Terug naar de lijst Naar het overzicht in het kort.

Ermelo= Romeins Marskamp? inheemse nederzetting!

Er is geen enkele zekerheid dat de gevonden sporen in Ermelo van een kamp zijn geweest, laat staan van een Romeins kamp. Van Es houdt het op een inheemse nederzetting. De visie van Albert Delahaye.
Het zogenaamde Romeinse Marskamp te Ermelo wordt in geen enkele klassieke Romeinse bron genoemd. Nu er in Nederland met plaatsen waar zeker Romeins is gevonden zo onzorgvuldig is omgegaan en er zoveel fouten zijn gemaakt, is het niet de moeite waard aandacht te schenken aan dit onbeduidende kamp. De vindplaats, ver buiten de Romeinse grenzen, tart elke logica in "Romeins" Nederland, maar is wel sprekend voor de wijze waarop men in Nederland met de historie omgaat.
P. Blok localiseert te Ermelo de plaats Irminlo dat genoemd wordt in een akte uit 855, liggend in Felua. Irminlo in Felua is Hamilincourt op 12 km ten zuiden van Atrecht.


De Nederlandse traditie.
Romeins Marskamp.
Wat er zich exact heeft afgespeeld op de heide rond het jaar 170 na Chr. is niet helemaal meer na te gaan. Wel is duidelijk dat Romeinse legionairs een kamp voor een paar nachten hebben gemaakt. Ze groeven een greppel en wierpen een aarden wal op om veilig de nacht te kunnen doorbrengen. Aan de wal die nog zichtbaar is in het landschap zijn eerder dit jaar in opdracht van de gemeente Ermelo herstelwerkzaamheden uitgevoerd.

Op de Ermelosche heide meende Holwerda een Romeins Marskamp te hebben ontdekt. Echter zijn bevindingen zijn steeds onderhevig geweest aan discussie. De details van Holwerda's plattegrond zijn door latere opgravingen niet bevestigd. Het militaire karakter van het 'kamp' staat niet vast. Zou het geen inheemse nederzetting kunnen zijn? , schrijft Van Es (o.c. p. 278, noot 339). De aard en datering van dit kamp zijn echter bijzonder onzeker (Van Es, o.c. p. 122).

Bechert (o.c. p.79) vermeldt dat onderzoek in 1987 een broodoven bloot legde. C-14-datering en aardewerk maken een datering in de 2e eeuw zo goed als zeker. In deze periode heeft het kamp (van 9 ha.) zeker gefunctioneerd. Het is echter onduidelijk of het daarvoor en daarna het geval was.

Byvanck (o.c. p. 436) schrijft daarover, met een verwijzing naar Holwerda -1923 : "Op de Veluwe is ten oosten van Ermelo een Romeins legerkamp uit de tijd omstreeks 300 opgegraven, met een wal, een gracht, vier poorten, de overblijfselen van bivakvuren, laat Romeinse kookpotten uit de derde wellicht uit de vierde eeuw. Waarschijnlijk heeft daar, in de periode toen het Romeinse Rijk wederom alle krachten inspande om zijn positie te bevestigen, een Romeins leger een tijd lang gekampeerd".

Welke rol dit kamp, dat ongever 36 km benoorden de Rijngrens lag, heeft gehad, blijft vooralsnog duister. Als we van de vroegere datering uitgaan kan het kamp nauwelijks nog gezien worden als uitvalsbasis voor verdere veroveringen. De grens van het Romeinse rijk lag immers vast. (Klok/Brenders, o.c.p.10).