Terug naar de beginpagina. Naar het overzicht in het kort.

In het nieuws!

Regelmatig verschijnen in de media (krant, TV., internet) artikelen over de geschiedenis van ons land tussen de 1e en 13e eeuw. Aanleiding is vaak een archeologische vondst. Steevast wordt de vondst verklaard vanuit de traditionele opvattingen met argumenten die onjuist zijn gebleken. Men kan met Franse kronieken niets bewijzen ten gunste van Nederland uit de 8e of 9e eeuw, waar het duidelijk over Frankrijk gaat.

Hiernaast enkele voorbeelden van berichten en artikelen die in het nieuws verschenen. Eronder het commentaar erop.


Van de meeste van deze berichten hoor je vervolgens niets meer. Archeologische rapporten erover verschijnen niet. Het verdwijnt 'in een bureaula' zoals zoveel zaken.
Er komt geen of slechts sporadisch een weerwoord tegen de voorbarige conclusies die in deze berichten zijn getrokken.
Wat erger is: de toon is weer eens gezet, de stemming gemaakt en de mythe wordt vervolgens een nieuwe historische waarheid.
Met historische wetenschap heeft het weinig van doen.

Het gaat als zo vaak in historische Nederland: er wordt veel beweerd, maar niets bewezen.

Op deze artikelen reageer ik vervolgens met een ingezonden brief om de fabel te weerleggen, o.a. naar het Algemeen Dagblad waar deze artikelen in verschijnen. Bij uitzonderen wordt mijn reactie geplaatst. Het zou toch getuigen van de juiste journalistiek als de media hoor en wederhoor zouden toepassen. Waarom wordt een podium gegeven aan fabelogen en worden echte kenners vervolgens niet gehoord en verzwegen?


Een wel geplaatste brief in het AD.
Klik op de afbeelding voor een vergroting.
Regelmatig verschijnen in de media (AD/AC=Algemeen Dagblad/Amersfoortse Courant) berichten over het verleden van Nederland die ver van de historische waarheid staan. Ingezonden broeven van mijn kant worden helaas meestal niet geplaatst. Onbelangrijk? Niet interessant voor de lezers? Of is het censuur? Is de gevestigde macht van musea en VVV's toch belangrijker dan de kritiek erop van de deskundige lezer? Voorbeelden van ingezonden en (te vaak niet) geplaatste brieven:
  1. Afkomstig uit Frans-Vlaanderen.
    Bij het busongeluk bij Calais van Nederlandse scholieren op 1 juni 2017, had de burgemeester van Bourbourg volgens enkele media iemand hebben moeten inschakelen die Engels sprak. De scholieren en begeleiders spraken zelf naar het schijnt geen of te weinig Frans, waardoor de opvang en begeleiding moeilijk was.
    Blijkbaar is bij deze burgemeester (en veel anderen) niet bekend dat in de Westhoek, de voormalige Zuidelijkste Nederlanden, ruim 200.000 mensen nog steeds Nederlands spreken. Enkele organisaties zoals de Vereniging Zannekin zijn juist bezig het Nederlands, dat er zelfs verboden is geweest en door het Frans verplicht verdrongen werd maar nooit geheel verdween, als cultureel erfgoed weer als volwaardige taal te herstellen. Ook op veel scholen, zelfs op de Universiteit van Rijssel, wordt nog steeds het Nederlands onderwezen. In die streek van Frans-Vlaanderen waar ooit de Beeldenstorm begon, kun je nog steeds met het Nederlands terecht, zeker onder de wat oudere bevolking, maar ook bij steeds meer jongeren die op school Nederlands hebben gekregen.
    Frans-Vlaanderen staat aan de bakermat van de Gouden Eeuw. Niet alleen de zogenaamde typische Hollandse tradities als de tulp, de klompen en molens zijn uit Frans-Vlaanderen afkomstig, maar ook het haringkaken en het lied "Al die willen te Kaapren varen". Ook de auteur van het Wilhelmus, Petrus Datheen (Cassel 1531-1588) kwam uit Frans-Vlaanderen en was een van de belangrijkste raadsmannen van Willem van Oranje. Maar ook Carolus Clusius (geb.Atrecht 1526-1609), de befaamde plantkundige van de Hortus Botanicus in Leiden, en Petrus Plancius (geb.Dranouter 1552-1622) de cartograaf en een der oprichters van de VOC. en leermeester van Willem Barendsz, kwamen uit Frans-Vlaanderen. Daarnaast was Maria de la Queillerie (Leie 1629-1664), vrouw van Jan van Riebeeck. de eerste Europese vrouw op Kaap de Goede Hoop. Ook zij kwam uit Frans-Vlaanderen. Adriaan de Berghes, heer van Olhain, (1535-1572), Guislain de Fiennes, heer van Lumbres, (ca. 1533-1577) waren twee admiralen van de watergeuzen en Gautier Herlin, was een niets ontziende watergeus uit Valencijn, (ca. 1541-ca. 1575), die allen hebben meegevochten om Nederland van de Spanjaarden te bevrijden. Pieter l'Oyseleur de Villiers (uit Rijsel, ca. 1530-1590) was hofpredikant van Willem van Oranje en diens meest invloedrijke raadgever. Zij kwamen allen uit Frans-Vlaanderen en hebben door hun inbreng Nederland mede de Gouden Eeuw bezorgd.
    Maar er kwam meer uit Frans-Vlaanderen, naast de predikers Willibrord en Bonifatius en veel plaatsnamen (zie de deplacements historiques) en wel de Nederlandse taal!
    De oudste versregels in het Nederlands zijn dan wel gevonden in Engeland, maar de schrijver ervan (een Vlaamse monnik waarvan we alleen de voornaam Willem kennen) was afkomstig van de abdij van Sint-Omaars. Zie verder bij Diets.

  2. Goudschat Lienden.
    In AD/AC van 3 juni 2017 is sprake van de vondst van gouden munten te Lienden, waarmee men de Romeinse geschiedenis in ons land wil oprekken tot in de 5e eeuw. De conclusies die de archeologen trekken zijn voorbarig en er is het nodige op aan te merken. Het 'unieke' waarover gesproken wordt geeft al aan dat hier sprake is van een uitzonderlijke vondst. Bovendien geeft men aan dat de papieren bronnen iets anders beweren, dan dat daarmee de Franken zouden zijn 'omgekocht' om de grensverdediging op peil te houden. Wat viel er te verdedigen in midden Nederland en tegen wie? In de 5e eeuw verbleven de Franken in Zuid-België en Noord-Frankrijk (waar Doornik hun hoofdstad was) en waar toen ook de noordelijke Romeinse grens lag vanaf Het Kanaal via Bavay naar Keulen. Nederland was al sinds 260 door de Romeinen verlaten. Bovendien bewijs je met verplaatsbare objecten als munten niets anders dan dat iemand die daar verstopt of verloren heeft. Dat kan eeuwen later gebeurd zijn dan de sluitmunt aangeeft. Zelfs in de Karolingische tijd waren Romeinse gouden munten nog in omloop, niet als betaalmiddel maar meer als beleggingsmiddel. Romeinse legionairs bezaten in elk geval geen gouden munten. Hoeveel en welk wisselgeld kreeg men terug als men een brood betaalde met een gouden munt? De conclusies van de archeologen zijn onjuist, waarmee weer een nieuwe mythe wordt gecreëerd.

  3. In Nijmegen is men van plan om de Donjon op Het Valkhof te (her-)bouwen.
    Dat moet men zeker doen, want er is geen beter bewijs van het begin van Nijmegen na de Romeinse tijd. Onjuist wordt er gerefereerd aan de palts die Karel de Grote er gehad zou hebben en dat Nijmegen de oudste stad zou zijn. Dat zijn beide historische miskleunen zo groot als de Waalbrug. Karel de Grote heeft nooit een palts gehad in Nijmegen. Zijn Noviomagus was de Franse stad Noyon waar hij op 9 oktober 768 gekroond is tot Koning der Franken en een nieuw paleis liet bouwen. Laten ze die Donjon maar bouwen. Het geeft precies de tijd aan dat Nijmegen uit de mist van de historische mythen na een korte Romeinse occupatie weer ontstond. Tussen de 3e en 12e eeuw bestond Nijmegen niet eens. Geen enkel bericht, geen enkele archeologische vondst bewijst dat Nijmegen als stad of nederzetting tussen ca. 250 en ca. 1100 heeft bestaan. De Donjon stamt uit de tijd van Frederik Barbarossa (12e eeuw) wat historisch volkomen juist is. En zoals Barbarossa op de gedenksteen liet zetten, was zijn paleis een vervolg op de Romeinse tijd. Hij vermeldt Karel de Grote op deze gedenksteen niet, terwijl hij een groot bewonderaar en navolger van hem was. Het was ook Barbarossa die Karel de Grote heilig verklaarde, wat overigens door de paus in Rome niet gevolgd werd. Die wist wel beter. Of de herbouw van de Donjon cultuur-historisch verantwoord is blijft een terechte vraag. Het geeft wel weer aan dat het bij Nijmegen helemaal niet om de historische waarheid gaat, maar om de inkomsten van het toerisme.
    Dat Nijmegen de oudste stad van Nederland zou zijn is net zo onbewezen als de aanwezigheid van Karel de Grote ter plaatse. Ooit zonder enig bewijs gedeponeerd door Jan Thijssen, die toch geen kennis van zaken verweten kan worden. Uit mededelingen van het (voormalig) Nijmeegs museum Commanderie van St.Jan (nu museum Het Valkhof) blijkt dat Nijmegen (en ik citeer) "als stad ten onder is gegaan aan het eind van de derde eeuw en er pas in de 13e eeuw weer een nederzetting van enige omvang was". Wie houdt nu wie voor de gek? Nijmegen oudste stad? Nijmegen foutste stad zal men bedoelen. Met de herbouw van die Donjon maakt men dat weer waar met een volgende miskleun. Nep dus. De geschiedenis van Nijmegen bevat meer nep, zoals de naam Noviomagus voor die stad (ook nooit aangetoond met klare bewijzen) of het opvoeren van een Bisschop van Nijmegen, die van Noviomagus=Noyon bleek te zijn. Voor de ware geschiedenis van Nijmegen verwijs ik graag naar het hoofdstuk over de ware kijk op Nijmegen.
    En zoals in Archeolbrief 4 van december 2015 staat, vallen er heel wat 'kanttekeningen bij de bewoningscontinuïteit van de oudste stad' te plaatsen en heeft Nijmegen 'een problematische chronologie'. Meer hierover lees je bij Nijmegen

  4. Wijk bij Duurstede zou Dorestad zijn.
    Wanneer houdt men nu in Nederland eens op met het promoten en in stand houden van mythen? Besteed je tijd en geld aan nuttige zaken. Nu wil men een 'inspirerend pelgrimspad' tussen Utrecht en Dokkum realiseren ter gelegenheid van de aankomst van Bonifatius op het vaste land van Europa. (AD/AC 3 maart 2017) Dat Bonifatius aankwam in Europa en wel in Dorestad is een historisch feit. Echter dat was niet in Nederland. Bonifatius en voor hem Willibrord en vele anderen staken vanuit Engeland over, precies op de plaats waar nu de Kanaaltunnel ligt. Dát was de gebruikelijke oversteekplaats sinds Julius Caesar. Ook hij stak daar over. De hele geschiedenis die uitgegaan is van de verkeerde veronderstelling dat Julius Caesar vanuit de Betuwe zou zijn overgestoken. Deze onjuist veronderstelling ligt ten grondslag aan vele onjuiste opvattingen in de Vaderlandse geschiedenis. Dat Wijk bij Duurstede Dorestad zou zijn is zo'n onjuiste veronderstelling. Daar is geen enkel bewijs voor. Zelfs de archeoloog W.A. van Es die ooit het oude Wijk bij Duurstede opgegraven heeft, erkende dat er geen strikt bewijs gevonden was voor de determinatie Dorestad. Laten we die mythe nu eens eindelijk uit de geschiedenisboekjes schrappen. Zowel Bonifatius als Willibrord, maar ook Karel de Grote of de Noormannen zijn nooit in Nederland geweest. Alles wat over hen verhaald wordt moet in Noord-Frankrijk geplaatst worden. In hun tijd was Nederland één groot moeras- en waddengebied. Dat bewijst ook de recente tv-serie "Als de dijken breken". In de 8e eeuw was juist het gedeelte waar men deze geschiedenis wil plaatsen geheel ontoegankelijk.

  5. In AD/AC van 2 januari 2016 wordt de aloude fabel omtrent Wijk bij Duurstede weer eens herhaald. Bonifatius kwam dan 1300 jaar geleden aan op het vasteland van Europa en wel in Dorestad, maar dat was beslist niet in Wijk bij Duurstede. Uit alle kenmerken in verschillende klassieke teksten genoemd, blijkt dat Dorestad aan de kust van het Kanaal lag, vlak bij de plaats waar ook Julius Caesar en velen na hem naar Engeland of het vasteland overstaken. Dorestad(um) was een oude en belangrijke stad, had een castrum, was een versterkte stad met zeehaven, lag op de oever van het Almere, in het land van de Fresones, aan de kust en aan de monding van de rivier, bezat vele kerken en kloosters, veel priesters en nonnen en veel armen, had een eigen muntslag en koninklijke tol en is een periode bisschopsstad geweest. Dorestad lag bovendien in Gallië en in West-Francia en lag tussen Sainte-Maixence en Amiens èn tussen Colonia (Coulogne) en Atrecht (Arras). Al deze kenmerken zijn helemaal niet van toepassing op Wijk bij Duurstede, dat ver landinwaarts lag aan de ondiepe en kronkelige Rijn. De opgravingen in Wijk bij Duurstede hebben juist aangetoond dat ter plaatse een dorp van vissers en jagers lag. Overigens lag het klassieke Dorestadum juist niet aan de Rijn, maar aan de monding van de Aa. Alle hiervoor genoemde kenmerken worden door de fabelogen dan ook altijd verzwegen om Dorestad vooral met Wijk bij Duurstede te kunnen vereenzelvigen. De echte kenners van de bronnen weten wel beter. Wijk bij Duurstede heeft net zo weinig te maken met Bonifatius als Dokkum. De moord op Bonifatius vond plaats bij Dockinchirica wat niet Dokkum was maar Duinkerken, eveneens in West-Francia gelegen. Het zijn enkele van de vele hardnekkige mythen die men graag in stand blijkt te houden omdat men dat nu eenmaal ergens gehoord of gelezen heeft. Slechts weinigen onderzoeken verder hoe het werkelijk zit en komen dan tot heel andere conclusies. Of meent U nog steeds dat Willem van Oranje die befaamde woorden bij zijn moord ook werkelijk heeft uitgesproken, terwijl recent onderzoek heeft aangetoond dat hij op slag dood was?

  6. Inderdaad een mooi object waarbij je je fantasie kunt gebruiken. (Beton en fantasie brengen Castellum Fectio tot leven, AD/AC 27 okt.2016) Dat de Romeinse resten in Vechten ooit de naam Fectio gedragen heeft, is net zo'n grote fantasie. Het castellum Fletione, dat is de naam die op de Peutingerkaart staat, lag aan de Romeinse Limes, een grens uit de 4e eeuw. Toen was er geen Romein in Nederland meer aanwezig, laat staan dat ze er nog forten bouwden.
    De Geograaf van Ravenna uit de 7e eeuw plaatst Fletione in Patavia in Gallia Belgica Alobrites, twee locaties waar de plaats Vleuten niet aan voldoet. Het echte Fletione was de Franse plaats Fléchin op 9 km van Terwaan, inderdaad in Patavia (dat niet de Betuwe is) en in Gallia. Met een altaarsteen uit Doornik waarop overigens Fectione staat, wordt "bewezen" dat Vechten in de Romeinse tijd Fectio heette. En omdat Fectio niet op de Peutingerkaart staat, want daar staat Fletione, zou de Peutingerkaart dus fout zijn volgens enkele historici (o.a. Bechert en Willems). Door de Peutingerkaart fout te verklaren krijgt Nederland zijn Romeinse geschiedenis. Het is de gebruikelijke gang van zaken in de Nederlandse historische geografie.

  7. Dat de heer Zomer met anderen veel plezier beleeft aan zijn re-enactment (AD/AC 6 aug.2016) is leuk voor hem, maar zijn verhaal heeft weinig met de historische werkelijkheid te maken die hij wel probeert te schetsen in dit artikel. Wij speelden vroeger ook 'cowboytje en indiaantje' wat ook geen enkele relatie had met de echte geschiedenis. Er moet een onderscheid gemaakt worden tussen de vele later ontstane mythen rondom de Vikingen met een hoog Wiki de Viking gehalte en de historische werkelijkheid zoals we die kennen uit de geschreven bronnen. De Northimanni (vaak als Noormannen vertaald, maar ook onjuist als Vikingen gezien) horen thuis in de 8e en begin 9e eeuw, de Vikingen in de 10e en 11e eeuw. Het is alsof je de inval in ons land van de Fransen in 1795 en die van de Duitsers in 1940 als gebeurtenissen door hetzelfde volk zou willen bestempelen. Daar zit wel anderhalve eeuw tussen, net als tussen de Northimanni en de Vikingen. De Northimanni waren nietsontziende plunderaars afkomstig uit het Middellandse zeegebied, die gericht op het Christelijke westen moorden, brandstichten en plunderden. Hun drakenschepen (liburnen) staan steeds onjuist model als Vikingschip. De Vikingen waren ontdekkingsreizigers en handelaars uit de Scandinavische landen en voeren niet in drakenschepen, net zo min als ze helmen droegen voorzien van hoorns. De in het artikel genoemde Saksen woonden niet in ons land, maar in de 8e eeuw aan de kust van het Kanaal waar toen de Northimanni actief waren. De Saksen zijn als bevolkingsgroep door Karel de Grote na een grote moordpartij met een etnische zuivering gedeporteerd naar Duitsland, wat in de eeuwen daarna (met name door de Kerk) angstvallig is verzwegen of door de historici totaal verkeerd is begrepen. Daarmee is helaas wel het grote misverstaan begonnen en zijn de vele mythen ontstaan. Deze blijken nog steeds leidend in de historische geografie van West-Europa en zeker in de geschiedenis van Nederland. Als de heer Zomer en anderen de ware geschiedenis van ons land, ontdaan van alle mythen, willen leren kennen, kan men die vinden op www.noviomagus.info.

  8. "Het Utrechts Psalter is thuisgekomen" (AD/AC 22-10-2015) is net zo'n grote mythe als zou St.Willibrord bisschop van Utrecht zijn geweest. Het Psalter is een geïllumineerd handschrift uit de negende eeuw, dat vervaardigd is in de abdij van Hautvillers (bij Reims) in Frankrijk. Het 'thuis' van het psalter is dus Frankrijk, hetzelfde Frankrijk waar ook St.Willibrord thuis hoort. Dat het 'ongetwijfeld gemaakt is voor een koning of heerser' is een volgende onbewezen aanname. Abdijen maakten in die tijd handschriften voor eigen gebruik, niet voor anderen. De traditionele geschiedenis van de Nederlanden in het eerste millennium is met de immigraties van de ontginners vanuit Frankrijk naar Nederland gekomen. Het heeft echter geen enkele historische relatie met ons land. Net als het vermeende maar nooit bestaande paleis van Karel de Grote in Nijmegen, berust het op één grote mythe. Dat de gevestigde historici dit maar steeds niet willen erkennen heeft alles te maken met reputatieschade en eigenbelang. St.Bonifatius, St.Willibrord, Karel de Grote en de Noormannen zijn voor Nederland volkomen legendarisch. Ze zijn nooit in Nederland geweest!

  9. In AD.van 27 aug.2015 is in de katern stad & regio sprake van een Romeins schip als blikvanger in Castellum Hoge Woerd. Het betreft het schip bekend onder de naam Meern 1, waarvan vermeld wordt dat het een unieke vondst betreft. Dat het om een 'Romeins' schip zou gaan is een onbewezen aanname. Het is dan wel een schip uit de Romeinse tijd, maar de Romeinen maakten steeds gebruik van binnenlandse schippers voor hun transporten. Uit het feit dat alle in Nederland gevonden zogenaamde Romeinse schepen verschillend zijn, mag men al afleiden dat het niet om een massa-product ging, maar om een eenmalig zelf gemaakt exemplaar. Er mag best wat meer de nadruk op gelegd worden dat de bewoners van ons land ook toen al scheepvaartkundige schippers waren, die ingehuurd werden o.a. voor Romeinse transporten. Vraag is ook of er ooit een Romein aan boord is geweest, aangezien van de Romeinen bekend is dat zij behoorlijk angstig waren in die gammele bootjes. Het naamkaartje 'Romeins' is dan ook erg suggestief en dient ervan verwijderd te worden.

  10. Het is natuurlijk leuk voor de toerist in Woerden om een vaartochtje te kunnen maken in een replica, maar met Romeins heeft dit niets te maken.(AD/AC 17 april 2015) Met de suggestieve betiteling van 'Romeins' wil men de reeds lang achterhaalde geschiedenis weer oprakelen. De Romeinen hielden niet van varen. Dat lieten ze graag aan de plaatselijke bevolking over. Alle in Nederland gevonden zogenaamde Romeinse schepen waren dan ook inlandse (vissers-)boten van de plaatselijke bevolking, die met transporten voor de Romeinen wel eens wat bijverdienden. Lees de opgravingsverslagen er anders eens op na. De boten van Kapel Avezaath, Druten, het al veel eerder gevonden wrak uit de Romeinse Rijn bij Vechten, en natuurlijk de roemruchte schepen van Zwammerdam waren allemaal gewone inlandse schepen. Daar zijn de archeologen het wel over eens.
    Het getuigt van eenzelfde onjuiste opvatting om Woerden maar steeds Laurium te blijven noemen. Daar is geen enkel bewijs voor. De naam van Romeins Woerden is onbekend, aangezien het Romeinse Lauri(um) van de Peutingerkaart de Franse plaats Lumbres was. Het gebrek aan historische kennis toont zich ook als men Vikingschepen blijft afbeelden met een drakenkop of bij Vinkingen hoorns op de helmen plaats. Wanneer gaan we in Nederland nu eens de ware geschiedenis hanteren en niet die enkele fabelschrijvers hebben bedacht?
    De Bataven, St.Bonifatius, St.Willibrord, Karel de Grote en de Noormannen en de hele geschiedenis die daarmee samenhangt, zijn voor Nederland volkomen legendarisch. Ze zijn nooit in Nederland geweest.
Tielse grond geeft Vikingvondst prijs (AD. 5 jan.2015)
In afgevoerde grond vanuit Tiel zijn vondsten gedaan die de Dreumelse archeoloog Nils Kerkhoven als een Vikingschat kwalificeert. In het betreffende artikel wordt de handelsrelatie met Deventer en Dorestad weer eens opgevoerd om het betoog te onderbouwen. "Stomtoevallig kwam een deel van de grond vlakbij het huis van Kerkhoven in Dreumel terecht. Het was het eerste transport van de afgegraven grond afkomstig uit Tiel".

Commentaar:
Uit het hele verhaal blijkt het om een danig verstoorde 'opgraving' te gaan, voor archeologische interpretaties dan ook volkomen ombruikbaar. Juist het belangrijkste, de vondstomstandigheden, zijn niet meer te achterhalen. Niet alleen de vondst, maar juist de locatie van de vondst, de laag waarin het relict zich bevond, zijn belangrijk voor archeologisch onderzoek. Hier is slechts sprake van een verstoorde vondst waaraan geen enkele archeologisch datering gegeven kan worden. Sieraden uit verstoorde grond, kunnen ook eeuwen later pas daarin terecht zijn gekomen.
Archeologisch zijn over deze vondst nog wel enkele discussie te voeren, voordat ze aan Vikingen gekoppeld kunnen worden. Zo blijkt de vondst uit de eerste toplaag van de afgraving afkomstig te zijn. Deze kan dus ook vrij recent pas in de grond geraakt te zijn.
Overigens is van een Vikingaanval op Tiel ook nooit sprake geweest. Daarvoor ontbreekt elk bewijs. In de tekst van Alpertus Mettensis uit 1006 die hiervoor wel eens wordt opgevoerd, is geen sprake van Vikingen, maar van 'pirates'. En pirates of rovers kan op iedereen betrekking hebben.
Zonder gedegen wetenschappelijk onderzoek is de conclusie van Kerkhoven erg voorbarig.

Bij dit hele verhaal van Kerkoven mag niet vergeten worden wat er tot dusverre over archeologische vondsten in Tiel bekend is. We wijzen daarbij op de opgravingen in Tiel aan de Koornmarkt, te Tiel-Dominicuskwartier en Tiel-Passewaaij, te vinden elders op deze website o.a. in het hoofdtuk 'Archeologie', .

Caesar was hier! (AD.11 dec.2015)
Dit verhaal is afkomstig van historici die toch beter zouden moeten weten en dat ook wel weten, maar omwille van de mythe er enkele leugens en onjuiste veronderstellingen op na houden.
Zie verder op Was Julius Caesar toch in Nederland?

Rijke vondst op Oude Schans (ADAC.3 dec.2015)
Welk dorp is ouder: Bunschoten of Spakenburg? Archeologen men op grond van enkel losse vondsten dat de dorpen net zo oud zijn en dat Spakenburg niet zo arm was als altij gedacht. Met munten uit de 14e eeuw, een gevonden Mariabeeldje uit de 14e eeuw en een metalen pot meent men dat te kunnen bewijzen.

Commentaar:
Bij de opgravingen in Oude Schans in Spakenburg maken archeologen weer de gebruikelijke fout door enkele losse vondsten meteen te koppelen aan een nederzetting of bewoning. Zonder schriftelijke bevestiging kan uit een enkele losse vondst geen enkele conclusie getrokken worden. Iedereen kan overal van alles verloren zijn, zelfs eeuwen na de datum van productie van het relict. De conclusie dat Spakenburg niet zo arm was als gedacht is een even onjuiste. Wie zegt dat die voorwerpen door Spakenburgers verloren zijn en niet door Bunschoters of anderen die er verbleven of per schip langs voeren? Is een Belgische Euromunt die men ergens vindt altijd van een Belg of altijd door een Belg verloren? Ben je met zo'n vondst ook in België? Volgens deze archeologen wel.
De ontginningen in het gebied ten noorden van Amersfoort geven duidelijk aan dat die van zuid naar noord plaats vonden. De omgeving van Bunschoten werd eerder ontgonnen dan Spakenburg dat ten noorden ervan ligt en waarbij bewoning op het iets hoger en droger gelegen Bunschoten dan ook eerder plaats gevonden zal hebben dan in het later ontgonnen en ook lager gelegen Spakenburg. In 1916 werd dat wel bevestigt door de toen voorgekomen overstromingen van dit gebied.
Het is wel duidelijk dat de geschiedenis gebaseerd op schriftelijke bronnen dan ook niet herschreven zal hoeven te worden, ondanks wat archeologen ervan vinden. Bunschoten wordt hierin eerder genoemd dan Spakenburg.

Uniek Utrechts Psalter tentoongesteld (AD. 22 okt.2015).
In het betreffende artikel wordt vooral stilgestaan bij het unieke van dit Psalter dat op de Unesco erfgoedlijst staat. Er wordt nog wel vermeld dat het handschrift in een klooster bij Reims gemaakt is, maar neregens wordt de betekenis ervan vermeld.

Commentaar:
"Het Utrechts Psalter is thuisgekomen" (AD/AC 22-10-2015) is net zo'n grote mythe als zou St.Willibrord bisschop van Utrecht zijn geweest. Het Psalter is een geïllumineerd handschrift uit de negende eeuw, dat vervaardigd is in de abdij van St.Riquier bij Abbevillen en via de abdij te Hautvillers (bij Reims) in Frankrijk in Engeland terecht kwam. Via de Engelse gravelijke familie Stafford kwam het Psalter in 1716 in bezit van de Universiteit van Utrecht. Het 'thuis' van het psalter is dus Frankrijk, hetzelfde Frankrijk waar ook St.Willibrord thuis hoort. De naam Psalter van Utrecht is dus onjuist en misleidend.
Dat het 'ongetwijfeld gemaakt is voor een koning of heerser' is een volgende onbewezen aanname. Abdijen maakten in die tijd handschriften voor eigen gebruik, niet voor anderen.
De traditionele geschiedenis van de Nederlanden in het eerste millennium is met de immigraties van de ontginners vanuit Frankrijk naar Nederland gekomen. Het Psalter heeft echter geen enkele historische relatie met ons land, wat wel aangetoond wordt met de wijnbouw en andere zaken in het Psalter. Net als het vermeende maar nooit bestaande paleis van Karel de Grote in Nijmegen, berust het op één grote mythe. Dat de gevestigde historici dit maar steeds niet willen erkennen heeft alles te maken met reputatieschade en eigenbelang. St.Bonifatius, St.Willibrord, Karel de Grote en de Noormannen zijn voor Nederland volkomen legendarisch. Ze zijn nooit in Nederland geweest!
Het feit dat dit Psalter afkomstig is uit Frankrijk wordt naar de achtergrond verdrongen door vooral "Utrecht" te vermelden. Dit Psalter geeft haarfijn aan waar de traditie van Utrecht vandaan komt en wel uit Frankrijk. De herkomst van het Psalter geeft ook aan waar de traditie van St.Willibrord en St.Bonifatius vandaan kwam: uit Frankrijk. Zie verder op St.Willibrord, apostel der Friezen.

Unieke muntschat in Drenthe.
In Drentse bodem zijn 47 gouden munten uit de zesde eeuw gevonden. Het gaat volgens de provincie Drenthe en het Drents Museum om 'een voor Nederland unieke archeologische vondst', maakten zij donderdag bekend.
Het gaat om de grootste 6e-eeuwse muntschat van Nederland. De munten hebben een Romeinse, Byzantijnse, Ostrogotische of Frankische oorsprong. De jongste munt werd geslagen in het jaar 541. De schat werd waarschijnlijk rond 550 na Christus in de Drentse bodem begraven. Over de context is nog weinig bekend. Gezien de grote waarde zijn ze waarschijnlijk in bezit geweest van iemand die tot de regionale elite behoorde, aldus het museum.

Commentaar:
De schat mag de bewondering van iedereen wekken, de conclusies die men trekt zijn voorbarig, dus onjuist.

Dat mag blijken uit het volgende:
  • Het is een unieke archeologische vondst, dus nooit eerder ergens gevonden. Dan is er ook geen vergelijking mee te maken.
  • Dat de schat op de aanwezigheid van regionale elite wijst is eveneens voorbarig. Als er elite was geweest in deze regio was er wel meer schatten van dergelijke omvang gevonden.
  • De schat zal ooit zeker toebehoord hebben aan een rijk iemand, echter de elite stopt zijn spaarpotje niet in de grond. Tenzij hij op de vlucht is en an elders komt. Zijn buit in de grond stoppen kan men eerder van een dief verwachten als hij achterna gezeten wordt. Die dief is dus gepakt, terechtgesteld maar heeft zijn verstopplek geheim weten te houden. Daarom werd de schat toen niet en nu wel gevonden met de moderne hulpmiddelen zoals een metaaldetector.
  • Het gaat om gouden munten. Deze wijzen allerminst op handel (wie kon dat wisselen op de markt?) slechts op een spaarpotje van iemand.
  • De datering op de 6e eeuw is eveneens voorbarig. Aangezien de schat ook Romeinse (uit de 1e eeuw), zelfs Byzantijnse munten (dus van ver) bevat is deze over een lange periode bij elkaar gespaard. Deze munten kunnen ook nog eeuwen nadat de munten geslagen zijn, geroofd of verstopt zijn. Munten hielden lange tijd hun waarde, zeker gouden munten. En die waren voor roverende dieven een aantrekkelijke prooi. Gouden munten uit die tijd zijn momenteel nog steeds kapitalen waard.

    Het betreft hier dus een geroofde en verstopte buit, die de dief niet meer heeft op kunnen halen. Er zijn geen conclusies over een eigenaar (de z.g. elite?) of een datering (6e eeuw?) uit af te leiden.

    Nijmegen de oudste stad van Nederland?
    Regelmatig duikt Nijmegen op in de media waarbij steevast vermeld wordt dat het om de oudste stad van Nederland zou gaan. Als men het maar vaak genoeg blijft roepen en er geen weerwoord komt, zou men ook nog gaan denken dat het zo is. Niets is minder waar!

    De tegenargumenten zijn duidelijk genoeg.
    1. Dat Nijmegen van keizer Trajanus stadsrechten zou hebben gehad is een onbewezen aanname. De stad Noviomagus die van Trajanus stadsrechten kreeg was de Duitse stad Neumagen, waar Trajanus wel stadhouder was. In Nijmegen is hij nooit geweest, laat staan dat hij er zeggenschap zou hebben gehad. Op het moment dat Trajanus Nijmegen stads(markt-)recht gegeven zou hebben, was hij in Dacië waar hij tussen 101 en 107 n.Chr. de Dacische oorlogen voerde.
    2. De Nederlandse historici blijken nog steeds geen onderscheid te kunnen maken tussen een van de 12 Noviomagi uit de Romeinse tijd en haspelen deze regelmatig door elkaar met alle foutieve opvattingen tot gevolg. Dat Nijmegen in de Romeinse tijd Noviomagus geheten zou hebben, is eveneens een foutieve en feitelijk nooit bewezen veronderstelling. Daar is geen enkele bewijs voor. De naam Noviomagus is er op geen enkel Romeins relict aangetroffen. De steen met dit opschrift waar men in Nijmegen mee schermt, is afkomstig uit Zuid-Duitsland (Pfünz).
    3. In de continuïteit van de geschiedenis van Nijmegen ontbreken ruim 8 eeuwen: het in historische kring bekende maar angstvallig verzwegen "Gat van Nijmegen". Hoezo oudste stad als er 8 eeuwen van bewoning ontbreken? Nadat de Romeinen ons land en ook Nijmegen verlaten hadden in de 3e eeuw, kwam er pas in de 11e eeuw weer bewoning op gang. Dat wordt niet alleen door Museum Het Valkhof zelf verklaard, maar ook archeologisch ontbreekt in Nijmegen elk spoor van bewoning tussen de 3e en 11e eeuw. Van Karel de Grote weet inmiddels iedereen dat hij daar nooit geweest is. Van zijn vermeende paleis is nooit één steen gevonden. Ook "Het Bronnenboek van Nijmegen" (zie aldaar) laat dit gat zien. Tussen de 3e en 8e eeuw vertoont het zowiezo al 5 eeuwen met niets. Daar moet nog de Karolingische periode aan toegevoegd worden en het grote gapende gat in de bewoningscontinuïteit is levensgroot zichtbaar. Slechts enkelen blijven tegen beter weten in de niet aanwezige continuïteit als de waarheid verkondigen.
    De bewoners van Nijmegen (de Bataven?) zouden van Keizer Trajanus ter compensatie van het verlies van handel en inkomsten bij het vertrek van de Romeinen in 104 n.Chr. dat marktrecht hebben verkregen. Tenminste dat is de algemene opvatting ooit bedacht door prof.dr.J.E.Bogaers. Behalve dat er geen enkel bewijs is voor deze veronderstelling, is het natuurlijk te infantiel voor woorden. In deze opvatting van Bogaers zitten minstens 4 kapitale denkfouten:
    1. Alsof het de Romeinen een zorg zou zijn geweest wat er met de plaatselijke bevolking zou gebeuren na hun vertrek, nog afgezien van het feit dat er geen plaatselijke bevolking was.
    2. Dat er toen Bataven woonden in Nijmegen is een nooit bewezen opvatting. De Bataven woonden in Noord-Frankrijk waar Béthune hun hoofdstad was. (Zie verder de boeken van Albert Delahaye, waarin dat haarfijn en onweerlegbaar wordt aangetoond).
    3. Dat de Bataven handel dreven is een misvatting. Dat ze zo hier en daar wel eens wat goederen ruilden met de Romeinen (ganzen voor platanen.) is bekend, maar echte handelaars waren het niet.
    4. En dan dat marktrecht? Handel met wie? In heel Nederland was verder geen bewoning. Met wie zouden de Bataven na het jaar 105 handel hebben moeten drijven? Daar is, ook archeologisch, geen enkele bewijs voor. De Bataven waren geen handelaars!
    De oudste stad van Nederland met een aantoonbare continuïteit blijft onbetwist Maastricht.


    Vondst kasteel uit 1100.
    16-08-2011.

    NIJKERK - Een fraaie middeleeuwse vondst, waaraan een soapverhaal vastzit. Zo omschrijft de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed de ontdekking van een oude vesting bij de buurtschap Appel tussen Barneveld en Nijkerk. De vondst wordt aangemerkt als archeologisch rijksmonument. De dienst stuitte op de resten van een walburg, een versterking met wallen, grachten en restanten van houten gebouwen. Het complex meet 100 bij 65 meter. Een vondst van die omvang is zeldzaam, zegt de rijksdienst.
    Het middeleeuwse kasteel was eigendom van de Hamalandse graven, die de Veluwe, de Achterhoek en de IJsselstreek tot hun territorium rekenden. Toen de zoon van graaf Wichman van Hamaland in 970 overleed, schonk de graaf de vesting en bijhorende hofboerderij aan een klooster. Zijn twee dochters waren het daar niet mee eens en voerden een verbitterde strijd. ‘Een middeleeuwse GTST’, aldus de rijksdienst.
    Er is vrijwel niets meer te zien van het middeleeuwse kasteel. De ontdekking van een vreemde vorm in het landschap leidde tot de vondsten, die dateren uit de periode 970-1600 en volgens de dienst bewijzen dat Appel destijds een bestuurlijk en economisch centrum was, zoals men in 2009 op basis van eerste onderzoeksgegevens al meldde.

    Commentaar: Een vreemde vorm (?) in het landschap leidde tot bovenstaand relaas. Het is inderdaad een soapverhaal, maar dan van de Rijksdienst. De datering is bewust vrij ruim gehouden, dan kun je immers alle kanten uit, maar van een kasteel uit de 1100 kan beslist geen sprake zijn. Het was waarschijnlijk gewoon een nederzetting (het begin van Nijkerk?) met een aarden wal. De aangehaalde adelijke familie hoort er in elk geval niet thuis. Dus op grond daarvan kan al de conclusie getrokken dat het niet om een 'kasteel' gaat. Die waren overigens in die tijd van steen en zeker niet van hout!
    De genoemde graaf Wichman van Hamalant wordt vermeld in Franse kronieken, die over Frankrijk gaan en niet over Nederland. In de kroniek van St.Bertin (het klooster bij St.Omaars) uit 838 wordt Hamaland (ook Hamarlant) genoemd dat ligt tussen de Mosa en de Seine. En daar is geen vierkante meter van Nederland bij. Deze graaf Wichman van Hamaland hoort thuis in Frankrijk en is hetzelfde als Henegouwen (Hainaut in het Frans, Haino-ensis in het Latijn en Heinegowe in oud-frans), waarvan de kern toen gevormd werd door de steden Cambrai (Kamerijk), Avesnes, Le Quesnoy en Valenciennes. Hamois ofwel le pays de Ham in het departement Somme is een verwijzing naar de klassieke naam Hama-land.
    Overigens is van deze en andere adelijke families in Nederland historisch nooit iets aangetoond. Algemeen bekend is immers dat de eerste graven van Holland en van Gelre uit Frans- en Belgisch Vlaanderen kwamen. En daar lag het klassieke Hamaland naast.


    Volgens de Nederlandse traditie lag Hamaland (ook wel Amelande genaamd) aan weerzijden langs de IJssel en daar hoort het gebied rond Nijkerk beslist niet bij. De naam "Ham" komt in Nederland zo'n 35 keer voor, typische vorm van migratie, maar geen enkele keer bij Nijkerk. Het dichtst daarbij ligt Den Ham, een gehucht onder Hoogland. Opvallend is dat de naam "Ham" in Nederland, 14x in Groningen voorkomt, 10x in Noord-Brabant, 2x in Overijssel, 5x in Utrecht en 5x in Gelderland, maar geen enkele keer langs de IJssel en ook geen enkele keer ten noorden van de Veluwe.

    In het AD/AC van 4 november 2015 wordt melding gemaakt van een Walburg uit de elfde eeuw in Appel (onder Nijkerk). Deze walburg wordt meteen voorzien van enkele naamkaartjes en mythen. Blijkbaar heeft men nog steeds niet door dat deze walburgen, waarvan er meerdere voorkomen in drassig en moerassig Nederland, geen verdedigingsburgen tegen vijanden waren, maar tegen het water. Een vijand laat zich toch niet tegenhouden door een aarden heuvel van nog geen twee meter hoog! De streken waar deze walburgen gevonden worden waren regelmatig onderhevig aan overstromingen. De plaatselijke bevolking bouwde vluchtplaatsen tegen die overstromingen en woonden er soms ook binnen. Het waren de eerste stukjes omdijkt Nederland. Waar men in Friesland en Groningen op terpen of wierden ging wonen, ging men in gebieden waar de bevolking omvangrijker was in omdijkte stukken land wonen. In Nijkerk is daarvan ook zeker sprake. Uit de archeologische opgraving blijkt, dat de regio heel vochtig geweest moet zijn, waar zich tot in de 20e eeuw steeds overstromingen hebben voorgedaan. Een spieker, een opslagplaats voor graan, werd ook vastgesteld binnen die walburg, wat de noodzaak tot opslag op een droge plaats aanduidt. Dus geen verdediging in tijden van onrust, maar een verdediging in tijden van overstromingen.


    Lees het boek "De Ware Kijk Op" en oordeel zelf.