Terug naar de lijst Naar het overzicht in het kort.

Batavodorum = Nijmegen Béthune

Van een Bataafse burcht is in Nijmegen nooit iets gevonden.

70 n.Chr. Tacitus verhaalt dat Julius Civilis op dezelfde dag de Romeinen aanviel in Arenacum, Batavodorum, Grinnes en Vadam. Batavodorum is in de Nederlandse traditie Nijmegen, de andere 3 plaatsen heeft men in Nederland nooit gevonden.

ca.98. Ptolemeus noemt Noviomagus en Batavodorum als 2 verschillende plaatsen. In Nederland maakt men er één plaats van: Nijmegen. Ptolemeus plaats Noviomagus (=Neomagus) tussen Parijs, Reims en Soissons, Batavodorum vlak bij Cassel en Terwaan.


Claudius Ptolemaeus.


Arnoldus Buchelius plaatste in zijn "Commentarius" en op zijn kaartje van Romeins Nederland (1643) Batavodurum te Wijk bij Duurstede (tussen Utrecht en Rhenen).
"We hebben een traditie sinds de Romeinen" zoals Hugenholtz eens beweerde, blijkt dus pas na 1643 te ontstaan.
Arenacum is bij hem Arnhem, terwijl men dat tegenwoordig op Rindern (D) houdt.
De visie van Albert Delahaye.
Batavodorum, de hoofdplaats van de Bataven, was de Franse stad Béthune en staat niet op de Peutingerkaart. De gegevens van Ptolemeus bevestigen de ligging vlak bij Cassel (Castellum Menapiorum).
Dat de Bataven, in Nederland z.g. de bewoners van de Betuwe, hun hoofdstad buiten hun eigen rijk zouden bouwen, is natuurlijk te gek voor woorden.


De Nederlandse traditie.
Batavodorum of het Oppidum Batavorum of het Municipium Batavorum worden in Nederland op Nijmegen toegepast. dat gaat terug tot de opgravingen van Holwerda in 1912/1914 op het Kops Plateau. Museum Kam schrijft daarover: De vondsten die in 1971 en 1972 op de noordelijke helling van het Kops Plateau zijn gedaan, hebben geen argumenten opgeleverd om Holwerda's identificatie van de nederzetting op het plateau met Tacitus' Oppidum Batavorum te ondersteunen. (Bron: Museum Kam)
Dr. J.H.W.Willems (toen directeur van de ROB. in Amersfoort) betoogde bij opgravingen op de Kopse Hof in Nijmegen: "We hebben op dit ogenblik (1989) zo'n 9000 m2 van 'Holwerda's Oppidum Batavorum (1)' opgegraven, maar zoals eigenlijk wel te verwachten was: we hebben het niet gevonden. Alles wat we tot toe hebben gevonden wijst erop dat het tussen 12 vóór en 70 n.Chr. op het Kops plateau een komen en gaan van Romeinse legeronderdelen is geweest. En als er hier al Bataven zijn geweest dan hoorden die dààrbij!"

De naam Municipium Batavorum is alleen bekend van enige inscripties die buiten Nijmegen zijn gevonden. (Bron: Museum Kam)
In Nijmegen zelf is dus NIETS gevonden dat bevestigt dat het Municipium Batavorum daar gelegen was. De vondsten in Kapel-Avezaath en Colijnsplaat bewijzen niets ten gunste van Nijmegen. Net zo min als de naam Noviomagus dat is, aangetroffen op gedenkstenen te Pfünz, Boedapest en Rome en die men altijd voor Nijmegen heeft opgevat! Met dit Noviomagus is natuurlijk gewoon Noyon bedoeld, dat ook het Noviomagus is dat in de vele teksten genoemd wordt.

Op een fragment van een reeds in 1857 te Pfünz in Beieren gevonden altaar (zie afbeelding hiernaast) komt een inscriptie voor, die een zekere T(itus) Fl(avius) Rom[a]nus Ulpia Noviomagi Bataus dec(urio) Al(ae) I Flaviae vermeldt. Het betreft een ritmeester van de Ala I Flavia, een Bataaf met Romeins burgerrecht, afkomstig uit Noviomagus. Het woord Ulpia heeft niet rechtstreeks betrekking op Noviomagi, maar geeft aan dat Titus Flavius Romanus "(tribu) Ulpia" was, d.w.z. behoorde tot de tribus Ulpia. Het is nu de vraag hoe de volledige naam van het op het altaar van Pfünz genoemde Noviomagus is geweest, en waarom Nijmegen van Traianus een keizerlijke bijnaam heeft gekregen.
In 1954 is te Kapel-Avezaath, gemeente Zoelen (Neder-Betuwe), een klein altaar gevonden met een belangrijk opschrift: DEAE HVRSTRGE EX P(raecepto) EIVS VAL(erius) SILVESTE(R) DEC(urio) M(unicipii) BAT(avorum) POS(uit) L(ibens) M(erito). Vertaald is dat: "Voor de godin Hurstrga heeft volgens haar opdracht Valerius Silvester, gemeenteraadslid van (het) Municipium der Bataven (dit altaar) opgericht, gaarne en met reden". Met Municipium Batavorum kan moeilijk een andere plaats dan Nijmegen bedoeld zijn.
Wanneer we nu de inscriptie van Pfünz in verband brengen met die van Kapel-Avezaath, zou de volledige naam van Nijmegen als volgt gereconstrueerd kunnen worden: Municipium Ulpium Noviomagus Batavorum. Zo zou (de vicus) Nijmegen tot municipium zijn verheven door Traianus, ongetwijfeld in verband met het vertrek van de Legio X Gemina naar Pannonië, ongeveer in 105 na Chr.
Hoewel dit zeer aannemelijk lijkt, moet men toch de mogeIijkheid openlaten dat Noviomagus van keizer Traianus alleen de erenaam Ulpia heeft gekregen en niet de status van municipium (er is niet één Municipium Ulpium bekend!). In ieder geval moet het dan in een latere tijd (onder Hadrianus?) een municipium zijn geworden.(Bron: J.E.Bogaers, o.c.p.153).
Als beide altaren op Nijmegen betrekking zouden hebben, is het een niet onbelangrijke vraag waarom deze dan niet in Nijmegen zelf opgericht en gevonden zijn, zeker die van Kapel-Avezaath dat 40 km van Nijmegen ligt. Maar beide altaren hebben geen betrekking op Nijmegen. Het gevonden altaar te Pfünz heeft onmiskenbaar betrekking op het Ulpia Noviomagus dat Neumagen (D) was. Die van Kapel-Avezaath heeft betrekking op het Noviomagi van de Peutingerkaart en dat is Noyon (F).

Er is nergens een aanwijzing te vinden voor de theorie, dat de Bataven op het Kops plateau gewoond hebben en in de Betuwe geplaatst zijn door de Romeinen. De stelling dat de Bataven al geheel geromaniseerd hier gekomen zijn, wordt door de vondsten niet bevestigd. importgoed uit Italië bewijst dat er geen vrouwen en kinderen gewoond hebben, veeleer militairen. (Bron: W.H.Kam) Meer informatie.Er is dus geen enkel bewijs dat er Bataven op het Kops Plateau gewoond zou hebben. Daar gaan de mooie Nijmeegse verhaaltjes over het Oppidum Batavorum!

Van Es (o.c. p.133, 134 en 135) noemt het Oppidum Batavorum en Batavodorum te Nijmegen "een schimmige verschijning", "een wiebelige hypothese", "allemaal onzekerheid", "verkeerd geïnterpreteerde sporen", "niet gefundeerd", "men kan het niet verbinden aan deze plaatsnaam" en "er is geen aanleiding om deze nederzetting een stad te noemen". En op deze "zekerheden" bouwt men in Nijmegen het Oppidum Batavorum!

Bechert (o.c.p.15) noemt Batavodorum (te Nijmegen dus), het latere Noviomagus, als één van de 4 legioensplaatsen gebouwd vanaf het midden van de 1e eeuw. Deze castra waren complete vestigingen op strategisch belangrijke plaatsen. Ze bezaten mer hun gebouwen en voorzieningen een even goede infrastructuur als de steden waar de burgerbevolking woonde. Door Bechert wordt de legioensplaats uit de flavische periode voor Batavodorum gehouden, gelegen op het Kops Plateau, waar de ROB sinds 1986 belangrijke opgravingen verricht. Zie opmerking Willems hierboven. Van een Bataafse burcht is in Nijmegen gewoon nooit iets gebleken.
Bechert erkent met bovenstaand citaat overigens ook dat de continuïteit in de Nijmeegse geschiedenis ontbreekt. Immers er is geen naamkundige continuïteit in de Romeinse periode. Batavodorum werd later Noviomagus genoemd. En dat terwijl Ptolemeus het gelijktijdig bestaan van beide steden bevestigt.

Bechert (o.c. p.67) schrijft over het Oppidum Batavorum: "Rond 30-40 werd de verdediging van de Rijngrens door middel van de bouw van verschillende militaire kampementen ter hand genomen. Deze veranderingen hebben ook op het (Kops) plateau hun sporen nagelaten. Sporen en vondsten suggereren dat we hier misschien wel met de basis van de Bataafse ruiterij, de roemruchte Ala Batavorum te maken hebben. Direct ten zuiden van dit castellum is een aantal begravingen onderzocht. De armoedige inhoud staat in sterk contrast met de vele bijgaven in de gelijktijdige begravingen van burgers uit het nabijgelegen, in de tiberische tijd ontstane, Oppidum Batavorum/Batavodurum. Deze hoofdplaats van de Bataven ging tijdens de Bataafse opstand in 69-70 ten onder. In dezelfde tijd werd het kamp op het plateau verlaten, maar niet vernield".
Dit Oppidum Batavorum is dus door Holwerda in 1912 "teruggevonden", wat bij de opgravingen van de ROB. in 1986 helaas niet bevestigd kon worden.

De Nederlandse traditie wordt helemaal onaanvaardbaar doordat Lugdunum, de andere hoofdstad van de Bataven, in de Nederlandse interpretatie niet in het land van de Bataven ligt, maar in het land van de Canninefates. Deze ongerijmdheid wordt door Byvanck (o.c. p. 484) genoemd, die schrijft dat de veronderstelling dat Lugdunum de hoofdstad van de Bataven in de kuststreek zou zijn geweest, niet juist kan zijn. Doordenken op zijn eigen juiste conclusie is er niet bij. Dezelfde ongerijmheid zien we ook bij Batavodorum, dat in de Nederlandse traditie te Nijmegen gelegen zou hebben, eveneens buiten het woongebied van de Bataven. Welk volk bouwt zijn hoofdsteden buiten zijn eigen rijk? Of was de Betuwe misschien niet het land van de Bataven, maar was het dan toch de streek rondom Béthune? En lagen Batavodorum en Lugdunum dan toch niet in Nederland, maar eveneens in de streek van Béthune? Volgens Albert Delahaye wel!