Terug naar de beginpagina. Naar het overzicht in het kort.

Medemolaca is niet Medemblik.

"Het archeologische onderzoek in Medemblik is, sinds de laatste opgravingen van Besteman, weinig coherent en met geringe wetenschappelijke diepgang uitgevoerd".
Bron: Westerheem 2, april 2013.

Medemblik wordt door de Nederlandse historici vereenzelfigd met Medemolaca. Ook al zijn de eerste vier letters hetzelfde, dan is dat nog geen enkel bewijs voor deze identificatie. De naam Medemblik is een gevolg van de deplacements historiques (zie daar), waarbij de oude naam tot de nieuwe naam heeft geleid. Hetzelfde zien we bij de naam van de stad Almere (dat een zee-inham was) en de naam van Biddinghuizen, een nieuw dorp in de Flevopolder, dat de naam kreeg van het historische Bidningahem.

In veel artikelen over Medemblik wordt vaak verwezen naar H.A.Heidinga als bron. In oktober 1987 is de Stichting voor de Middeleeuwse Archeologie (SMA) opgericht onder voorzitterschap van Prof. dr. Anthonie Heidinga (Universiteit van Amsterdam). De Stichting voor de Middeleeuwse Archeologie (SMA) ambieert in de eerste plaats thematisch, inhoudelijk, comparatief archeologisch onderzoek op het terrein van de Middeleeuwen (500-1900), in het bijzonder van de Lage landen, te bevorderen.
Heidinga publiceerde in 1987: 'Medemblik. (Vroeg-) Middeleeuwse bewoning aan de Oude Haven. Uitwerking van de opgravingsresultaten van het onderzoek Medemblik 1982, Amsterdam'. (ongepub. doctoraalscriptie Universiteit van Amsterdam). Hier is weer een doctorstitel te verdedigen. In 1997 publiceerde hij 'Frisia in the First millennium, an outline, Utrecht'. Op de website van de SMA zijn beide artikelen echter niet te vinden. Wel verwijst Lisa Timmermans er in haar 'scriptie' vaak naar (West-Friese Archeologische Rapporten 61). Maar bewijzen van wat beweerd wordt, worden niet gegeven. De zin "Desalniettemin berusten veel van de conclusies in dit deel van het onderzoek onvermijdelijk op aannames" zegt genoeg. Het gaat in bedoeld deel over de vroege middeleeuwen. Ook de zin "De handelsnederzettingen waren regelmatig doelwit van Deense plundertochten. Dit laatste is voor Medemblik nog niet bewezen," is wel duidelijk. Als je liefst 381 keer het woord 'mogelijk' en 424 keer het woord 'waarschijnlijk' gebruikt, wat is er dan nog zeker?


Hier wordt nog aan gewerkt!




Bestel en lees het boek "De Ware Kijk Op" en oordeel zelf!

Geschiedenis bestuderen is gewoon begrijpend lezen. Als je leest wat onderzoekers zelf over Medemblik schrijven, blijft er van de hele vermeende geschiedenis niets meer over. We citeren hieronder enkele opmerkingen van historici o.a. van Josje van Leeuwen en Michiel Bartels in hun artikel over Medemblik in Westerheem 2 van april 2013.
  • De precieze aard van Medemblik is in deze vroege tijd (vóór 800, red.) nog onderhevig aan discussie.
  • Of koning Radboud (ca.648-719) ooit in Medemblik is geweest, is vooralsnog niet bewezen, laat staan dat hij daar een Friese 'burcht'bouwde.
  • Niettemin is er geen reden om aan te nemen dat Werenfried (een helper van St.Willibrord) ooit werkelijk in Medemblik of Wervershoof is geweest.
  • In Medemblik ontbreken vooralsnog concrete aanwijzingen voor de locaties van de Ottoonse machthebbers zoals een tolplaats en een mogelijke versterking.
  • Ook Medemblikker zilveren munten uit de 10e en 11e eeuwse traditie zijn nog niet geïdentificeerd en zodoende ook nog nergens aangetroffen.
  • Eveneens ontbreekt de grip op het proces van ontginning en verkaveling, hetgeen geldt voor geheel West-Friesland.
  • De geringe hoeveelheid bruikbare vindplaatsen uit de ontginningsperiode van de 8e tot en met de 13e eeuw maakt het vooralsnog niet mogelijk om uitspraken te doen. De aannames die Besteman en Guiran over de ontginningen in oostelijk WestFriesland lang geleden poneerden, blijven zodoende staan.

    Het is dus onmogelijk uitspraken te doen over de geschiedenis van Medemblik tussen de 8e en 13e eeuw. De aannames van Besteman blijven zodoende staan. Tot er betere zijn gevonden? Of tot deze aannames bewezen zijn?
    Ofwel: op deze aannames is de geschiedenis van Medemblik gebaseerd.

    In het hiervoor genoemde artikel in Westerheem wordt ook nog het volgende vermeld:
  • De bijnaam 'Radboudstad' en de romantische 19de eeuwse benaming 'Kasteel Radboud' kennen daarom vooralsnog geen gefundeerde historische achtergrond.
  • Over de missionaris Werenfridus, een volgeling van Willibrordus (Blok 1979,51 en Halbertsma 2000, 210; 344) die vaak aan Medemblik en Wervershoof wordt gekoppeld, valt te zeggen dat deze nooit in het gebied is geweest en al helemaal niet in Wervershoofis aangekomen. Deze versie berust op een 16e eeuwse misvatting op basis van eerdere aannames (Van Vessem 1978, 87). De recent uitgegeven historische atlas van Nederland schetst een foutief beeld (Bosatlas Nederlandse Geschiedenis 2011, 81, afb. D.)
  • Ook in Hoorn en Enkhuizen zijn echter niet of nauwelijks resten uit de Middeleeuwen gevonden. Schrickx 2013A, 2013B.
    Het is toch allemaal wel duidelijke taal in dit artikel. Er blijft niets over van de aangenomen mythen en legenden. Middeleeuws Medemblik van vóór de 13e eeuw heeft niet bestaan.

    De visie van Albert Delahaye.
    Medemolaca, genoemd in de goederenlijst uit 870 van het bisdom Traiectum (zie daar), wordt door Blok (zie daar. p.77, 82), weer met verzwijgen van de oorspronkelijke naam, als Medemblik opgevat, wat niet kan omdat deze plaats toen nog niet bestond. De naam wijst op het uiterst zuidelijke deel van het Almere, waar na de verlanding twee kanalen werden aangelegd om de molens van Arques en St.-Omaars te voeden. “Molaca” betekent “molenwater”. De wateren heten nu: Haute Meldick, Basse Meldick en Petite Meldick. “Mede” betekent weide. (Meldicque, Pas-de-Calais,branche de l'Aa (Meddeldeck) A.Dauzat). In hetzelfde verband wordt de Winwarfliet genoemd, maar die plaats slaat Blok maar over aangezien die in Nederland niet te vinden is.

    Wat anderen over Medemblik schrijven.
  • Hiernaast wat M.Gysseling (zie daar over Medemblik schrijft in zijn Toponymisch Woordenboek:
    De naam Medemolaca heeft duidelijk betrekking op een waterloop en niet op een plaats, wat ook de opvatting van Albert Delahaye is. Hoezo zijn alle opvattingen van Delahaye fout? wat Gysseling ooit uitsprak.

    Middeleeuwse agrarische veenontginningen in de Vier Noorder Koggen. Een interdiscilinair onderzoek naar de opbouw van het natuurlijke landschap en de kolonisatie- en ontginningsgeschiedenis van West-Friesland (800 - 1300). L.A. (Lisa) Timmerman
    Op basis van het archeologische vondstmateriaal en een drietal vroegmiddeleeuwse nederzettingen die zijn aangetroffen langs de rand van het voormalige Meer van Wervershoof, wordt aangenomen dat het oosten van de Vier Noorder Koggen in de 8ste eeuw werd gekoloniseerd. Op eigen initiatief werden lokaal en kleinschalig greppels het met water verzadigde veen ingegraven. Over dit vroegste stadium van de ontginning is weinig bekend. Het lijkt erop dat de kleinschalige plaatselijke ontginningen plaats maakten voor de 10de-eeuwse grootschalige planmatige ontginningen.

  • Gerald van Berkel en Kees Samplonius vermelden in "Nederlandse plaatsnamen herkomst en historie" (2006) het volgende:
    Medemblik: [gem.: Medemblik, NH] 914-948 kopie 11e eeuw Medemolaca; 1118 kopie 12e eeuw Medenblec; ca. 1312 Medemleke; 1396 Medenbliec; samengesteld uit medeme 'middelste' (vergelijk medume) en laca 'waterloop, beek' (vergelijk Barlaque, Overleek en Lekermeer), wel naar de ligging tussen Oterleek en de Oosterleek. De betreffende leek, waar de huidige Kromme Leek een overblijfsel van is, liep langs Drechterland en werd aan de mond afgeloten door de dam bij Medemblik. De plaatselijke uitspraak was Memelik, en men zei "Memelik vlagt" als iemand zich aanstelde en wel naar het gekkenhuis in Medemblik kon.

  • Op Wikipedia lezen we het volgende: De naam "Medemblik" is mogelijk afkomstig van de waterloop Medemelake of Medemelacha (Germaans miduma- "middelst" en laku- "waterloop in moerassig terrein"[2]) die op deze plaats heeft gelopen, en die in een oorkonde uit 985 wordt genoemd. Hierin wordt ook Medemblik zelf genoemd als "villa Medemelacha". Dit veenriviertje is tegenwoordig grotendeels verdwenen, maar het resterende deel is nog bekend als de Kromme Leek en mondt via de meertjes de Groote en Kleine Vliet bij Medemblik uit in het IJsselmeer.
  • A.J. van der Aa schrijft in zijn AARDRIJKSKUNDIG WOORDENBOEK DER NEDERLANDEN (1839):
    Men is het thans genoegzaam eens , dat zij haren naam ontleend beeft van het water de Leek of Middel-Leek, hetwelk in echte gedenkschriften uit de tiende eeuw, met den naam van den stroom (fl.in.nen) 'Medemelacha schijnt aangewezen te worden, naar welk water men cle'stad MEDEMLEK , dat is, MIDDENLEEK , en bij verandering MEMELIK , MEDENBLIK en MEDEMBLIK genoemd heeft. Volgens anderen zou de stad haren naam ontleend hebben van de meeden of mieden (natte weiden), welke haar omringen, maar naar onze mcening schijnt het wapen der stad, zoo als wij later zien zullen , voor het eerste gevoelen te pleiten. Zelfs beweren sommige Kronijkschryvers, dat deze stad , in de vierde eeuw reeds gesticht, haren naam ontleend heeft van de Heidensche godin "MEDEA" , die men hier eenen tempel zoude hebben opgerigt, op welke een metalen beeld , deze godin voorstellende, prijkte, hetwelk te Stavoren konde gezien worden , zoodat die van Stavoren dan zeide : "Zie MEDEA blikt (blinkt)". Wij houden evenwel deze naamsafeiding voorniets meer dan eene vernuftige vinding.
    Ofschoon eerst laat door wallen omgeven is de stad de oudste -van Wcst-Friesland , en , volgens het gevoelen van den Oudheidkundigen WINSEMIUS , in 334 , door den Frieschen Koningzoon DIEDEBICK , gebouwd, welke hier dan ook eerst, op een slot of kasteel, zijn hof zoude gehad hebben, dat wegens zijne voortreffelijkheid de hoofdplaats van Friesland werd, en bij de overblijfselen van het dorp Almeerdorp gelegen was.
    Men vindt reeds in de lijst der goederen van de Utrechtsche kerk , ten tijde van ODILBALD, den twaalfden Bisschop, die in het jaar 899 overleed , gewaagd van MEDEMELARE , alwaar de Koninklijke tienden den H. MAARTEN toekwamen. Volgens de eenstemmige opgave der Schrijvers van de Kerkelijke Geschiedenis der Nederlanden en van de Levens der Nederlandsche Heiligen } was MEDEMBLIK reeds in de zevende en achtste eeuw eene der aanzienlijkste plaatsen van West-Friesland , de residentie van Koning RADBOUD.

    Zo ontstond de geschiedenis van Medemblik. Van die zogenaamde residentie van Radboud is archeologische nooit iets gevonden.
  • Terug naar de beginpagina. Naar het overzicht in het kort.