Terug naar de lijst Naar het overzicht in het kort.

Lauri = Woerden Lumbres


Er is in Woerden niets gevonden dat een determinatie met Lauri(u)m aannemelijk kan maken.

Net als alle Romeinse forten langs de Rijn, is Woerden rond 260 door de Romeinen verlaten.

Woerden bestond niet eens in de 4e eeuw, dus kan het niet op de Peutingerkaart uit de 4e eeuw hebben gestaan.

Woerden ligt ook niet in de Betuwe wat volgens de Peutingerkaart wel zou moeten!


Opgraving van het Romeinse schip.

Heeft niemand zich ooit afgevraagd waarom die Romeinse schepen zo ver onder de grond liggen? Beantwoording van deze vraag is aanvaarding van de transgressies, met de consequenties dat de hele geschiedenis tussen de 3e en 10e eeuw Nederland zal moet verlaten. St.Willibrord en Karel de Grote zullen moeten emigreren vanwege overstromingen!
De visie van Albert Delahaye.
Lauri is Lumbres, op 11 km. zuidwest van St.Omaars. Lumbres was in de Middeleeuwen nog bekend als Laurentia, zodat de etymologie duidelijk is. Lauri is duidelijke een Romaanse naam die onmogelijk in Nederland te plaatsen is. De etymologie van Lauri met Woerden is een slag met de (franse) pet en is nergens op gebaseerd. Dat Woerden het Romeinse Lauri was, stond in Nederland op grond van de Peutingerkaart al vast, voordat er ook maar iets van een castellum gevonden was. Met de Peutingerkaart werd bewezen wat op de Peutingerkaart juist bewezen moest worden.
Lauri wordt door geen enkele klassieke bron als castellum genoemd. Toch heeft men het er in de Duits-/Nederlandse traditie wel van gemaakt.

De Nederlandse traditie.
Als zeker mogen we aannemen dat Albanianis te Alphen aan de Rijn moet worden gezocht. Op deze wijze kan men vermoeden dat Lauri te Woerden lag. (Byvanck, o.c. p. 422). Zo komt men in Nederland aan "een traditie sinds de Romeinen", zoals Hugenholtz dat eens beweerde. Men verklaart Albanianis te Alphen als zekerheid, om andere plaatsen te kunnen bevestigen. En Albanianis te Alphen is allerminst een zekerheid, integendeel. Deze aanname is nergens door bewezen als zijnde de waarheid.
Volgens Van Es (o.c. p.100, 125, 232, 243) was er in de 4e eeuw in Woerden nauwelijks enige bewoning (zie opmerking 1). De archeologie vertoont er een duidelijk hiaat. Er zijn in Woerden slechts enkele scherfjes en munten gevonden. "Het aantal is zo gering dat zij niet eens voldoende aanwijzing vormen voor een bewoning van enige duur" (Citaat Van Es).

Bechert (o.c. p.25, 86, 88) vermeldt dat het castellum van Woerden ontstond onder Claudius (41-54 n.Chr.). Hoewel er in 1952 en 1954 en vanaf 1975 met enige regelmaat onderzoek in de periferie van het fort is uitgevoerd, staat de exacte locatie van het castellum nog niet vast.(Zie opmerking 1). Volgens de Peutingerkaart lag het op 12 leuga van Fectio. In de tegenwoordige stad is niets meer uit de Romeinse tijd te zien. De loop van de straten en grachten laat slechts een middeleeuwse versterking herkennen, die na een stadsbrand van 1672 op grote schaal gemoderniseerd is. Het centrum van Woerden ligt op een terp waarvan de top in de omgeving van de Hoge Woerd een hoogte bereikt van ongeveer 2,4 m +NAP. Daar wordt, op goede gronden, ook het castellum vermoed. De versterking heeft in de binnenbocht van een meander van de Oude Rijn gelegen, in de buurt van de plaats waar de Linschoten in de Rijn uitwaterde. De Linschoten zal in de Romeinse tijd echter niet (meer) van grote betekenis geweest zijn. Strategisch gezien was de ligging van het fort ten opzichte van een veenstroom die toegang verschafte tot het noordelijke veengebied, waarschijnlijk belangrijker. Bovendien kwamen bij Woerden verschillende landwegen samen die door het verder ontoegankelijke veen het achterland inliepen. De Rijn verplaatste zich vanaf het midden van de 1ste eeuw tot in het midden van de 3de eeuw al circa 40 m naar het noorden. Ook daarna heeft de Rijn zich verder in noordelijke richting verplaatst. Het fort werd vermoedelijk omstreeks 47 aangelegd tijdens de uitbouw van de limes onder Cn. Domitius Corbulo. Waarschijnlijk werd het fort na de Bataafse opstand tot in de tweede helft van de 2de eeuw bezet door een corps van vrijwillige infanteristen. Behalve veel dakpanstempels van dit cohort is een graffito van een actuarius gevonden: (cohortis) XV Vol(untariorum) LVCI ACTARI, dwz. 'Van de klerk Lucius, in dienst bij het 15de cohort vrijwillige Infanteristen'.

Ten noorden van de Hoge Woerd werden Romeinse oeverversterkingen opgegraven, daterend uit het midden van de 1ste eeuw. De omstreeks het jaar 80 of iets later aangelegde oeverconstructie bestond uit rijswerk over een breedte van 10 m, De voorzijde van deze kade kon niet onderzochtworden.

In 1978 werd onder de jongste oeverversterkingen een schip gevonden. Het moet tegen het einde van de 2de eeuw gezonken zijn. Het schip zelf kan echter veel ouder zijn. Hoewel slechts een deel opgegraven kon worden, moet het schip circa 24 m lang geweest zijn. Op de bodem van het schip werd een laag plantaardig materiaal gevonden, waaronder veel tarwe, mogelijk spelt, hazelnoten en zaden van akkeronkruiden. Op basis van de onkruiden kon bepaald worden dat de lading afkomstig was uit het lössgebied zuidelijk van de lijn Sittard-Gent.

In 1988 werd een altaar gevonden met de inscriptie P.S.I.C.T.A.HA/A.A.P / SOLI. HELEGA/BALO ET MINER/ L. TERENTIVS / BASSVS COH. / III. BREVCOR: (Zie opmerking 3). "Tot heil van de keizer Caesar Titus Aelius Hadrianus Antonius Augustus Pius heeft Lucius Terentius Bassus, centurio (of standaarddrager?) van de cohors III Breucorum, (dit altaar gewijd) aan Sol Elagabalus en Minerva." De vondst van dit altaar, dat gedateerd wordt tussen 138 en 161, geeft aan dat de Vrijwillige Infanteristen mogelijk ergens in het midden van de 2de eeuw vervangen zijn door het genoemde cohort.

Opmerking 1: Ondanks dat er in Woerden nooit een castellum gevonden werd (dat werd pas zeer recent in 2002 wat duidelijker), wist historisch Nederland dat Woerden het Romeinse Lauri van de Peutingerkaart was. Met de Peutingerkaart bewijst men dus, wat juist bewezen moest worden.
Opmerking 2: Het Romeinse Woerden is, net als de andere Romeinse plaatsen langs de Rijn, rond het jaar 260 verlaten door de Romeinen. Archeologisch is er geen bewoning aantoonbaar in de 4e eeuw. En als er geen bewoning was, heeft Woerden in die tijd dus niet bestaan. Aangezien de Peutingerkaart uit de 4e eeuw stamt, kan Woerden, dat toen dus niet bestond, niet op die kaart hebben gestaan.
Opmerking 3: Het op de steen vermelde BREVCOR (Breucorum) was een legerafdeling van de Breuci. De Breuci of Breucores waren bewoners van Brumath en omgeving, op 20 km. noordwest van Straatburg.
Opmerking 4: Op de website van de gemeente Woerden is te lezen: "Vast staat (zie opmerking 5) dat de omgeving van Woerden omstreeks het begin van de westerse jaartelling onder de naam Laur(i)um op de kaart stond als vesting aan de noordgrens van het Romeinse rijk. Een grens gevormd door de toenmalige loop van de Rijn (nu Oude Rijn). Er was een castellum, op of nabij de plaats waar nu de Petruskerk en het Stadsmuseum staan. Recente bodemvondsten, waarvan een aantal in het museum bewaard worden, bewijzen dat".
Opmerking 5: Recente bodemvondsten bewijzen dat er vermoedelijk wel een Romeins castellum heeft gelegen, maar niet dat deze plaats Lauri(um) heette. Dat blijft een onduidelijk verhaal en een aanname op grond van de Peutingerkaart. De gevonden schepen zijn van binnenlands fabricaat en bevestigen allerminst de zo gewenste Romeinse handel. Pas in het tweede millenium wordt de geschiedenis van Woerden duidelijk op grond van kronieken. Er worden een kasteel en een kerk gebouwd. Graaf Floris V koopt in 1287 een ‘steenhuus’ en geeft dat aan Hermanus van Woerden in leen met de opdracht ‘een sterke borch ende ene veste (te) maken’. Er zijn geen aanwijzingen dat Woerden bestaan heeft tussen de 3e en 13e eeuw. Het Middeleeuwse Laurisham (Annales Laureshamenses - Lorsch) is evenmin gelijk te stellen met Woerden.