Holland voorkomt en vandaan komt. Lag hier dan het Hol(t)land uit de Ananalen van Egmond? Het Hol als in Holingham (Huolingaham) heeft zelfs betrekking op een "terrain d'inondation".

Opvallend is dat veel namen die te maken hebben met "onze" strijd tegen het water een Franse equivalent kennen. Wat te denken van woorden eindigend op -digue of -becque. Het is verrassend hoeveel namen in de streek van Frans-Vlaanderen zo "Hollands" klinken. Opvallend of verrassend? Feitelijk allerminst als je de ontwikkeling van de taal bestudeerd. De taal, het Diets, uit de streek van Frans-Vlaanderen vormde immers de basis van het Nederlands. Zie verder bij Diets.
Deze zo Nederlands klinkende woorden worden o.a. genoemd in de Annales de Saint Bertin, geschreven tussen 830 en 882, en kwamen in die streek dus al vele eeuwen eerder voor, dan in Nederland. Te denken valt aan "La Meere" (meer = zee) voor de zeebaai ten noorden van St.Omer, de plaats van het voormalige Almere (L'Aa meere), de "Nord-, Ost- en Westwede" (wede = weide = nat weiland, denk aan het Widoc uit de oorkonde van 777, maar ook aan ons woord waden; volgens Van Dale -en De Vries- stamt wei van het oudnederfrankische "weitha"), "Clairmarais" (-moeras, -maras, -mares; maar ook modder, ook mere en Meere), waterganc (watergang), de vele namen eindigend op -becque (beek - zoals de Holle Becque t.w.v.Cassel) en -dyck (of -digue), de "Waterportes Audemaroises" (waterpoort) genoemd in een akte uit 960, de "Schardauwe Gracht" (gracht) bij Looberghe en de "Gracht cité" genoemd in een akte uit 1140. In 850 is er in de omgeving van Coulogne sprake van het cultiveren van grasland dat "vrij kwam uit het water" en waarop men de schapen liet grazen. In 1100 is hier al sprake van de tiende belasting op alle grond "die op de zee gewonnen werd door toedoen van de mens". Een duidelijke indicatie van de eerste inpolderingen en droogmakerijen, nog voordat die in Nederland begonnen zijn.

Er zijn in deze streek van het oude Meere (van La Plaine Flamande of de Plaine Flandrienne Marecageuse) ook andere namen die erg "Hollands" klinken, zoals de "Kettelstroem"en "Nardstroem" (-stroem = stroom) in het stroomgebied van de Aa, de "Niewena" (de nieuwe Aa), "Niuverledam" (de nieuwe dam), de Zedic (zeedijk tussen "le banc de Calais" en "le banc des Pierrettes") en de "overdrach van de Wattendam" (-dam), de Kilwal (-wal) en woorden als "waels" (visrijk water), "waert" monding van een stroom, zoals de Stakelwaert (-waard, denk aan ons woord -waard als in Bommelerwaard e.d.), en "vaert" (een rivier), allemaal voorkomend in geschriften van vóór en rond 1100, toen de eerste indijkingen in Nederland nog moesten beginnen. Een "overdraghe" was een soort rond werktuig (een ton?) waarmee men in het water kon, om er turf te steken.



Midden in het Houtland, in de streek die Niewland heet (zie kaartje hierboven), ligt Holland tussen Coudhof en Pandgat, waar ook nog een Holland Becque stroomt. Bekijk je ook de structuur van het landschap met de vele langerekte sloten, dan herken je het zo typische "Hollandse" landschap, zoals dat ook in ons land voorkomt. "Hollandser" kun je het gewoon niet krijgen. De Fransen noemen dit gebied dan ook "Le Pays Bas Francais" ofwel "De Franse Nederlanden".
Over dit gebied zingt Jacques Brel zijn lied "Le Plat Pays", Mijn platte land! Het gaat dus niet over Nederland, wat abusievelijk wel eens gedacht wordt.

Het aantal sluizen en sluisjes (écluse in het Frans) in dit gebied is schier ontelbaar. Het woord sluis is (volgens Van Dale en het etymologisch woordenboek van De Vries) een afleiding van escluse, scluse, sluse, sluus, dus afkomstig uit Frankrijk. Een in de jaren 70 van de vorige eeuw (door de Autokampioen) uitgeschreven wedstrijd, om in zo kort mogelijke tijd zoveel mogelijk foto's van sluizen te verzamelen, werd tot verrassing van velen glansrijk gewonnen door iemand die meteen naar dit gebied trok. In een beperkt gebied liggen hier honderden sluisjes en sluizen. "Le pays de Merque" wordt niet voor niets de "maître des écluses" genoemd. Als U nog eens op vakantie gaat naar het zuiden, is het zeker aan te bevelen eens een bezoek te brengen aan dit gebied, waar ook Albert Delahaye regelmatig vertoefde om de oplossingen te vinden van de "Vraagstukken in de Historische Geografie van Nederland".

Veel namen in het transgressiegebied van Dunkerque herinneren aan de voortdurende strijd tegen het water en de regelmatige overstromingen. Denk aan plaatsnamen eindigend op -broucq (broekers = maraichers, le moer = marais, moeras, de moeren), waar de scheiding tussen zout en zoet water lag (vergelijk het met ons woord brak op de scheiding van zoet- en zoutwater). Al in de karolingische tijd is sprake van grote werken zoals van de molens van Arques, die door Odland (798-805) gebouwd werden en waarvan het afwateringskanaal zich verdeelde langs de Lage en Kleine Meldicq (Molendijk: mel = molen, -dicq = dijk). Deze molen voorzag een aquaduct van 2500 meter lang van water, langs de hoge Meldicq, die het water van de Aa opnam dat "bergopwaarts" (contra montem) werd "geheveld": "Molendinum fecit volvere aquis contra montem currentibus".

In de 8e eeuw kende men in Frans-Vlaanderen al waterstaatkundige werken tegen overstromingen. Dat is 3 eeuwen voordat men in Nederland hieraan begon.

Vanaf de 11e eeuw zijn veel gebieden in Nederland ingepolderd, als eerste in Zeeland, en is er sprake van een beschreven strijd tegen het water. Dit werd gedaan in opdracht van de Vlaamse abdijen die Zeeland grotendeels in handen hadden, dus vanuit het zuiden. De inpolderingen in Noord-Nederland zijn allemaal van latere datum. Die situatie die we zo voor typisch "Hollands" houden, kwam dus uit het zuiden en is daar ook eerder beschreven dan in Nederland, waar de bronnen ontbreken.
Zelfs prof.dr.D.P.Blok (zie bij Blok) moet Albert Delahaye hier gelijk geven als hij zelf schrijft: Men neemt tegenwoordig algemeen aan, dat in Nederland vóór de 11de eeuw geen dijken van enige betekenis aangelegd waren [...]. Nu is het tegengaan van wateroverlast door het maken van dijken iets zo elementairs – zoals iedereen weet die wel eens op het strand heeft gespeeld – dat het wel gek zou zijn als men daar vóór de 11de eeuw niet opgekomen zou zijn: in Italië deed men dat al in de tijd van Horatius! (is de 1e eeuw v.Chr.) Let vooral op dat elementairs! Daaruit is slechts af te leiden dat er dus nog geen bewoning van betekenis was. Als er bewoning geweest zou zijn, was men zeker begonnen met het aanleggen van dijken. Dat gebeurde in ons land voor het eerst in Zeeland en werd door Vlamingen uitgevoerd. Dus ook hier weer vanuit het zuiden!

Lambert (1095-1124) "administrateur" van de abt van St.Bertin, bouwde molens tussen de hoge dijken welke heden nog bestaan, welke "indijking van het water van de Hoge Meldicq tot gevolg had, dat de Zutbroucq overstroomde", zoals de kroniek uit begin 12e eeuw het verhaalt.
Een acte van 7 maart 1322 spreekt van "le moulin a vent de le wede", die toen niet meer gebruikt werd. In 1425 is sprake van de verkoop en verzending van een (deze?) molen naar Holland, omdat men het plan had er water mee weg te malen. In 1438 liet Jan van Brabant deze molen aan het malen zetten en in 1453 werd deze bakstenen molen die aan "een grote rivier stond en geheel vervallen was", wegens "weinig nut" bij opbod weer verkocht.

Tot 1100 hebben de geschreven bronnen het over "Friese" graven in ons land. In 1101 krijgt Floris II een toevoeging; hij wordt genoemd als Florentius comes de Hollant, de eerste graaf die "van Hollant" heette, waarmee de naam is overgegaan op het gehele graafschap Holland. Het is een algemeen bekend gegeven dat de eerste graven "van Holland" (Gerolf, Dirk I en II) uit Vlaanderen kwamen. Daarmee is de cirkel rond.

Holland is een "terrain d'inondation", een land met waterlopen.

Als de meest logische optie bij naamgeving in zijn algemeenheid zou ik, net als Albert Delahaye, de bodemgesteldheid als uitgangspunt hanteren. Zeker omdat de bevolking die de namen gaf, ook erg afhankelijk was van die bodem, die men na de transgressies in bezit kon nemen.

De naam HOLLAND is een getransplanteerde naam, zoals we er in Nederland honderden kennen, en komt in de betekenis van waterloop en die van heul of geul exact overeen met het land waar de naam ontstond, namelijk het gebied van de transgressies bij het Almere, c.q. bij Duinkerke. De naam bleek op de nieuwe plaats, Holland zijnde Nederland, zeer toepasselijk en vond dus spoedig ingang en is tot heden gehandhaafd, juist vanwege die toepasbaarheid.
De naam Holtland uit de Annalen van Egmond heeft een andere herkomst, namelijk die van het Houtland in de buurt van Gent. De annalen van Egmond kwamen uit Gent en daarvoor uit de omgeving van Abbeville. Het daarin genoemde Holtland had dan ook betrekking op het bosgebied rond Abbeville en bleek toepasbaar in de omgeving van Gent.

De tegenwoordige naam Holland vindt zijn herkomst dus niet in Houtland, maar in de afleiding van "waterloop" en is afkomstig is uit het transgressiegebied van Duinkerke.

Met de opvatting dat de naam Holland afgeleid zou zijn van Holtland uit de Annalen van Egmond, wordt dezelfde etymologische fout gemaakt als met zoveel andere plaatnamen, die in de boeken van Albert Delahaye uitvoerig beschreven zijn. Vergelijk het Oudezeele in Frans-Vlaanderen met Oldenzaal in Nederland, als de zetel van St.Plechelmus, om eens met een wat minder bekend, maar overduidelijk voorbeeld af te sluiten.