Terug naar de beginpagina. Naar het overzicht in het kort.

Keulen / KŲln.

De geschiedenis van Keulen is een als voorlopige waarheid aangenomen maar nog te bewijzen veronderstelling.

Dat het huidige Keulen aan de Rijn ligt is natuurlijk geen vraag. En dat Keulen een Romeins verleden heeft gekend evenmin. Dat is onmiskenbaar zo. Maar dat is ook niet het probleem. Maar droeg het Romeinse Keulen de naam Colonia Agrippina en lag het Romeinse Keulen aan de rivier die men toen al de Renus noemde? Dat lijken niet alleen, maar zijn ook aangenomen opvattingen.


De Keulse Claudius


Buste van Claudius uit Rome


Inscriptie C.C.A.A.


De God Renus.


Keulen kent dezelfde geschiedenis als zoveel andere plaatsen. Tussen het Romeins en het Middeleeuws zit vele eeuwen met niets. Continuiteit heeft er zeker niet bestaan, ook al neemt men aan van wel.

De visie van Albert Delahaye.
Albert Delahaye heeft zich met de zaak Keulen-Colonia aanvankelijk niet erg intensief bezig gehouden. Hem ging het in het begin van zijn studie vooral om Nijmegen. Voor hem was Colonia aanvankelijk nog Keulen (de Romeinen stichtten meerdere 'colonia's') en Asciburgium ook nog wel eens Aken (WKO1, p.15), maar toch heeft hij meerdere keren aangegeven dat als Nijmegen fout is, dat ook consequenties heeft voor andere plaatsen met een aangenomen geschiedenis. De mythen wemelen immers van diverse toevalligheden die de aangenomen geschiedenis lijken te bewijzen. In de Ware Kijk Op deel 1 (p.32) schrijft hij bijv. over Xanten dat het geheel past in het traditionele beeld "al moeten de Romeinse en vroeg-middeleeuwse traditie van deze stad aan eenzelfde nieuw en kritisch onderzoek als Nijmegen onderworpen worden". Om er vervolgens even verderop bij te vermelden "dat anderen dat maar eens uit moeten zoeken, want ik heb al genoeg op mijn vork". Dat aan eenzelfde nieuw en kritisch onderzoek onderwerpen geldt uiteraard voor andere plaatsen langs de Rijn zoals Keulen, die onlosmakelijk vastgeklonken lijken met de Renus die immers de Rijn zou zijn. In deel 2 van De Ware Kijk Op is Albert Delahaye heel duidelijk over Keulen: er bestaat geen enkel bewijs dat Keulen het Colonia Agrippina uit de klassieke teksten is. Dat is overduidelijk Avesnes.
Keulen heeft net als zoveel andere plaatsen zeker een Romeins verleden gekend, maar het is een eenvoudige zaak de aangenomen geschiedenis te weerleggen. De geschiedenis van Keulen begint met het volk van de UbiŽrs. Er zijn echter geen bewijzen te vinden dat de UbiŽrs in de tijd van Julius Caesar rondom Keulen woonden. Julius Caesar is de eerste schrijver die hen vermeldt, maar het is nooit bewezen dat hij ooit in West-Duitsland is geweest. Ook daar is geen enkel bewijs voor te vinden. Bestuderen we de klassieke teksten die over de UbiŽrs gaan dan verbleven deze in Vlaanderen aan de kust van het Kanaal.


De Klassieke teksten.
Slaat men er enkele Duitse historici op na, dan vindt men ook hier veel twijfel en veel aangenomen en onbewezen standpunten. Vaak draait men om de feitelijke te bewijzen vraag heen: Was Colonia Claudia Ara Agrippinensium de plaats Keulen? Daarop vindt men geen rechtstreeks en overtuigend antwoord. Het is ook nooit ter discussie gesteld.

Het is dus zaak terug te gaan naar wat Caesar en Tacitus (en andere klassieke schrijvers) zelf schrijven en zich niet te laten leiden door wat historici er later van gemaakt hebben.
Het blijkt vrij eenvoudig te zijn om de traditionele geschiedenis van Keulen te weerleggen. Die is terug te voeren tot de verblijfplaats van de UbiŽrs en de aanwezigheid van Julius Caesar ter plaatse. Die verblijfplaats is voornamelijk gebaseerd op de veronderstelling dat de Renus de Rijn is. De 'bewijzen' die men daarbij hanteert zijn slechts veronderstellingen of mogelijkheden. In feite is deze hele geschiedenis gebaseerd op dezelfde mythe als zou Nijmegen gesticht zijn door Caesar. Die mythe heeft men inmiddels losgelaten, maar in gewijzigde vorm steekt deze soms toch steeds weer de kop op. Het bewijst slechts dat men kost wat kost wil blijven vasthouden aan de fabels uit het verleden en men niet open staat voor een wetenschappelijke discussie en verandering van inzichten. Wie heeft er hier nu een tunnelvisie, wat zo vaak aan Delahaye en zijn volgelingen wordt verweten?

Nu kan men bij de interpretatie van de klassieke teksten al meteen een hoop vraagtekens plaatsen. Daarbij kan ik verwijzen naar de boeken van Albert Delahaye, maar ook andere historici als A.W.Byvanck, W.A.van Es en J.E.Bogaers (en nog meer anderen ) spraken daar hun twijfel over uit en maakten van de Renus dan weer de Maas, dan weer de Waal. Zet je al deze twijfel op een rijtje, dan blijft er van de traditionele interpretaties al heel weinig tot zelfs niets meer over.

Zolang men Julius Caesar bij zijn verovering van Gallia, de slag in het Teutoburgerwoud en het Germania van Tacitus in Duitsland plaatst, lijkt de traditionele geschiedenis heel aannemelijk en haar bevestiging te vinden. Maar klopt dit verhaal? Het eerste dat opvalt is dat men ondanks de zogenaamde aanwezigheid van Julius Caesar in Keulen in 55 v.Chr., men de Romeinse geschiedenis van Keulen pas in 37 of 19 v.Chr. (daarover bestaat al twijfel) of zelfs pas in 50 n.Chr. laat beginnen. Is Julius Caesar nu wel of niet in Keulen geweest als hij zijn 'Comentarii de Bello Gallico' schrijft? Welk bewijs heeft men dat Keulen bij Gallia hoorde? Het is ook in tegenspraak dat Keulen in de traditionele geschiedenis altijd als hoofdstad van Germania Inferior genoemd wordt, dus niet als hoofdstad bij Gallia hoorde. Welk bewijs heeft men dat de Ubii in de buurt van Keulen woonden?

Teksten van Julius Caesar en Strabo.
Volgens Caesar waren de UbiŽrs de buren van de Suebi, die aan beide oevers van de Renus woonden. Daarnaast woonden de MenapiŽrs. Volgens Strabo woonden de Sygambri (of Sicambri) bij de Oceaan naast de Menapii (Cassel), die weer naast de Morini (Terwaan), Bellovaci (Beauvais) en Ambiani (Amiens) woonden. Achter de vallei van de Sygambri woonden de Suebi. Caesar wijst er bij de UbiŽrs ook op dat "zij wegens hun nabuurschap gewend geraakt waren aan Gallische gewoonten". Ze woonden namelijk precies op de grens tussen Germanen en GalliŽrs. Tussen Keulen en Cassel kun je toch niet van buren spreken.
  • In boek IV, 1, beschrijft Caesar de Suebi, die in de daarop volgende winter van het jaar waarin Gnaeus Pompejus en Marcus Crassus consuls waren en de Germaanse Usipeten en eveneens de Tencteri met een groot aantal mensen de Renus overgestoken waren, niet ver van de zee waarin de Renus uitmondt. De oorzaak van die overtocht was het feit dat ze door de Suebi verschillende jaren opgejaagd werden en onderdrukt door oorlog. Ook in dit citaat gaat het duidelijk over aan de kust. Dat is dan ůf de kust bij Katwijk ůf in Frans-Vlaanderen, in elk geval gaat het hier niet over ergens in de buurt van Keulen of elders in Duitsland.
  • In boek IV, 19, schrijft Caesar dat nadat hij enkele dagen had gedraald in het grondgebied van de Tencteri en de Usipetes en alle gehuchten en gebouwen in brand waren gestoken en al het graan was afgemaaid, hij zich terugtrok in het grondgebied vande Ubii. Nadat hij zijn hulp aan de Ubii had beloofd als ze door de Suebi onderdrukt zouden worden, hij ze zou samendrijven en ze zou bestraffen . Nadat Caesar 18 dagen had doorgebracht aan de overkant van de Renus en hij ervan overtuigd was dat er voldoende voordeel was behaald zowel voor lof als voor het nut van het Romeinse volk, trok hij zich in GalliŽ terug en liet de brugafbreken.

    Deze teksten laten overduidelijk zien dat Julius Caesar te maken heeft gehad met de UbiŽrs, de Suebi, de Tencteri en de Usipetes, die allen binnen een beperkt gebied bij elkaar woonden. De Tencteri en Usipetes woonden volgens Caesar niet ver van de monding van de Renus . De UbiŽrs woonden over de Renus naast de Suebi, die de buren waren van de MenapiŽrs. De Renus die niet ver daarvan in de zee uitmondt. De Sygambri woonden tussen de UbiŽrs en de Usipetes die weer naast de Tencteri woonden. Dat het hier over Duitsland zou gaan, is op grond van deze teksten aantoonbaar onmogelijk en onjuist. Het gaat hier heel duidelijk over Noord-Frankrijk en wel precies over Frans-Vlaanderen.

    Bij de opstand van de Bataven komen de UbiŽrs ook ter sprake. Civilis zond een expeditie over de Mosa om het land van de Menapii en van de Morini in het noorden van Gallia te brandschatten. Bij deze tochten hadden vooral de Ubii het moeten ontgelden. Op hen waren de Germanen zeer gebeten omdat zij hun afkomst hadden verloochend door zich met Rome te verzoenen. Ook hier worden de UbiŽrs in directe relatie met de Menapii en Morini en het noorden van Gallia genoemd. Het is dan ook een farce om dit in of bij Keulen te plaatsen. Ook andere klassieke schrijvers wijzen duidelijk op Noord-Frankrijk als het over deze volkeren gaat. In 395 n.Chr. bedwong Stilicho alles tussen de Oceaan en de rivier de Histris , waaronder de Sygambri. Ook in 456 worden de Sygambri nog genoemd in het West-Romeinse Rijk. Toen was er geen enkele Romein meer in Nederland of West-Duitsland. Ook het uitroeien van de Eburonen waartegen Caesar streed wordt in de traditionele visie steeds genoemd. Woonden de Eburonen werkelijk tussen Maas en Rijn zoals de traditie ons wil doen geloven? Maar Julius Caesar is nooit in BelgiŽ geweest en kan daar dus niet tegen de Eburonen gestreden hebben. Ook de muntvondst bij Amby vormt geen enkel bewijs voor de aanwezigheid van de Eburonen in Zuid-Limburg.

  • Wat heeft men in Keulen om haar geschiedenis te bewijzen?
    Net als op zoveel plaatsen heeft Keulen archeologische vondsten die een Romeinse aanwezigheid aantonen. Maar een Romeinse aanwezigheid vormt ook niet hťt probleem, net zo min als dat in Nederland het geval is. Maar droeg Keulen de naam Colonia Agrippina en is Keulen die plaats op de Peutingerkaart? Welke vondsten heeft men in Keulen om de Romeinse geschiedenis te bewijzen?

    Grafstenen.
    Allereerst heeft men in het "Roemisch-Germanisches-Museum " een aantal grafstenen van verschillende Romeinse legionairs en notabelen, zoals van Verecundus, Viatorinus, Celerinus van X Gemina , Pompeius soldaat van XV Primigenia en Gaius Julius Maternus, veteraan van I Minervia. Met deze grafstenen bewijs je slechts dat deze personen vermoedelijk daar wel geweest zijn en er zijn overleden. Dat het om veteranen gaat is meer dan duidelijk, het wordt zelfs een aantal keren letterlijk zo vermeld. Maar is met een verplaatsbare votief- of gedenksteen ook iets over de vindplaats te bewijzen? Vergelijk het met de steen van de MoriniŽr die in Nijmegen gevonden is. Is Nijmegen dan Terwaan? Of stenen van de Bataven die over het hele Romeinse rijk gevonden zijn? Hadden die dan ook op al die plaatsen ook een hoofdstad?

    Het UbiŽrbouwwerk. Verder heeft men overblijfselen van een bouwwerk gevonden dat men het Ubiermonumentnoemt, maar waarvan de omschrijving nooit bewezen is.

    Riviergod Renus Interessant is dat men er een steen gevonden heeft met een afbeelding van een woest uitziende kop met dito baard, met als opschrift 'de riviergod Renus' (zie afbeelding hiernaast). Was Renus dan een god en niet de naam van de rivier? Deze titel is te vinden op de website van Jona Lendering en dan zijn we toch weer bij af. Indien Renus een riviergod was en niet de naam van die ene rivier, dan is dit in het hele Romeinse Rijk toe te passen. Ikzelf ben nooit op de gedachte gekomen hier een riviergod in te zien. Lendering blijkbaar wel, maar hij staat wel vaker bekend om zijn kleurrijke fantasie. Zo ontstaan de nieuwe mythen. Op zijn website vermeldt Lendering bijv. over Delahaye en zijn volgelingen, dat Albert Delahaye (1915-1987) zijn aandacht trok met zijn theorie dat de Romeinen nooit, of maar heel kort, in de Lage Landen zouden zijn geweest. En dat heeft Delahaye dus nooit beweerd. Die ging steeds uit van een Romeinse aanwezigheid van ca.40 tot 260 na Chr., toch ruim 200 jaar. En dat kan men toch niet nooit of heel kort noemen. Lendering concludeert op zijn website zelf ook al dat de traditionele identificaties niet volmaakt zijn, maar hij vindt dat ze genoeg voldoen. Voor een historicus die op zoek is naar de ultieme waarheid is dat dus niet genoeg. Immers halve waarheden zijn dan wel waarheden, maar het is beter ten halve gekeerd dan ten hele gedwaald.

    Een inscriptie.
    Men heeft in Keulen enkele stenen gevonden waarop de letters C.C.A.A. voorkomen (zie afbeelding hiernaast). De betekenis van deze letters was een puzzel, waarvan men op een gekunstelde manier een plaatsnaam gemaakt heeft waarover meteen al de nodige discussie ontstond.
    Volgens de traditie zou de Oppidum of Ara Ubiorum de hoofdstad geworden zijn van Germania Inferior en in 50 n.Chr. gepromoveerd worden tot Colonia onder de naam Colonia Claudia Ara Agrippinensium, wat zoveel betekent als "De Kolonie van Claudia bij het Altaar van Agrippa". De Ubians zouden hiermee Agrippina Minor, de vrouw van keizer Claudius hebben willen eren. Willen eren? Terwijl ze wellicht gedeporteerd zijn door de Romeinen naar de overkant van de Renus? De kernvraag blijft of de Ubii waarmee Julius Caesar te maken had wel in de omgeving van Keulen woonden, zoals afgebeeld op alle traditionele historische kaarten. Dat valt volgens de klassieke teksten van Caesar zelf en Tacitus voor Keulen niet te bewijzen en daarmee is de zaak feitelijk afgedaan.
    Blijft nog de vraag of de UbiŽrs enige behoefte zouden hebben gehad de vrouw van de keizer van hun vijand te willen eren door de naam van hun woonplaats op te geven en te veranderen in die van een keizer(in). Immers de UbiŽrs waren betrokken bij de opstand van de Eburonen onder Ambiorix en werden gedwongen zich elders te vestigen. De naam van hun stad werd door de overheerser veranderd en de naam van de stam verdween zelfs uit die van hun stad. Dat neemt toch geen enkel volk aan zonder wrok?
    De vraag van de andere kant is of het een eer zou zijn geweest voor keizer Claudius of zijn vrouw, dat zo'n toevluchtsoord naar hen vernoemd werd? Lijkt me niet echt aansprekend voor Agrippina in dat verre woeste Germaanse land en nog wel in Germania Inferior (inferieur=minderwaardig). Zij zou dan toch liever een Colonia in Gallia of Italia gehad hebben met haar naam. Dat de naam KŲln van Colonia is afgeleid levert verder geen enkel probleem op, maar daarmee bewijs je nog niet dat Colonia Agrippinensium Keulen was en dat het aan de Renus lag.

    Het is in elk geval wel duidelijk dat de interpretatie van de letters CCAA naar de vindplaats toe is beredeneerd. Men heeft er Colonia Claudia Ara Agrippinensium van gemaakt om het met Keulen (Colonia of kuilen? ) te kunnen vereenzelvigen.
    Op deze interpretatie is het nodige aan te merken.
  • Allereerst is hier ook weer duidelijk sprake van een cirkelredenering De naam van de vindplaats wordt uit deze letters wordt afgeleid.
  • Verder is de interpretatie van de letters met deze tekst een gruwel. Er staat volgens de traditie "de kolonie (stichting) van Claudia bij het altaar van Agrippina". Het Colonia zal best kunnen, immers de Romeinen stichtten overal Colonia's. Gezien enkele grafstenen betrof het een Colonia van veteranen. Het was in elk geval een colonia in een buitengebied, waar veteranen zich vestigden en het Romeinse burgerrecht behielden, maar het betrof geen volwaardige Romeinse stad.
  • De eerste letter A die traditioneel geÔnterpreteerd wordt met 'altaar' roept de vraag op of Agrippina wel een altaar had dat naar haar vernoemd is.

    Ook met andere archeologische vondsten in Keulen bewijs je de naam van de stad of de ligging aan de Renus niet. De votiefsteen van Nehalennia die er gevonden is geeft al aan dat er veel gesleept werd met allerlei Romeins bouwmateriaal en gedenkstenen. Maar daar bewijs je niets mee ten gunste van Keulen.

    Keizer Claudius.
    Het Claudia in C.C.A.A. zou vernoemd zijn naar keizer Claudius' of zijn vrouw Claudia. Men meent van deze aanname een bevestiging te vinden in een in Keulen gevonden hoofd van deze keizer. Nu is de vondst van een borstbeeld of zelfs een heel beeld op zich geen enkel bewijs dat de man daar dan ook werkelijk geweest is. Beelden werden net als andere bouwsels (denk aan gedenkstenen, dakpannen en zuilen) over het hele Romeinse rijk versleept. Beelden van keizers evenzeer. Die vindt men op de vreemdste plaatsen in het voormalige Romeinse rijk. De steen waarvan beelden gemaakt werd kwam zowiezo al van elders en was dus import. Daar bewijs je dan ook niets mee. Maar is het gevonden beeld ook dat van Claudius? We vergelijken twee beelden van die keizer.

    Zie afbeeldingen hiernaast: boven de buste van Claudius gevonden in Keulen, daaronder de buste van Claudius uit ItaliŽ. (Gevonden in de Otricoli basilica in Lanuvium, Italy, in 1779. Nu in het Vaticaans Museum,Rome).

    Is dit dezelfde persoon? Volgens de traditionele opvattingen in Keulen wel, maar daaraan kan ernstig getwijfeld worden. Het gezicht is duidelijk verschillend. Let op de neus, de aanzet van de oren, de vorm van de oorschelp en de wenkbrauwlijn. Ook de mondlijn en kin zijn duidelijk anders. Nu zou je die details kunnen verwaarlozen, maar een keizer werd toch over het algemeen natuurgetrouw afgebeeld. Ook mis je bij het beeld uit Keulen de lauwerkrans. De conclusie kan slechts zijn dat het om twee verschillende personen gaat. Ergo: van het beeld uit Keulen is niet onomstotelijk bewezen dat het keizer Claudius is. Dat is ook weer een onbewezen aanname op grond van eenzelfde cirkelredenering. En daarmee vervalt de aanname van de 'vertaling' van de letters C.C.A.A. Het is 'wishfull thinking' geweest ofwel een geval van tunnelvisie.

    Enkele legenden omtrent het bisdom Keulen.

    Volgens de traditionele opvattingen zou Keulen sinds het jaar 313 een bisdom zijn geweest. Volgens de legende was de eerste bisschop de heilige Maternus , die tevens bisschop was van Trier, Tongeren en Maastricht (!?). In 1164 kwamen door de Derde Kruistocht de lichamen van de drie koningen of de drie wijzen uit het oosten in Keulen terecht. Om de RelikwieŽn van de Drie Koningen een waardig huis te bieden werd in 1248 met de bouw van de nieuwe Dom van Keulen begonnen. Deze werd gebouwd naar het voorbeeld van de kathedraal van Amiens, wat meteen de richting aangeeft van waaruit de vermeende geschiedenis is geÔmporteerd.

    Dit verhaal over Maternus wordt door alle hagiografen als pure legende beschouwd, zowel voor de Elzas als voor de latere verplaatsing van de legende naar Keulen. Het behoeft nauwelijks uitgelegd te worden dat zij uiteindelijk in Keulen terechtkwam, overigens pas zeer laat, en daar aan het hart werd gekoesterd als een onweerlegbaar bewijs voor de continuÔteit tussen het Romeinse en het middeleeuwse Keulen. In WKO. Deel I, blz. 207 heeft Delahaye een andere legende van Keulen behandeld, namelijk die van het Thebaanse Legioen, die in Keulen tot de verering van St.Gereon leidde en die Xanten zijn St. Victor-traditie bezorgde. Iedereen die de Christelijke geschiedenis van Keulen bestudeert wordt meteen geconfronteerd met de Drie Koningen en St.Ursula en haar Elfduizend Maagden, eveneens allemaal vrome legenden. We kunnen concluderen dat men de stad Keulen met recht "een schrijn van legenden" mag noemen. Helaas zijn legenden per definitie haast doodsvijanden van de ware historie.

    Men dient goed op te merken dat al deze legenden pas vanaf de 11e eeuw de kop opsteken, en dat is precies de tijd dat door allerhande oorzaken de Babylonische spraakverwarring met betrekking tot de historische geografie van westelijk Europa begint . Opvallend in de geschiedenis van Keulen is dat in de Altstadt geen straatnamen verwijzen naar die aangenomen geschiedenis. Pas in de Neustadt die na 1881 ontstond vindt men namen als Ubierring, Sachsenring, Chlodewigplatz en Maternusstrasse. Het geeft precies het tijdstip van het ontstaan en toepassen van de mythen weer. Het probleem Keulen is feitelijk eenvoudiger 'op te lossen' dan Karolingisch Nijmegen of de Romeinse naam Noviomagus voor Nijmegen en is gebaseerd op dezelfde onbewezen beweringen als die van Dorestad voor Wijk bij Duurstede waar St.Bonifatius in 716 op het vasteland van Europa aangekomen zou zijn.
    Keulen kent dezelfde geschiedenis als zoveel andere plaatsen. Tussen het Romeins en het Middeleeuws zit vele eeuwen met niets. Continuiteit heeft er zeker niet bestaan, ook al neemt men aan van wel.


    Lees het boek "De Ware Kijk Op" en oordeel zelf.