Terug naar de lijst Naar het overzicht in het kort.

Matilone = Roomburg Le Mat

Het Romeinse Matilone was beslist niet de hoofdstad van de Canninefaten. Dat was een "treffende gedachte" ofwel een verzinsel van Bogaers, waarvoor geen enkel bewijs is gevonden. Van de aanwezigheid of een nederzetting van de Canninefaten is in Nederland al helemaal nooit iets gebleken.
De aanwezigheid van een legereenheid van de Bataven te Roomburg stelt de wetenschap voor een onoplosbaar probleem. Deze legereenheden werden steeds ver van huis gelegerd. Ver van huis kan dus nooit de Betuwe geweest zijn!
De visie van Albert Delahaye.
Matilone is Le Mat, een gehucht van Hermelinghen, op 6 km van Elinghen. Etymologisch volledig verklaarbaar.
Matilo(ne) wordt door geen enkele klassieke bron als castellum genoemd. Toch heeft men het er in de Duits-/Nederlandse traditie wel van gemaakt.
De veronderstelling dat Roomburg het Romeinse Matilone zou zijn, steunt in feite alleen op de in Monster gevonden mijlpaal waarop staat: A MAE(of F)C. m. p. Xll, wat betekent: vanaf MAE(F?)C. 12 mijlen. Van MAE(F?)C. is evenwel op geen enkele manier een afkorting van Matilone te maken, zodat de mijlpaal naar een andere plaatsnaam verwijst die niet op de Peutingerkaart staat, wat een aanwijzing temeer is dat de kaart niet over Nederland gaat. De verklaring van Bogaers (zie bij de Nederlandse traditie) is natuurlijk meer dan een treffende gedachte, het is gewoon een verzinsel dat op geen enkele antieke bron is gebaseerd. Een Romeinse plaats beginnend met de letters MAC. zoals Bogaers beweerd dat er staat, wordt nergens genoemd. Misschien was het wel (een stuk van) de werkelijke naam van een van de Romeinse plaatsen in Nederland. Maar dat in Nederland verder nooit onderzocht, immers de Romeinse plaatsen in Nederland hadden immers al allemaal een naam! Allemaal? Dat mag dus betwijfeld worden als je de overzichtslijst ziet, waar in de eerste kolom al 15 vraagtekens staan bij Romeinse vindplaatsen in Nederland.

De Bataven horen net zo min in de Betuwe thuis als de Canninefaten langs de kust in Holland. De Bataven woonden in Noord-Franken, hun hoofdstad was Béthune. De Bataven waren verwant aan de Menapiërs, met hun hoofdstad Cassel (Cassel Menapiorum).
De twee hoofdsteden die men in Nederland voor de Bataven in petto heeft, Lugdunum Batavorum (Leiden? Katwijk? De Brittenburg?) en Oppidum Batavodorum (Nijmegen?). liggen beide buiten het rijk van de Bataven, dat immers de Betuwe was.


De Nederlandse traditie.
Byvanck schrijft hierover (o.c.p.422,417): "De sterkte bij Roomburg kan Matilo hebben geheten. Er zijn daar zware fundamenten gevonden van een Romeins gebouw, verder stenen met inscipties, twee bronzen beelden van leeuwen één van Minerva, munten uit de keizertijd, veel aardewerk, bakstenen met stempels am allerlei oudheden. Cornelis Aurelius heeft deze vondsten in zijn geschrift Batavia vermeld en voor zijn betoog gebruikt.
De beelden zijn ten geschenke gegeven aan keizer Maximiliaan van Oostenrijk, de inscripties belandden op kasteel Duivenvoorde en de munten zijn verloren gegaan. In 1929 is er op het terrein nog een opgraving verricht, maar zonder sprekende resultaten.

De in de tijd van Septimus Severus in Roomburg gelegerde Numerus exploratum Batavorum, stelt de Nederlandse historici nog steeds voor een onoverkomelijk probleem. Immers deze legerafdelingen werden gerecruteerd uit volksstammen, behielden hun eigen taal en zeden en werden aangevuld uit het oorspronkelijke land van herkomst. Zij deden dienst ver van hun vaderland en waren zo een betrouwbaar instrument in de hand van hun commandanten. (Byvanck, o.c. p.297) En dit past dus allermimst in de traditie van de Bataven in de Betuwe, die dsn in eigen land gediend zouden hebben!

In de Nederlandse traditie wordt (Leiden-)Roomburg momenteel aangezien voor Matilone, dat tussen Praetorium Agrippinae en Albaniana lag. Matilone was lang "onvindbaar" in Nederland en werd dan maar "overgeslagen". Immers Leiden was lange tijd Lugdunum en dus kon Roomburg niet Matilone zijn. Nu de Brittenburg wordt aangezien voor Lugdunum, zou Roomburg best Matilone kunnen zijn. W.van Es (o.c. p.100) schrijft dat er "min of meer duidelijke sporen van een nederzetting uit de Romeinse tijd aangetroffen zijn. Het is dus zeker dat het in die periode bewoond is geweest, maar daarmee houdt de zekerheid op", aldus een letterlijk citaat. Wat er wordt verstaan onder "min of meer duidelijke sporen" mag de lezer niet vernemen.

Op een in Monster gevonden mijlpaal van de Romeinen komen de letters A MAC m.p. XII voor. Archeoloog J.E. Bogaers meent dat hier bedoeld kan zijn: A Municipio Aelio Canninefatium. Van Buchem omschrijft deze vondst als "een treffende gedachte", andere historici brengen er niets tegen in of weten er geen raad mee, waarmee een nieuwe archeologische en historische mythe is geboren.
Met dat A MAEC zal wel iets heel anders bedoeld zijn, zeker omdat vaststaat dat de Canninefaten helemaal niet in Nederland woonden. Archeoloog Dr.W.van Es ziet dat ook anders. In zijn boek "De Romeinen in Nederland" schrijft Van Es dat er op die mijlpaal A MAEC m.p. XII (12 mijlen) staat, met een extra -E-, die door Bogaers wordt verzwegen. Van Es (o.c. p.107) meent dat het misschien een verwijzing is naar Macilo of Matilo, wat "waarschijnlijk Roomburg bij Leiden is". Hier weer een sprekend voorbeeld hoe men in Nederland historie bedrijft. Macilo is zomaar het zelfde als Matilo. Waar die -E- in de afkorting dan gebrleven is, wordt niet vermeld.

Roomburg wordt door Van Es (o.c. p.112) en Bechert (o.c. p. 99) ook genoemd als de plaats van het noordelijke eindpunt van de gracht van Corbulo en wordt daardoor als een belangrijk steunpunt van de Romeinse vloot beschouwd. Als de gracht van Corbulo niet in Nederland lag (zie bij Corbulo), dan heeft Matilone er dus ook niet gelegen!

Van continuïteit in bewoning is in elk geval geen sprake geweest. Na het verlaten van deze streek door de Romeinen, komt in de 10e eeuw de bewoning pas weer langzaam op gang. In de tussenliggende periode is er slechts sprake van langdurige overstromingen, de transgressies.