Terug naar de beginpagina. Naar het overzicht in het kort.

St.Lebuinus=St.Lieven=St.Liévin.


Het Nederlandse Deventer voert de traditie dat St. Lebuinus de apostel is geweest van de Saksen in de "pagus Islo", dat hij in Deventer resideerde, in Wilpa een kerk bouwde en in Marklo een vergadering van de heidense Saksen binnendrong. In Nederland heeft men daarvan de IJsselstreek, Wilp bij Deventer en Marklo gemaakt.
Maar in de tijd van St.Lebuinus (8e eeuw) woonden de Saksen in Noordwest-Frankrijk aan de Litus Saxonicum.

Historicus M.Coens heeft in de Anales Boland (1941 p.278) op doorslaggevende wijze aangetoond dat de Nederlandse Lebuinus, de Vlaamse St.Lieven en de Franse St. Liévin één en dezelfde persoon zijn. De Franse historici plaatsen St. Lebuinus, uiteraard onder de naam St.Liévin, in Noord-Frankrijk.
De heilige is in 765 vanuit Engeland te Wissant aangekomen en stierf in 777. Sommige teksten verbinden hem met het bisdom van St.Willibrord, maar St.Lebuinus is nooit bisschop geweest. Nadat hij zich enige tijd te Pont-de-Briques had opgehouden, vestigde hij zich te Merck-Saint-Liévin (het befaamde Marklo), dat tot op de dag van vandaag zijn naam draagt. De plaatsen Sinte-Lievens-Essche en Sinte-Lievens-Houtem houden zijn traditie in Vlaanderen vast, die daar overigens nog rijker is dan in Noord-Frankrijk.
De pagus Islo of Isla is het land van Lijsel, dat in oude bronnen voorkomt als Insula of Isel en in méér dan voldoende teksten te volgen is als Islo of Isla, waar onmogelijk aan de Nederlandse IJsselstreek gedacht kan worden.

De kerk van Wilpa stond te Oppy, een gemeente in het kanton Vimy, welke plaats in oude teksten Ulpi, Vulpi en Wilpa wordt genoemd. Men zal inmiddels gemerkt hebben dat in deze kwestie de doublures in plaatsnamen en zelfs in riviernamen evident is. De traditie van St. Lebuinus te Deventer was vals en op deze steunde de traditie van Utrecht in belangrijke mate. Enige tijd nadat Balderic, de eerste échte bisschop van Utrecht, zich gevestigd had, liet hij een leven schrijven van St. Lebuinus. Het is geenszins merkwaardig, dat zijn belangstelling nooit naar St. Willibrord is uitgegaan, omdat in zijn tijd het denkbeeld nog niet leefde dat hij diens opvolger was. Bisschop Balderic richtte zich daartoe tot de abdij van Gent, terecht, omdat hij daar de beste dokumentatie kon verwachten waar de heilige dichtbij gearbeid had.

In het oudste leven van St.Lebuinus is geen aanknopingspunt met Nederland te vinden; de latere levens werden geïnterpoleerd met Nederlandse gegevens, wat met de merkwaardige doublures al héél gemakkelijk was. En toch, na het signaleren van al deze doublures, waaronder die van Lebuinus/Lieven een van de merkwaardigste is, bleven de Nederlandse historici lachen en liet de direkteur van de R.O.B. dr.W.A. van Es, de vraag vallen, of Albert Delahaye zelf wel geloofde in alle ernst of dat hij een en ander als een leuke (of kwade) grap had bedacht.
Hij zal er nu wel van overtuigd zijn, dat het belachelijk maken van zijn tegenstander een gevaarlijke bezigheid is als men de plank van Dorestad 300 km. mis heeft geslagen.

Het gaat allang niet meer om het gelijk van Albert Delahaye, maar om de wetenschappelijke integriteit van zijn opponenten. En als je eerst Delahaye belachelijk hebt gemaakt en zijn opvattingen "baarlijke nonsens" hebt genoemd, kun je nu niet aankomen met "dat hij toch gelijk heeft". Dan ga je dubbel af en dat heeft Van Es baarlijk goed in de gaten.


Bestel en lees het boek "De Ware Kijk Op" en oordeel zelf.