Terug naar de lijst Naar het overzicht in het kort.

Lugdunum = Leiden / Katwijk / De Brittenburg Leulinghen

Lugdunum wordt momenteel door meerdere historici voor de Brittenburg gehouden. Dat komt niet overeen met de Peutingerkaart, waarop Lugdunum op enige afstand van de zee ligt. De Brittenburg lag in de 16e eeuw op het strand van Katwijk en nu ver in zee (of onder deduinen?).

Lugdunum blijkt in de nieuwste uitgaven van De geschiedenis van Nederland in 100 oude kaarten van Marieke van Delft, toch weer Leiden te zijn.
Dat terwijl zelfs veel historici die opvatting allang hebben losgelaten. Er is namelijk geen enkel archeologisch of etymologisch bewijs voor die gelijkstelling. Slechts de overeenkomst van de eerste letter -L- vormt hèt bewijs!

Lugdunum (Batavorum- alleen bij Ptolemeus): Romeinse nederzetting in de buurt van Katwijk. Sedert de 16e eeuw in gebruik als Latijnse vertaling van Leiden, dat echter topografisch noch taalkundig iets met Lugdunum te maken heeft.
(Bron: Katholieke Encyclopedie, 1954, deel 16, kolom 851.)
De Nederlandse determinatie van Lugdunum steunt tot heden nergens op.
Lugdunum was eerst Leiden, toen Katwijk en nu de Brittenburg, ofwel men weet er geen raad mee.
Op geen van deze 3 plaatsen is een nederzetting van de Bataven gevonden, immers Lugdunum Batavorum was de tweede stad van de Bataven, naast Batavodorum. De Brittenburg is, voor zover is vastgesteld, slechts een Romeins fort en zeker geen Bataafse nederzetting die al vóór de Romeinse tijd bestaan heeft. In Leiden en Katwijk is ook nooit iets "Bataafs" gevonden.

Lugdunum, als "Caput Germaniarum" -het hoofd van de twee Germania (Inferior en Superior) past helemaal niet in Nederland! Een zo belangrijke omschrijving van deze plaats komt niet overeen met het onbekende en onvindbare Lugdunum in Nederland.

Lugdunum, een van de twee hoofdsteden van de Bataven, ligt in de Nederlandse interpretatie in het land van de buren en wel van de Canninefaten.
Welk volk bouwt zijn hoofdsteden in het "buitenland"?

Lugdunum is een Keltisch woord waarvan het gedeelte "-dunum" berg betekent. Waar in de buurt van Leiden/Katwijk is sprake van een berg? Opgravingsgegevens zijn voor dit Lugdunum nog nauwelijks beschikbaar (Van Es, o.c. p.82).


Bovendien lag Lugdunum in Patavia, dat men voor de Betuwe houdt. Maar Leiden ligt toch niet in de Betuwe?

Lugduno lag op het punt "waar men de overkant kan zien" en in de buurt van Boulogne (Bononia) waar Julius Caesar zijn oversteek naar Engeland voorbereidde.

Het is natuurlijk de grootste zotternij aller tijden dat Caesar, die aantoonbaar nooit boven de taalgrens is geweest, zijn basis voor de aanval op Engeland, in de Nederlandse Betuwe zou hebben gelegd in plaats van op de plek "waar je de overkant kunt zien" en welke plaats momenteel nog de naam draagt "Camp de César".

Aanvaarding van dit ene argument kegelt de hele Nederlandse traditie omver. Vandaar dat historici zich zo stug blijven vastbijten in die traditie. Immers zij doorzien levensgroot alle consequenties. Dan is de Betuwe niet "Het Eiland van de Bataven", dan is de Rijn niet de Renus en dan gaat de hele Peutingerkaart naar Noord-Frankrijk, inclusief het Trajectum van St.Willibrord en het Noviomagus van Karel de Grote.

De Nederlandse traditie wordt gelogenstraft door de historici zelf. Lugdunum is bij Byvanck Leiden (1943), bij Van Es is het Katwijk (1974) en bij Bechert is het de Brittenburg (1984). De archeologie bevestigt geen van deze opvattingen.
De visie van Albert Delahaye.
Lugduno is de Franse plaats Leulinghen, ten oosten van Boulogne, wat ook overeenkomt met de gegevens van Ptolemeus en het Itinerarium Antonini. Leulinghen ligt niet pal aan de kust, precies zoals de Peutingerkaart dat afbeeldt (zie afbeelding). Het is ook absurd te veronderstellen, dat de basis van Julius Caesar op het eiland van de Bataven voor de oversteek naar Engeland, in de Nederlandse Betuwe gelegen zou hebben. Die lag op het punt "waar je de overkant kunt zien", ofwel tussen Cap Blanc Nez en Cap Gris Nez in Noord-Frankrijk, waar bij de plaats Wissant (=Withmundi) nog steeds een archeologische locatie "Camp de César" heet (zie kaartje: klik op het kaartje voor een vergroting). Op precies dezelfde plaats waar nu de Kanaaltunnel ligt lag de route van Engeland naar Europa (vice versa). De weg waarlangs velen vanuit Engeland op weg naar Italië gereisd zijn en die bekend staat onder verschillende namen, zoals de Via Leulène en Via Francigena. De weg van Lugduno die ook door het Itinerarium Antonini genoemd wordt, liep naar Alembon, Trajectum (niet Utrecht, maar Tournehem), Mannaricium (is Merville en niet Maurik) en vervolgens naar Carvone (is Carvin en niet Kesteren), een afstand van 142 km. In Nederland liggen tussen de kust en Kesteren (langs de Oude Rijn route!) slechts 90 km. waarmee aangegeven is dat de weg hier niet past.


En Delahaye staat niet alleen in deze visie, zoals te vaak beweerd wordt. Mag ik hier verwijzen naar Charley Kirk en Otto Kuntz, die al in 1929 de onderhavige route van Lugdunum naar Argentoratum niet in Germania ", maar in "Gal/ia" situeert. Dat geldt eveneens voor de routes die eraan voorafgaan en erop volgen. De laatstgenoemde voorgaande route, komend vanuit Augustodunum (Autun), eindigt zelfs in Luticia (Parijs). Eigenaardig zou dan zijn dat de wegwijzer vervolgens zou overspringen naar Luik of, zoals in vroeger dagen, naar Leiden! Ligt het niet veeleer voor de hand de Lugduno-route in dezelfde contreien te zoeken, in Noord-Frankrijk dus? Dat is trouwens toch ook het beeld dat de Peutinger-kaart, hoe schematisch deze ook is opgezet, ons in feite schetst. De publicatie van Delahaye "De Peutinger-kaart en Itinerarium Antonini van Frans-Vlaanderen". (2dln, Bavel, 1997) sluit daar ook bij aan en wordt door SEM (Semafoor 2.1) het meest aantrekkelijke perspectief genoemd. Het stemt tot tevredenheid dat steeds meer historici niet langer meer voor Lugdunum "Leiden'' lezen.

De Nederlandse traditie.
Lugdunum Batavorum (=Lugduno) was gezien het vignet op de Peutingerkaart (zie afbeelding) een belangrijke plaats, vergelijkbaar met Noviomagi (is Noyon en niet Nijmegen). Het was de tweede stad van de Bataven, met een burgerlijke nederzetting. Daarvan is nooit iets teruggevonden in Nederland. Archeologisch is van dat belangrijke al helemaal nooit iets gebleken, ook al omdat er met Lugdunum behoorlijk "geschoven" is. Aanvankelijk werd Leiden als Lugdunum gezien, toen werd het Katwijk en sinds kort is het de Brittenburg. Daarmee worden de eerste 2 traditionele locaties weersproken en komt vanzelf de altijd gewenste discussie op gang.

Een populaire maar onjuiste verklaring voor de naam Leiden is dat deze is afgeleid van de Romeinse nederzetting Lugdunum Batavorum. In werkelijkheid lag die nederzetting niet ter hoogte van Leiden, maar bij Katwijk. Deze verklaring gaat terug tot 1500, toen in de Renaissance een hernieuwde interesse ontstond voor de Romeinse Tijd. (Bron: Geschiedenis van Leiden). Daarmee is de mythe en het tijdstip van het ontstaan ervan haarfijn aangegeven.

Katwijk aan de monding van de Rijn wordt gezien als Lugdunum op de Peutingerkaart en de aankomstplaats van St.Willibrord op het vaste land. Beide opvattingen zijn mythen die door geen enkel schriftelijk of archeologisch bewijs worden gesteund.
De archeologie in Katwijk laat aan duidelijkheid niets te wensen over. 'Een toevalsvondst. Het ging om grondsporen die mogelijk konden worden toegeschreven aan een Romeinse weg. Het onderzoek waarvan deze Rapportage Archeologische Monumentenzorg (RAM) verslag doet, laat echter zien dat er hier hoogstwaarschijnlijk sprake is van een deel van een uitgestrekt nederzettingsareaal uit de Romeinse tijd'. In Archeologie Magazine nr.1 van 2018 lezen we: Uit historische bronnen blijkt dat Katwijk aan Zee vroeger mogelijk een Romeinse havenplaats was met de naam Lugdunum. Archeologen vermoeden daarom in de duinen ten noorden van de Katwijkse boulevard Romeinse resten te zullen vinden.
Archeologie onderzoek op drie locaties. In opdracht van Kustwerk Katwijk zijn er verschillende vooronderzoeken uitgevoerd: bureauonderzoek, verkennend en karterend booronderzoek. Op basis van deze onderzoeken zijn er drie archeologisch kansrijke zones aangewezen. Op deze locaties is archeologisch onderzoek gedaan. De archeologen hebben de Brittenburg helaas niet gevonden. De archeologen vonden voornamelijk sterk verweerd aardewerk, glas, bot, steen, metaal en bouwhout uit de Late Middeleeuwen en Nieuwe tijd.

Er is dus niets gevonden uit de Romeinse tijd of de tijd van St.Willibrord (7e eeuw), waarmee bewezen is dat er ook geen enkel bewijs voor de traditionele opvattingen bestaat dat Katwijk het Romeinse Lugdunum geweest zou zijn, laat staan de aankomstplaats van St.Willibrord. Bovendien is op de Peutingerkaart duidelijk afgebeeld dat Lugdunum niet pal aan zee ligt, maar een stuk landinwaarts. Ook daaraan voldoet Katwijk niet.

Dè oversteekplaats naar Engeland lag in de Romeinse tijd en in de Middeleeuwen daar waar nu de Kanaaltunnel ligt: aan Het Kanaaal. Dáár stak Julius Caesar over, daar ook staken St.Willibrord en St.Bonifatius en andere predikers over. Daar lag de gebruikelijke oversteekplaats tussen Kent en Francia. En als St.Willibrord zelf schrijft dat hij aankwam in Francia, houdt de mythe Katwijk op te bestaan.
In 1231 wordt in de annalen voor het eerst de naam Catwijck genoemd. Dat is het werkelijk begin van Catwijck, een naam die niets met de Chatten te maken heeft. Een "Cat" was een vissersboot.

De Nederlandse traditie wordt helemaal onaanvaardbaar doordat Lugdunum, een van de twee hoofdsteden van de Bataven, in de Nederlandse interpretatie niet in het land van de Bataven ligt, maar in het land van de Canninefates. Deze ongerijmdheid wordt door Byvanck (o.c. p. 484) al genoemd, die schrijft dat de veronderstelling dat Lugdunum de hoofdstad van de Bataven in de kuststreek zou zijn geweest, niet juist kan zijn. Hij maakt van Lugdunum Batavodurum dus één en dezelfde plaats en wel Batavodurum wat bij hem Nijmegen is. "Na de stichting van Ulpia Noviomagus door Trajanus is de naam Batavodorum voor de neerzetting in de buurt van Het Valkhof te Nijmegen in onbruik geraakt", stelt Byvanck. Ook de veronderstelling dat Batavodorum de plaats Ruimel geweest zou zijn, waar het altaar van Hercules Magusanus gevonden is, steunt hij niet. Er is daar immers geen spoor van een nederzetting gevonden.
Verder denken op zijn eigen conclusie heeft Byvanck niet gedaan. Hij komt niet verder dan dat de gegevens van Ptolemeus als onbetrouwbaar te kwalificeren. Niet de gegevens van Ptolemeus zijn onbetrouwbaar, maar wat de historici er van gemaakt hebben.
Dezelfde ongerijmheid zien we ook bij de andere hoofdstad van de Bataven, Batavodorum, dat in de Nederlandse traditie (aanvankelijk Wijk bij Duurstede was en later) in Nijmegen gelegen zou zijn, eveneens buiten het woongebied van de Bataven. Welk volk bouwt zijn hoofdsteden buiten zijn eigen rijk? Of was de Betuwe misschien niet het land van de Bataven, maar was het dan toch de streek rondom Béthune? En lagen Batavodorum en Lugdunum dan toch niet in Nederland, maar eveneens in de streek van Béthune? Volgens Albert Delahaye wel!

In 1944 was de algemene opvatting nog dat Lugduno Batavorum de plaats Leiden was (drukkerij E.J.Bril betiteld zijn boeken als uitgegeven te Lugduni Batavorum). Vondsten van wat Romeins bevestigen deze opvatting geenszins.
Tussen Katwijk-Binnen en Katwijk aan Zee zijn verschillende Romeinse vondsten gedaan. Men kan op deze wijze vermoeden dat daar een belangrijke nederzetting is geweest. Opgravingen brachten sporen van een Romeinse nederzetting aan het licht. Deze nederzetting was waarschijnlijk een versterkte wachtpost, die was aangelegd op een kunstmatig van klei opgeworpen heuveltje met een middellijn van 45 m. Mogelijk lag daar de plaats Lugdunum, een plaats die naar alle waarschijnlijkheid in de tijd van Claudius (41-54) is gesticht. (Byvanck, o.c. p.420). Bij Byvanck is Lugdunum de ene keer Leiden (o.c.p.199), een ander keer Katwijk (o.c.p.420 en 535).

De Romeinse vondsten in Katwijk zijn te gering om van een castellum of van een stad te kunnen spreken. Deze determinatie steunt dus nergens op. (Zie W.A.van Es, o.c. p. 37, 80, 82, 100, 116, 121, 131, 228 en 257, die dat daarmee feitelijk erkend). Het Romeins in Nederland is allerminst van internationale allure geweest, wat door Dr.W.A. van Es erkend wordt als hij op blz. 131 schrijft: "Romeins Nederland is nimmer de eer van een colonia waardig geacht!"
In Leiden of Katwijk is ook niets van een inheemse stad gevonden, die al bestaan moet hebben vóór de Romeinse tijd.
De Brittenburg is weinig onderzocht, maar de ligging komt in elk geval niet overeen met de Peutingerkaart, waarop Lugdunum namelijk niet pal aan de kust ligt (zie afbeelding). De Brittenburg is een locatie die momenteel zelfs in zee ligt en daarmee onmiskenbaar de post-Romeinse transgressies bevestigt. Gezien de bouwwijze is het een castellum geweest, van een stad of een burgerlijke bewoning is totaal geen sprake.

Bechert (o.c. p.96-97) houdt de Brittenburg voor Lugdunum. Vondsten om die visie te bevestigen ontbreken. Laat Romeinse vondsten ontbreken eveneens. Bechert vindt dit tekort niet verontrustend, omdat er in Valkenburg voldoende gevonden is om zijn stelling te bevestigen! Met Valkenburg wordt dus bewezen dat De Brittenburg, waar het bewijs ontbreekt, een Romeins fort is geweest. Hij vermeldt de summiere vondsten in de omgeving van Katwijk om er soort een "lintbebouwing" tussen De Brittenburg en Valkenburg mee te veronderstellen. Geen enkel bewijs wordt hier dus geleverd.

Velen hebben zich bezig gehouden met wat de Brittenburg nu eigenlijk was, zelfs of het wel Romeins was of misschien een middeleeuws kasteel zoals men in de 15e eeuw dacht. Het grootste probleem zijn de dubbele ronde torens. Omdat er van de Brittenburg alleen Romeinse vondsten bekend zijn tot het jaar 270, valt een middeleeuws kasteel af. Maar in deze tijd hadden Romeinse forten vierkante torens. Een eeuw later kwamen ronde torens wel voor bij forten, maar toen was de bewoning zo gering dat een groot gebouw onwaarschijnlijk is. Dubbele ronde torens zijn al helemaal onbekend bij de Romeinen. Men is er wel steeds meer van overtuigd dat de Brittenburg te maken heeft met de Romeinse vestiging Lugdunum op grond van de Peutingerkaart. Leiden en Katwijk zijn dus al losgelaten als de mogelijke plaats Lugdunum. Ook hier wordt met de Peutingerkaart bewezen wat bewezen moet worden zonder die kaart.

J.H.Holwerda.
Op grond van de unieke vorm van de Brittenburg met zijn dubbele hoektorens werd reeds in 1927 door de Leidse professor J.H. Holwerda het Frankische of Karolingische karakter van de Brittenburg verondersteld, maar door zijn vakgenoten afgewezen. Veelzeggend is een citaat uit Dijkstra en Ketelaar (1965): ‘Holwerda’s mening dat de Brittenburg ‘een ontwikkelde Frankische curtis’ moet zijn, waarbij de resten in het midden [van het gebouw] worden verklaard als overblijfsel van de fundamenten van een Karolingische donjon, mist o.i. elke grond: vondsten, noch plattegrond, noch literaire bronnen bieden enig gegeven dat op Frankische oorsprong wijst. Het is daarom niet noodzakelijk deze theorie in onze beschouwing te betrekken.’ De Brittenburg was dan wel geen Frankische burcht, maar wel een burcht uit de Frankische tijd, mogelijk gebouwd op de resten van een Romeinse vuurtoren.

Een puur verzinsel.
"Tijdens de Gouden Eeuw werd Leiden omgedoopt tot het 'Lugdunum van de Bataven' (Lugdunum Batavorum). Dat gebeurde kort nadat in 1598 in Antwerpen de Peutingerkaart was herdrukt. Daarop stond ergens bij de Nederlandse kust*) de plaatsnaam Lugdunum vermeld. De vroede vaderen van Leiden wilden rond 1600 het heroïsche verleden van hun stad herdenken. Tevens waren ze geroerd door de Bataafse mythe en meenden dat hun stad, waar kort daarvoor de enige universiteit van de noordelijke provinciën was opgericht, uniek was. Dus verklaarden ze dat het Lugdunum op de kaart met hun Leiden samenviel. Dat was een puur verzinsel. Zowel de naam Leiden als de stad dateren uit de Middeleeuwen. Aan de Nederlandse Rijnmonding bevond zich inderdaad een Romeinse versterking, die 'Lugdunum' heette*) en tegenwoordig in de Noordzee is verdwenen. Die lag echter iets verderop, bij Katwijk, waar ze bekend stond als de Brittenburg. Leiden is daar niet naar genoemd; het lijkt eerder om een Germaanse naam te gaan. Die is ofwel verwant aan het Germaanse lede en betekent iets als 'waterloop', ofwel verwant aan het Germaanse lagu- en betekent dan gewoon 'water'.
Onze Lugdunum-versterking bij Katwijk had echter wél een Keltische naam. Hij verwees naar de Keltische zonnegod Lug, een figuur die ook voortleeft in Franse plaatsen als Lyon of Laon".
(Bron: H.Clerinx).
*) Dat op de Peutingerkaart een stuk van de Nederlandse kust staat, wordt door Albert Delahaye met vele argumenten als onjuist aangetoond. Net zo makkelijk als Leiden tot Lugdunum werd omgedoopt, werd de Peutingerkaart op Nederland geplakt. Dit was een even groot, zo niet groter puur verzinsel.

Het geschuif met de locatie, het gemis van een stedelijke bewoning en de grootte van de vindplaatsen bevestigen onmiskenbaar dat Lugdunum Batavorum nooit in Nederland heeft bestaan.
Het is de Nederlandse traditie altijd al een vreemde zaak geweest, dat de eindplaats van de limes (De Brittenburg) niet op de Peutingerkaart stond. Nu die eindplaats De Brittenburg is, houden we Katwijk en Leiden 'over'. Dus zaten vroegere historici er dus blijkbaar duidelijk naast met hun "hechte traditie van Leiden en Katwijk sinds de Romeinen".