Terug naar de lijst Naar het overzicht in het kort.

Catualium = -Heel- Chatillon-sur-Seine.

De traditionele opvatting wil dat Heel in de Romeinse tijd Catualium heette. De belangrijkste straat, de Heerbaan, heeft zijn naam te danken aan de Romeinen. Indertijd was die weg onderdeel van de doorgaande route op de linker Maasoever tussen de hoofdplaatsen Tongeren en Nijmegen. De weg werd onder meer gebruikt door Romeinse soldaten. De plaatsnaam Catualium veranderde in de loop der eeuwen in Hathualium, Hethelium, Hethele, Hedele en in 1650 in Heel. Voor dit verhaal wordt verwezen naar Waterhoeven - Geschiedenis van plaatsen in de omgeving Zie hierna. De eerste schriftelijke vermelding van het huidige dorp is van 1202. En dat zal eerder juist zijn.

Wat vinden we bij Waterhoeven?
Al in de Romeinse tijd liep hier een weg die van Tongeren (Atuatuca) via Dilsen (Feresne), Heel, Blerick (Blariacum) en Cuijk (Ceuclum) naar de grenslegioenstad Nijmegen (Noviomagum) leidde. Deze weg is hier gedeeltelijk teruggevonden en is ingetekend in de beroemde Peutinger kaart, een middeleeuwse kopie van een verloren gegane 3e eeuwse kaart. De Romeinse naam voor Heel staat eveneens vermeld: Catualium. Dit werd in latere eeuwen Hathualium, Hethelium, Hethele, Hedele en sinds 1650 Heel. Met Romeinse dakpannen, tegels en steenbrokken, met maaskeien en kolenzandsteen zijn al in de eerste helft van de 12e eeuw de onderste drie geledingen van de toren van de St.-Stephanuskerk gebouwd.

Waterhoeve(n) is overigens geen historische vereniging, maar een naturistenvereniging. Ze staan met deze klakkelose naschrijverij niet alleen in hun hemd, maar erger in 'de blote kleren van de keizer'.

Dat er geen continu´teit bestaan heeft tussen de Romeinse tijd en de 12e eeuw, blijkt eens te meer uit het gebruik van Romeins bouwmateriaal voor de bouw van de St.Stephanuskerk in de 12e eeuw.
De visie van Albert Delahaye.

Catualium dat tussen Blariaco en Feresne ligt is Chatillon-sur-Seine. Het ligt op 11 km. zuid-oost van St.Quentin. En in die streek zaten de Romeinen in de tijd dat de Peutingerkaart bestond. In Heel en Nederland waren ze toen allang vertrokken. Catualium lag in de nabijheid van de Patavia dat niet de Betuwe was, maar de streek van BÚthune. Zie bij de Bataven.
De etymologie tussen Catualium en Heel is een taalkundige absurditeit. Het is een schoolvoorbeeld hoe historici en naamkundige omgaan met de verschillen tussen Romaanse en Germaanse talen.
Verschillende namen voor Heel die hiernaast genoemd worden (Hathualium, Hethelium, Hedele) vind je bij zowel Gysseling als bij Blok niet terug. Hethele wordt pas in 1144 voor het eerst vermeldt. Dat is bijna 9 eeuwen na het vertrek van de Romeinen. Van een continu´teit is geen enkele sprake geweest.


De Nederlandse traditie.
Zie hiernaast.
W.A. van Es, toch lange tijd de deskundige op het gebied van Romeins Nederland, noemt Heel niet eens als Romeinse legerplaats. A.W.Byvanck, een andere deskundige op het gebied van Romeins Nederland spreekt van een vermoeden dat Heel het Catualium van de Peutingerkaart zou kunen zijn. Er zijn daar vondsten van een niet onbelangrijke nederzetting ontdekt, schrijft hij in "Nederland in den Romeinshen tijd" p.327 en 348. Hij noemt de pagus Catualium waarvan Tertinus patronus was. De naam Catualium vindt men ook op de Peutingerkaart. Wellicht heeft deze Tertinus zich in een landhuis (villa) gevestigd en was daar de laatste bewoner. De villa is omstreeks het begin van de tweede eeuw gebouwd en tegen het begin van de derde eeuw is het gebouw verlaten en daarna niet meer betrokken.

"Men wil dat voortijds te Heel een marmeren beeld van de Godin HELENA, eene dochter van JUPITER, zou gestaan hebben, en dat de inwoners van het Maasland die aldaar kwamen vereeren; hiervan zou het dorp zijnen naam bekomen hebben; terwijl de vroeger hieronder behoord hebbende gehuchten Poll en Panheel, alzoo genoemd zouden zijn geworden van Apollo en Pan, die aldaar vereerd werden. Het beeld van HELENA was nog in 1735 te HEEL aanwezig". (Bron: Aardrijkskundig Woordenboek Van der Aa, 1844). Ook hierin is geen sprake van de namen Hathualium, Hethelium of Hedele. Ook de naam Catualium noemt Van der Aa niet. Daaruit blijkt dat die traditie dus pas na 1844 ontstaan is.