Terug naar de beginpagina. Naar het overzicht in het kort.

Noviomagus = Noviomus = Noviomo = Noyon.

Het Merovingisch en Karolingisch Noviomagus lag tussen Amiens en Soissons en tussen St.Quentin en Compiègne. Deze gegevens zijn op geen enkele wijze op Nijmegen toepasbaar te maken.

De altijd ontkende verwarring tussen Noviomagus-Nijmegen en Noviomagus-Noyon wordt steeds meer, zij het stilzwijgend, toegegeven. Ook prof.dr. F.W.N. Hugenholtz en prof.dr. P.H.D. Leupen, de grote verdedigers van Karolingisch Nijmegen, ontkennen die verwarring niet langer, maar geven dit ook niet toe. Zij zwijgen er over om maar vooral niet hun ongelijk te moeten erkennen! Het is veelzeggend en illustratief voor de gang van zaken in historisch Nederland.
Nu teksten die men altijd op Nijmegen toepaste, van Noyon blijken te zijn, betekent dat:
  1. de vroegere toepassing op Nijmegen dus fout was;
  2. er wel degelijk een verwarring -die altijd ontkend werd- blijkt te bestaan tussen beide steden;
  3. het een onweerlegbaar bewijs is tegen de traditionele opvattingen;
  4. die verwarring ook kan bestaan in andere teksten;
  5. die verwarring eerst opgelost moet worden voordat men ook maar één conclusie kan trekken;
  6. alle teksten opnieuw en onbevooroordeeld bestudeerd moeten worden;
  7. er opzet in het spel is om de mythe in stand te houden nu punt 6 niet gebeurd.
Historisch Nederland blijft tegen beter weten in vasthouden aan de mythen en fabels uit de 15e eeuw, terwijl alle bewijzen voor de traditionele opvattingen ontbreken.
Er bestaat geen enkele klassieke tekst waarbij het onweerlegbaar vaststaat dat het over Karolingisch Nijmegen gaat. Karolingisch Nijmegen heeft niet bestaan: niet tekstueel, niet archeologisch, niet bestuurlijk, niet kerkelijk, niet cultureel en niet juridisch.
Behalve dat er van een paleis van Karel de Grote in Nijmegen geen spoor is gevonden, ontbreekt ook elk spoor van bewoning in die tijd in Nijmegen. De archeologie bevestigt de opvattingen van Albert Delahaye keihard en glaszuiver.

Aangezien Karel de Grote geen twee paleizen heeft gehad die beide Noviomagus heetten, is er slechts één conclusie mogelijk: Karolingisch Noviomagus was Noyon.
Het Romeins en Karolingisch Noviomagus.
De Sint Nicolaaskapel in Nijmegen is het ultime bewijs dat de stad in de 11e eeuw gesticht werd. Oudere bouwwerken dan wat Romeinse resten zijn er nooit gevonden. Deze kapel die abusievelijk eerst 'heidense kapel', daarna 'Karolingische kapel' noemde en die momenteel 'Ottoonse kapel' genoemd wordt, geeft de verschuiving in de geschiedenis van Nijmegen feilloos weer.

In de schriftelijke bronnen worden verschillende kenmerken van het Romeins en Karolingisch Noviomagus van Karel de Grote genoemd. Voor elk kenmerk zijn uiteraard klassieke en authentieke teksten beschikbaar, waarmee het bedoelde kenmerk vergeleken kan worden. Voor de volledige teksten verwijs ik naar de publicaties van Albert Delahaye. Hieronder de belangrijkste kenmerken, waaruit al de conclusie getrokken kan worden, dat geen enkele van deze kenmerken ooit op Nijmegen van toepassing is geweest.

  • Het Romeinse en Karolingische Noviomagus was dezelfde plaats.
  • Noviomagus lag IN Francia en IN Patavia, twee kenmerken die de Peutingerkaart duidelijk afbeeldt en waaraan Nijmegen allerminst voldoet.
  • In Noviomagus is Karel de Grote in 768 tot Koning der Franken gekroond.
  • In datzelfde Noviomagus bouwde Karel de Grote rond 777 een nieuw paleis. Volgens de Nederlandse opvattingen was dat in Nijmegen. Als we de geschiedenis van Nijmegen mogen geloven was er vóór Karel de Grote niets en komt hij er de volgende 30 jaar na 777 nooit meer. Daarna ook nog maar 4 keer! Waarom zou hij dan dáár een nieuw paleis gebouwd hebben?
  • Het paleis van Karel de Grote in Noviomagus is in 1047 door de Vlamingen verwoest op hun weg naar Verdun dat ook verwoest werd.
  • Op de plaats van het voormalige paleis werd in 1064 een klooster gebouwd. In Nijmegen is daarvan niets bekend, in Noyon des te meer.
  • Noviomagus had van de 5e tot de 10e eeuw een bisschopszetel.
  • Noviomagus had muntslag, waarop een vermelding van St.Eloy, bisschop van Noviomagus.
  • Noviomagus is meerdere keren door de Noormannen bezet geweest. Zij bereikten deze stad via de Seine en Oise.
  • Noviomagus was één van de Romeinse hoofdsteden (Civitates) in Belgica Secunda ofwel Gallië.
  • De Karolingische residentie Noviomagus had een Merovingische voorgeschiedenis. Daarvan is in Nijmegen niets gebleken.
  • Het Merovingisch en Karolingische Noviomagus ressorteerde onder het aartsbisdom Reims. Nijmegen viel onder Keulen (niet Utrecht!)
  • In Noviomagus zijn verscheiden kerkvergaderingen van Frankische bisschoppen gehouden.
  • Romeins Noviomagus lag in Gallië, Karolingisch Noviomagus lag in Francia. De streek rond Nijmegen heeft nooit tot Gallië of Francia behoord.
  • Noviomagus werd door Ptolemeus op 70 minuten (te paard) van Parijs gelokaliseerd.
  • Volgens het Itinerarium Antonini lag Noviomagus tussen Soissons en Amiens!
  • Karel de Eenvoudige, koning van West-Francië (Frankrijk), resideerde in Noviomagus.
  • Noviomagus lag in Picardië; Floris IV graaf van Holland kwam in 1234 in Picardië om het leven op een toernooi te Noviomagus.
  • Noviomagus lag aan de Oise. De Noormannen bereikten Noviomagus immers via de Seine en de Oise en richtten er hun winterkwartier in.

Geen van deze kenmerken is ooit op Nijmegen van toepassing geweest. Het is volkomen onbegrijpelijk hoe men al deze kenmerken in Nijmegen heeft ontkend om van Noviomagus toch maar Nijmegen te kunnen blijven maken. Het is nog onbegrijpelijker waarom enkele historici in Nijmegen zo tekeer gingen tegen Albert Delahaye, die deze feiten voor het eerst op tafel legde. Het meest onbegrijpelijk is dat deze historici liever aan de fabels uit de 15e eeuw van Willem van Berchen bleven vasthouden, dan medewerking te willen verlenen aan een nieuw onderzoek naar de ware geschiedenis van Nijmegen.

Het Itinéraire d'Antonini noemt Noviomagus aan de weg van Reims naar Portus Gessoriacus (Boulogne), tussen Suessones (Soissons) en Ambianos (Amiens). Het is een sterkte van de Veromandui, die ingenomen werd door Julius Caesar. De Romeinen plaatste hier hun Prefect of Gouverneur: Praefectus Laetorum Batavorum Contagensium, Noviomago Belgicae Secundae. Men noemt het later ook Noviomum en Novionum. (Bron: Notice Archeologique sur le Departement de l'Oise).

Het bekendst is Noviomagus dat Noyon was en voor het eerste genoemd wordt rond 300 in het Itinerarium Antonini. Noyon is gelegen aan een belangrijke romeinse weg. Het is omgeven door een ringmuur van 200 bij 170 meter. Deze versterkte plaats had een groot militaire belang, want het was een van de hoofdsteden en de residentie van de Bataafse Laeten, de barbaren die aan het eind van de 3e eeuw gedeporteerd en vermengd waren onder de Viromandues (Saint Quentin), de Atrebates (Arras) en de Baiocasses (Bayeux). (Bron: Histoire de la Picardie)

NOYON in het Latijn NOVIODUNUM BELGARUM of NOVIOMAGUS VADICASSIUM ligt omtrent twintig mijlen van Parijs. Julius Caesar maakt in zijn Commentarien gewag van deze stad. Het Bisdom van Vermandois werd anno 510 hierheen verplaatst, toen de stad Augusta Veromanduorum (St.Quintin) door de Barbaren verwoest was. (Bron: S. de Vries).

Romeins Noviomagus en Karolingisch Noviomagus was één en dezelfde plaats. Daar zijn alle historici het altijd over eens geweest en daar is men het nog steeds over eens. Dat is ook geen enkel punt van enige discussie.
Nu van het Karolingische Noviomagus is aangetoond dat het NIET Nijmegen was, dan was Nijmegen dus evenmin het Romeinse Noviomagus!




Noviomagus lag in Francia, precies zoals de Peutingerkaart dat ook aangeeft (recht onder de eerste A van Francia: zie afbeelding hierboven).
Noviomagus, Noviomus, Noviomo, Novionem, Noviomaco, Novioma, Noviomensi Urbe, Noviomo Urbe, Noviomi, Noion, Niumaga en Numaga zijn verschillende namen voor dezelfde stad. Hoe de stad genoemd werd is natuurlijk afhankelijk van de taal die de schrijver van het bericht gebruikte. Net zoals Aken, Aachen en Aix la Chapelle dezelfde stad is, of Lüttich, Liège en Luik dat is.
Dit logische en eenvoudig te verklaren verschijnsel waarbij plaatsnamen in de taal van de schrijver in oorkonden terechtkomen, is in Nijmegen, zo vlak bij de Duitse grens, blijkbaar bij veel historici nog niet doorgedrongen. Ze zullen dan ook lang in Duitsland blijven ronddolen op zoek naar Nijmegen, dat daar immers Nimwegen heet. De Duitse naam voor Nijmegen geeft ook meteen de oorsprong van de naam Nijmegen aan. Het achtervoegsel -megen is geen afleiding van -magus (Novio-magus), maar van -wegen (Nim-wegen, Ni-megen, Nij-megen). Tweede niet onbelangrijke detail dat uit de naam van Nijmegen af te leiden is, is de stichting van het nieuwe Nijmegen. Dit gebeurde dus vanuit Duitsland, o.a. door Frederik Barbarossa die daar in 1155 een nieuw paleis bouwde, rond welke tijd Nijmegen weer in de geschiedenis verscheen. Ook de bouwwijze van Nijmegen geeft aan dat het een "Duitse" stad is, waarbij de burcht buiten de stad ligt. Dit in tegenstelling tot Karolingische steden, waarbij de burcht in het centrum van de stad ligt. Nijmegen dat zo graag een Duitse Rijksstad was, maar het nooit geworden is, heeft toch Duitse wortels.
Bovendien voert Nijmegen in haar stadswapen een Duitse adelaar, en nog wel een dubbele adelaar. Een duidelijkere herkomst van de stichting en invloedsfeer is niet te geven (zie de afbeelding van het stadswapen uit 1839 hiernaast).
We geven hieronder een aantal voorbeelden van teksten (er zijn er nog veel meer), waarin sprake is van Noviomagus of een van de vele variaties van de naam. Enkele teksten handelen over andere (altijd in Nederland gedachte) steden of landstreken, zoals de Batua en Frisia. De lezer kan nu zelf beoordelen of met het genoemde Noviomagus óf Noyon óf Nijmegen bedoeld wordt.

Het Bronnenboek van Nijmegen.

Van de teksten bij de rood gekleurde jaartallen erkennen de Universiteiten van Nijmegen en Amsterdam dat deze niet over Nijmegen gaan, dus over Noyon handelen. Deze worden in Het Bronnenboek niet meer genoemd, terwijl veel van deze teksten eerder als "van Nijmegen" werden beschouwd. Men laat ze nu aan Noyon!

70-19 vóór Chr. Teksten van Virgilius, Servius, Strabo en Caesar (met "ooggetuigen verslagen") kunnen geen betrekking hebben op Nederland omdat dat nog niet door de Romeinen veroverd was. Daarin genoemde geografische details zoals: Renus, Vahal, Eiland der Bataven, hebben derhalve ook geen betrekking op Nederland. Strabo beschrijft deze details als onderdeel van Celtica of Gallia. Het Bronnenboek van Nijmegen erkent ook dat hier niet over Nijmegen gaat, want deze teksten worden niet vermeld. Desondanks blijven historici de in deze teksten genoemde geografische details op Nederland toepassen.
49 vóór Chr. Julius Caesar schrijft over het Eiland der Bataven en dat hij met behulp van deze Bataven Gallië heeft veroverd.
50 n.Chr.-227 n.Chr.. Een gedenksteen van Bataven gevonden in de buurt van Nijmegen wordt aangevoerd als bewijs dat de Bataven daar woonden. Gedenkstenen van Bataven worden echter in het hele Romeinse rijk gevonden tot in het Midden-Oosten. Waar het elders geen bevestiging is van hun woonplaats, is dat evenmin in Nijmegen het geval. Een gedenksteen is eerder een bewijs van het tegendeel: die werden immers opgericht ver van huis en niet in de eigen woonplaats.
70 n.Chr.. Tacitus vermeldt dat Julius Civilis zich in 70 n.Chr., na de opstand van de Bataven, aan de Romeinen onderwierp op de brug over de rivier de Navalia. Ptolemeus plaatst deze rivier in het noorden van Frankrijk. Het is de rivier de Nave bij Béthune.
70 n.Chr. Tacitus verhaalt dat Julius Civilis op dezelfde dag de Romeinen aanviel in Arenacum, Batavodorum, Grinnes en Vadam. Batavodorum is in de Nederlandse traditie Nijmegen, de andere 3 plaatsen heeft men in Nederland nooit gevonden.
70 n.Chr. Tacitus schrijft (Hist. IV, l2): "Toen de Bataven zich over de Renus begaven, waren zij een deel van de Chatten, dat door onenigheid in de stam verdreven werd. Zij vestigden zich op de uiterste gebieden van de Gallische kust in streken die nog niet bevolkt waren en bezetten een daar gelegen eiland, dat van voren door de zee en aan de zijden en in de rug door de Renus wordt omspoeld".
ca.98. Ptolemeus noemt Noviomagus, Lugdunum Batavorum en Batavodorum als 3 verschillende plaatsen. In Nederland maakt men er één plaats van: Nijmegen, hoewel men van Lugdunum Batavorum ook wel Leiden (?) maakte. Ptolemeus plaats Noviomagus (Neomagus) tussen Parijs, Reims en Soissons.
98-117. Romeins Nijmegen was een bescheiden stadje, dat zeker geen Civitates is geweest en ook niet van dusdanig belang is geweest dat keizer Trajanus het verrijkte met zijn naam. De steen met het opschrift Ulpia Noviomagus is een afgietsel van een in Beieren (Pfünz) gevonden inscriptie.
ca.300. De bronnen verhalen, dat omstreeks deze tijd de Franken het land van de Bataven binnenvielen. Keizer Constatijn wist hen te verdrijven tot achter de Germaanse limes, die omstreeks 300 n.Chr. op een ongeveer rechte lijn tussen Keulen en Boulogne lagen.
394-423. De "Notitiae provinciarum et Civitas Galliae" en "Notitiae Dignitatum per Gallias" vermelden beide dat Noviomagus in Provincia Belgica Secunda ligt. Andere plaatsen in Provincia Belgica Secunda genoemd zijn: Soissons, Châlons-sur-Marne, Doornik, Atrecht (=Arras), Kamerijk, Senlis, Beauvais, Amiens, Terwaan en Boulogne. Dit Noviomagus is dus niet Nijmegen, maar Noyon.
4e eeuw. Op de wegenkaart van het Romeinse Rijk uit de 4e eeuw (de Peutingerkaart) wordt Noviomagus nog vermeld, terwijl de Romeinen Nijmegen reeds eeuwen verlaten hadden. Het Itinerarum Antonini plaats Noviomagus tussen Amiens en Soissons. Noviomagus ligt in de provincie Belgica Secunda, waarvan Reims de hoofdstad was. Andere plaatsen in deze provincie door Antonini genoemd zijn: Soissons, Arras, Senlis, Beauvais, Amiens, Terwaan, Kamerijk en Doornik. Toch houdt men in Nijmegen vol dat dit Noviomagus van de Peutingerkaart Nijmegen is!
In Nijmegen dateert men deze kaart doorgaans op de 3e eeuw, waardoor het "gat van Nijmegen" (zie hierna) allengs groter wordt.

Het gat van Nijmegen.

Het Bronnenboek van Nijmegen (zie afbeelding hiernaast van p.17) toont onmiskenbaar "het gat van Nijmegen" dat steeds ontkent wordt. Tussen de 3e eeuw (tekst 18) en het jaar 777 (tekst 20) zit ruim 5 eeuwen met niets. Tekst 19 gaat overigens helemaal niet over Noviomagus, maar over Noita dat Noeux bij Béthune is. Dat is een volgende blunder van Leupen.
Nijmegen lag niet in het vaderland van de Franken en ook helemaal niet aan de Rijn (de juiste vertaling van iuxta=ernaast en niet bij).
Maar ook tekst 20 gaat niet over Nijmegen. Zie daarvoor de oorkonde uit het jaar 777.

Ook veel teksten van ná 777 gaan niet over Nijmegen. Het 'gat van Nijmegen' wordt daarmee zelfs 8 eeuwen groot. Het is overduidelijk dat in Nijmegen geen bewoningscontinuïteit heeft bestaan tussen de 3e en 11e eeuw.

417. Orosius plaatst de Bataven tegenover Engeland waar vandaan men hun land kan zien!
456 - 556. Het "Vita S. Medardi" verhaalt over koning Chlotarius, die over de Somme en de rivier de Oise naar het paleis van Noviomagus kwam.
511. Op het concilie/kerkvergadering vaak gecombineerd met een rijksdag van Orléans uit het jaar 511 wordt Suffronius bisschop van Noviomagus genoemd.

Met de bewering dat Nijmegen ooit een bisschopsstad is geweest schieten de historische faculteiten van de Universiteiten van Nijmegen en Amsterdam de historische bok van de eeuw. Beide Universiteiten geven hiermee aan nauwelijks kennis te hebben van hun eigen vakgebied. Ze zijn dan ook niet gerechtigd historische discussies aan te gaan, welke dan ook uitblijven.

ca. 541 - ca. 560. St. Medardus, in 457 geboren te Salency vlakbij Noyon, was bisschop van de zetel van de Viromandui te Noviomagus.
600. Regino van Prüm schrijft dat het land van de Bataven, dat eertijds tot het kontinent van Gallië behoorde, omstreeks 600 in het rijk van de Franken is opgenomen.
614. Op het concilie/kerkvergadering vaak gecombineerd met een rijksdag van Parijs uit het jaar 614 wordt Berthmundus als bisschop van Noviomagus genoemd.
640-659. St. Eloy, ca. 588 bij Limoges geboren, werd in 640 bisschop van Noviomagus. Tijdens zijn leven heeft hij bemoeienis gehad met de zending onder de Friezen, wat voortkwam uit zijn ambt van bisschop van Doornik.
656-670. Koning Chlotarius wordt verschillende malen in verband met de stad en het (oude) paleis van Noviomagus genoemd, o.a. in de schenking van een deel van dit paleis aan Ste.Godebertha om er een klooster te stichten.
659. In een oorkonde van de bisschop van Sens, wordt St.Eligius, bisschop van Noyon, onde de getuigen genoemd.
659. De munten van Niomago, eerder abusievelijk aan Nijmegen toebedacht, blijken, door het voorkomen van de naam St.Eloy, muntmeester en latere bisschop van Noyon, onomstoteljk van Noyon te zijn.
ca. 660. Ste.Godebertha, door St.Eloy tot abdis gewijd van het door haar gestichte klooster, werd kort na haar door patrones van Urbs regalis (=koninklijke stad) Noviomagus.
ca. 662Koning Chlotarius III schekt aan de abdij van St.Medardus te Soissons de villa Berny in het districht van Noviomo aan de rivier de Aisne.
673-691. Tussen 673 en 691 en 1025 werden door de abdij van Lorsch en van St.Vaast te Atrecht een aantal oorkonden uitgegeven waarin goederen en rechten van deze kloosters worden beschreven in Batua. De akten bevatten 120 namen van plaatsen. Geen enkele is ooit in de Nederlandse Betuwe gelocaliseerd.
ca. 675. Noita, vermeldt door de Geograaf van Ravenna, zou Nijmegen zijn, al lag het aan de weg van Keulen naar Noord-west Frankrijk.
715 - 720. Chilperic II, de laatste Merovingische koning, had een residentie te Noviomagus waar hij ook overleden is. De kroniek van St. Denis, in het Frans geschreven, zegt letterlijk: Noyon.
721. Koning Chilperic is gestorven te Noviomus. Andere kronieken noemen als plaats van overlijden Noviomagus, Noion en Noyon, waarmee overduidelijk is dat er geen verschil is tussen deze namen.
732. Dit jaar wordt een concilie/kerkvergadering vaak gecombineerd met een rijksdag te Noviomagus gehouden, waar onder andere een klacht van de bisschop van Beauvais in behandeling kwam, die meende door de koning onrechtvaardig behandeld te zijn.
744. In het paleis van hofmeier Pepijn wordt onder voorzitterschap van St.Bonifatius een synode van de bisschoppen van Francia gehouden. Dit paleis stond in Noviomagus wat dus niet Nijmegen geweest kan zijn, maar Noyon was. In Nijmegen laat men de Karolingische geschiedenis immers pas beginnen in het jaar 777. De tekst uit 700-725 die Het Bronnenboek tussen de 4e eeuw en het jaar 777 nog noemt gaat niet over Noviomagus, maar over Noita. Het Bronnenboek maakt daar zonder toelichting of bewijs Nijmegen van, terwijl het over de plaats Noeux-les-Mines vlak bij Béthune gaat.
744. Op de rijksvergadering te Attigny gehouden, ondertekent Athilfridus bisschop van Noviomus, mede de akten.
768. Karel de Grote werd bij Noviomagus geboren en in Noviomagus tot koning der Franken gekroond. Zie de overige benamingen van deze stad.
768-777. Tussen 768 en 777 verbleef Karel de Grote voornamelijk te Quierzy (vlak bij Noyon), waar vele akten worden uitgegeven.
768-814. De regeringsperiode van Karel de Grote, koning en keizer van de Franken. Na de dood van zijn broer en mede-koning Karloman, gelijktijdig met Karel de Grote gekroond in Soissons, is Karel de Grote begonnen met de bouw van een nieuw paleis te Noviomagus, de koningsstad van de Karolingers.
na 771. Karel de Grote begon aan de bouw van een paleis in grote pracht te Noviomagus, aan de rivier de Vahalis, die het eiland der Bataven in het zuiden voorbijstroomt. Dit bericht ontleend aan Einhard, schrijven van het levensverhaal van Karel de Grote, werd in de 15e eeuw voor het eerst op Nijmegen toegepast door Willem van Berchen.
777. De befaamde akte uit 777, waarin Karel de Grote aan de St.Maartenskerk te Trajectum goederen (landerijen) in de gouw Flehite schenkt. Zie het betreffende hoofdstuk.
777 - 1000. Tussen 777 en 1000 worden in het Bronnenboek van Nijmegen 56 akten genoemd met de dagtekening "Actum Noviomago" of "Actum Numaga", dat steeds -zonder bewijs- als Nijmegen wordt opgevat. In "Het Valkhof van Nijmegen" wordt echter geschreven dat de stad Nijmegen in deze periode niet bestond.
800-814. De munten van Karel de Grote, met een vermelding van St.Eloy, bisschop van Noyon, zijn natuurlijk niet van Nijmegen.
800. Keizer Karel schonk aan het klooster van St.Bertijns te St.Omaars de villa Chaumont, waarvan de oorkonde wordt bewaard bij de bisschop van Noviomus.
806. Keizer Karel reist van Thionville over de Moezel en Oise naar Noviomagus
808. De kroniek van Moissac vermeldt dat Karel de Grote het Paasfeest vierde in Neumaga. Dezelfde plaats Neumaga wordt in deze kroniek genoemd als kroningsplaats van Karel de Grote.
808. De verdreven koning Cardulf van Northumberland (Engeland) kwam, op weg naar Rome, bij keizer Karel te Noviomagus aan. Gezanten van de paus die op weg waren naar Engeland, deden eveneens Noviomagus aan.
809-925. Enkele teksten over de invallen van de Noormannen die voorheen altijd voor Nijmegen werd geclaimd, worden in het Bronnenboek (zonder verdere toelichting) niet meer genoemd. Het betreft hier de berichten uit: 834, 841, 859, 882, 890 en 925. Het zijn dezelfde jaartallen waarin de Noormannen Noyon bezochten.
811. De Noormannen vallen Morinië binnen. Karel de Grote trok met een groot leger op tegen de Noormannen, die met een vloot op de kust van Frisia waren geland. Een vloot van Franken, die Frisia had afgestraft, keerde naar huis terug. Een burcht die door de Wilten was ingenomen, werd door de Franken veroverd.
814. Op het Concilium Noviomagense (kerkvergadering) wordt door aartsbisschop Wulfaris van Reims een geschil geregeld over de grens tussen de bisdommen Noviomagus en Soissons. Het is wel duidelijk dat deze kerkvergadering niet in Nijmegen gehouden werd, maar in Noyon. Deze tekst was te dwaas om die in Nijmegen te plaatsen, vandaar dat die in Nijmegen maar ook in 'Het Bronnenboek' wordt overgeslagen.
821. Er wordt een rijksvergadering te Noviomagus gehouden, gelijktijdig met een kerkvergadering. De rijksvergadering zou te Nijmegen gehouden zijn.
821. Er wordt een kerkvergadering te Noviomagus gehouden, gelijktijdig met een rijksvergadering. De kerkvergadering is te Noyon gehouden.
825. De keizer reist van Noviomagus naar Aken. De kroniek van St.Denis noemt deze reis van Noyon naar Aken.
826. Een oorkonde van Lodewijk de Vrome spreekt over Bechi, gelegen bij het domein van Numaga. De plaats Bechi is nog lang na de Karolingische periode in leen gebleven bij de bisschop van Noyon.
827. Keizer Lodewijk de Vrome reist van Theux (bij Luik) over Noviomagus naar Compiègne.
827. Er wordt van een jacht verhaald van Noviomagus naar Compiègne, waar tevens een rijksvergadering aan de gang was, vandaar ging men naar Quierzy, de Ardennen en Aken.
828. De keizer reist van Aken naar Noviomagus via Gangludem. Gangludem is het van ouds bekende Karolingische Walhorn, dat ten zuiden van Aken ligt.
830. Er wordt van een jachttocht van meerdere dagen georganiseerd die gaat van St.Valéry-en-Somme, Compiègne, Servais, Samoussy, Corgeny en Noviomagus.
830. Kroniek van St.Bertijn te St. Omaars: keizer Lodewijk schrijft 2 vergaderingen uit: één te Compiègne, waar de tegenstanders uit Compiègne, Amiens en Parijs verschijnen, één te Niumago, waar hij de staatszaak van dit conflict in zijn voordeel beslechtte.
830. De keizer belegt in Francia een rijksdag. De samenkomst voor deze vergadering werd in Noviomagus gehouden.

De kronieken van St.Bertijn te St. Omaars zijn kronieken over plaatselijke aangelegenheden. De monniken van de St.Bertijns-Abdij hebben nergens bericht over Nederland. Bovendien ontbreken in Nijmegen en verre omgeving alle eigen geschriften over deze gebeurtenissen.

833. Keizer Lodewijk de Vrome is nooit in Nijmegen geweest, wat blijkt uit al diens teksten waarin sprake is van Noviomagus, aangezien de contekst niet op Nederland toepasbaar is. Zie voorbeelden.
834. De Kroniek van St.Bertijn te St. Omaars verhaalt dat een vloot van Noormannen naar Frisia kwam, waarvan zij een deel verwoestten; vandaar trokken zij over Vetus Trajectum naar een haven die Dorestadum heette, waar zij alles plunderden, de mensen doodden of gevangen namen en een deel van de stad verbrandden. Deze tekst wordt plots niet meer voor Nijmegen opgeëist.
837. Kroniek van St.Bertijn te St. Omaars: keizer Lodewijk begaf zich naar het paleis van Noviomagus dat in de buurt van Dorestadum ligt, nadat de Noormannen velen van de onzen vermoordden, toen zij Walacria en Dorstadum binnenvielen.
837. Keizer Lodewijk de Vrome was -op weg naar Rome- al een eind op weg en keerde terug naar Gondreville (50 km. ten zuiden van Parijs) en vandaar naar Noviomagus.
838. Kroniek van St.Bertijn te St. Omaars: Lotharius begaf zich vanuit Aken naar zijn vader te Noviomagus. Hij reist via Quierzy. Het Bronnenboek laat de keizer vanuit Aken via Quierzy naar Nijmegen reizen.
840. Op de kerkvergadering van Ingelenheim, de andere bekende residentie van Karel de Grote, is bisschop Immo van Noviomagus aanwezig.
841. Heriold die met de overige zeerovers van de Noormannen gedurende enige jaren Frisia en andere streken getergd had, ontvangt Gualacras (tussen Bruggen en Uitkerke) in leen.
842. Karel de Kale bevestigt de immuniteite van het kapittel van Noviomagus en verwijst naar de vroeger oorkonden van Pepijn de Korte, Karel de Grote en Lodewijk de Vrome. Daarin staat: "Ymmo, bisschop van Noviomagus".
845. De koning van het Oost-Frankische Rijk geeft een oorkonde getekend met "Actum Noviomo" uit.
846. De Noormannen vielen Ostracia, Westracia en Dorestadum aan. Vanuit zijn burcht te Noviomagus kon keizer Lotharius de branden zien, maar hij kon er nets tegen doen.

Voorbeeld van een tekst die (begrijpelijk) niet in het Bronnenboek staat.
ca. 850
Wat zal er geworden van Beauvais? Wat van Noviomagus en de andere voornaamste steden van Gallië? Moeten zij allen ten prooi vallen aan de aanvallen van de Noormannen?
Bron: Chronicon S. Maxentii, HdF, XI, p. 216 (Tekst 247 in De Ware Kijk Op).

850. Prudentius verhaalt dat de Noorman Roerik in dit jaar met een aantal schepen Frisia en het Eiland van de Bataven binnenviel en verschillende plaatsen in de omgeving van de Renus en de Vahalis vernielde. Keizer Lotharius sloot een overeenkomst met hem en schonk hem Dorestadum "en andere graafschappen".
853. De Noormannen vallen Frankrijk binnen en plunderen: de Seine, Rouaan, Orléans, Parijs, Nantes, Tours, de Loire, Neustrië, Beauvais, Noviomagus en andere. De schrijver roept vertwijfeld uit: ''Wat gaat er gebeuren met deze steden, die eens de voortreffelijkste van Gallië waren?"
857 en 859. De Noormannen die aan de Seine woonden vielen in de nacht Noviomagus aan, waar zij bisschop Immo vermoordden (tekst van Prudentius).
858-860. In berichten over de Noormannen uit deze jaren worden genoemd: de Seine, de Loire, St. Valéry-en-Somme, Amiens, St. Riquier, Beauvais, het Eiland van de Bataven en Noviomagus, wat gezien de kontekst het Karolingische Noviomagus was met het paleis.
859. Kroniek van St.Bertijn te St. Omaars: de Noormannen vielen Noviomus aan.
860. Karel de Kale, koning van West-Francië, schekt de plaats Bonne Maison in het graafschap Noviomus aan de schatkamer van St.Denis bij Parijs.
863. De Noormannen kwamen over de Renus per schip tot Colonia (=Coulogne bij Calais en niet Keulen.) en na de haven Dorstadum ontvolkt te hebben, bereikten ze Nemetacum (=Atrecht, Frankrijk), waarheen de Frisii gevlucht waren.
870. Keizer karel de Kale begaf zich van Aken naar het paleis van Noviomagus, waar hij een verbond sloot met Roerik de Noorman.
870. De kroniek van St.Denis (bij Parijs) over dezelfde gebeurtenis, vermeldt dat de keizer van Aken naar Noyon reist.
870. Kroniek van St.Bertijn te St. Omaars: de Noorman Roerik werd op het paleis van Noviomagus ontboden.
878. Keizer Lodewijk III geeft "Actum Noviniaco civitate" een oorkonde uit ten gunste van de abdij van St. Germain te Auxerre. De Franse historici vatten unaniem de naam Noviniaco als Noyon op, de Nederlandse historici nu dus ook.
880. De Noormannen vielen Gallië binnen, verwoestten Biorzuna (is Boursin of Boursies), waar een groot deel van de Friezen (=Vlamingen) naartoe gevlucht was; vandaar terugkerend legden zij een wal en muur rond Noviomagus aan en richtten in het koninklijk paleis aldaar een winterverblijf in.
880 en 881. De Noormannen vallen Noviomagus aan.
880 en 881. Parallelteksten die over dezelfde gebeurtenis verhalen, hebben het over: Noviomagus, Doornik, de Schelde, Reims, Atrecht, Kamerijk, Péronne, Kortrijk, Terwaan, Gent, Thun, Boulogne en Cassel, wat duidelijk maakt waar de feiten van deze twee jaren zich hebben afgespeeld.
881. De Noormannen doorkruisten Francia en Lotharingen en vooral de gebieden van de Moriniërs, Menapiërs (dat zijn de Bataven) en Bracbatensers, en de streek van de Schelde, die zij te vuur en te zwaard verwoestten. Vandaar gingen zij de Wal op, en staken de gehele Batua en het paleis van Noviomagus in brand.
882. Kroniek van St.Bertijn te St. Omaars: de Noormannen kwamen via Soissons naar Noviomagus.
882. In een bericht over een aanval van de Noormannen op het paleis van Noviomagus worden genoemd: De Menapiërs (bij de klassieken synoniem met de Bataven), de Moriniërs van Terwaan en Boulogne, het land rond de Schelde, de kloosters van St. Valéry-en-Somme en St. Riquier. Vandaar, zegt de tekst letterlijk, trokken zij naar het paleis van Noviomagus.
883-911. Alle teksten over de aanvallen van de Noormannen tussen 880 en 911 worden niet langer meer voor Nederland geclaimd. In deze teksten staan zoveel details die duidelijk aantonen dat de Noormannen in Frankrijk aan het plunderen waren en niet in Nederland. Zie de vorige en volgende teksten.
885. Na de moord op Godfried de Noorman in de Batua volgen in deze acte diverse details uit de omgeving van Noyon, zoals Confluentia (Conflans-St.Honorine), de plaats van samenvloeiing van Oise en Seine, Andernacum (Andrésy) en Sinchicha (Sinceny) in Frankrijk.
890. De Noormannen hielden zich op in de vallei van de Oise en richtten een winterkwartier in te Amiens en in het paleis van Noviomagus. In de inleiding van het 2e Bronnenboek wordt volmondig toegegeven dat het hier over Noyon handelt!
891. De Noorman Hasting doet vanuit het paleis van Noviomagus een aanval op St.Omaars en de onderdanen van de abdij van St.Bertijn.
891. De koning begaf zich vanaf de plaats Confluentia aan de samenstroming van Oise en Seine naar zijn zetelstad Novioma.
895. Koning Zwentibold doet een schenking aan het klooster van St.Michaël bij Verdun. De oorkonde is uitgegeven in villa Droslei juxta Noviomum cicitatem (is Trosley-Loire, op 17 km. zuid-oost van Noyon).
896. Koning Zwentibold bevestigt de St.Maartenskerk te Trajectum in haar bezittingen te Dorestadum en breidt deze uit tot Daventria en Tilques. Met deze acte toe te passen op Nederland en Dorestad, spreekt het Bronnenboek de pertinente uitspraak van de R.O.B. tegen waarin gesteld wordt dat Dorestad in 863 ophield te bestaan en pas in de 13e eeuw is voortgezet. Verschil van inzicht in de eigen Club van Nijmegen.
Let ook speciaal op 'Dorestad' dat hier (en op enkele andere plaatsen) niet vertaald wordt in Wijk bij Duurstede, terwijl dat wel met Utrecht, Deventer en Tiel gebeurd. Spreekt hier twijfel van Leupen uit in de geschiedenis van Wijk bij Duurstede?
896. Koning Zwentibold laat een onvrije vrouw van de kerk van Elste vrij. Deze kerk was onderhorig aan de kerk van Trajectum.
898. Koning Zwentibold gaf in Noviomagus een oorkonde uit ten gunste van de aartsbisschop van Trier, die zich bij hem te Aken was komen beklagen dat graaf Reinier onrechtmatig de abdij van St. Servaas te Maastricht in bezit had genomen.
898. Karel de Eenvoudige, koning van West-Francië, en koning Zwentibold, de niet-erkende koning van Lotharingen, leverden strijd. Karel viel Lotharingen binnen en trok op tot Noviomagus. Zwentibold ging naar bisschop Franco van Nevers, nam hem met diens manschappen met zich mee, trok de Maas over en kwam bij Fleurigny. Gaat het hier over Nijmegen en Nederland of over Noyon en Noord-Frankrijk? Het zal de lezer duidelijk zijn, echter niet e Universiteiten van Nijmegen en Amsterdam!
898. Karel de Eenvoudige, koning van West-Francië (dit is Frankrijk) heeft als zetelstad Noviomagus!
901/902. Karel de Eenvoudige verleent goederen en rechten aan het kapittel van Noyon. Daarin staat: "Heidilo, bisschop van Noviomagus" en "de kerk van Noviomagus".
925. De Noormannen kwamen vanaf Rouan en Péronne. Na Beauvais, Amiens en Atrecht geplunderd te hebben, kwamen zij voor de stad en het paleis van Noviomagus, waar zij de benedenstad in brand staken.
959. De monniken van de abdij van St.Bertin te St.Omaars brachten de relieken van de heilige Audomarus (is St.Omaar) in processie naar Neumagus, waar koning Otto verbleef. Zie de achtergrond van dit verhaal.
988. Paus Johannes XV bevestigt de goederen en rechten van het bisdom Noyon. Daarin staat: "Lyndulphus, bisschop van Noviomus" en "het distrikt van Noviomus".
1012. Gerardus, door keizer Hendrik II aangesteld als bisschop van Kamerijk, begaf zich naar de keizer te Noviomagus. De keizer schonk hem de villa Walcras, waar hij hem tevens tot priester liet wijden.
1015. Keizer Hendrik II bevestigt in een oorkonde getekend met "Actum Noviomago" enkele bezittingen van de abdij van St,Bertijn te St.Omaars. Deze bezittingen zijn door de Monumenta Germanica foutief tot ver in Duitsland geplaatst.
1018. Keizer Hendrik bevestigt in het paleis van Noviomagus de bezittingen van de abdij van St.Ghislain in Henegouwen, op verzoek van bisschop Gerardus van Kamerijk en graaf Reinier van Henegouwen.
1018. In dit jaar werd een concilie/kerkvergadering vaak gecombineerd met een rijksdag te Noviomagus gehouden, dat enkele historici te Nijmegen plaatsten, de meesten echter te Noyon.
1018. In een oorkonde wordt de residentie genoemd als "Tritile Noviomago". In Noyon, dat door de rivieren Gouelle, Verse en Marguaerithe doorsneden wordt, zijn deze drie eilanden aan te wijzen. Waar ze in Nijmegen gelegen zouden hebben is een raadsel. Ook in dit detail blijkt dat er weer sprake is van Noyon.
1021. De kroniek van Kamerijk vermeld dat de keizer in Keulen aanwezig was bij de wijding van Peregrinus tot bisschop. Na de wijding vertrok hij naar Noviomagus en werd vergezeld op deze reis door de bisschop van Kamerijk. Samen reisden zij tot Monasterium Sanctus (is Sains-les-Marquion bij Kamerijk), waar de bisschop afsloeg naar zijn stad en de keizer verder reisde! Wie van dit Noviomagus Nijmegen wil maken raad ik dringend aan toch eens een atlas te kopen.

Voorbeelden van manipulaties in Het Bronnenboek van Nijmegen op blz. 39.
In het Bronnenboek worden teksten zo gemanipuleerd, dat de toepassing op Nijmegen bewezen lijkt. Klik op deze link voor de verdere toelichting.


1024 Keizer Koenraad II reisde van Noviomagus naar het westen naar het vermaarde Frethennam. Van deze laatste plaats maakt het Bronnenboek Vreden in Duitsland, dat echter ten oosten van Nijmegen ligt! Dit Frethennam is Frétigny in de westelijke streek van Noyon.
1024 DE BISSCHOP VAN NIJMEGen. Hertog Gothilo van Lotharingen wendde zich tot de bisschoppen van Keulen, Noviomagus, Verdun, Utrecht en Luik, omdat hij het niet eens was met de verkiezing van Koenraad tot koning. Van dit Noviomagus maakt het Bronnenboek Nijmegen, daarmee Nijmegen haar eerste bisschopszetel in haar geschiedenis schenkend, waarmee tevens de altijd ontkende verwarring tussen Nijmegen en Noyon pontificaal in de schijnwerpers komt te staan.
1031 Keizer Koenraad vierde Kerstmis te Paderborn en Pasen te Nuvimago (Nijmegen of Noyon?)

1031 Keizer Koenraad geeft een oorkonde uit voor de kerk in Minden, getekend met "Actum Noviomago". Dit levert geen enkel bewijs op dat het hier om Nijmegen zou gaan.
1031 Keizer Koenraad bevestigt bezittingen van het klooster St.Vianne te Verdun. De oorkonde is getekend met "Actum Noviomago". Dit levert geen enkel bewijs op dat het hier om Nijmegen zou gaan.
1033 Keizer Koenraad bevestigt bezittingen van het klooster Werden en te Padernborn. Deze oorkonde zijn getekend met "Actum Noviomago". Ook dit levert geen enkel bewijs op dat het hier om Nijmegen zou gaan.
1036 Keizer Koenraad geeft in 1036 meerdere oorkonden uit die allen getekend zijn met "Actum Noviomago". Geen enkel oorkonde verwijst naar Nijmegen.
1039 Ook in 1039, 1040 en 1044 worden meerdere oorkonden uitgegeven door de keizer Koenraad en Hendrik die getekend zijn met het bekende "Actum Noviomago". Het gaat om oorkonden waarin de volgende plaatsen genoemd worden: Worms, Allstedt, Mettmach, Reims, Luik, Trier en het klooster van St.Ghislain in Henegouwen. Ook in al deze oorkonden is geen enkel bewijs te vinden dat deze in Nijmegen uitgegeven zouden zijn. In Het Bronnenboek vindt men ook geen bewijzen voor die stelling.
1047. De verwoesting van het paleis van Karel de Grote te Noviomagus door de Vlamingen in de veldtocht op weg naar Verdun. Op deze tocht worden de plaatsen Arques (bij St.Omaars) en La Bassée genoemd, waar het leger eveneens passeerde. Het paleis van Noviomagus wordt verwoest. Om van dit Noviomagus Nijmegen te willen maken zal dat van een zeer uitvoerige toelichting moeten worden voorzien. Aangezien die uitleg ontbreekt, gaat het hier niet over Nijmegen, maar Noyon.
1064. Stichting door bisschop Balduinus van het klooster van St. Bartholomeus te Noyon. In de oorkonde die daarover handelt staat: "Balduinus, bisschop van Noviomagus" en "de bisschop van Noviomagus" en "de kerk van Ste. Maria te Noviomagus".
1075. In een gedicht over de Saksische oorlog wordt Godfried van Lotharingen genoemd die optrekt met een leger van jongelingen in de oorlog bedreven afkomstig uit de noordelijke steden Thilen en Nimagumque. Zij voeren strijd tegen de Saksen, aan de uiterste grens van het rijk waar de oorlog steeds woedt en het land stijf staat van vijandelijk bloed. De juiste lokaties van deze steden zijn Tilques en Noyon en niet de Nederlandse plaatsen Tiel en Nijmegen.
De zinsnede "jongelingen in de oorlog bedreven" verwijst onmiskenbaar naar de huurlingen van Picardië, die vanaf de Bataven tot ver in de moderne tijd de vechtersbazen in veel oorlogen zijn geweest. Het "waar de oorlog steeds woedt en het land stijf staat van het vijandelijk bloed" verwijst evenzeer naar Frans-Vlaanderen, waar vanaf de Romeinen zelfs tot in de 20e eeuw met de beide wereldoorlogen vele oorlogen hebben gewoedt. De oorlog met de Saksen vond daar plaats, aan de kust van het Kanaal en niet in Noord-Duitsland, waar in 1075 nog nauwelijks bewoning was en zeker de bodem niet stijf stond van vijandelijk bloed. In het hele eerste millennium is in Noord-Duitsland geen enkele oorlog gevoerd. Dat wordt bevestigd in de archeologie en zelfs in de traditionele geschiedenis.

Opmerking 1:
Tussen 1047 en 1125 is in het Bronnenboek van Nijmegen duidelijk een "breuk" te constateren.
Het Bronnenboek geeft in de bijna 80 jaar slechts één tekst uit 1075, die ook van Noyon is. Geen enkele tekst over de eventuele opkomst van Nijmegen, waar in 1155 Frederik Barbarossa een burcht zal bouwen. Die burcht heeft Barbarossa echt niet op een lege plaats gebouwd. Er moet dus al enige bewoning zijn geweest. Het Bronnenboek geeft hier geen enkele tekst over, te gefixeerd als men was op Noviomagus, zijnde Noyon.

Opmerking 2:
Na het verdrag van Meerssen (870) werd Lotharingen gesplitst en verdeeld tussen West- en Oost-Francië. Door het Verdrag van Ribemont (880) kwam heel Lotharingen bij West-Francië. Bij West-Francië hoorde wel de Franse kust langs het Kanaal, maar beslist niet Nederland, laat staan Tiel en Nijmegen.

1098/1113. Akkoord tussen de kastelein van Noyon en het bisdom over verschillende geschillen. Daarin staat: "Hugo, junior, kastelein van Noviomus" en "de kerk van Ste. Maria te Noviomus". (kastelein is beheerder van het kasteel)
1108/1109. Erkenning door de bisschop van de gemeente Noyon. Daarin staat: "Balderik, bisschop van Noviomus" en "de gemeente van Noviomus".
1123. Regeling van een geschil over de tol van Noyon. Daarin staat: "in de markt van Noviomus".
1125. In dit jaar wordt voor het eerst melding gemaakt van de plaats Neumaia, een vorm die we daarvoor nooit tegenkomen, dat als de nieuwe plaats Nijmegen moet worden opgevat. Spoedig volgen andere variaties, zoals: Numaia, Neumagi, Neomago, Niumago, Nuwemagen, Nivimaga, Novimago en Novimaium, alle van toepassing op Nijmegen.
1128. Koning Lodewijk VI bevestigt de goederen en rechten van de kerk van Noyon. Daarin staat: "Simon, bisschop van Noviomagus", "de stad Noviomagus", "de kerk van Ste. Maria in Noviomus", "Simon, bisschop van Noviomus", "de stad Noviomus" en "de kastelein van Noviomus".
1135. Koning Lodewijk VII bevestigt de gemeente Noyon. Daarin staat: "de gemeente Noviomus".
Er blijkt derhalve uit dat vóór de 12e eeuw de namen Noviomagus en Noviomus volkomen synoniem zijn.
1155. Keizer Frederik Barbarossa bouwt een nieuw paleis te Nijmegen. De gedenksteen die bewaard gebleven is en in Museum het Valkhof te bekijken is, vermeldt de juiste toedracht van deze bouw. De vertaling wordt de lezer in het Bronnenboek onthouden.
1166. Keizer Frederik Barbarossa verleent het Karel-privilege aan de stad Aken. Nijmegen heeft dat privilege nooit gekregen.
1181. Graaf Philips van Vlaanderen verzamelde een groot leger en viel Frankrijk binnen; Noviomagus en Senlis werden meteen veroverd. Na verschillende veldtochten is in 1185 de vrede getekend waarbij onder andere bepaald werd, dat de koning van Frankrijk de betwiste steden Noyon, Corbie, Montreuil-sur-Mer en St.Riquier in bezit zou blijven houden.
1230. Nijmegen kreeg pas in 1230 stadsrecht, toen de inwoners dit aan de Duitse keizer gevraagd hadden met verwijzing naar Aken en andere steden waaraan de stad zich wilde optrekken. Hoogst merkwaardig is dat in het verzoek en in de oorkonde van keizer Hendrik VII geen verwijzing naar Karel de Grote of de voormalige residentie te Nijmegen voorkomt!
1234. Floris IV, graaf van Holland, werd op een toernooi te Noviomagus gedood. Ofschoon alle historici dit toernooi te Noyon plaatsen, het vond immers plaats in Picardië, blijven enkelen er toch Nijmegen van maken.
1247De verpanding van Nijmegen aan het gezag van de Hertog van Gulik-Gelre. Deze onderwerping van de stad aan het gezag van de Hertog van Gulik-Gelre, spreekt ten stelligste tegen dat Nijmegen ooit Rijksstad was. Een Rijksstad was een stad, die autonoom was en een eigen immuniteit bezat en rechtstreeks onderhorig was aan de Duitse keizer. In de oorkonde komt de term "civitates imperii" voor, wat natuurlijk simpelweg "de steden van het rijk" betekent en niet "de rijkssteden". De verpanding van Nijmegen was onmogelijk geweest, indien Nijmegen Rijksstad was.

Vanaf de Romeinen tot in de 13e eeuw blijkt keer op keer dat met Noviomagus de Franse stad Noyon bedoeld wordt. Dat erkennen ook de Historische faculteiten van de Universiteiten van Nijmegen en Amsterdam: van alle teksten met rood jaartal bevestigen zij dat die tekst op Noyon betrekking heeft. De overige teksten vóór 1047 (de verwoesting van het paleis te Noyon) zijn overigens ook van Noyon. De mythe over Nijmegen heeft afgedaan!

De centrale vraag of Noviomagus Nijmegen is of Noyon, is de centrale vraag in de hele geschiedenis in het eerste Millennium.

Indien Karolingisch Noviomagus niet Nijmegen, maar Noyon is, dan vervalt de hele traditionele geschiedenis van ons land aan Frankrijk. Dan zijn "simpele uitvluchten" dat er misschien wel "twee residenties met de naam Noviomagus geweest zijn" te simpel voor woorden.

Er is slechts één Karolingische residentie geweest met de naam Noviomagus.

En die residentie lag niet ver buiten het Frankisch rijk, maar er middenin. Bovendien is van de zogenaamde Karolingische residentie in Nijmegen geen enkele neerslag bekend van enige bestuurshandeling, ook niet in de verre omgeving.

De conclusie is duidelijk: Karolingisch Noviomagus was het Franse Noyon.

Dan is Romeins Noviomagus ook Noyon, want Romeins en Karolingisch Noviomagus was één en dezelfde plaats.

En dan is het Eiland der Bataven niet de Betuwe, maar het land van Béthune in Frankrijk.

Zie bevindingen van andere historici bij Bevestiging hoofdstuk 2: Romeins Nijmegen.

Zie bevindingen van andere historici bij Bevestiging hoofdstuk 6: Karolingisch Nijmegen.

Bestel en lees het boek "De Ware Kijk Op" en oordeel zelf.



Lees het boek "De Ware Kijk Op" en oordeel zelf.