Terug naar de lijst Naar het overzicht in het kort.

Trajectum = Utrecht Tournehem

Romeins Utrecht heeft niet de naam Trajectum gedragen, maar Albiobola. Romeins Utrecht, een oversteekplaats? Waar naar toe? Aan de overkant woonde niemand (volgens prof.dr.A.W.Byvanck).

Trajectum (=Tournehem) lag volgens het Itinerarium Antonini op 25 mijl (55 km) van Mannaricium. Van Mannaricium (zie aldaar) is onweerlegbaar aangetoond dat het de Franse plaats Merville was. De werkelijke afstand van Tournehem naar Merville is 52,4 km. Trajectum was Tournehem, lag in Noordwest-Frankrijk en was niet Utrecht! Trajectum was ook geen Limes-plaats, geen grensplaats en staat niet op de Peutingerkaart.

Van Romeins Utrecht is onweerlegbaar vastgesteld dat het de naam Albiobola gedragen heeft. Daarmee wordt de hele Nederlandse traditie van tafel geveegd, inclusief het Trajectum van St.Willibrord te Utrecht en het Noviomagus van Karel de Grote te Nijmegen.

"In 1929 zijn in het koor van de Kruiskapel opgegraven voorwerpen waarop de naam "colonia Albiobola Bataborum" erin voor. Vergelijking met de plaatsnaam Albaniana (Alphen aan den Rijn) geeft grond tot de veronderstelling, dat in de 3e eeuw de, of een, nederzetting op het Domplein de naam Albiobola, d.i. woonplaats aan de Albis, een Keltische benaming voor de Rijn (vgl. riviernamen als Elbe), heeft gedragen". Bron: E.J.Haslinghuis.

Romeins Utrecht was (ondanks wat Van Es beweert) een colonia, het droeg immers de naam "Colonia Albiobola Batavorum", een naam die eveneens in de Utrechtse bodem is teruggevonden.
Dat de Bataven een colonie zouden stichten in eigen land is uitgesloten! De Betuwe was dus niet hun woonplaats, zij woonden in Noord-Frankrijk waar Béthune een van hun steden was.

Archeologisch ontbreekt in Utrecht elk spoor na de Romeinse tijd (na 270) tot de 10e eeuw. Utrecht kan dus, zonder ook maar één archeologisch spoor achter te laten, nooit het Trajectum van St.Willibrord zijn geweest.

Meer informatie zie het hoofdstuk over Trajectum.

Voor bevindingen van andere historici, zie St.Willibrord en Utrecht.
De visie van Albert Delahaye.
Trajectum, door het Itinerarium Antonini genoemd en geplaatst tussen Albanianis (Alembon) en Mannaricium (Merville), derhalve in de Batua, is Tournehem, op 16 km noord-west van St. Omaars.
Trajectum staat niet op de Peutingerkaart, terwijl er toch veel Romeins is gevonden. Het was dus zeker een Romeins Castellum in de periode 50-250 na Chr. Nu Utrecht niet op de Peutingerkaart staat en Alphen, waar nauwelijks Romeins gevonden is, wel, is dat een bewijs temeer dat de Peutingerkaart niet over Nederland gaat.
Het Romeinse Trajectum is in de 7e eeuw ook de plaats van de bisschopszetel van St.Willibrord. Met de dislocatie van de Renus is ook Trajectum in Nederland terecht gekomen en daarmee de hele mythe rondom St.Willibrord. De juistheid van deze interpretatie is enkele honderden malen bevestigd door de plaatsen van kerken en goederen van het bisdom Traiectum, die in een wijde cirkel rond Tournehem liggen. Na 857, toen het bisdom en de abdij van St. Willibrord voor de Noormannen hadden moeten vluchten, de stad verlaten en de zetel van het bisdom verplaatst waren -inderdaad naar Luxemburg, waar Eperlecques Echternach werd, werd zij soms Vetus Traiectum genoemd, welke naam ten onrechte in latere afschriften werd overgenomen. Ook is de plaats bekend onder de naam Wiltaburg of Viltabug, de stad van de Vilten. De Vilten waren bewoners van de streek rondom Tournehem in Noord-Frankrijk!
Trajectum wordt door geen enkele klassieke bron als castellum genoemd. Toch heeft men het er in de Duits-/Nederlandse traditie wel van gemaakt.


De Nederlandse traditie.
In Utrecht is op het Domterrein een Romeins castellum gevonden. Utrecht was een van de drie plaatsen (met Vechten en Nijmegen) in Romeins Nederland die men de titel van stad zou kunnen geven.

Aan de mogelijke loop van de Rijn en Vecht door en om de stad Utrecht zijn reeds enige soms onderling geheel afwijkende veronderstellingen gemaakt. Het Romeinse castellum zou dan ook aan de Vecht en niet aan de Rijn gelegen hebben. Het castellum Fectio lag dus niet aan de Vecht en het castellum Traiectum niet aan de Rijn. (Bron: Jaarboek Oud-Utrecht 1971 en 1975). Het is dan ook nog steeds niet bekend waar in Utrecht die 'trajectum - oversteekplaats' lag.

Van Es (o.c. p.100) wijst er op dat er in Utecht min of meer duidelijke sporen van nederzettingen uit de Romeinse tijd gevonden zijn. Maar daarmee houdt de zekerheid dat er bewoning is geweest op en dat het bewijs voor die stelling nog niet volledig geleverd is.

Bechert (o.c. p. 83 e.v.) vermeldt dat het cohortencastellum in Utrecht circa 5 km ten noordwesten van Vechten lag. Het Utrechtse castellum, nu gelegen onder het Domplein in het centrum van de middeleeuwse stad, is aangelegd op een hogergelegen deel van de oeverwal en gefuige de naam -Traiectum - bij een doorwaadbare plaats (zie opmerking 1 en 2) op de zuidoever van de Rijn. Van het totale castellumterrein is slechts 5% onderzocht. In totaal konden 6 bouwperioden onderscheiden worden. Na de stichting rond 47 werd het fort van aarde en hout driemaal herbouwd en/of aangepast. Meteen oppervlakte van circa 1,2 ha behoort het Utrechtse castellum tot één van de kleinere castella van de Nedergermaanse limes. In de eerste helft van de 3de eeuw wordt het castellum in steen opgetrokken en aan de noordzijde vergroot tot een oppervlak van bijna 1,9 hectare. Waarschijnlijk lag te Utrecht tussen 88/89 en 275 de cohors II Hisponorum peditata: een geheel uit voetvolk bestaand cohort dat wegens zijn loyaliteit de eretitel pia fidelis droeg. Van dit cohort zijn elders geen dakpanstempels bekend.
Zowel ten oosten als ten westen van het castellum zijn vicusarealen aangetroffen die zich waarschijnlijk langs de via principalis bevonden. Beide terreinen zijn summier onderzocht. De oostelijke vicus, die waarschijnlijk min of meer tegelijkertijd met het castellum is ontstaan, besloeg ongeveer 2,2 ha. Het is niet duidelijk in welke tijd de westelijke vicus is ontstaan. Deze is met een oppervlak van 1,6 ha ook kleiner dan zijn tegenhanger. Het terrein werd in de tweede helft van de 2de eeuw met meer dan een halve meter opgehoogd. Reden hiervoor was de toegenomen activiteit van de Rijn (zie opmerking 3). De laatste fase wordt vertegenwoordigd door twee 4de-eeuwse gebouwen (opmerking 4).

Opmerking 1: Van Romeins Utrecht is onweerlegbaar vastgesteld dat het de naam Albiobola gedragen heeft en niet Trajectum. Daarmee wordt de hele Nederlandse traditie in één klap van tafel geveegd, inclusief het Trajectum van St.Willibrord en het Noviomagus van Karel de Grote.
Opmerking 2a: In Nederland blijft men Romeins Trajectum beschouwen, als het Trajectum van St.Willibrord wat volkomen juist is. Het was hetzelfde Trajectum, echter het lag in Noord-Frankrijk.
Opmerking 2b:Waar de "oversteekplaats" naar toe leidde is ook nooit duidelijk geweest. Aan de overkant van de Rijn woonden immers niemand (zie bevindingen van Byvanck en Van Es).
Opmerking 3: De toegenomen activiteit bevestigt de transgressies, die zich natuurlijk niet alleen op zee afspeelden, maar ook de waterstand in de rivieren verhoogde. Omdat de Romeinen uiteindelijk geen antwoord hadden op de overstromingen "hebben ze de boel maar laten gaan" (Blok) en zijn ze vertrokken. Dat wordt bevestigd door het opvallend gemis aan huisraad en andere kleine attributen op de vindplaatsen van Romeins in Nederland. Wat mee te nemen was werd meegenomen. Van invallen van de germanen is archeologisch ook nog nooit iets aannemelijk gemaakt.
Opmerking 4: De Nederlandse historici en archeologen grijpen elke strohalm aan om een continuïteit in bewoning tussen de Romeins periode en de middeleeuwen aan te tonen. Maar die continuïteit ontbreekt, aldus Van Es (o.c. p. 261). Over de twee 4e eeuwse gebouwen wordt verder niets gezegd. Waar niets gezegd wordt, kan ook niets weerlegd worden.
Opmerking 5: Traiectum (Utrecht), waar niemand ooit over St. Willibrord had gesproken, kreeg deze traditie opgedrongen door de abdij van Echternach, die in 1156 (van deze mythe is zelfs een jaartal bekend) van Holland en Utrecht kerken terugeiste die van St. Willibrord zouden zijn geweest. De bewering was pertinent onwaar, omdat Echternach niet wist dat het échte Traiectum van St. Willibrord (Tournehem) was. Het gevolg was wel dat het bisdom Utrecht uiteindelijk in de fabel ging geloven. Dit gebeurde overigens niet meteen, doch pas in de 14e eeuw, toen Utrecht zich realiseerde dat het geen enkele reliek van St. Willibrord had. Het vroeg en kreeg relieken uit Echternach, en het spreekt vanzelf dat die vals waren omdat alle relieken van Echtemach vals zijn omdat zij afkomstig zijn van een ander corpus dan dat van St. Willibrord. Ongeveer gelijkttijdig met de aankomst van de valse relieken bombardeerde een kanunnik van Utrecht Dokkum tot de plaats waar St. Bonifatius zou zijn vermoord, ook een feit waarover nog niemand in Nederland ooit had gesproken. Beide mythen (zoals dat wel vaker met mythen gaat) zijn momenteel onuitroeibaar gebleken.
Opmerking 6: voor meer informatie zie het hoofdstuk over Trajectum.