Terug naar de beginpagina. Naar het overzicht in het kort.

Kloosters en Abdijen.






Kloosters en bisdommen in Noord-Frankrijk in de periode 600-800 AD., lang voordat er kloosters werden gesticht in Nederland. De oudste kerken in Noord-Brabant stammen uit de 12e eeuw, de oudste kloosters van na die tijd.


Zie ook bij teksten en vertalen
Door de invallen van de Noormannen en de plunderingen van kloosters zijn de kloosterlingen met meenemen van hun bezittingen vanuit Frans-Vlaanderen naar het oosten gevlucht. De kloosters werde in het oosten daarvan hersticht onder dezelfde naam. Het klooster van Souastre werd Susteren (NL), Werethina werd Werden (D), Corbie werd Corvey (D) en Epternacum werd Echternach.
De meegenomen oorkonden en akten werden later (soms wel 300 jaar nadien) toegepast op de dan vermeende bezittingen, waarvan men de ligging niet meer wist. Dat wordt in teksten ook aangegeven waar vermeldt staat 'dat de broeders op zoek gingen naar'. Die nieuwe locaties hebben tot de grote spraakverwarring geleid.
Als voorbeeld geven we hier een tekst van Theofried van Echternach die omstreeks 1100 de bewering deed, dat de abdij wel 25 kerken in Holland had gehad, en de abdij deze in de loop van de 12e eeuw wilde terugeisen, beschikte zij over geen enkele naam. Theofried had alleen een naam Velisena laten vallen, bij hem overigens een rivier, waarmee al helemaal niets te beginnen was. Daarom werden enige monniken naar Holland gestuurd, wat de gebeden bij het vertrek en de terugkeer ons duidelijk maken, om daar 25 kerken op te sporen.


Theofried kwam op Holland omdat St.Willibrord daar toch bisschop onder de Friezen was geweest? Hieruit blijkt dat de mythen van Utrecht in de 12 eeuw aan het opkomen waren. Toen Echternach er niet in slaagde in Holland kerken te claimen, de graaf van Holland trapte er niet in, ging Echternach kerken in Noord-Brabant claimen, waar men er in slechts 4 gevallen in slaagde. De overige 'claims' zijn door latere historici bedacht en aan Echternach toegewezen.
Daarbij zag Echternach glansrijk over het hoofd, en de historici hebben haar even glansrijk hierin gevolgd, dat als St.Willibrord inderdaad 25 kerken had gehad, deze aan het bisdom toebehoorden en nooit van de abdij kunnen zijn geweest, te minder nog omdat die 300 km veraf lag. Bovendien blijkt dat de abdij van Echternach op haar visitatie-reis Dorestadum, Daventre en Tilia overgeslagen heeft. En waarom, als St. Willibrord de 25 kerken van Holland aan Echternach geschonken had, ondanks dat zij in zijn Testament ontbreken, claimde Echtemach deze belangrijke drie dan niet? Doodgewoon omdat deze namen alleen in de documentatie van Toumehem stonden en niet in die van Eperlecques, zodat ze in Echtemach totaal onbekend waren.
Behalve door het verplaatsen van kloosters en abdijen, hebben ook de vele tekstvervalsingen de historici zand in hun historische ogen gestrooid. Verblind door de fabelschrijvers uit de 17e eeuw, heeft men toen ontstane mythen voor ware geschiedenis gehouden. Maar de oudste bronnen vertellen een heel ander verhaal!

De visie van Albert Delahaye.
Het is merkwaardig dat niet-katholieke of a-religieuze historici niet gemakkelijk ertoe komen om een legende af te kraken, vermoedelijk uit welbewuste of intuitieve vrees, dat zij misschien als anti-klerikaal of anti-rooms beschouwd zouden kunnen worden. Katholieke historici hebben daar minder moeite mee, omdat zij het eigen nest wel kennen. Zij waren trouwens al vanaf de 17e eeuw op hun hoede, toen de grote franse historicus Jean Mabillon, zelf priester en Benedictijn, keihard schreef dat in de grote en brutale vervalsingen van oorkonden en historische teksten onze lieve Moeder de H. Kerk helaas de eerste viool heeft gespeeld.

De meest sprekende voorbeelden van de historische verplaatsingen (zie deplacements historiques), zijn de verplaatsingen van kloosters. Deze hebben een grote invloed gehad op de grote historische spraakverwarring met immense gevolgen tot op de dag van vandaag.
Het verplaatsen van kloosters is vaak het gevolg geweest van historische of politieke omstandigheden. Toen de kloosters in Frankrijk in begin 20e eeuw verboden werden en kloosterlingen vervolgd, vluchtten deze naar Nederland. Zo werd de St.Paulusabdij in Oosterhout een herstichting van de St.Pauls-abbaye uit Wisques. Zelfs de naam werd gedoubleerd.
Ook in het eerste millennium vonden veel verplaatsingen van kloosters en herstichtingen elders plaats, met name door de plunderingen door de Noormannen. Het bekendste voorbeeld is het klooster van Echternach, die vanuit het oude Epternacum werd hersticht in Luxemburg en de traditie van St.Willibrord meenam. Toen dit klooster in 973 werd hersticht in Luxemburg, is daar de meegenomen naam Epternacum verduitst tot Echternach (zie daar). De franse naam, die ter plaatse bleef bestaan, evolueerde tot Eperlecques. De meegenomen akten die men later niet meer begreep, werden nadien op de verkeerde streek toegepast met name in Brabant, waar ondertussen vanuit Tongerlo enkele tradities van St.Willibrord waren ontstaan. Zo simpel zitten historische mythen in elkaar.
Ander herstichtingen van kloosters in de tijd van de Noormannen zijn Souastre werd Susteren (NL), Werethina werd Werden (D), Corbie werd Corvey (D). Let vooral op de overeenkomst van de naam.
Ook het oudste klooster van Nederland, de St.Adelbertusabdij in Egmond, is een stichting vanuit het zuiden, waar het moederklooster bleef bestaan. De abdij van Egmond is in de 12e eeuw gesticht, en niet omstreeks 950 wat ten onrechte is aangenomen. Zij werd bevolkt met een abt en monniken uit Gent. Het Vita S. Adelberti (MGS, XV, p. 699; AS, juni VII, p. 82 - 95) verhaalt dat bisschop Andreas van Utrecht (Andries van Kuik, 1128- 1139) en Petronelle Gravin van Holland aan de abt van Gent verzochten om monniken af te staan voor een klooster te Egmond.


Wat weten we uit andere klassieke teksten?

In zijn boeken noemt Albert Delahaye meerdere teksten die aantonen dat de kloosters van Echternach, Werden, Corvey en Susteren herstichtingen waren van de Franse kloosters Eperleques, Corbie, Werethina en Suastre. Deze klooster hadden moeten vluchten voor de Noormannen en vluchten allen naar het oosten met meenemen van oude akten. Nadat de opvatting had postgevat dat St.Willibrord bisschop van Utrecht was geweest, werden deze akten toegepast op het dan beoogde gebieden zoals Holland, Brabant, het land van Kleef, de omgeving van Brugge/Antwerpen en zelfs Zeeland.

Nu doet zich het wonderlijke, maar ook onthutsende feit voor dat veel plaatsnamen (ook enkele uit doe oude akten) net als de kloosters gedoubleerd zijn in meerdere streken. Zo bestaan in Zeeland de plaatsen Middelburg, West-Kapelle, Grevelingen en Vlissingen, het zijn namen die ook in Vlaanderen bestaan. De naam Walcheren komt zelfs drie keer voor: in Zeeland, in Vlaanderen en in Frans-Vlaanderen.

Deze doublures hebben de historici zand in de ogen gestrooid, die blijkbaar geen weet hadden van deplacements historiques.

Lees het boek "De Ware Kijk Op" voor al deze en andere teksten en oordeel zelf!

Terug naar de beginpagina. Naar het overzicht in het kort.