Boeken bestellen. Inleiding deel 2.

Inleiding deel 1.


Iedereen kent ze, de volgende gebeurtenissen uit de vaderlandse geschiedenis:


De Romeinen in ons land.

St.Willibrord op missiereis.

Aan het hof van Karel de Grote.

De Noormannen voor Dorestad.
Maar zijn het wel gebeurtenissen uit onze geschiedenis? Zijn ze gebaseerd op feiten of zijn het mythen?
Waren het wel grote Romeinse legioenen, die in ons land geweest zijn en hier zogenaamd de Limes Germanicus hebben aangelegd? Of lag de Limes Germanicus op de taalgrens? Hebben St.Willibrord en St.Bonifatius hier wel gepredikt of was het onder de Fresones in Flelandria (Vlaanderen)? Had Karel de Grote een paleis in Nijmegen of was het in Noyon? Hebben de Noormannen wel in Nederland geplunderd of was het in Frankrijk?

Veel historische afbeeldingen misleiden onze verbeelding meer dan dat ze ons de waarheid voorhouden.

De vaderlandse geschiedenis is ťťn grote leugen, een mythe die we in stand houden om interessant te lijken, net zoals die andere bak vol leugens die in onze jeugd over ons wordt uitgestort: de Batavieren die nooit per holle boomstam ons land binnenkwamen, Karel de Grote die nooit een paleis in Nijmegen had, St.Willibrord die in ondergelopen Utrecht verbleef, Bonifatius die in een niet bestaand Dokkum werd vermoord, Willem de Zwijger die nooit iets heeft gezegd over 'pauvre peuple' en ons manhaftig verzet tegen de jodenvervolging die nergens zo efficiŽnt verliep als in ons land....... Helaas! Al deze mythen en leugens zullen wel gehandhaafd blijven, aangezien Nederland een minister van Onderwijs heeft die niet over de inhoud van het onderwijs blijkt te gaan, zoals onderwijsminster Jo Ritzen eens liet weten. Wie dan wel? De historische wetenschap? Daar is geen heil van te verwachten. Zie bij wetenschap!



St.Bonifatius, St.Willibrord, Karel de Grote en de Noormannen zijn voor de Nederlandse geschiedenis volkomen legendarisch. Ze zijn nooit in Nederland geweest.

Goed beschouwd heeft men in 't verleden met de geschiedschrijving er maar een potje van gemaakt. Te veel is zonder feitelijk bewijs voor waar aangenomen, waarbij 'vermoeden', 'mogelijk' of 'waarschijnlijk' de argumenten waren. Gaat men op zoek naar onweerlegbare bewijzen, dan vindt men niets tot zeer weinig. Bekijkt men op grond waarvan de vermeende geschiedenis is vastgesteld, dan stuit men feitelijk steeds op de naamkunde. Op grond van een plaatsnaam werd/wordt de geschiedenis ervan bepaald. Eventuele archeologische vondsten werden vervolgens naar die aangenomen geschiedenis toegeschreven.
Aan veel geschiedenis werd al langer getwijfeld door kritische historici. Tegenwoordig wordt aan steeds meer geschiedschrijving getwijfeld, zoals was Julius Caesar ooit in BelgiŽ? Historische missers zijn van alle tijden.

De volgende 3 feiten weerleggen de hele traditionele geschiedenis in het eerste millennium.

1. Julius Caesar stak over naar Brittannië vanuit het Eiland der Bataven. Het is een vaststaand feit dat hij overstak vanaf de plaats waar je de overkant kunt zien. En dat is onmiskenbaar Wissant aan de kust van Het Kanaal in Frans-Vlaanderen. Dáár lag dus het Eiland der Bataven. Zijn oversteek vanuit de Betuwe is een ongelooflijke fabel verzonnen in de 17e eeuw.

2. St.Willibrord kwam aan land in Gravelines in Francia en was meteen in zijn missiegebied. Dáár lag dus het Frisia waar hij predikte. De aankomst in Katwijk is een even grote fabel ook al uit de 17e eeuw, zijn prediking in het Nederlandse Friesland een even grote mythe.

3. Het Noviomagus waar Karel de Grote gekroond werd en een nieuw paleis liet bouwen was de Franse stad Noyon. Dat dit Nijmegen zou zijn geweest is een mythe uit de 15e eeuw.

Plaatst men deze zaken op de juiste plaats, dan volgt de rest van de geschiedenis in het eerste millennium vanzelf.

Volgens de geschiedenisboekjes op school worden deze gebeurtenissen nog steeds tot onze Vaderlandse Geschiedenis gerekend. Maar schoolboekjes lopen wel eens vaker achter de feiten aan. Scholen geven hun leerlingen wel eens vaker reeds jaren achterhaalde informatie. Op schoolboekjes kun je niet afgaan. Maar ons onderwijs wordt toch wel door deskundige gecontroleerd? Dat valt te betwijfelen, want onze minister van onderwijs "gaat daar niet over" zoals hij ons per brief liet weten. Als de minister niet over de inhoud van het onderwijs gaat, wie dan wel? De uitgeverijen van de Schoolboekjes?

Het geschiedenisonderwijs wemelt van de achterhaalde opvattingen. Daar kan men niet op afgaan.
Over de opvattingen van Albert Delahaye kunt U zich laten informeren op een lezing. Deze lezing wordt op de door U gewenste locatie gehouden aan de hand van een powerpoint-presentatie met veel beeldmateriaal, duidelijke kaarten en onthullende opvattingen ook van andere historici dan Albert Delahaye. De sterkste punten in het hele betoog zijn de logica en de samenhang tussen de verschillende onderwerpen en tijdperken.

Het is zeker niet de bedoeling van deze website om de huidige generatie historici te 'bekeren' tot de ware kijk op de geschiedenis in het eerste millennium. Dat is vergeefse moeite. Het is wel zaak de toekomstige generaties kennis te laten maken met alle feiten en gebeurtenissen en niet met een beperkte selectie die men hanteert om de traditionele opvattingen te kunnen handhaven.


Het moet ook duidelijk zijn dat het geen geschiedkundig probleem is maar een geografisch. Er is sprake van een verplaatste geschiedenis. Het heeft wel een aantal historische consequenties. Je hoeft dan ook zeker geen geschiedenis te hebben gestudeerd om het probleem te begrijpen. Begrijpend lezen is meer van toepassing en zeker dŠt lezen wat de traditionalisten beweren en waarop zij hun beweringen baseren. Dan blijkt al snel dat er veel mis is met de aangenomen geschiedenis van de lage landen in het eerste millennium.

Als je alle twijfel en verwarring uitgesproken of beschreven door andere historici dan Albert Delahaye op een rijtje zet, blijft er van de traditionele geschiedenis al weinig over. Plaats je daarnaast alle zekerheden die men meent te hebben, dan blijft er van de traditionel geschiedenis gewoonweg niets meer over.
Zet de bevindingen van Albert Delahaye daarnaast, dan is er maar ťťn conclusie mogelijk: van de hele traditionele geschiedenis van Nederland in het eerste millennium komt niets overeen met wat de geschreven bronnen of de archeologie duidelijk aantonen: het is een aangenomen geschiedenis gebaseerd op vermoedens en waarschijnlijkheden.


Elke discussie over de oude geschiedenis van Nederland zal moeten beginnen met de Karolingische residentie te Nijmegen. En als dat Karolingische paleis met de naam Noviomagus niet in Nijmegen stond maar in Noyon, kan alle getheoretiseer over Frankisch en Karolingisch Nederland als fabelogie beschouwd worden, zeker omdat het zo vastgepind is op het bestaan van een Karolingisch paleis in Nijmegen.

St.Bonifatius, St.Willibrord, Karel de Grote en de Noormannen
zijn voor Nederland volkomen legendarisch.
Ze zijn nooit in Nederland geweest!

Enkele feiten:
1. St.Bonifatius is vermoord bij Dockynchirica, zoals de oudste documenten beschrijven. Dit was niet in Dokkum, maar bij Duinkerken, wat een letterlijke vertaling is van Dockyn-chirica. Zie verder bij Bonifatius.
2. St.Willibrord kwam aan op het vasteland in Francia, zoals hij zelf schrijft. Dat was niet in Katwijk, maar in Gravelines in Frankrijk. Zie verder bij Willibrord.
3. Karel de Grote bouwde zijn nieuwe paleis in Noviomagius. Dat was niet in Nijmegen, maar in Noyon, de plaats waar hij ook gekroond werd tot koning der Franken. In Nijmegen is archeologisch nooit iets van dat paleis gevonden. Zie verder bij Karel de Grote.
4. De Noormannen plunderen Noviomagus. Dat was niet Nijmegen, maar Noyon dat ze immers over de Oise bereikten zoals een tekst vermeldt. Zie verder bij Noormannen.

Als deze vier ijkpunten uit Nederland verdwijnen, gaat de rest van de geschiedenis die hiermee nauw samenhangt onherroepelijk mee.


Met enig genoegen stelde Albert Delahaye al in 1965 vast, dat hij niet de eerste is, die aan het traditionele beeld van Nederlands vroegste geschiedenis twijfelde. De verontwaardiging, die zijn stellingen opgeroepen hebben, behoeft hij slechts ten dele te dragen. Het is voorgesteld, alsof hij een volslagen nieuwe en ongehoorde twijfel opperde aan de gangbare geschiedschrijving. Wie de moeite wil nemen, de historische literatuur, vooral de oudere, erop na te slaan, zal tot de bevinding komen, dat praktisch alle onderdelen, door hem behandelt, voorlopers hebben gehad. De Bataven in Nederland, de interpretatie van de Peutinger-kaart, de lokalisatie van Dorestadum in Nederland, de zetel van St. Willibrord in Utrecht, zijn vůůr hem door historici in twijfel getrokken. Zelfs het bestaan van een paleis van Karel de Grote te Nijmegen heeft niet altijd en voor iedereen de zekerheid gehad, die zo grif wordt aangenomen. Dat hij iets nieuws en ongehoords ter tafel bracht, is een duidelijke onjuistheid. Zijn enige taak was ("verdienste" durfde hij niet meer te schrijven), dat hij een groot aantal reeds vroeger uitgesproken punten van twijfel weer opgenomen heeft en weten te combineren en de antwoorden heeft gevonden op de vele vragen.

Nadien hebben historici de hele geschiedenis van Nederland in het eerste millennium in consensus samengesteld. Het poldermodel ten top in de historische wetenschap. Kernfout daarbij was dat men de namen van plaatsen en rivieren uit de klassieke bronnen toepaste op de later nieuw ontstane plaatsen in Nederland. Zo werd Noviomagus voor Nijmegen gehouden, terwijl het duidelijk was dat in de klassieke bronnen Noyon bedoeld werd. Romeins Trajectum werd verkeerd toegepast op Utrecht, de Isla werd de IJssel, terwijl het de Lys was.

De kern van de problematiek ligt juist in het feit dat de Nederlandse plaatsen en rivieren hun naam kregen door de 'deplacements historiques', het hergebruik van plaatsnamen door immigranten. De IJssel dankt haar naam aan die Isla, de Rijn aan de Renus en niet andersom. Met de verplaatsing van de naam werd de daarmee samenhangende geschiedenis ook verplaatst, terwijl deze zich elders heeft voorgedaan. Zo kwam Karel de Grote in Nijmegen terecht, Willibrord in Utrecht en Lebuinus in Deventer, om enkele voorbeelden te noemen.

Het blijft een merkwaardige zaak dat het huidige Nederland een gebied was met steden, dorpen, bisdommen, parochies, kerken, kloosters en zelfs een keizerlijke paltz, zoals de traditionele opvatting ons wil doen geloven, waarvan maar niets wordt teruggevonden. Waar zijn de geschriften van de mensen uit die streek? Hoe komt het dat alles wat wij weten over de vroegste periode alleen uit buitenlandse bronnen stamt. En waar zijn de archeologische gegevens van al die plaatsen? Waar zijn de 120 plaatsen die in de Batua lagen? Of zouden de Noormannen alle sporen hebben opgeruimd en ook zichzelf spoorloos hebben laten verdwijnen, zoals enkele historici ons willen wijsmaken?

Er is altijd twijfel geweest over een aantal opvattingen in de geschiedenis van ons land in het eerste millennium. Zie bij twijfel
Wie deze twijfel ontkent moet eens lezen wat verschillende historici daar zelf over geschreven hebben. Een aantal van hun bevindingen vind je in het hoofdstuk Citaten.

Naarmate de wetenschap vorderde nam de twijfel eerder toe dan af. Steeds meer onderzoek toonde aan dat de geschiedenis van ons land gebaseerd is geweest op een aantal onbewezen en aangenomen uitgangspunten.

Met name het archeologisch onderzoek maar ook het bronnenonderzoek toonden grote onvolkomenheden aan in de uitgangspunten van de aangenomen geschiedenis van ons land in het eerste millennium. Deze uitgangspunten zijn nodig aan herziening toe.
En als de uitgangspunten herzien worden, moet alles dat daarvan is afgeleid eveneens herzien worden.
Dan moet de hele geschiedenis van het begin af aan zonder vooringenomenheid herschreven worden.

Er is nog een lange weg te gaan!


De historische wetenschap is helaas te weinig kritisch geweest en is dat nog.

Een onwaarheid wordt geen waarheid door deze slechts te herhalen.

Het is onbegrijpelijk en getuigt van een weinig wetenschappelijke aanpak dat de Nederlandse historici blijven vasthouden aan de Nederlandse opvattingen, terwijl buitenlandse historici deze faliekant tegenspreken.

Alles wat nodig is om de traditionele historische opvattingen in Nederland te bewijzen mis je er, maar vind je wel in Frankrijk.

Alle buitenlandse historici plaatsen de aankomst van St.Willibrord op het vasteland van Europa in Gravelines in Frans-Vlaanderen. Alleen de Nederlandse historici blijven vasthouden aan Katwijk.
Sommige historici houden de aankomst van St.Willibrord op het Zeeuwse Grevelingen. Ze erkennen daarmee dat ook zij Katwijk niet accepteren, maar tevens onbewust dat het wel Gravelines moet zijn geweest. Immers de 'Vlaamse' naam voor Gravelines is Grevelingen. Dat het Zeeuwse Grevelingen in de 7e eeuw, toen de transgressies op een hoogtepunt waren, niet bestond is een zekerheid. De naam Grevelingen is ook een van vele importnamen waarmee Zeeland vol ligt.
Ook in Echternach waar St.Willibrord begraven zou zijn, hanteert men Gravelines aan de kust van Het Kanaal als zijn aankomstplaats.
In datzelfde Gravelines draagt de parochie èn de kerk het patronaat van St.Willibrord. Ook vindt men daar een buste van St.Willibrord, waarin een reliek van de heilige.
Omdat bekend is uit de schriftelijke bronnen dat St.Willibrord na zijn oversteek uit Engeland meteen in zijn missiegebied was, lag dat missiegebied ook in Frans-Vlaanderen en niet in Nederland.
Nu het beginpunt van het missiewerk van St.Willibrord anders is, verandert ook de plaats van zijn missiewerk en zijn missiegebied. Dan is de locatie in Nederland en zijn klooster in Echternach een farce, een klooster dat overigens pas sinds 974 bestaat. Over deze discrepantie hoor je de Nederlandse historici niet.


Het is onbegrijpelijk dat de Nederlandse historici nooit onderzoek hebben gedaan naar wat in het buitenland beweerd wordt over 'onze' geschiedenis. Maar is het wel 'onze' geschiedenis die in die Franse bronnen staat?


Ondanks dat aangetoond is dat de uitgangspunten van de historische wetenschap fout zijn, blijft men vasthouden aan de traditionele opvattingen.

De archeologie toont glashelder aan dat:
  • Julius Caesar nooit in BelgiŽ is geweest en dan al helemaal niet in Nederland;
  • de limes langs de Rijn geen verdedigingsgrens was tegen Germaanse invallen, maar een bewaakte transportroute;
  • er in de tijd van St.Willibrord geen bewoning was in Utrecht en verre omgeving;
  • Dokkum in de tijd van Bonifatius niet bestond;
  • Karel de Grote nooit een paleis heeft gehad in Nijmegen;
  • het graf van Karel de Grote in Aken niet te vinden is;
  • er in Wijk bij Duurstede niets gebleken is van omvangrijke plunderingen door de Noormannen;
  • ook elders in Nederland zijn geen aanwijsbare sporen van plunderingen van de Noormannen te vinden;
  • het grote volk der Friezen kan in Friesland nooit hebben gewoond op een handjevol terpen, waarvan overigens de meeste van na het jaar 1000 stammen.

    Dan is duidelijk dat de aangenomen geschiedenis van ons land in het eerste millennium onjuist is. Zeker omdat deze geschiedenis steeds gebaseerd is geweest op bovengenoemde uitgangspunten.
  • Ofwel:

    Als Julius Caesar nooit in Nederland is geweest, dan dienen alle daarvan afgeleide aannames*) herzien te worden. Dan was de Renus niet de Nederlandse Rijn en dan was de Betuwe niet het eiland der Bataven. Dan heeft de Peutingerkaart met alle daarop genoemde plaatsen in de Patavia geen betrekking op Nederland.
    *) Aannames zijn veronderstellingen: men veronderstelt dat het zo geweest zal (kunnen) zijn, maar feitelijke gegevens om het veronderstelde te kunnen bewijzen ontbreken.

    Als het nieuwe paleis van Karel de Grote NIET in Nijmegen stond, maar in Noyon, dan dienen alle daarvan afgeleide deducties herzien te worden.
    Dan was Nijmegen dus niet het Karolingisch Noviomagus, maar ook niet het Romeins Noviomagus. Want Romeins en Karolingisch Noviomagus waren dezelfde plaats. Daarover bestaat geen enkele onzekerheid.

    Als dit nieuwe paleis in Noyon stond, dan woonden de Bataven in Noord-Frankrijk, dan moeten ook daar de Friezen, Franken en Saksen geplaatst worden en met hen de vele predikers uit het eerste millennium, die men abusievelijk in Nederland of zelfs in Noord-Duitsland en ScandinaviŽ heeft gedacht.

    Dan was Utrecht niet het Trajectum van St.Willibrord en Wijk bij Duurstede niet Dorestad. Dan was Dokkum niet de plaats waar Bonifatius vermoord werd en waren de Noormannen nooit in Nederland.

    Dan heeft de oorkonde uit het jaar 777, waar veel plaatsen in Nederland hun geschiedenis mee laten beginnen, geen betrekking op Nederland.

    Nog enkele feiten:

  • De Romeinse "Limes Germanicus" lag op de taalgrens!
  • Het paleis van Karel de Grote met de naam Noviomagus lag aan de rivier de Oise!
  • St.Willibrord was bisschop in Frisia dat aan zee lag waar men de overkant (Engeland) kan zien!
  • St.Bonifatius werd vermoord in de pagus Dockinchirica in Francia!
  • De Renus is een rivier in Gallia waar men op Brittannia uitziet (zie bij Renus).

    "Stond het nieuwe paleis van Karel de Grote in Nijmegen of in Noyon?"

    Met deze allesomvattende vraag zitten we in de kern van de hele problematiek van de geschiedenis in het eerste millennium.
    Als dit paleis NIET in Nijmegen stond, maar in Noyon, dan dienen alle daarvan afgeleide onjuiste opvattingen -en dat is de hele geschiedenis in het eerste millennium vanaf de Romeinse tijd- losgelaten te worden. Immers:
  • dan was Nijmegen dus niet het Noviomagus van Karel de Grote, maar ook niet het Romeinse Noviomagus;
  • dan gaat de Peutingerkaart ook niet over Nederland en hebben alle daarop voorkomende namen geen betrekking op ons land;
  • dan woonden de Bataven ook niet in de Betuwe;
  • dan was Utrecht ook niet het Trajectum van St.Willibrord en werd Bonifatius ook niet bij Dokkum vermoord;
  • dan plunderden de Noormanen ook niet in ons land en was Wijk bij Duurstede niet het vermaarde Dorestad dat in GalliŽ lag;
  • dan had de oorkonde uit 777 geen betrekking op Nederland;
  • dan was de Rijn ook niet de Romeinse Renus en
  • dan woonden de Germanen en nadien de Saksen ook niet in Duitsland en woonden de klassieke Friezen niet in Friesland.

    De feiten omtrent het paleis te Noviomagus van Karel de Grote.
  • Feit 1: In 768 worden Karel de Grote en zijn broer Karloman beiden tot koning van de Franken gekroond. Karloman in Soissons, Karel de Grote in Noviomagus, op dezelfde dag (9 oktober) en hetzelfde uur. Dit vanwege de onderlinge rivaliteit tussen beide broers. Dit Noviomagus was Noyon, daarover bestaat geen enkele onzekerheid.
  • Feit 2: Karloman betrekt de residentie Noviomagus (en dit is onbetwistbaar Noyon), Karel de Grote die van Quierzy, zijn (vermoedelijke) geboorteplaats.
  • Feit 3: In 771 overlijdt Karloman en wordt Karel alleenheerser.
  • Feit 4: Kort nadien begint Karel de Grote met de bouw van een nieuw paleis te Noviomagus, dat hij in 777 betrekt.

    Om van dit Noviomagus, waar het nieuwe paleis stond, plots Nijmegen te maken, moet men met ijzersterke bewijzen komen. En die bewijzen ontbreken volledig. Alles wat in het verleden als "bewijs" werd aangevoerd, is door Albert Delahaye op eenvoudige wijze weerlegd.

  • Feit 5: In de bodem van Nijmegen is nooit iets gevonden van dat paleis van Karel de Grote, geen steen, nog geen scherf. De archeologie toont onweerlegbaar aan dat het paleis NIET in Nijmegen stond. Van de zogenoemde Karolingische Kapel is inmiddels aangetoond dat deze uit de 11e eeuw stamt.
  • Feit 6: In de bodem van Nijmegen is ook nooit iets gevonden van enige bewoning in de Karolingische tijd. En dat paleis van Karel de Grote zal er heus niet alleen hebben gestaan.
  • Feit 7: In en rond Nijmegen ontbreken een kerk of parochie en domeinen, essentiŽle onderdelen van een Karolingische palts. Zonder kerk en zonder domeinen kan een Karolingische palts niet bestaan hebben. Rondom Noyon zijn er vele. De kathedraal van Noyon (1145-1200) is, op die van Sens (1135) na, de oudste gotische kathedraal van Frankrijk, met een voorgeschiedenis tot in de 5e eeuw.
  • Feit 8: In Nijmegen en verre omgeving is ook nooit iets gebleken van bestuurlijke handelingen, van relaties en handel met andere steden. Nijmegen was -volgens Het Bronnenboek van Nijmegen- de enige stad in de verre omgeving en lag er dus maar een beetje verlaten bij.
  • Feit 9: Van alle bestuurlijke en kerkelijke handelingen -die er dus niet waren- is ook geen enkele oorkonde of acte teruggevonden. Geen enkel verslag. Het archief in Nijmegen vertoont een angstvallige leegte en begint pas in 1192. Ook in omliggende plaatsen (Kleef, Utrecht, Xanten, zelfs in Keulen) ontbreken deze documenten. Ze zijn er nooit geweest.
  • Feit 10: Het Noviomagus waar het nieuwe paleis werd gebouwd, was de "Urbs Regalis" waar de Frankische koningen sinds de Merovingen verblijf hielden. Het is de plaats Noyon, die een continuÔteit heeft vanaf 100 v.Chr.
    Zou het Nijmegen zijn geweest dan betekende het dat Karel de Grote, die sinds 798 veel in Aken verbleef, nooit meer in het centrum van zijn rijk geweest zou zijn. Voor een Karolingisch vorst onbestaanbaar.
  • Feit 11: Het paleis van Karel de Grote te Noviomagus werd in 1047 door de Vlamingen verwoest op hun veldtocht naar Verdun, de stad die ook verwoest werd. Dit Noviomagus was onmiskenbaar de stad Noyon. En als het paleis in Noyon werd verwoest, moet het daar dan ook niet eerst gebouwd zijn? Het paleis werd niet door de Noormannen verwoest, wat men er in Nijmegen zo graag van maakt. Daarvoor ontbreekt ook weer elk bewijs.
  • Feit 12: In 1155 herstelt Frederik Barbarossa het "bouwwerk van de Romeinen, dat tot niets was vervallen", zoals hij dat zelf laat optekenen. Op de gedenksteen die hieraan herinnert noemt hij Karel de Grote niet, wat onbestaanbaar is voor zo'n fanatiek navolger als Frederik Barbarossa was. Daarmee is duidelijk dat hij wist dat Karel de Grote nooit een paleis in Nijmegen heeft gehad. Hij zou beslist vermeld hebben dat hij de opvolger van zijn grote voorbeeld en voorganger was, zoals hij dat in Aken wel deed.

    De grote verwarring.
    Elk kind leert ze op de basisschool, die feitjes die elke Nederlander kent: "De Romeinen in ons land die rond 400 werden verdreven door invallen van de Germanen: de grote Volksverhuizing"; "St.Willibrord kwam in 690 in Katwijk in ons land aan en werd bisschop van Utrecht"; "St.Bonifatius werd in 754 bij Dokkum vermoord"; "Karel de Grote bouwt een nieuw paleis in Nijmegen"; "De Noormannen vallen ons land aan". Ook al staat het in de schoolboekjes, is het wel zo? In schoolboekjes staat wel meer dat onjuist is. De werkelijkheid is anders!

    In de geschiedenis van ons land in het eerste millennium zoals die hierboven heel summier wordt samengevat, staan veel onjuistheden. Die zijn er in gekomen door niet zake kundige goedwillende amateurs, die meenden de latijnse teksten van klassieke Griekse en Romeinse schrijvers te begrijpen. Zij schreven daarmee een geschiedenis voor ons land die, bij nadere beschouwing, onjuist bleek te zijn. Ondanks aantoonbare onjuistheden bleven latere historici , maar ook hedendaagse, de fabels en mythen van de vroegere amateurs als de enige waarheid beschouwen.


    St.Bonifatius, St.Willibrord, Karel de Grote en de Noormannen zijn voor de Nederlandse geschiedenis volkomen legendarisch. Ze zijn nooit in Nederland geweest.

    De geschiedenis van ons land begint in de 10e eeuw.

    In de periode van 50 tot 250 na Chr. is een klein deel van ons land door Romeinen bezet geweest. Door de toenemende overstromingen zijn de Romeinen rond 250 n.Chr. vertrokken, want ze
    "hadden daar kennelijk geen antwoord op en hebben de zaak maar laten gaan". Aldus een letterlijk citaat van dr.D.P.Blok, een van de felste opponenten van Albert Delahaye in zijn boek "De Franken in Nederland". Blok geeft Delahaye hier gewoon gelijk in zijn opvattingen en ondergraaft daarmee de traditionele geschiedenis van Nederland, waarbij de Romeinen wegens de invallen van Germaanse stammen vertrokken zouden zijn.


    St.Willibrord - Karel de Grote - De Noormannen: foutief in Nederland geplaatst.




    De opkomst van ons land.

    Pas in de 10e eeuw komt vanuit het zuiden de bewoning langzaam op gang en neemt de nieuwe bevolking bezit van de drooggevallen gronden. Zo begint de geschiedenis van ons land.
    Dat is ook de reden dat geen enkele stad in Nederland ouder is dan zo'n 1000 jaar. Ook Nijmegen niet dat ruim 8 eeuwen mist in het eerste millennium. Maastricht is de enige uitzondering, maar kan nauwelijks een "Hollandse" stad genoemd worden.

    Tussen de 3e en 10e eeuw was west- en noord-Nederland ťťn groot moeras- en waddengebied. Er was geen bewoning, wat de archeologie ook aantoont. De veronderstelde geschiedenis uit die periode over de Fresones, Dorestadum en Trajectum, over de Bataven en merovingisch Noviomagus kan zich in dit overstroomd gebied niet hebben voorgedaan.

    De geschiedenis van ons land vanaf de Romeinse tijd tot in de 11e eeuw, heeft zich altijd gekenmerkt door veel vraagstukken. Zie het hoofdstuk over Twijfel. De problemen die zich voordeden zijn vooral van geografische aard, die natuurlijk ook historische consequenties hebben.
    De historische geografie van de Nederlanden uit het eerste Millennium was gebaseerd op een aantal veronderstellingen, waarvan blijkt dat die onjuist waren. Er is eerder getwijfeld aan de juistheid van een aantal "zekerheden", omdat steeds duidelijker bleek dat niet alleen de archeologie, maar ook talrijke geschreven bronnen deze "zekerheden" tegenspreken.

    Een voorbeeld van een tegenspraak met een aangenomen zekerheid wordt gevonden in een tekst over het paleis van Karel de Grote in Noviomagus, en de plundering door de Noormannen.

    "Wat zal er geworden van Beauvais? Wat van Noviomagus en de andere voornaamste steden van GalliŽ? Moeten zij allen ten prooi vallen aan de aanvallen van de Noormannen?"
    Bron: Chronicon S. Maxentii, HdF, XI, p. 216 (Tekst 247 in De Ware Kijk Op).

    Deze tekst toont duidelijk aan dat Noviomagus in GalliŽ lag (vlakbij Beauvais) en door de Noormannen is geplunderd. In Nijmegen is van die plunderingen nooit iets is teruggevonden, evenmin van een paleis. Dan zijn vragen gerechtvaardigd als: "Heeft het paleis dan wel in Nijmegen gestaan?" en "Hebben de Noormannen wel ons land geplunderd?"
    Het is dan ook wetenschappelijk gezien onbegrijpelijk dat deze tekst uit 850 in het Bronnenboek van Nijmegen (zie bij "Bronnenboek") ontbreekt. Vanuit de bedoeling van de samenstellers van Het Bronnenboek echter, is het echter wel begrijpelijk dat deze tekst ontbreekt. Maar dan kan men dit geen wetenschap meer noemen. Wetenschap bestaat niet uit preventieve selectie, maar uit discussie over 'voors' en 'tegens'. Deze ene tekst - en er zijn er talloze meer- spreekt de traditionele opvattingen duidelijk en glashard tegen.


    De meest diepgaande fouten zijn voortgekomen uit de misvatting van wat Renus betekent.
    Er is een onmiskenbaar verschil tussen de Gallische of Romeinse Renus (zie bij Renus) en de huidige Duitse en Nederlandse Rijn. Het idee dat het dezelfde rivier in hetzelfde stroomgebied zou zijn geweest, moet worden losgelaten.

    ----------->zie verder bij "Inleiding deel 2"!