Terug naar de lijst Naar het overzicht in het kort.

Carvium = Herwen - De Bijland??

Carvium is Kesteren (Byvanck).
Carvium is Herwen (Van Es).

De naam is bekend van een grafsteen van Marcus Mallius.
De Nederlandse traditie ligt in een spagaat!
Hetzelfde "bewijs" wordt voor beide versies gebruikt.

Carvium staat niet op de Peutingerkaart en wordt ook niet in het Itinerarium Antonini genoemd.

Opgravingsgegevens van Carvium zijn er niet, alles wat men meent te weten is afkomstig van verspoelde baggervondsten!
Als de naam Carvium voor Romeins Herwen juist zou zijn, en daar gaat men in Nederland tegenwoordig van uit, bevestigt dit overduidelijk dat de Peutingerkaart niet over Nederland gaat, want daar staat Carvium niet op. Het bevestigt tevens dat de Limes Germanicus niet in Nederland gelegen kan hebben.




De grafsteen van Marcus Mallius.


De visie van Albert Delahaye.
De plaatsnaam Carvium komt bij geen enkele klassieke schrijver voor en is slechts bekend van een altaarsteen.
De beide wegen op de Peutingerkaart tussen Noviomagus en Colonia Agripina noemen Carvium niet. Ook het Itinerarium Antonini vermeldt op de wegen tussen Lugdunum en Colonia Agripina nergens een Carvium. Als Carvium dan zo'n belangrijke plaats is geweest en de dam ter plaatse van groot strategisch belang was (zie Bechert o.c. p.65), is het onverklaarbaar dat Carvium niet op de Peutingerkaart staat of niet in het Itinerarium Antonini wordt genoemd. Het is daarmee onweerlegbaar duidelijk dat de Peutingerkaart niet over Nederland gaat en de Limes Germanicus evenmin in Nederland gelegen heeft.
Bovendien wordt met het ontbreken van Carvium bij de klassieke schrijvers even onweerlegbaar duidelijk, dat de Romeinen inderdaad nooit veel belangstelling hebben gehad voor dit deel van het rijk, dat voor hen viel onder de term "Agri Decumates".
Waar alles is weggespoeld valt ook niets te weerleggen van de Nederlandse interpretatie.

De Nederlandse traditie.
Byvanck (o.c.p.393) noemt Carvium (of wellicht heette het Carvio, schrijft hij, maar hij heeft het over Carvone) als een van de stations aan den weg door de Betuwe. Volgens de Peutingerkaart lag het 21 Gallische mijlen (ongeveer 46 km) van Noviomagi dat bij hem Nijmegen is. Volgens het Itinerarium lag Carvium 22 mijlen (48 km) van Arenatium dat men te Rindern (D) zoekt. Men kan dus denken aan een plaats bij Kesteren. Byvanck verklaart dit aan de hand van baggervondsten bij Herwen, waar een aantal voorwerpen van Romeinse herkomst zijn gevonden: een tufstenen altaar en een grafmonument (van Marcus Mallius), een fragment van een beeldje, bronzen vaatwerk en wapens (hoeveel precies van elk, wordt niet vermeld). In de berekening van Byvanck ligt Nijmegen dus 1 mijl van Rindern verwijderd. Dat het grafmonument zo ver van Kesteren gevonden is verklaart Byvanck aldus: "Jammer genoeg ligt de nieuwe inscriptie ons niet nader in. Want de moles, die daar wordt genoemd, kan even goed één enkele als een honderdtal kilometers verwijderd zijn," einde citaat.
Byvanck plaats de moles, de dam of dijk van Drusus om de Renus te bedwingen dan ook tussen Kleef en Rindern bij de "Rindersche Deich".

En hier gaat de Nederlandse historie dus in een spagaat. Dezelfde plaats Carvium is bij Byvanck Kesteren, dat als Carvone op de Peutingerkaart staat, en bij Van Es en Bechert is Carvium bij Herwen gelegen, dat niet op de Peutingerkaart staat, maar de vindtplaats is van de grafsteen van Marcus Mallius. Bovendien bestond Carvium nog niet in de tijd van Drusus (12 v.Chr.), want Carvium ontstond pas in de tijd van Claudius, dus zo'n 60 jaar later (Bechert, o.c. p.25).

Die Marcus Mallius maakt van de Nederlandse historie een malle vertoning. Niet Mallius zelf valt hier iets te verwijten, slechts zij die hem in gedachte splijten.

Van Es (o.c. p. 104) verklaart de naam Carvium vanuit een ter plaatse gevonden grafsteen.
Een letterlijk citaat is als volgt: "Een andere oude bekende is de Bijlandse Waard bij Herwen, op de splitsing van Rijn en Waal. Ook hier - het wordt eentonig - gaat het om baggervondsten. Opgravingsgegevens zijn er dus niet. De vondsten zijn ongetwijfeld afkomstig uit een militaire nederzetting: zeer waarschijnlijk een castellum. Onder de gevonden voorwerpen bevindt zich de bekende grafsteen van M. Mallius, een uit Genua afkomstige soldaat van legio I. Hij ligt, zo luidt de inscriptie *), begraven te Carvium ad molem. Bij de vindplaats zouden resten van een stenen dam (moles) waargenomen zijn. Op die grond is aangenomen dat het castellum bij Herwen Carvium heette. Bovendien is genoemde moles gelijkgesteld aan de dam die Drusus omstreeks 12 v. Chr. heeft aangelegd en die in 70 n. Chr. door Civilis werd doorgestoken. Het is haast te mooi om waar te zijn, maar hoe het ook zij, er zal in de Bijlandse Waard wel een castellum gelegen hebben. Helaas is het al even waarschijnlijk dat de rivier ook dit fort heeft opgeruimd." Aldus een letterlijk citaat. Zie opmerking 1.

Bechert (o.c. p.25, 65-66) vermeldt dat Carvium een nieuw castellum was, dat ontstond onder Claudius (41-54 n.Chr). Citaat: "Het eerste castellum op Nederlands grondgebied, Carvium (Billandse Waard), lag bij het dorp Herwen en Aerdt. Van het castellum zelf is waarschijnlijk niets meer over, omdat het na de Romeinse tijd door de sterk meanderende rivier is weggespoeld. Baggerwerk in de polder De Bijland, tegenwoordig een watersportcentrum, heeft vanaf 1938 talrijke vondsten opgeleverd waaronder bouwfragmenten en militaire uitrustingsstukken die het bewijs leveren voor de aanwezigheid van een castellum, dat hier waarschijnlijk rond het midden van de 1ste eeuw of al eerder is gebouwd. Het zal tot 275 in gebruik zijn gebleven als kazerne van de cohors II civium Romanorum equitata pia fidelis (Antoniniana?), maar kan ook nog in de 4de eeuw een rol hebben gespeeld.

Dankzij de vondst van een grafsteen kennen we ook de naam, Carvium. De inscriptie op de steen maakt duidelijk dat Carvium bij een dam (moles) lag. Deze dam wordt ook vermeld door Tacitus (Annales XIII, 53; Historia V, 19) (zie opmerking 2) en moet al onder Drusus zijn aangelegd in combinatie met een kanaal, de fossa Drusiano. De dam is aangelegd op de splitsing van Rijn en Waal (tegenwoordig 3,5 km verder oostelijk) met als doel meer water naar de Rijn en het kanaal te leiden. De 'gracht van Drusus' wordt tegenwoordig op goede gronden geïdentificeerd met de bovenloop van de IJssel. De dam was van groot strategisch belang. In ieder geval is deze in 55, toen de uitbouw van de limes in volle gang was, door Romeinse troepen voltooid. In 70 werd hij op last van Julius Civilis door terugtrekkende Bataafse opstandelingen vernield, maar ongetwijfeld snel daarna weer hersteld. Waarschijnlijk kruiste de limesweg hier de Waal en was er vanaf dit punt een directe verbinding met Niimegen."

*) De tekst op de grafsteen luidt als volgt: "Marcus Mallius, zoon van Marcus, uit dc tribus Galeria, afkomstig uit Gcnua, soldaat van legio I, (ingedeeld) bij de centuria (onder commando) van Ruso. is op 35-jarige leeftijd. na 16 dienstjaren, bij de dam te Carvium begraven. Overeenkomsrig zijn testament hebben zijn twee erfgenamen (deze steen) laten makcn".

Opmerking 1: Er is in Nederland nogal wat "weggespoeld" door de Rijn of de zee. En toch zijn er historici die de transgressies blijven ontkennen, ook al worden Romeinse relicten in laag en midden Nederland (en België) teruggevonden onder een dikke laag rivier- of zeeklei. Het wordt wel eens vergeten dat bij een verhoging van de zeespiegel het niveau in de rivieren eveneens stijgt.
Opmerking 2: Tacitus vermeldt een dam, niet deze dam! Bovendien is in de aangehaalde passages sprake van geplande werkzaamheden in Gallia (in provinciam Gallo) en van Lucius Vetus die tussen de rivieren Rhône, Saône en Moezel (fluvio Rhodano, Arare et fluvio Mosella) een kanaal wilde graven, welke werkzaamheden door Aelius Gracilis, onderbevelhebber in Belgica (dat in Gallia lag) werden verhinderd. Dit plaatst de bedoelde werkzaamheden in een heel andere context en een heel andere streek, namelijk in die van noord-oost Frankrijk, in plaats van in Nederland.

Archeologie in Gelderland.
Het meest oostelijke aan de Rijn gelegen castellum in Nederland wordt vermoed bij Herwen (Carvium). Echte bouwrestanten van zo'n sterkte werden hier evenmin aangetroffen. Wel vele andere zaken waarvan we een aantal aan een militaire nederzetting mogen toeschrijven. Tot in de dertiger jaren waren hier nauwelijks Romeinse voorwerpen aangetroffen. Toen men echter op grote schaal de Bylandse Waard begon uit te graven kwam er van alles te voorschijn: een grafsteen van de Romeinse soldaat Marcus Mallius, een altaarsteen gewijd aan Jupiter, fragmenten van votiefstenen, een beeldje van de godin Venus, aardewerk, ijzeren gereedschappen waaronder twee dolabra's (pioniersbijlen), wapentuig, bronzen vaatwerk, sieraden en een groot aantal munten. Naast dit alles kwamen bij het zandzuigen van tijd tot tijd allerlei stenen bouwfragmenten naar boven. Geologen stelden vast dat deze brokken natuursteen onder meer uit het Taunusgebergte in Duitsland afkomstig waren en dus per schip door de Romeinen moeten zijn aangevoerd. Alles wees er op dat hier een enorme puinmassa onder water moest liggen. De inscriptie op de grafsteen van Marcus Mallius vertelt ons er iets meer over. Op de steen staat namelijk dat hij werd begraven bij Carvio ad Molem, wat vrij vertaald Herwen aan de dam betekent. Uit de Romeinse bronnen weten we dat tussen 50 en 60 na Christus op de splitsing van Rijn en Waal een grote dam werd aangelegd ten einde meer water door de Rijn te laten stromen vanwege de grensfunctie van deze rivier. Hoogstwaarschijnlijk lag de splitsing van beide rivieren destijds bij Herwen. Tijdens de Bataafse opstand van 69-70 na Christus werd de dam door de Bataven verwoest maar later weer opgebouwd. (Bron: R.Borman)

Ook hier is geen castellum aangetroffen. Wel veel Romeinse voorwerpen, maar die kunnen ook door niet-Romeinen zijn achtergelaten. Je vraagt je dus terecht af waarop de traditie van de Peutingerkaart van Nederland feitelijk gebaseerd is: op losse vondsten die we aan Romeinen mogen toeschrijven.