Boeken bestellen. Inleiding deel 3.

Inleiding deel 2.

Er zijn 4 glasheldere en harde -voor iedereen meteen waarneembare- bewijzen die het gelijk van Albert Delahaye aantonen, en wel:

1. De Taalgrens die al voor de Romeinen o.a. bij Griekse schrijvers bekend was, en nog steeds op nagenoeg dezelfde plaats ligt, was een volkerengrens en bevestigt de woonplaats van een aantal volken, zoals Bataven, Friezen, Franken en Saksen.

2. Waar men de overkant kan zien geeft onmiskenbaar de kust van Noord-west Frankrijk langs het Kanaal aan en bevestigt de plaats waar een aantal zaken dwingend geplaatst MOET worden, zoals de monden van de Renus, de oversteekplaats van Julius Caesar naar Brittannia en dus de woonplaats van de Bataven, maar ook de landingsplaats van St.Willibrord.

3. De Transgressies ofwel langdurige overstromingen, worden bevestigd door Romeinse overblijfselen die in laag Nederland gevonden worden ver in zee (o.a. de z.g. Brittenburg) of onder een dikke laag afzettingssedimenten. Dit komt ook overeen met de Duinkerkse Transgressies

4. De West-oriëntatie ook wel Romeinse oriëntatie genoemd, wordt bevestigd in namen als Oosterschelde, Westerschelde, Noordzee en Zuiderzee (naamgeving door Holland) en legio andere voorbeelden in Europa, maar ook in de geschiedenis van de cartografie! Zie als voorbeeld de kaart van Blaeu uit 1635 bij West-Oriëntatie.

Naast de oudste geschreven bronnen bevestigen de archeologie en de geografie het gelijk van Albert Delahaye net zo onmiskenbaar!
Zie ook bij Archeologie en bij Geografie

Mystificaties in de geschiedenis van de lage landen met vraagstukken zoals: Was St.Willibrord werkelijk bisschop van Utrecht? Is St.Bonifatius bij Dokkum vermoord? Kwamen de Batavieren in Holle Boomstammen de Rijn afzakken? Had Karel de Grote een paleis in Nijmegen?
Antwoorden vindt U hier of in De Ware Kijk op ...

Nijmegen

Na de oorlog, in 1946, werd Albert Delahaye benoemd tot Adjunct-archivaris van Nijmegen. In die stad groeide zijn overtuiging, dat er iets grondig mis was met de zogenaamde Keizer Karelstad-traditie. Zoals hij in Holle Boomstammen verwoordde, werd de eerste twijfel opgeworpen door de plaats van de residentie van het zogenaamde Karolingisch paleis en het daaraan verbonden Valkhof. Al snel kwam de plaats Noyon (Noviomagus) in beeld, waar Karel de Grote in 768 gekroond is tot Koning der Franken. De naamgeving en ligging bleken multi-interpretabel ten opzichte van de teksten van de geschiedschrijvers. Vanaf 1947 tot aan 1955 studeerde hij alleen en in alle stilte over de grootste misvatting in de geschiedenis van Nederland.


De eerste publicaties

Op 29 juli 1954 publiceerde hij in de regionale krant (de Gelderlander) voor de eerste keer een artikel waarin hij in het openbaar een klein gedeelte van zijn twijfels uitte over het paleis van Karel de Grote. De titel luidde: "Heeft de burcht van Karel de Grote op het Valkhof of in het Rijkswoud gestaan"? Daarin schreef hij: "Een van de meeste fascinerende problemen van Nijmegen is de nog altijd onrbrekende schakel tussen de Romeinse nederzettingen te Nijmegen en de latere middeleeuwen". Op het Valkhof bleek namelijk van dat Karolingisch paleis geen steen te vinden te zijn.
Op 31 juli 1954 werd de twijfel van Delahaye verder aangescherpt met een artikel over de stadsontwikkeling van Nijmegen. Daarbij stelde hij vast dat er tussen de 5e en 10e eeuw geen enkele zekerheid over het bestaan van Nijmegen bestaat. In een artikel op 19 oktober stelde Delahaye "dat er zelfs sterke aanwijzingen zijn dat deze palts elders gezocht moet worden". "Het Valkhof is altijd nauw verbonden gedacht met de figuur van Karel de Grote die een Keizerlijke Palts te Nijmegen stichtte. Het is echter waarschijnlijk dat de legende hier een ontbrekende schakel in het oudheidkundig en historisch onderzoek heeft ingevoegd". "In de oude burcht (van Barbarossa uit 1155) was niets aanwezig dat met zekerheid tot de tijd van Karel de Grote teruggevoerd kon worden. Dat het Valkhof de juiste plaats zou zijn van de Karolingische Palts is dan ook niet zonder meer duidelijk".
Op 24 oktober 1955 werden zijn bevindingen gepubliceerd in een artikel met de titel: "Heeft het keizerlijk paleis van Karel de Grote wel te Nijmegen gestaan?" In de historische wereld sloeg dit verhaal in als een bom. In Nijmegen werd dat niet in dank afgenomen. Het gemeentebestuur had het zelfs gepresteerd hem naar Professor Prick (psychiater aan de Universiteit van Nijmegen) te sturen, om te onderzoeken of die man ze allemaal wel op een rijtje had. In deze tijd speelde ook de controverse omtrent het auteursschap van het door Albert Delahaye geïnventariseerde oud archief van Nijmegen. Daarover bestond een verregaande onenigheid met de archivaris Dr. De Jong die het onder zijn naam uitgebracht wilde zien.
Professor Prick kwam na een kort onderzoek tot de conclusie dat deze meneer een meer dan prima verstand had en een gezond beoordelingsvermogen. Nijmegen stelde zich, hoewel door Den Haag op de vingers getikt, nadien zeer vijandig op, reden te meer voor Albert Delahaye om te solliciteren naar elders.

Archivaris van Nassau-Brabant

Op 1 april 1957 werd hij aangenomen als Archivaris in Nassau-Brabant en op 6 september 1957 vertrok Albert Delahaye met zijn gezin naar Nassau-Brabant. Hij vestigde zich in Zundert en bleef daar tot zijn dood op 19 januari 1987 wonen.
In Nijmegen had hij al veel publicaties op zijn naam staan; paginagrote artikelen in de Gelderlander over allerlei historische onderwerpen. In Zundert aangeland werd er met een enorm tempo gepubliceerd met als meest bekende reeks de Publicaties van het archivariaat Nassau-Brabant waarvan 55 delen van zijn hand verschenen. De bibliografie van Albert Delahaye beslaat meer dan 300 artikelen, boekjes en boeken. Alleen de boeken van zijn hand beslaan al een volle meter boekenplank. De helft van de boekenplank wordt gevuld met de publicaties over het "Déplacement historiques van historisch Nederland ".

Karel de Grote

Nadat Albert Delahaye begon te publiceren over Karel de Grote en zijn Paleis bleek al snel dat er veel meer mis was met de historie van Nederland. Aanvankelijk begonnen met het Karolingische tijdperk kwam Albert Delahaye tot de ontdekking dat ook de Noormannen, Bonifatius en Willibrordus misplaatst aan Nederland waren toegeschreven. Als het Noviomagus van Karel de Grote foutief in Nijmegen is geplaatst, dan is de Batua niet de Betuwe en Frisia niet Friesland. Dan hebben St.Willibrord en St.Bonifatius hier dus niet vertoefd en zijn ook de Noormannen nooit in Nederland geweest. Alle namen en geografische details rondom deze plaatsen, landschappen en historische figuren zijn namelijk onlosmakelijk met elkaar verbonden. Het weerleggen van de tradities bleek een heidens karwei, zeker omdat van de gevestigde historici geen medestand, maar slechts tegenstand kwam.
De bewijsvoeringen van de stellingen is begonnen met de gegevens over Nijmegen. Aan de hand van de oorspronkelijke teksten werden de geografisch juiste plaatsen gezocht, en gevonden. Bovendien waren er nog meer bewijzen die steeds meer het gelijk van Delahaye bewezen, zoals de archeologie en de Duinkerkse Transgressieperiode. Nederland was tussen de 3e en 10e eeuw zo goed als onbewoonbaar omdat grote delen onder water lagen. De Duinkerkse Transgressie-periode I, II van ong. 200 - 1000 NC en III, die in Noord-Frankrijk onderzocht en vastgesteld zijn, zijn een zekerheid. Deze transgressies gingen aan Nederland, dat lager ligt dan Noord-Frankrijk, dus zeker niet voorbij.
Een van de grootste ontdekkingen van Albert Delahaye was de andere toepassing van de gebruikelijke windrichtingen bij veel klassieke schrijvers, waarbij zij de windrichtingen een kwartslag draaiden. Wat de klassieke schrijvers noorden noemen is voor ons west, vandaar de naam west-oriëntatie. Echter niet elke klassieke schrijver hanteerde deze west-oriëntatie, wat de zaak nog ingewikkelder maakte. De Northimannen kwamen klaarblijkelijk uit het westen, dus vanuit Engeland.

St.Willibrord

St.Willibrord, apostel van de Friezen, heeft niet in Utrecht gezeteld, maar had zijn missie-bisdom in Frans Vlaanderen en Belgisch West-Vlaanderen. Daar bestaat een brede St.Willibrordverering, die niet verklaarbaar is vanuit Utrecht en die intensiever is en in de tijd verder teruggaat, dan de summiere verering in Nederland. In de tijd van St.Willibrord en St.Bonifatius (7e en 8e eeuw) woonden er geen Friezen in het midden en noorden van Nederland. Laag en midden Nederland waren volledig overstroomd. Het Almere, dicht bij zijn zetel gelegen, was niet de Zuiderzee maar het bevond zich in het noord-westen van Frankrijk.
Wijk bij Duurstede was niet het oude Dorestad. Deze plaats bestaat nog steeds in noordwest Frankrijk en heet nu Audruicq, een naam die aantoonbaar van het oude Dorestad is afgeleid en die vanzelfsprekend zoals alle plaatsnamen sinds de 7e eeuw een evolutie heeft ondergaan. De recente opgravingen in Wijk bij Duurstede hebben geen enkel bewijs opgeleverd dat het oude Dorestad ter plaatse lag. Integendeel: de resultaten ervan hebben op spektakulaire manier aangetoond dat zij op essentiële punten juist afwijken van hetgeen uit de historische bronnen over Dorestad bekend is.

Bevestiging door de Archeologie.

De visie van Albert Delahaye werd bevestigd door de archeologie. In Nijmegen is niets gevonden uit de tijd van Karel de Grote, in Utrecht niets uit de tijd van St.Willibrord, in Dokkum niets uit de tijd van St.Bonifatius en in heel Nederland geen spoor van de Noormannen. Ze zijn allemaal voor Nederlanden volkomen legendarisch. Zie verder bij Archeologie.

De boeken van Albert Delahaye.

Een van zijn meest in het oog springende boek is "Holle Boomstammen". Het is geschreven om een breed publiek te informeren. Het boek "De ware kijk op" is gericht op de meer professionele beoefenaars van de geschiedenis. In een reactie op de blunder van professor Leupen en collega's dat Nijmegen een bisschop zou hebben gehad, is het boek "De Bisschop van Nijmegen" geschreven. In de vierdaagse van Nijmegen heeft die bisschop van Nijmegen eens meegelopen. Hij was inderdaad de eerste bisschop van Nijmegen, een carnavalesk en hilarisch schertsfiguur. In 1980 schreef Albert Delahaye een autobiografisch werk "Memoires van een Archivaris" ter gelegenheid van zijn afscheid als archivaris van Nassau Brabant. Na zijn pensionering werkte hij nog 7 jaar door aan zijn grote werken die hij de naam gaf: "De Ware Kijk Op".


De Ware Kijk Op.

Dit boek is volledig gebaseerd op de originele teksten van historische schrijvers uit de romeinse en middeleeuwse tijd, bekend uit de geschiedschrijving. Deel I is een werk geworden van 500 bladzijden dat in 1984 verscheen. De delen II en III waren in manuscript al klaar en verschenen na zijn dood in één band (670 blz.). Deel II is zo een samenstel van het oorspronkelijk deel II en deel III geworden en postuum uitgegeven door de Stichting Albert Delahaye die in 1986 is opgericht. Albert Delahaye overleed op 19 januari 1987. Vlak voor zijn overlijden vroeg hij vanaf het ziekbed aan zijn zoon teksten mee te nemen die op zijn bureau lagen, met als kop "Deportaties van Germanen waaronder ook Bataven", en onder aan de tekst; 825, uit de passage van de "Notitia Dignitatum". Die tekst, hoewel hij deze niet meer gezien heeft, gooit de hele traditie van de Bataven in de Betuwe overhoop. Tot op de laatste minuut bleef hij helder van geest en voor de toekomst laat hij een onuitwisbare erfenis na. De gecorrigeerde geschiedenis van Nederland in het eerste millennium.

De Consequenties.

De consequenties van het werk van Albert Delahaye zijn verstrekkend. De hele geografische geschiedenis van West-Europa vanaf de Romeinen zal opnieuw vastgesteld moeten worden. Opnieuw beschreven is deze reeds. Alle boeken die gaan over de geschiedenis van de Romeinen vanaf Julius Caesar in Gallia zullen opnieuw vertaald moeten worden, waarbij de topografische gegevens opnieuw vastgesteld moeten worden. Voor Germania van Tacitus is dit reeds gebeurd. De Romeinse of Gallische Renus is niet automatisch meer de Duitse en Nederlandse Rijn, de grootste "vervuiler" van het historisch milieu.
In vele bibliotheken zullen alle boeken over het eerste Millennium verwijderd moeten worden om de mythen voor eens en altijd uit de wereld te krijgen. Landen als Noorwegen, Zweden en Denemarken kunnen hun geschiedenis van de Noormannen herschrijven en worden met de Friezen bevrijd van heiligschennende moordpartijen en plunderingen. St.Willibrord en St.Bonifatius worden bevrijd van een onmetelijke reislust, waarbij hun onmetelijke missiegebied beperkt wordt tot werkelijke 8ste eeuwse proporties. Ook hun kerkelijke verdiensten zullen in gelijke mate teruggebracht moeten worden tot die van plaatselijke missionarissen uit die tijd. Karel de Grote moet van een te groot voetstuk worden gehaald en als karolingische vorst weer midden in zijn rijk in midden Frankrijk geplaatst worden. Hij zal als schenner van vele mensenrechten, minder glorieus uit de nieuwe geschiedschrijving te voorschijn moeten komen. Nederland zal te voorschijn komen als een land dat letterlijk door de mens op de zee is veroverd. De eerste Nederlanders, die zelf hun eerste en eigen immigranten zijn, hebben hun land niet veroverd op anderen, maar zelf gemaakt. Zij brachten een geschiedenis mee vanuit het zuiden die hier zonder verzet ingevoerd kon worden, omdat er geen geschiedenis bestond die deze nieuw ingevoerde traditie in de weg stond.

Bestel en lees het boek "De Ware Kijk Op" en oordeel zelf.

------->naar "Inleiding deel 3"!