Terug naar de lijst Naar het overzicht in het kort.

Heliste-Marithaime = Elst Oust-Marest

Vreemd dat op de vermaarde Peutingerkaart Elst niet voorkomt, zal men zeggen. Het was toch zulk een belangrijk Romeins middelpunt.(Bron: A.P. de Kleuver) De visie van Albert Delahaye.
Heliste-Marithaime, gelegen in de Batua, waarvan Karel Martel in 726 een kerk, toegewijd aan St.Salvator, aan St. Willibrord schonk, was niet Elst in de Betuwe. De opgravingen aldaar hebben aangetoond dat de eerste christelijke kerk in de 10/11e eeuw gebouwd is, op restanten van een Romeins gebouw, vermoedelijk een tempel.
De juiste plaats is Oust-Marest, een dubbeldorp op enige kilometers van Eu bij Abbevilte gelegen. De kerk bevindt zich te Marest, wat ook in de oorkonde staat, en is toegewijd aan St. Salvator. De Batua (het land van Béthune) strekt zich niet zo ver uit, maar op verschillende plaatsen in Frankrijk is de naam doorgedrongen en blijven hangen vanwege de deportaties van Bataven in de 4e eeuw. Dicht bij Abbeville bijvoorbeeld vinden we ook de rivier de Béthune, de Patabus. De kerk van Helisthe-Marithaime is voor St.Willibrord een tijdelijk toevluchtsoord geweest, toen de Frisones weer in opstand kwamen tegen de Pepijnen. Nadien hoort men er niet meer van en wordt zij geen enkele maal meer genoemd in de documentatre van het bisdom Traiectum.


De Nederlandse traditie.
Enkele citaten van Nederlandse historici, tegenstanders van de visie van Albert Delahaye, voorzien van commentaar (na de bronvermelding) door G.Delahaye:

Vreemd dat op de vermaarde Peutingerkaart Elst niet voorkomt, zal men zeggen. Het was toch zulk een belangrijk Romeins middelpunt. (Bron: A.P. de Kleuver)
Daarom beschouwen sommige historici de tempels van Elst ook liever als een inheems Germaans of "Bataafs" heiligdom, gebouwd naar Romeins voorbeeld en met Romeinse hulp. Immers de Germanen zouden niet in staat geweest zijn de benodigde constructies te realiseren. Niet Romeinse vestigingen hoeven dan ook niet op een Romeinse wegenkaart te staan. Het ontbreken van Elst, Utrecht, Maastricht, Aken en Tongeren op de Peutingerkaart toont eens te meer aan dat die kaart helemaal geen betrekking op Nederland heeft.

De grote tempel in Elst is naar het schijnt tegen het midden van de 3de eeuw buiten gebruik geraakt. De vondsten hebben geen antwoord gegeven op de vraag aan welke, ongetwijfeld Germaanse godheid de tempels gewijd waren. Beide bouwwerken mogen beschouwd worden als een centraal en ook nationaal heiligdom van de Bataven, maar als zodanig tevens als een symbool van het uitzonderlijke verbond dat de Romeinen met dit volk hadden gesloten. (Bron: J.E.Bogaers)
Omdat de vondsten geen enkel bewijs hebben opgeleverd -er is niet eens bekend aan welke godheid de tempel was toegewijd- zijn de conclusies van Bogaers volkomen speculatief. Net zo makkelijk kun je stellen dat het helemaal geen Germaanse tempel was, maar een Romeinse. De bouw bevestigt dit onmiskenbaar. Slechts de plaats van deze tempel roept vragen op die Bogaers niet kan beantwoorden en er dus maar over fantaseert dat het een Bataafse tempel was. Immers bij Bogaers woonden de Bataven in de Betuwe en de Romeinen gaan toch geen tempel bouwen in een hun vijandig gezind gebied? Zou het niet gewoon een Romeinse tempel kunnen zijn van het in Nijmegen gelegerde garnizoen? Aangezien in de Betuwe geen Bataven woonden, viel er van hen ook niets te vrezen.

Continuïteit tussen de heidense (Romeinse) tempel in Elst en de op dezelfde plek in de 8e eeuw gebouwde kerk is archeologisch niet aan te tonen, al neemt Bogaers wel aan dat een angstige eerbied deze plek bleef omgeven, iets wat door de (eerder) genoemde naamsverklaring van Elst wordt gesteund. (Bron: D.P.Blok)
De bedoelde kerk stamt echter uit de 10e eeuw. Dat Elst het antieke Heliste zou zijn is een gratis bewering van Bogaers, nergens bevestigd met welk bron dan ook. In Elst is geen enkel archeologisch relikt gevonden van tussen de 3e eeuw en de 10e eeuw.

Dat de plaats waar nu het dorpje Driel ligt, belangrijk is geweest in de Romeinse tijd, getuigen de vele vondsten uit die periode. Uit het feit dat er in EIst twee Gallo-Romeinse tempels zijn geweest, zouden we kunnen opmaken dat niet alleen de soldaten, maar ook de burgers in Elst een belangrijke cultusplaats hadden. Het is opmerkelijk dat er toen al contact was tussen de bewoners van Driel en de Romeinen. Immers, 50 n. Chr. is de beginperiode van het Romeinse rijk. Dit contact is waarschijnlijk toe te schrijven aan de goede strategische ligging van de nederzetting langs de Rijn.(Bron: H.A.Gerritsen)
Dat gebruiksvoorwerpen, gemaakt in ongeveer 50 n.Chr. in het jaar 100 nog in gebruik kunnen zijn geweest, wordt te vaak als mogelijkheid buiten beschouwing gelaten. Vreemd blijft dat als Driel en Elst zo belangrijk zijn geweest, ze dan niet op de Peutingerkaart staan. De Romeinse vondsten zijn niet te ontkennen, de toepassing van de Peutingerkaart op Nederland wel.

De archeologie wijst geen continuïteit aan en een betrekkelijk dichte bevolking voor de vroege middeleeuwen in het zuiden van Utrecht en in de Overbetuwe. (Bron: D.P.Blok)
De archeologie bevestigt dus niet de traditionele geschiedenis van het zuiden van Utrecht, met Wijk bij Duurstede (Dorestad?) als belangrijkste plaats en Elst als belangrijkste plaats in de Overbetuwe.