Terug naar de beginpagina. Naar het overzicht in het kort.

Karel de Grote, koning der Franken.

Het beeld dat bestaat van Karel de Grote dient drastisch te worden bijgesteld.


Eerste-dag-uitgifte in 1968 van een bijzondere postzegel bij de 1200-jarige herdenking van de kroning van Karel de Grote te Noyon.


In Nijmegen herdacht men in 2014 het feit dat Karel de Grote 1200 jaar geleden overleden is. Met zo'n herdenking is op zich niets mis, maar het voorstellen als Nijmeegse geschiedenis is pure geschiedvervalsing. Men maakt er een carnavaleske vertoning van door de schertsfigurant die Karel de Grote moet voorstellen in een harnas te laten paraderen. Dat Karel de Grote regelmatig in Nijmegen verbleven zou hebben en er zelfs een paleis van hem gestaan zou hebben is gebaseerd op mythen. En een harnas zal Karel de Grote ook nooit gedragen hebben. Die bestonden in zijn tijd nog helemaal niet, maar pas zo'n 5 eeuwen later. Het geeft wel precies de kennis die men in Nijmegen heeft over de Karolingische tijd. Het geeft ook de tijd aan waarin allerlei mythen, sagen en legenden rondom Karel de Grote ontstonden en ook in Duitsland en Nederland werden ingevoerd.

Het staat zowel tekstueel als archeologisch volkomen vast dat Karel de Grote nooit in Nijmegen is geweest of kan zijn geweest. Nijmegen bestond in zijn tijd niet eens. De historische wereld weet dat terdege, maar blijft tegen beter weten in de oude mythe verkondigen. Van een paleis van Karel de Grote is in Nijmegen nooit ook maar ťťn steen gevonden. De zogenaamde Karolingische kapel, het oudste bouwwerk in Nijmegen dat stamt uit 1085 heet sinds kort Ottoonse kapel. Met die naamswijziging wordt de oude mythe erkent en de onjuistheid toegegeven. Het Karolingisch Noviomagus was de Franse stad Noyon, de plaats waar Karel de Grote in 768 tot koning van de Franken is gekroond. Nijmegen komt in de hele geschiedenis van Karel de Grote nergens voor. Dat toont ook 'Het Bronnenboek van Nijmegen' overduidelijk aan. Dat Karel de Grote overleden zou zijn in Aken is gebaseerd op hetzelfde misverstand. Hij is er nooit geweest. De oudste archeologische resten in Aken (op het Romeins na) stammen uit de 13e eeuw. Ook dat staat archeologisch vast. De troon van Karel de Grote is dendrologisch gedateerd. Het hout is van een in 936 gevelde boom, de troon zal veel later gemaakt zijn. Dat Karel de Grote er dus ooit op gezeten heeft is een vrome maar hardnekkige mythe.

Het onwetende publiek wordt weer een keer glashard voorgelogen door enkele zich deskundig noemende wetenschappers. Maar we kennen de wetenschap nu ook middels de misstanden die hierin in groten getale voorkwamen en nog steeds voorkomen. De historische waarheid moet nu eens boven de houding van historici gesteld worden, die slechts vrezen voor reputatieschade.

In 768 werd Karel de Grote in Noviomagus tot Koning van de Franken gekroond. Dit Noviomagus is onmiskenbaar Noyon. In 771 overlijdt zijn broer Karloman en wordt Karel alleenheerser. Hij geeft opdracht tot de bouw van een nieuw paleis te Noviomagus dat hij in 777 betrekt. Er zijn sterke bewijzen en overtuigende argumenten nodig om van dit Noviomagus Nijmegen te maken. En die bewijzen of argumenten zijn er niet, erger nog, tekstueel en archeologisch is nooit iets aangetoond van een paleis of van bewoning in Nijmegen in de 8e eeuw.

Dat Karel de Grote twee residenties met dezelfde naam Noviomagus gehad zou hebben is er een teveel. Van Noyon, waar Karel de Grote in 768 tot Koning der Franken is gekroond, staat onweerlegbaar vast dat deze plaats Noviomagus heette. Van Nijmegen is dat aangenomen, maar nooit met feiten bewezen. Zie verder bij Nijmegen.
Een nieuw paleis impliceert dat er dan ook een oud paleis geweest is. Daarvan is in Nijmegen nooit sprake geweest, zelfs niet in de fabelogie. Ook Het Bronnenboek vermeldt dit nergens.

Het is onmiskenbaar dat dit nieuwe paleis in Noyon stond, waarvan een continuÔteit is aangetoond vanaf de Romeinse tijd en waar het oude paleis tekstueel en archeologisch aantoonbaar is.


Wat zijn de feiten en waar deden deze zich voor?

  • 714- Pepijn III (Minus=de Jongere; traditioneel foutief vertaald met 'de Korte'), de zoon van Karel Martel en de vader van Karel de Grote, werd door St.Willibrord te Soissons gedoopt! Let op: Wat doet St.Willibrord, de missiebisschop van 'Friesland', daar in Frankrijk?
  • 742- Karel de Grote, "onwettige" zoon van Pepijn de Korte en Bertha, dochter van de graaf van Laon, wordt geboren in Quierzy, op 11 km. ten oosten van Noyon. De bijzondere band met Quierzy (tegen aandere zogenaamde geboorteplaatsen) wordt aangetoond omdat Karel meestal daar Kerstmis of het Paasfeest vierde.
  • 742- Karel de Grote wordt door aartsbisschop Bonifatius gedoopt. Let op: Wat doet St.Bonifatius, de missiebisschop van Thüringen, daar in Frankrijk?
  • 749- Pepijn III en Bertha van Laon trouwen, waardoor Karel een "wettige" zoon werd, wat door Karloman en zijn aanhangers nooit geaccepteerd werd.
  • 751- Pepijn III zet Chilperik III af (de laatste Merovingische koning) en wordt door St.Bonifatius te Soissons tot koning gezalfd. Let op: Wat doet St.Bonifatius, de missiebisschop van Thüringen, daar in Frankrijk?
  • 751- Geboorte van Karloman, wettige zoon van Pepijn de Korte en de broer van Karel de Grote.
  • 751- Karel de Grote wordt door aartsbisschop Bonifatius tot Koning van NeustriŽ gezalfd, zijn broertje Karloman tot Koning van AustrasiŽ, beiden naast hun vader Pepijn III.
  • 768- Pepijn de Korte, de vader van Karel de Grote, overlijdt en wordt te St.Denis bij Parijs begraven.
  • 768- Beide zonen van Pepijn III volgen hem op. Karel de Grote wordt gekroond tot Koning der Franken te Noviomagus Urbem (Noyon). Karloman werd gelijktijdig tot (mede-)koning der Franken gekroond te Suessionis Civitatem (Soissons) de aloude stad van de Karolingen).
  • 770- Karloman betrekt de palts Noviomagus (Noyon) en geeft er meerdere oorkonden uit, getekend met o.a. "Neumago palatio publico". Karel verblijft te Quierzy (zijn geboorteplaats) en geeft daar oorkonden uit.
  • 771- Karloman overlijdt, waarna Karel zich onmiddelijk naar Corbeny begeeft waar de vazallen van Karloman verbleven, die hem als koning erkenden. Na de dood van Karloman wordt Noviomagus (Noyon) de voornaamste residentie van Karel de Grote. Hij geeft de opdracht tot de bouw van een nieuw paleis te Noviomagus, omdat het oude Merovingische paleis te klein werd bevonden. (Dit oude paleis was voor de helft in gebruik gegeven als klooster)
  • 773- Karel de Grote verblijft nog steeds te Quierzy en geeft een oorkonde uit voor de abdij van Novelaise.
  • 774- Karel de Grote tekent weer diverse dekreten te Quierzy.
  • 775- Karel de Grote tekent te Quierzy enkele oorkonden voor de abdij van St.Denis bij Parijs.
  • 776 en 777- Karel de Grote ondernam een reis naar Rome. Hij keerde in Francia terug, vermelden de kronieken.
  • 776- Karel de Grote vernieuwde, weer te Quierzy, de beschermtitel van een klooster.


    Keizer Karel de Grote in zijn palts te Noyon

    Tot hier komt Nederland of Nijmegen in het hele verhaal niet voor!

    Dat wordt ook door het Bronnenboek van Nijmegen erkend, want geen van deze teksten waarin het over Noviomagus gaat, worden erin genoemd.

    En dan....in het jaar 777.

    Dan betrekt Karel de Grote zijn nieuwe paleis, dat in pracht en praal gebouwd was en zijn gelijke niet kende, zoals het beschreven wordt. Het oude paleis was te klein geworden, zeker omdat het voor de helft in gebruik was als klooster. Algemeen gaat men er van uit dat Karel de Grote in 777 zijn nieuwe paleis betrekt, niet dat het in kronieken als zodanig vermeld staat, maar vanwege de ondertekeningen van oorkonden met Noviomagus, Numaga, Niumago en andere variaties en met de woorden "palacio publico". Karel de Grote is sinds het overlijden van zijn broer Karloman, definitief van Quierzy naar Noyon, zijn kroningsplaats, verhuisd. Quierzy komt niet meer voor in de ondertekening van akten. Noyon is ook steeds het Noviomagus in het centrum van zijn rijk, waar Karel de Grote aanwezig is als zich problemen voordoen. Nijmegen, dat ver buiten het centrum van zijn rijk gelegen zou zijn, is alleen al vanwege deze onlogica, een dissonant.
  • 777- Karel de Grote tekent de eerste "actum Niumago palacio publico", vanuit het nieuwe paleis van Karel de Grote, dat in Noviomagus lag.

    Was dit Noviomagus Nijmegen of Noyon?

    Dit is de centrale en allesomvattende vraag. De bronnen vermelden nergens dat het nieuwe paleis van Karel de Grote een verre expeditie was. Zou het in Nijmegen gebouwd zijn, dan was dat de expeditie van de eeuw geweest. In Nijmegen was immers niets: geen bouwmateriaal, geen natuursteen, geen bouwlieden, geen stad om de bouwlieden een onderdak te verschaffen, geen voorzieningen en geen levensbehoeften. Er waren slechts de ruÔnes van de Romeinen, waarvan Frederik Barbarossa in 1155 dankbaar gebruik heeft gemaakt bij de bouw van zijn burcht, zoals hij dat ook op de gedenksteen heeft laten zetten.

  • 796- Vanaf dit jaar kreeg Aken als residentie prioriteit bij Karel de Grote.

    De "naamloze" op het keizer Karelplein.



    De grimmige blik spreekt voor zich.



    Het standbeeld van de ruiter op het keizer Karelplein.

    "Wie op een paard zit deugt niet!"
    Uitspraak van Maarten van Rossem in "Hier zijn de Van Rossems".
Is de vermeende aanwezigheid van Karel de Grote te Aken de volgende mythe die weerlegd moet worden? Zie onderaan deze bladzijde.
Het beeld dat bestaat van Karel de Grote dient drastisch te worden bijgesteld.

'Handtekening' van Karel de Grote.

In 768 worden Karel de Grote en zijn broer Karloman beiden tot koningen van de Franken gekroond. Karloman in Soissons, Karel de Grote in Noviomagus, op dezelfde dag (9 oktober) en hetzelfde uur. Dit vanwege de onderlinge rivaliteit tussen beide broers. Dit Noviomagus was Noyon, daarover bestaat geen enkele onzekerheid.
Karloman betrekt de residentie Noviomagus (dit was Noyon, daarover bestaat ook geen enkele discussie), Karel betrekt de residentie van Quierzy, zijn geboorteplaats.
In 771 overlijdt Karloman en wordt Karel alleenheerser.
Kort nadien begint Karel de Grote met de bouw van een nieuw paleis te Noviomagus, dat hij in 777 betrekt.

Om van dit Noviomagus plots Nijmegen te maken, moet men toch met heel sterke bewijzen komen.

En die bewijzen ontbreken ten ene male, sterker alles wat als "bewijs" wordt aangevoerd is door Albert Delahaye op eenvoudige wijze weerlegd.
Ook in de bodem van Nijmegen ontbreekt elk bewijs. Er is nooit iets gevonden uit de tijd van Karel de Grote, geen steen, nog geen scherf. De archeologie toont onweerlegbaar aan dat het paleis NIET in Nijmegen stond. De bodem van Nijmegen is over de hele Karolingische periode blanko. Van de z.g. Karolingische Kapel is aangetoond dat deze uit de 11e eeuw stamt. De overige ruÔnes op het Valkhof dateren uit de 12e eeuw (1155).

Dit Noviomagus, waar het nieuwe paleis werd gebouwd, was dus Noyon, sinds de Merovingische koningen de Urbs Regalis van de Franken.
Dit Noviomagus, waar het nieuwe paleis werd gebouwd, was een bisschopsstad. Nijmegen is nooit een bisschopsstad geweest.
Dit Noviomagus lag in Francia, precies zoals de Peutingerkaart dat aangeeft.
En zo zijn er nog vele tientallen bewijzen dat dit Noviomagus de Franse stad Noyon was en niet Nijmegen.

Zou dit Noviomagus Nijmegen geweest zijn, dan betekende het dat Karel de Grote, die sinds 798 veel in Aken verbleef, NOOIT MEER in het centrum van zijn rijk geweest zou zijn. Voor een Karolingisch vorst is dat onbestaanbaar. Bovendien ontbreken in en rond Nijmegen alle essentiŽle onderdelen van een Karolingische palts, zoals een kerk of parochie of domeinen. Zonder kerk en zonder domeinen kan een Karolingische palts niet bestaan hebben.
Waarom bouwde Karel de Grote dit nieuwe paleis dan niet in Utrecht, waar immers -volgens de Nederlandse opvattingen- een bisschopszetel bestond? Waarom bouwde hij dit nieuwe paleis niet in Wijk bij Duurstede, waar toen de internationaal vermaarde handelmetropool Dorestad gelegen zou hebben? Waarom in Nijmegen, op een plaats waar niet eens bewoning was, wat ook Het Bronnenboek van Nijmegen (zie aldaar) erkent? In Nijmegen, waar geen kerk of parochie bestond, waar geen domeinen lagen? Voor een Karolingisch vorst onbestaanbaar!
De antwoorden op deze vragen geven de onjuistheid van de Nederlandse traditie al aan.

Het paleis van Karel de Grote te Noviomagus werd in 1047 door de Vlamingen verwoest en wel op hun veldtocht naar Verdun, de stad die ook verwoest werd. Dit Noviomagus was onmiskenbaar de stad Noyon. En als het paleis in Noyon werd verwoest, moet het daar dan ook niet eerst gebouwd zijn?



De schoolboekjes zeggen.......
...... dat Karel de Grote, koning van de Franken en later keizer van het Heilige Roomse Rijk, op het Valkhof te Nijmegen een paleis heeft laten bouwen, dat blijkens een uitgegeven oorkonde in het jaar 777 voltooid zou zijn. Hij en zijn opvolgers en later de Duitse keizers zouden er geresideerd hebben en er rijksvergaderingen hebben gehouden. Het paleis werd door de Noormannen verwoest en zou in 1155 door Keizer Frederik Barbarossa hersteld zijn. Van het vermeende paleis van Karel de Grote is de kapel overgebleven, nu de Karolingische kapel geheten. Van het paleis van Frederik Barbarossa is de absis van de rijkszaal bewaard gebleven, die nu de St.Maartenkapel wordt genoemd. Omdat de burcht van Nijmegen een teken was van een verfoeid feodale stelsel, is hij in 1796 afgebroken toen de Patriotten aan de macht waren.


De waarheid is echter............

dat er lange tijd twijfel heeft bestaan over de geschiedenis van Nederland tot de 12e eeuw. Twijfel die begon te Nijmegen met zijn Karel de Grote traditie. Deze koning is geboren te Quierzy vlak bij Noyon. Sommige historici noemen Carlopont als zijn geboorteplaats, ook op enkele kilometers van Noyon gelegen. Hij werd in 768 te Noviomagus tot koning van de Franken gekroond, wat door alle historici als Noyon wordt opgevat. (Zie de afbeelding.) Hier in Noyon hadden al enige eeuwen de Merovingers en de Pepijnen geresideerd.
Enkele jaren na zijn kroning en na het overlijden van zijn broer Karloman, die mede koning was, begon Karel de Grote aan de bouw van een nieuw paleis, dat volgens de eigentijdse kroniekschrijvers te Noviomagus was gelegen. Was dit Noyon, wat eigenlijk een beetje voor de hand ligt gezien de reeds bestaande relatie van de jonge vorst met deze stad, of was het Nijmegen, wat op zijn vroegst pas in de 12e eeuw is beweerd, bovendien door vreemdelingen die noch Noyon noch Nijmegen kenden? Met deze vraag zitten wij midden in het probleem van de Karolingische residentie. De erin vervatte feiten tonen aan, dat het alleszins redelijk is die vraag te stellen.
Een van de eerste zaken die naar voren kwam was dat bij de historici al eeuwen lang een verwarring heeft bestaan tussen de steden Noyon en Nijmegen. Beide steden zijn onder de antieke of klassieke naam Noviomagus bekend: Noyon reeds van vóór onze jaartelling, Nijmegen pas sinds de 12e eeuw. De historici hebben deze twee steden herhaaldelijk met elkaar verward, wat begon bij de interpretaties van de oude kronieken. Dit gebeurde niet alleen met betrekking tot het paleis van Karel de Grote, maar zelfs met personen en zaken die door middel van andere gegevens met Noyon verbonden zijn. Enige Duitse historici hebben het zelfs gepresteerd, om Transmarus en Immo, bekend als bisschoppen van Noyon, desondanks in Nijmegen te plaatsen. Nijmegen heeft NOOIT een bisschopszetel gehad, is dus nooit bisschopsstad geweest. Die verwarring treft men niet alleen aan bij oude schrijvers, maar is ook in recente historische literatuur aan te wijzen. Een ander bewijs voor de verwarring is gelegen in het feit, dat de aanvallen van de Noormannen op Noviomagus door de Nederlandse historici op Nijmegen worden toegepast, terwijl de Franse historici dezelfde feiten, met dezelfde jaartallen, geput uit dezelfde bronnen, te Noyon plaatsen. De verwarring tussen de twee steden is derhalve evident. Zij bereikte het hoogtepunt, toen de Peutinger-kaart bekend werd, waarop datzelfde Romeinse en Karolingische Noviomagus staat afgebeeld in een streek, die als het midden van Nederland zou worden opgevat: de Betuwe.



Het standbeeld van Karel de Grote te Nijmegen.
Het beeld van Karel de Grote in Nijmegen is er in 1962 gekomen als overtuigend argument tegen alle beweringen van Albert Delahaye. Pas 12 eeuwen na dato ontstaat er in Nijmegen de behoefte om te bewijzen dat Nijmegen wel degelijk de keizerlijke Karelstad was.
Echter een opschrift van deze ruiter te paard ontbrak lange tijd. Was men er toch niet van overtuigd dat het Karel de Grote zou moet voorstellen?
Met zijn grimmige blik zegt deze ruiter overduidelijk dat hij op de verkeerde plaats staat.
Het beeld staat midden op de rotonde van het drukke keizer Karelplein, waar het rondrazende verkeer het slechts met gevaar voor eigen leven bereikbaar maakt voor een geÔnteresseerde bezoeker.

Het Keizer Karelplein is in januari 2018 uitgeroepen tot gevaarlijkste verkeerslocatie in Nederland. Nog een reden om het plein drastisch op de schop te nemen en het standbeeld aan de stad Noyon te schenken, waar het wel in het juiste Noviomagus staat. De naam 'Keizer Karelplein' kan gehandhaafd blijven, als men er dan wel Karel V bij vermeld. Die verbleef immers wel eens in Nijmegen, zoals zijn standbeeld op het stadhuis ook al aangeeft.

Waarom staat dit beeld niet op het Valkhof, de plek die altijd doorging voor de plaats waar Karel de Grote zijn palts bouwde? Of vond men dat een te grote verzoeking?
Het is te hopen dat Nijmegen het beeld niet verwijdert, maar het laat staan als teken van de wijze waarop men er historische geografie bedrijft, zodat met de toeristische bezoeker nog eens een extra pleziertje gunt bij een bezoek aan de Keizer Karelstad, een naam die kan handhaven, maar dan voor keizer Karel V van Spanje en de Nederlanden.
Het beeld is komisch en past in het grote raamwerk van nationale mythen en illusies. Er staan meerdere van dergelijke beelden in Nederland (het beeld van St.Willibrord in Utrecht en dat van St.Bonifatius in Dokkum), maar ook in het buitenland, zoals het Hermannsdenkmal in Detmold, geplaatst door niet ter zake deskundigen om een fabel in stand te kunnen houden.


De Peutingerkaart.

De Peutingerkaart (Tabula Peutingeriana) leek de traditionele opvattingen te bevestigen, dat Nijmegen het daarop vermelde Noviomagus zou zijn.
Er is geen enkel argument die deze opvatting bewijst. Daartegenover staan meerdere bewijzen dat het genoemde Noviomagus Nijmegen juist niet kan zijn.
  1. De Peutingerkaart stamt uit de 4e eeuw. De Romeinen waren toen reeds een eeuw uit Nederland vertrokken. Er moeten heel sterke bewijzen op tafel komen om aan te tonen dat een prijsgegeven gebied dan nog op een Romeinse wegenkaart zou staan.
  2. Als de wegen in Patavia in Nederland gelegen zouden hebben, staat de noordgrens van het Romeinse Rijk in de 4e eeuw er niet op.
  3. Als het Noviomagus van de Peutingerkaart Nijmegen is, staat Noyon, een van de 12 Civitates in Gallia er als enige niet op. Noyon, met een aantoonbare voorgeschiedenis vanaf 100 vóór onze jaartelling, zou er niet op staan en Nijmegen wel? Deze civitates waren ook later de eerste bisdommen in Frankrijk. Nijmegen is nooit een bisschopsstad geweest, Noyon wel. Zie meer hierover bij R.Post
  4. Boven de Renus staan verschillende namen van Germaanse volksstammen. Deze volksstammen woonden NOOIT in Nederland, maar in Noord-Frankrijk.
  5. Nijmegen ligt aan de verkeerde kant van de Patabus, wat traditioneel de Waal zou zijn, maar waar altijd al aan getwijfeld is. J.E.Bogaers, toch ťťn van de felste verdedigers van de traditionele mythe, maakt er zelf de Maas van, omdat de Waal in zijn opvatting niet kan kloppen. Dat deed voor hem ook A.W.Byvanck al. Waar blijf je dan met je zekerheden?
  6. Nijmegen ligt in werkelijkheid niet in de Betuwe (Patavia) wat de Peutingerkaart wel zo afbeeldt.
  7. Nijmegen ligt niet in Francia, wat de kaart ook afbeeldt. Vlak boven Noviomagus staat het woord Francia. Nijmegen wordt ook wel gehouden voor het Batavodurum of Opidum Batavorum, de hoofdstad van de Bataven. Welk volk bouwt zijn hoofdstad buiten zijn eigen gebied?
  8. Nijmegen ligt vlak bij allemaal Franse plaatsen, aan wier determinatie niet te twijfelen valt, zoals Bavay, Reims en St.Quentin. Tussen allemaal Franse plaatsen ligt toch zeker niet Nijmegen?
  9. De afstand van Nijmegen tot de kust over de bovenste weg, waar zelfs nog een afstand ontbreekt, is op de kaart 165 km. In werkelijkheid is dit een kleine 100 km.
  10. De afstand van Nijmegen tot de kust over de onderste weg bedraagt op de kaart 185 km. Deze weg is in Nederland nooit teruggevonden dus ook niet te controleren.
  11. De Romeinse wegen in midden-Nederland hebben geen enkele verbinding met een achterland: een zeer ongewone zaak in het Romeinse Rijk. Alleen hierom al, moet de Nederlandse opvatting als onjuist bestempeld worden.
  12. In de Betuwe is van beide wegen nooit iets teruggevonden.
  13. Van geen enkele Nederlandse plaats op de Peutingerkaart is de determinatie zeker en onomstreden. Van sommige plaatsen hanteeert men meerdere locaties, waarvan Castra Herculis de kroon spant met wel 24 verschillende locaties. Van geen enkele plaats is de etymologie een bewezen zekerheid. En als er al Romeins is gevonden is er zeker geen 'Castra' gevonden.
  14. Van de onderste weg heeft men zelfs geen enkele plaats kunnen localiseren zonder allerlei onbewezen aannames. Aan die onderste weg ligt het unieke Tablis, dat met zekerheid het Franse Etaples is.
  15. Geen enkele van de Nederlandse plaatsen die men gelijkstelt met de plaatsen in Patavia, ligt in werkelijkheid in de Betuwe, wat de kaart wel zo afbeeldt.
  16. Aan de vier wegen vanaf Noviomagus zijn 29 plaatsen genoemd. Met slechts een stuk of tien, waarover veel verschillende opvattingen bestaan, probeert men aan te tonen dat dit gedeelte van de kaart op Nederland en Duitsland betrekking heeft.
  17. De afstanden van beide wegen van Nijmegen naar Keulen hebben een teveel aan kilometers. De onderste weg geeft een totaal van 252 km., de bovenste weg, waar zelfs nog een afstand ontbreekt, een totaal van 206 km. Dat terwijl de afstand van Nijmegen naar Keulen ca. 150 km bedraagt.
  18. Colonia Trajana en Veteribus, waar de kaart een afstand geeft van 40 mijl is ruim 80 km., legt men beide te Xanten.
  19. Lugdunum ligt een eind van de kust en kan dus nooit Leiden, Katwijk of de Brittenburg, pal aan de kust, geweest zijn. En woonden in de Nederlandse opvattingen aan de kust niet de Canninefaten?
  20. In een aantal Nederlandse plaatsen die z.g. op de Peutingerkaart zouden staan, is overigens nooit enig Romeins van betekenis gevonden, laat staan een castellum!
  21. De vignetten (badplaats, castra) op de kaart komen niet overeen met de gevonden nederzettingen.
  22. Belangrijke plaatsen waar veel Romeins is gevonden, zoals Maastricht, Utrecht, Elst, Rhenen, Houten, Vleuten, Aardenburg, Bodegraven, Domburg, de Brittenburg, Velsen, staan niet op de Peutingerkaart.
  23. De Caninefaten en Friezen, geografisch nauw verwant met de Bataven, staan niet op de kaart.
  24. BelgiŽ, waar heel wat meer Romeins is gevonden dan in midden Nederland, staat er al helemaal niet op. Dit is altijd al een groot probleem geweest bij de interpretaties van deze wegenkaart. Dat kan men niet zomaar wegwuiven alsof er niets aan de hand is.
  25. Boven de Batavia zijn niet de Friezen afgebeeld, maar volkeren die (volgens de traditie) in Duitsland woonden, maar inwerkelijkheid in Noord-Frankrijk (zie bij Germania) verbleven.
  26. Tegenover de Patavia ligt onmiskenbaar Kent in Engeland.
  27. Dat Nijmegen en de andere Nederlandse plaatsen nog zouden voorkomen op een Romeinse wegenkaart uit de 4e eeuw is nooit aannemelijk gemaakt, dus een complete farce.
  28. De hele kaart is sterk vertekend. Wegen die op de kaart horizontaal (oost-west?) lopen, lopen soms in werkelijkheid noord-zuid. Alleen de Betuwe zou de enige niet-vertekende landstreek zijn. De langerekte en smalle afbeelding komt ogenschijnlijk overeen met de Betuwe, maar de verhouding met andere landsstreken op de kaart is geheel onjuist. De Patavia komt qua omvang en oppervlakte overeen met een gebied als half ItaliŽ, niet met de Betuwe.
  29. Van de eerste determinatie met plaatsen als Leiden, Dordrecht, Rotterdam en Nijmegen, heeft men (ook foutief) alleen Nijmegen gehandhaafd.
  30. De nieuwste opvattingen van Kreijns, Bruijnesteijn, Rozemeyer, Wijffels en Kirk leveren even zovele afwijkingen van de traditionele opvattingen op. Hoe zeker zijn die traditionele opvattingen nog, waarover ook altijd discussie heeft bestaan?
  31. De Peutingerkaart is een kaart uit de 4e eeuw. De eenmaal prijsgegeven gebieden in Nederland en Duitsland (rond 260 n.Chr) werden niet meer bij het Romeinse rijk gerekend. Dan moeten er sterke argumenten komen, waarom de Romeinen een prijsgegeven gebied nog steeds tot het Romeinse Rijk zouden blijven rekenen en zouden blijven afbeelden op hun wegenkaart. Die argumenten ontbreken tot heden volkomen.
  32. De klassieke schrijvers vermelden tot in de 5e eeuw de plaatsen van de Patavia op de Peutingerkaart onder andere voor de graantranssporten vanuit Engeland naar ItaliŽ. De totale afwezigheid van Romeinse relikten in Nederland van na de 2e helft van de 3e eeuw, spreken de aanwezigheid van Romeinen ten stelligste tegen. Met enkele gevonden Romeinse munten, die ook door andere volkeren gebruikt werden, kan geen enkel verblijf van Romeinen aangetoond worden.
  33. Geheel aanvaardbaar is dat zowel te Nijmegen als te Xanten af en toe vooruitgeschoven posten van de Romeinen hebben bestaan. Het ontbreken te Nijmegen na ca. 250 van een burgerlijke nederzetting en het feit dat de elkaar opvolgende en telkens van plaats wisselende kampementen onderling geen kontinuÔteit vertonen, bewijzen zelfs dat de militaire posten niet eens permanent bezet zijn geweest (wat Dr.W.A. van Es in "De Romeinen in Nederland" ook erkent. Zie aldaar).
Het Bronnenboek van Nijmegen schept wat de verwarring tussen Nijmegen en Noyon betreft eigenlijk wel helderheid. Na bestudering van het Bronnenboek blijft er slechts ťťn conclusie over: Noviomagus is Noyon! Zie bij: Bronnenboek.
Een boek als "De Franken in Nederland" (Dr.D.P.Blok) lost de bestaande verwarring tussen de traditionele opvattingen en de nieuwste inzichten eenvoudig op. In dit boek staat geen enkel bewijs dat de traditionele opvattingen juist zouden zijn. Die verwarring bestaat dus niet meer.

De reizen en veldtochten van Karel de Grote.



Volgens de traditionele opvattingen heeft Karel de Grote immense afstanden afgelegd tijdens zijn vele reizen en veldtochten tot wel 4 Š 5 keer de omtrek van de aarde. Zet je deze uit op een kaart van Europa (zie hierboven), dan kom je tot gigantische afstanden van meer dan 250.000 km. Alleen dit feit is al voldoende om de tradities te moeten verwerpen. En Karel de Grote reisde niet alleen. Hij was steeds omringd door een grote hofhouding. De afgelegde afstanden worden nog onaannemelijker als de tijdsduur wordt meegenomen. Bij een gemiddelde snelheid van 5 kilometer per uur, er ging ook heel wat voetvolk mee en ossewagens(), is Karel de Grote bijna zijn hele regeerperiode onderweg geweest. De veldtochten tegen de Saksen bijv. vonden voornamelijk plaats tussen 782 en 804, dus in de helft van zijn regeerperiode. Dat kan dus slechts als men dag en nacht reist, bijna geen moment rust neemt of eens rustig in een van zijn paleizen te verblijven. Dat is toch complete waanzin? Niet eens tijd om op jacht te gaan, een van zijn geliefde bezigheden? Dat is toch gewoon onvoorstelbaar? En dat terwijl Karel de Grote de laatste jaren van zijn leven nauwelijks gereisd heeft en steeds verbleef in zijn geliefde paleis te Aquis Granum.

Is Aken de volgende op te lossen mythe in het eerste millennium? Immers het graf van Karel de Grote blijkt er onvindbaar, ondanks dat men zeker wist waar het zich bevond. De oudste vondsten op de plek waar men het graf dacht te vinden dateren uit de 13e eeuw, precies de tijd dat ook de andere mythen, ook die van Nijmegen en Utrecht ontstonden.

Alle reizen van Karel de Grote moeten niet als onmogelijk beschouwd worden. Ze zijn immers gemaakt, opgetekend en beschreven. Projecteert men de reizen op een aanzienlijk beperkter rijk van Karel de Grote, zoals Albert Delahaye dat aan de hand van de kronieken heeft bepaald, dan worden de afstanden in sterke mate bekort en zijn al die reizen veel acceptabeler en ook te realiseren binnen een aanvaardbare tijd.
In Noord-Frankrijk uitgezet binnen het gebied waar de Franken werkelijk verbleven, zijn het nog grote en frequente reizen geweest, maar ze worden beperkt tot minder dan 80.000 km (ruim eenderde). Dat is inclusief zijn reizen naar ItaliŽ en de PyreneeŽn.
Dat het rijk van Karel de Grote zich uitstrekte tot de Elbe zoals altijd door historici verondersteld is, is een complete fabel, slechts gebaseerd op het misverstaan van de Albis wat niet de Elbe was, maar de Franse Aa.



De conclusie is kort en duidelijk:
de omvang van de reizen toont de onjuistheid van de traditionele opvattingen aan.

Wilt U hier meer over lezen? Bestel het boek "De Ware Kijk Op" en oordeel zelf.