Terug naar de beginpagina. Naar het overzicht in het kort.

De gevonden nederzetting in Wijk bij Duurstede = Munna.



Paalwoningen op Java. Zo zal de 10e eeuwse nederzetting te Wijk bij Duurstede er eens uitgezien hebben.

De opgegraven nederzetting te Wijk bij Duurstede was het roversnest Munna dat in 1018 op last van de keizer vernietigd is. De bewoners werden gedood, verdreven of als slaven verkocht.

Munna was een vissersplaats, waarvan de huisjes en hutjes vanwege de wateroverlast gebouwd waren op palen.

De nederzetting Munna wordt op bevel van keizer Hendrik door bisschop Adelbold van Utrecht en hertog Godfried van Lotharingen vernietigd. Munna is de echte naam van het oude Wijk bij Duurstede.

De afbeelding geeft een voorbeeld van paalwoningen op Java (boven), hiernaast zoals de Vereniging Oud-Utrecht zich dat tegenwoordig voorstelt. Daarmee wordt een groot misverstand uiteindelijk gecorrigeerd.


Wat er in Wijk bij Duurstede gevonden is blijkt te gaan om de plaats Munna, een plaats van vissers en jagers, die niet alleen genoemd wordt door de eerste 'Hollandse' kroniekschrijvers Melis Stoke en Alpertus Mettensis, maar ook perfect past in de omschrijving van de kroniek van Kamerijk.

Enkele opponenten stellen dat de nederzetting in Wijk bij Duurstede niet Munna geweest kan zijn, immers Munna lag op een berg!
De gevonden archeologische resten komen niet overeen met de geschreven tekst!

Prima als je dat stelt, maar dan was Wijk bij Duurstede ook niet Dorestad. Immers de archeologie komt niet overeen met de geschreven bronnen. Blijkbaar doorziet men niet dat wat men Delahaye verwijt zij zelf ook doen met Dorestad.
De opgravingen in Wijk bij Duurstede komen niet overeen met de geschreven bronnen, verre van. Zie bij Dorestad.
Wijk bij Duurstede was geen rijke stad met internationale handel, maar een arm dorp van vissers en jagers, midden in een moeras- en overstromingsgebied.
De visie van Albert Delahaye.

De opgegraven nederzetting in Wijk bij Duurstede voldoet aan alle kenmerken van de plaats Munna. De 12e eeuwse kroniek van Kamerijk beschrijft deze plaats als volgt: "Er was een plaats, door bossen en moerassen onbewoonbaar, die door de inwoners Mereweda wordt genoemd, waar de rivieren Maas en Wal, een tak van de Renus, samenkomen. Daar woonde voorheen niemand anders dan jagers en vissers". De opgravingen in Wijk bij Duurstede bevestigen deze tekst tot in detail. Het gaat hier om een vissersplaats, niet om een handelsplaats met naast een waterweg, ook belangrijke landwegen. Ook van de vele genoemde kerken, is in Wijk bij Duurstede geen spoor terug gevonden.

Eindelijk wordt ook erkend dat de gevonden paalkoppen een andere functie hadden dan als loopplank. Het waren de palen waarop de vissershuisjes stonden als bescherming tegen de regelmatige overstromingen.


Bovenstaande afbeelding is afkomstig van de Vereniging Oud-Utrecht voor een excursie in Wijk bij Duurstede op 6 juni 2015 waarop duidelijk de functie van de paalkoppen wordt getoond. Het waren de palen waarop de vissershuisjes stonden, precies zoals door Delahaye altijd al was aangegeven.

Bij drie schrijvers wordt de plaats Munna of een omschrijving ervan (een roversnest) genoemd. Deze beschrijvingen komen niet overeen.
  • Alpertus van Metz noemt een plaats in de buurt (op 200 schreden) van de Maas in een moerassige gebied, wat ook de plaats was waar graaf Dirk III zich ophield. Hier wordt door historici aan Boxmeer in Noord-Brabant gedacht.
  • Thietmar van Merseburg en Alpertus van Metz noemen (een ander?) Munna (castellum) 'over de Rijn' dat door historici met Monterberg bij Kalkar wordt vereenzelvigd.
  • Zowel in de Gesta Episcoporum Cameracensium, bij Thietmar van Merseburg en Alpertus van Metz wordt een roversnest (was dit een ander Munna?) genoemd waarvan iedereen aanneemt dat het om het Merwede-gebied (Mereweda-Miriwidu-Meriwido) gaat.
    Het gaat duidelijk over drie verschillende locaties.

    Geen van deze locaties wijzen Wijk bij Duurstede aan; ook de beschrijving in de Gesta Episcoporum Cameracensium wijst niet direct naar Wijk bij Duurstede maar naar het (een?) Merwedegebied. Vraag blijft hoever het Merwedegebied reikte. In de 9e eeuw was er nog sprake van transgressies en westelijk Nederland was nog overstroomd. De ontginningen moesten nog beginnen. Het Merwedegebied in de 9e eeuw kwam in elk geval niet overeen met het huidige Merwedegebied.
    Daarnaast blijft de vraag of de naam Munna gedoubleerd is. Is ook hier sprake van een deplacements historiques?

    Wijk bij Duurstede kan ook geen internationaal bekend geworden handelsplaats geweest zijn. Het was slechts door een enkele nauwe en kronkelige vaarweg van de Oude Rijn te bereiken. De plaats lag temidden van een moerassig en gevaarlijk vaargebied (als er al gevaren kon worden.). Het was, naast een vissersplaats, overigens ook een prima schuilplaats voor rovers en plunderaars, precies wat de kroniek van Alpertus Mettensis vermeldt. Deze plaats van dieven, rovers en ander gespuis terroriseerde de omliggende gebieden. De bisschop van Utrecht had hierover bij de keizer geklaagd. De keizer besloot dat de plaats vernietigd moest worden, wat de bisschop van Utrecht en de hertog van Lotharingen uit zouden voeren. De plaats werd met de grond gelijk gemaakt, de bewoners werden gedood, verdreven of als slaven verkocht. Na 1018 verdween Wijk bij Duurstede van de kaart om pas enkele eeuwen later weer op te duiken als de nieuwe plaats Wick

    In Wijk bij Duurstede heeft men op grond van begraafplaatsen en gevonden skeletten een inwonertal berekend. Het zouden er enkele duizenden zijn. Maar ook hier ging men in de fout. Niet elke dode zal een inwoner van Wijk bij Duurstede geweest zijn. Wat te denken van berovingen, ontvoeringen, moordpartijen waarbij de doden in een massagraf begraven werden? De vernietiging van de nederzetting te Wijk bij Duurstede (Munna) in de 1018 zal met het nodige bloedvergieten gepaard zijn gegaan.

    De grote hoeveelheid gevonden, maar stukgeslagen aardewerk, past ook in dit hele verhaal van Munna. Stukgeslagen of gegooid aardewerk is niet het gevolg van handel, maar van consumptie. Vergelijk de moderne glasbak. Die wordt niet gevuld vanwege de handel, maar vanwege consumptie. In het roversnest Munna is natuurlijk dagelijks flink gegeten en gedronken. Voedsel en wijn werden aangevoerd en bewaard in aardewerken kruiken en kannen. Die kruiken en kannen werden na nutigen van de inhoud gewoon kapot gegooid. Statiegeld hierop bestond nog niet en die roversbende heeft echt niet het fatsoen gekend dit aardewerk netjes te retourneren voor hergebuik, wat wel gebruikelijk was in die tijd.

    Dorestad was in de Karolingische tijd het centrum van de (Frieze) handel. Aangezien de Friezen aan de kust van Het Kanaal woonden, moet ook Dorestad dáár gelegen hebben. Dat Wijk bij Duurstede niet de stad Munna geweest kan zijn wordt ook bevestigd door de opgravingen. Dorestad is een aantal malen door de Noormannen geplunderd. Daarvan is in Wijk bij Duurstede geen spoor van gevonden, vandaar dat mevr. A.Willemsen van de Vikingen een 'vreedzaam handelsvolkje' maakt.


    Wat weten we nu feitelijk echt?
    De opgegraven nederzetting in Wijk bij Duurstede voldoet op geen enkele wijze aan de beschreven kenmerken van de beroemde plaats Dorestad. Slechts door de (onjuiste) interpretatie van de oorkonde uit het jaar 777, waarin Renus en Lockia worden genoemd, kwam men tot deze identificatie. Dat de hier genoemde Renus en Lokia ook werkelijk de Rijn en de Lek zijn, is aangenomen, echter nooit bewezen. De Lek (zie daar) bestond in het jaar 777 niet eens.
    Voor de kenmerken van Dorestad zie het hoofdstuk over Dorestad.

    In veel historische beschrijvingen over Wijk bij Duurstede is steeds tendentieus sprake van "Dorestad". Dat het oude Dorestad hier gelegen heeft, moet nu juist bewezen worden met de opgravingen. En dat is niet gelukt. "De gevonden huisplattegronden zijn allemaal die van boerderijen", schrijft Van Es, de opgraver van Wijk bij Duurstede, waarmee de handelsnederzetting wordt teruggebracht tot een gewone boeren-nederzetting van jagers en vissers, precies zoals de Kroniek van Kamerijk dit beschrijft. In het zogenaamde havengebied, waar dus die internationale handelshaven gelegen zou hebben, is al helemaal geen huisplattegrond teruggevonden. Die zijn allemaal weggespoeld (!?). Wijk bij Duurstede voldoet helemaal niet aan wat in de schriftelijke bronnen over Dorestad vermeld wordt. De Merovingische voorloper is beslist een voorwaarde, immers Dorestad wordt al in 625 een beroemde stad genoemd. De archeologie van Wijk bij Duurstede begint op zijn vroegst ruim 100 jaar later, wellicht zelfs nog later. Het gevonden aardewerk is 9e, misschien zelfs pas 10e eeuws.
    Bij alle interpretaties wordt steeds naar die 8e eeuw toegeredeneerd. Het gevonden aardewerk wordt als 8e eeuw gedateerd, terwijl het zelfde aardewerk in Duitsland (waar het vandaan kwam) ruim 100 jaar later wordt gedateerd.

    De dateringen van Van Es van het aardewerk in Wijk bij Duurstede hebben op andere plaatsen eveneens geleid tot onjuiste dateringen. De dateringen van het aardewerk van Wijk bij Duurstede zijn als uitgangspunt en leidraad bij die dateringen gebruikt. Als de datering van Wijk bij Duurstede onjuist is, zijn ook alle daarvan afgeleide dateringen onjuist.

    De plaats Munna. De plaats Munna was gelegen aan de Merewido en in bezit van de bisschop van Keulen als jacht- en visgebied. Daar heeft dus ongetwijfeld een omvangrijke jacht en visserij plaats gevonden. Dat is ook de enige aannemelijke verklaring voor de gigantische hoeveelheid dierbeenderen en visgraten die in de jaren 1842-1843 in de bodem van Wijk bij Duurstede gevonden zijn. Dat het een vissersplaats was is ook de meest aannemelijke verklaring voor de grote hoeveelheid palen die in de richting van de rivier liepen. Mevr. Willemsen geeft in haar boek over Dorestad aan dat ze geen idee heeft waar die rijen palen voor dienden. Dat hierop planken lagen, waardoor er steigers ontstonden tot wel 200 meter lang, is natuurlijk een opvattingen die niet onderbouwd is. In welke wereldhandelsstad gaat men 200 meter met goederen sjouwen, waar in andere havens de schepen pal naast de kade kunnen aanmeren? Waar ter wereld zie je primitieve volkeren (en de bewoners van 1000 jaar terug kunnen zeker nog primitief genoemd worden) dergelijke steigers aanleggen? Nergens toch? Een andere mogelijkheid die mevr.Willemsen aangeeft is dat er op die plankiers gebouwtjes stonden. En hier zou ze het wel eens juist kunnen zien. Ze denkt aan pakhuizen, winkeltjes en misschien ook woonhuizen, natuurlijk om de optie van handelsplaats te kunnen handhaven. Echter, de meest simpele en logische verklaring is dat hierop hutjes stonden, vissershutjes, zoals je die overal elders in de wereld zag en nog ziet. De mens die van het water leeft, wil immers zo dicht mogelijk op dat water wonen. Het verhaal van pakhuizen en handelskades kan als nonsens gekwalificeerd worden: het waren gewoon vissershutje op palen: paalwoningen. Paalwoningen zoals die in Nederland (vroeger en nu nog: vergelijk Marken) te vinden zijn en per definitie woningen waren van vissers en jagers. Zie afbeeldingen boven op deze pagina.




    Lees het boek "De Ware Kijk Op" en oordeel zelf.