Terug naar de lijst Naar het overzicht in het kort.

Mannaricium = Maurik Merville

Volgens het Itinerarium Antonini lag Mannaricium op 11 mijl (is 24 km) van Castello (=Cassel), op 27 mijl (is 60 km) van Turnacum (=Tournai=Doornik) en op 19 mijl (is 42 km) van Nemetacum (=Atrecht=Arras).

Cassel, Atrecht en Doornik zijn onbetwist zekere determinaties!

Mannaricium wordt door Franse historici en archeologen onbetwistbaar als Merville geïdentificeerd.
Mannaricium is Merville. De afstand van Cassel (F) naar Merville (F) is precies 25 km, die naar Maurik (NL) is 290 km. De afstand van Doornik naar Merville is exact 60 km, die naar Maurik ruim 245 km. De afstand van Arras naar Merville is 47 km, waarmee onweerlegbaar aangetoond is dat Mannaricium dus Mervile is en nooit Maurik geweest kan zijn.

Er is geen enkel bewijs dat Maurik in de Romeinse tijd Mannaricium geheten zou hebben.

De determinatie van Maurik als het antieke Manaricium, dat overigens niet op de Peutingerkaart staat, is "bewezen" met een "aangespoelde" bronzen emmer die uit de Rijn is opgebaggerd.

Bij Maurik (Mannaricium) zijn resten van een militaire nederzetting bijna uitsluitend tijdens zandzuigwerkzaamheden te voorschijn gekomen. De kans dat hier nog iets van oude bouwresten wordt aangetroffen is uiterst klein. (Bron: R.Borman)
Je vraagt je dus terecht af waarop de traditie van Mannaricium te Maurik feitelijk gebaseerd is: op losse zandzuigvondsten.


De visie van Albert Delahaye.
Mannaricium, aan de weg Lugduno - Carlone in het Itinerarium Antonini genoemd, lag tussen Traiectum (Tournehem) en Carvone (Carvin) en tussen Castellum Menapiorum (Cassel) en Nemetacum (Atrecht=Arras). De plaats lag op 25 mijlen of 55 km van Tournehem en op 22 mijlen of 48 km van Carvone (Carvin) en op 18 mijl of 40 km van Atrecht (=Arras). Zie kaartje hieronder.
Mannaricium is de Franse plaats Merville, op 12 km noord van Béthune. Dezelfde plaats wordt op een andere plaats nogmaals genoemd , weer met de juiste afstanden tot deze plaatsen. Etymologisch wordt de naam verklaard uit de woorden Manare (=uitstromen) en icium (=plaats, in het Frans dus ville). De plaats Merville (Mer-Mare-Moere) bevindt zich aan de rand van een uitgestrekt moerasgebied waar enige rivieren en beken samenstromen. Derhalve staat absoluut vast dat Mannaricium de Franse plaats Merville is, en eveneens dat de weg in zijn geheel in Frankrijk lag.

In de "reconstructie" van de Nederlandse archeologen zit overigens nog een tweede misvatting. Indien de weg van Maurik over Kesteren en Xanten liep en voor een groot deel een bijna volledige doublure is van de bovenste weg van de Peutingerkaart, dan rijst de vraag levensgroot waarom Nijmegen niet is genoemd.
In Frankrijk had het Itinerarium Antonini geen enkele reden om Noviomagus in deze weg te noemen, daar de plaats niet op deze route lag. Het l.A. houdt zich simpel bezig met de routes van plaats tot plaats te beschrijven en behoefde zich derhalve niet te storen aan een schematische afbeelding, wier vertekeningen van de ware geografie goed te onderkennen en volledig te begrijpen zijn, wanneer men eenmaal de principes van de Peutinger-kaart heeft ontdekt. Wanneer deze weg inderdaad in Nederland had gelegen, had Nijmegen als garnizoensplaats moeten zijn genoemd. Of weet iemand een zinnig argument te bedenken, waarom het Itinerarium Antonini de belangrijkste Romeinse plaats van Nederland heeft overgeslagen?
Vanzelfsprekend noemt het l.A. Noviomagus (Noyon) wel, maar dan wel aan de juiste weg en op de juiste plek.
Overigens wordt Trajectum door geen enkele klassieke bron als castellum genoemd. Toch heeft men het er in de Duits-/Nederlandse traditie wel van gemaakt.


De Nederlandse traditie.
ln Nederland heeft men gepoogd Mannaricium te vereenzelvigen met Maurik in de Betuwe, waar niet alleen de plaats maar ook de afstanden tot andere plaatsen volledig in de lucht hangen. Van Es (o.c., p. 101) deelt mee dat bij Maurik een bronzen emmer uit de Rijn is opgebaggerd, die blijkens enige opschriften aan militairen had toebehoord. Uit dit ene feitje, dat archeologisch natuurlijk niets zegt en nog minder bewijst, trekt hij de conclusie dat hier dan het weggespoelde castellum met de naam Mannaricium moet hebben gelegen. Een castellum is onvindbaar, dat is in de rivier verdwenen, weggespoeld. Waardoor weggespoeld, als je de transgressies ontkent, blijft in het midden! Wanneer een heel castellum is weggespoeld, zal elke nuchterling opmerken, kan de emmer ook van wie weet hoever zijn aangespoeld, temeer omdat een emmer als rond en inwendig leeg voorwerp erom smeekt om meegespoeld te worden.

Byvanck (o.c.p.422) schrijft over de plaatsen Mannaricium en Levefanum het volgende: "maar in de getallen, die voor de afstanden tussen de plaatsen worden opgegeven, moeten fouten schuilen. Men kan Mannaricium in de buurt van Maurik en Levefanum te Wijk bij Duurstede zoeken; daaromtrent heeft men evenwel niet de minste zekerheid".

De locatie van Mannaricium en Levefanum te Maurik is twijfelachtiger dan die van Mannaricium te Wijk bij Duurstede. Mannaricium komt te Wijk bij Duurstede te liggen. (Bron: J.Bervaes).
Zekerheid omtrent de locatie van Mannaricium in Nederland is er dus al helemaal niet, ook niet onderling tussen de Nederlandse historici.

Bechert (o.c. p. 80) vermeldt dat bij baggerwerkzaamheden in de uiterwaarden ten noorden van Maurik in 1972 en 1973 veel vondsten werden gedaan, waaronder bouwmaterialen, munten, fibulae, etc. De vondsten zijn gedateerd tussen 70 en het einde van de 3de eeuw. Het is onduidelijk of het een castellum betreft en of het ook al voor die tijd als zodanig functioneerde. Er zijn enkele tufstenen resten gevonden. Of en in hoeverre er in steen is gebouwd onder de flavische keizers, valt daaruit niet op te maken, ook al meent Bechert van wel. In het tweede kwart van de 4de eeuw werd deze plek opnieuw bewoond. Een militaire context voor de munten en enkele scherven uit deze periode is niet bewezen, maar is wel waarschijnlijk. In Mannaricium lagen achtereenvolgens de cohors II Thracum equitato tot circa 83, mogelijk korte tijd samen met de cohors II Hispanorum equitata, vermoedelijk tussen 70-116. Over de latere bezetting is niets bekend.
Een en ander illustreert wel het peil van de Nederlandse archeologie: zonder de wenkbrauwen te fronsen trekt zij belangrijke conclusies uit losse vondsten en scherven van voorwerpen, die in geen enkele verhouding tot elkaar staan. Het plakken van de naam Mannaricium op Maurik (ja, ze beginnen allebei met de letters Ma-!) is in elk geval onjuist, daar Mannaricium (Merville) een Franse plaats was, precies zoals alle andere Franse plaatsen op de zogenaamde "Nederlandse" Peutingerkaart.

Etymologisch wordt de naam verklaard door Dr.M.Gysseling met de verzonnen (immers nergens is een schriftelijk bewijs geleverd) tussenvorm Manna-Rik-Jan. Ofwel de plaats Manna (wie of wat was Manna??) was in het bezit van ene Rik-Jan??? Een etymologische gruwel, mede omdat Gysseling een taalkundig verband probeert te leggen tussen een Romaanse en een Germaanse naam! Ook maakt hij een sprong van meer dan 10 eeuwen, aangezien Maurik pas in de 13e eeuw is gesticht.

Wat lezen we tegenwoordig op internet over Maurik?
Over het ontstaan van de naam Maurik is niets met zekerheid bekend. A.J. van der Aa schrijft in 1846 dat Mannaricium, genoemd in het reisboek van Keizer Antonius, het huidige Maurik zou zijn. Zijn bron noemt hij echter niet. Mannaricium en Maurik hebben overigens alleen de eerste letter gemeenschappelijk, wat de geloofwaardigheid niet vergroot. A.P. de Kleuver maakt het in zijn gelegenheidswerkje uit 1967nog bonter en neemt een Keltische oorsprong aan. Beide meningen worden nog steeds klakkeloos overgenomen, wat vreemd is, omdat ook eigentijdse wetenschappers hun licht over de Betuwe hebben laten schijnen.

Nu is (zeer) oude bewoning wel bewezen: in 1967 zijn enkele geringe resten aangetroffen die wijzen op bewoning in de Bronstijd (1700-700 v.Chr.). Aan het begin van de jaartelling heeft op de Woerd bij Maurik een grote boerderij gestaan; deze hoeve werd tegen het eind van de 3e eeuw verlaten. In de 4e eeuw was de grond te drassig voor bewoning en Romeinse schrijvers noteerden dat de grond in de Betuwe zo nat was, dat het bijna geen grond meer mocht heten. In de daarop volgende eeuwen, de 5e tot de 7e, was er sprake van geringe bewoning in de Betuwe, het meest in de Over-Betuwe, aldus Dr. A.R. Hol in haar standaardwerk De Betuwe, waaraan een groot deel van het bovenstaande is ontleend.

Een veilige conclusie is, dat de permanente bewoning van Maurik pas van na de 7e eeuw dateert. Vroegere datering steunt slechts op speculatie. De mening van deskundigen daarover is duidelijk. Op grond van archeologisch onderzoek concludeert Dr. P.J.R. Modderman dat permanente bewoning van plaatsen tussen de Rijn en de Waal met de uitgang -ik (zoals Maurik, Varik) nergens verder gaat dan tot de vroege middeleeuwen. Een andere geleerde, Dr. D.P. Blok, betoogt dat de vroeg-middeleeuwse vestiging van bewoners van de West-Betuwe zich van Brabant uit voltrokken heeft en ca. 900 voltooid was.

In ieder geval wordt Maurik voor het eerst in een oorkonde van 997*) genoemd en wel als Maldericke**). Keizer Otto III schenkt dan een in Maurik gelegen goed aan een klooster. De vestiging van de nieuwe bewoners zal, gelet op de conclusie van Dr. Blok, enige generaties eerder hebben plaatsgevonden. De eerste bewoner van naam treedt ons een kleine drie eeuwen later tegemoet: Saffatijn van Mauderic, ridder, die in 1270 zijn burcht bij de rivier bouwde (op het terrein waar nu de molen staat). Lang heeft hij daarvan geen plezier gehad: hij sneuvelt in 1288 in de Slag bij Woeringen.

Een verklaring voor de naam Maurik is er evenwel nog steeds niet. Een ontlening aan het Keltisch, zoals A.P. de Kleuver heeft aangenomen (Maleriacum of Mannaricium, wat weer een afleiding zou zijn van de persoonsnaam Malerius), moet naar het Rijk der Fabelen worden verwezen.

Ofwel: daar gaat de hele theorie van professor Gysseling, en dan niet eens door toedoen van Albert Delahaye, maar zelfs door zijn compaan prof. dr.D.P.Blok!!!

Opmerkingen ten aanzien van het bovenstaande:
*) De oorkonde uit 997 is vermoedelijk vals want deze vloeit bepaald niet over van betrouwbaarheid. Enkele gegevens in deze oorkonde zijn niet te localiseren. De schenking hangt historisch in de lucht en heeft nadien geen enkel spoor achtergelaten.
**) De toepassing van dit Maldericke op Maurik is ook twijfelachtig, tot de link met het hierna genoemde Mauderic wordt aangetoond!