Terug naar de beginpagina. Naar het overzicht in het kort.

Noviomagus, Noviomus, Noviomo, enz.

"De Noormannen voeren de Seine op, voeren de Oise op en bereikten Noviomagus, waar zij zich een winterkwartier inrichtten."
Deze ene tekst uit de Annales Vedastini (890) weerlegt in feite de hele mythe over Noviomagus als zou het Nijmegen zijn.

Kenmerken van Noviomagus.
In de schriftelijke bronnen worden verschillende kenmerken van het Noviomagus van Karel de Grote genoemd. Voor elk kenmerk zijn uiteraard klassieke en authentieke teksten beschikbaar, waarin het bedoelde kenmerk genoemd wordt. Voor de volledige teksten verwijs ik naar de vele publicaties van Albert Delahaye. Hieronder de belangrijkste kenmerken, waaruit al de conclusie getrokken kan worden, dat geen enkele van deze kenmerken ooit op Nijmegen van toepassing is geweest.

Geen van deze kenmerken is ooit op Nijmegen van toepassing geweest.

In de "Histoire de la Picardie" wordt Noyon in de 3e eeuw genoemd als "la rÚsidence du prÚfet des Lètes Bataves" (p.78).
In de "Histoire de la Ville de Noyon" wordt Noyon in de 5e eeuw genoemd als "la siège dus praefectus Laetorum Batavorum" (p.3).
Wat kwamen die Bataven uit de Betuwe in Noyon doen, of was dat Noviomagus hun feitelijke woonplaats?

In "Histoire de la Ville de Noyon" wordt nog een opvallend detail genoemd. "De overeenkomst tussen de naam Noviomagus, Nijmegen, van het vroegere eiland van de Bataven en Noviomagus aan de Oise, komt niet overeen met de archeologische vondsten. Men heeft verondersteld dat de Bataven toen ze in ons land kwamen de naam Noviomagus zouden hebben meegebracht. Deze bijzondere hypothese steunt echter op geen enkel bewijs." (p.4).
Zelfs de Franse historici zijn ge´ndoctrineerd door de Nederlandse tradities. De archeologische vondsten in Noyon geven duidelijk een continu´teit aan vanaf de eeuw voor Chr., terwijl die in Nijmegen na de 3e eeuw verdwenen zijn. Er is geen enkel bewijs dat de Bataven de (Keltische) naam Noviomagus meegenomen zouden hebben vanuit Nijmegen naar Noyon. Wat hier in elk geval wel uit spreekt is dat de verwarring tussen Nijmegen en Noyon reeds in de 19e eeuw bestond en niet van de laatste jaren is.
Wat nog opvallender is dat tussen 768 (de kroning) en 814 (het overlijden van Karel de Grote) Noyon niet in de geschreven bronnen voorkomt. Alle teksten, op een capitulaire uit 808 na, worden op Nijmegen toegepast. Noyon lijkt een verlaten stad te zijn (p.12). In 814 kwam Karel de Grote naar Noviomagus (Noyon) om een geschil over de grenzen van de bisdommen Noyon en Soissons te regelen. In 831 vindt een kerkvergadering plaats in Noviomagus, waaraan bisschop Jesse van Amiens deelnam. Over dit concilie wordt opgemerkt: "Tous les historiens sont d'accord pour placer ce concile non à Noyon, mais à Nimègue" (Alle historici zijn het erover eens om deze kerkvergadering niet in Noyon te plaatsen, maar in Nijmegen). Vreemd is het dan dat dit jaartal en deze kerkvergadering ontbreekt in "Het Bronnenboek van Nijmegen", waarmee Leupen dus erkent dat het toch niet van Nijmegen is! Of heeft hij toch niet alle bronnen gezien, zoals hij beweert? Wat overigens de bisschop van Amiens in Nijmegen waar geen bisschop zetelde te zoeken heeft, is een volgende vraag die misschien aangeeft waarom Leupen deze tekst niet voor Nijmegen claimt.

De geschiedenis van ons land vanaf de Romeinse tijd tot de 12e eeuw kent meerdere cruciale vraagstukken, zoals de verwarring tussen Nijmegen en Noyon. Dezelfde stukjes geschiedenis voor twee steden is natuurlijk absurd. Dezelfde beschrijving van de invallen van de Noormannen voor beide steden, die beide Noviomagus heetten, waar Karel de Grote in beide steden een nieuw paleis gebouwd zou hebben, gebaseerd op die ene tekst, is natuurlijk onzin. De uit de fantasie van een enkele middeleeuwse schrijver ontstane mythe, werd klakkeloos -zonder kritisch onderzoek- nagevolgd door vele historici in latere jaren, tot heden aan toe.

Kroning van Karel de Grote tot Koning der Franken.

Er is ÚÚn zekerheid waar zelfs de tegenstanders van de visie van Albert Delahaye het over eens zijn: de kroning van Karel de Grote tot koning der Franken vond in 768 plaats te NOYON. Einhard, tijdgenoot en secretaris van Karel de Grote, schrijft dat dit te Noviomagus geschiedde. Als Einhard dan in een volgende passage de bouw van een nieuw paleis vermeldt, plaatst hij dat "te Noviomagus aan de rivier de Vahalis, die het Eiland van de Bataven in het zuiden voorbijstroomt". Beide keren wordt dezelfde plaats bedoeld, zeker omdat Einhard nergens een onderscheid vermeldt.
Alle variaties van de kroningsplaats in verschillende kronieken genoemd, slaan dus op Noyon : Noviomo, Novionem, Noviomaco, Novioma, Noviomensi Urbe, Noviomo urbe, Noviomi, Noion, Noviomus, Neumaga, Niumaga en Numaga zijn dus verschillende namen voor dezelfde stad Noyon, de stad waar Karel de Grote tot koning der Franken is gekroond.
De historische en tekstkritische consequenties die dit heeft, wil of durft men echter niet te trekken. Men blijft ondanks alle argumenten die daartegen pleiten, toch vasthouden aan 2 residenties met dezelfde naam!
Welke motieven zou Karel de Grote gehad hebben om binnen enkele jaren na zijn kroning, die bij de Franken iets had van een sacrale wijding, een nieuw paleis te bouwen in Nijmegen, ver van het Frankische rijk?
Karolingisch Noviomagus moet dan ook definitief ge´dentificeerd worden als NOYON, de stad waar Karel de Grote tot koning der Franken werd gekroond. En omdat Karolingisch Noviomagus dezelfde plaats is als Romeins Noviomagus, behoort ook die geschiedenis aan Noyon. Noyon heeft aantoonbaar en historische continu´teit van 100 v. Chr, tot heden.

"Located about 60 miles north of Paris, the town of Noyon began as a Roman camp and remained important as a trading center."

Er zijn vele teksten waaruit blijkt dat met Noviomagus, of een van de vele variaties van deze naam, de plaats Noyon wordt bedoeld. Als het al niet letterlijk in de oorkonde staat, kan het vaak al uit de kontekst opgemaakt worden, of uit een parallelle tekst die over hetzelfde feit handelt.
St.Eloi, bisschop van Noviomagus, werkte onder de Frisones!"

En Nijmegen dan?

In Nijmegen zwaait men nog steeds met Franse oorkonden om haar historie te bewijzen. Nijmegen heeft zelf geen enkele oorkonde om haar eigen geschiedenis te bevestigen. Het oudste archiefstuk van Nijmegen dateert uit 1196. Daarvóór heeft men NIETS! De eerste oorkonde waarin Nijmegen enkele rechten verwierf, gevraagd aan de Duitse keizer, dateert uit 1230.
Ook de bodem van Nijmegen spreekt duidelijke taal: er is geen enkel relikt gevonden uit de Merovingische of Karolingische periode. Van de 3e tot de 11e eeuw is er geen continu´teit in de bewoning aantoonbaar of ooit aangetoond.


Romeins Nijmegen.
In het Romeinse rijk waren er meerdere plaatsen die de naam Noviomagus gedragen hebben. Nijmegen hoort daar zeker NIET bij, aangezien dat NERGENS met een parallelle tekst bevestigd wordt.
Een Romeinse bewoning in Nijmegen wordt niet ontkend, de archeologie spreekt hier duidelijke taal. Die bewoning eindigt voor Nijmegen tussen 170 en 250 n.C. definitief, de legerplaats was al rond 120 na C. opgeheven (zie bij Archeologie). Maar dat Nijmegen het Romeinse Noviomagus was gaat te ver. Dat heeft Nijmegen nooit aangetoond, zelfs het "Bronnenboek" toont dat niet aan, erger nog, dat toont juist aan dat die aanname onhoudbaar is.
Dr.W.A. van Es, toch geen medestander van de visie van Delahaye, schrijft in zijn "De Romeinen in Nederland, 3e druk 1980", op blz. 261: "Dit brengt ons tot een enkel woord over de continu´teit van de Romeinse cultuur op Nederlandse bodem. Die continu´teit ontbreekt", en op dezelfde blz.: "Sporen van bewoningscontinu´teit in Nijmegen zijn zeer vaag. Dat Nijmegen als stedelijke organisme in de 4e eeuw bleef voortbestaan is uitgesloten." Dat is toch duidelijke taal.

Het voor Nijmegen gehouden Noviomagus op de Peutinger kaart is onmiskenbaar Noyon. Dit Noviomagus lag in Francia, wat niet alleen de Peutinger kaart letterlijk laat zien, maar dat ook in alle teksten die bekend zijn over dit Noviomagus te lezen is. Deze teksten zijn van Romeinse of Franse schrijvers en wijzen dit Noviomagus ook aan als plaats waar Karel de Grote tot koning werd gekroond, dezelfde plaats waar hij zijn nieuwe paleis bouwde, het was Noyon.

De St.Nicolaaskapel.
De bouw van de St.Nicolaaskapel op het Valkhof toont aan dat de geschiedenis van Nijmegen (na de Romeinse periode) weer begint rond 1100. Dat deze z.g. Karolingische kapel nu, St.Nicolaas-kapel wordt genoemd, wat in 1965 nog ten stelligste ontkend en fel bestreden werd, bevestigd dat men ook in Nijmegen de fabel van Karolingisch Nijmegen heeft losgelaten. Aanvaarding van de naam St.Nicolaaskapel betekent immers het volledig toegeven van de valsheid van de Karolingische traditie, juist omdat de mythe het sterkst op deze kapel was vastgepind!

De invallen van de Noormannen.
De Noormannen hebben Noviomagus meerdere keren geplunderd. In 1047 hebben de Vlamingen het Karolingisch paleis van Noviomagus definitief verwoest. Uiteraard is daar geen spoor van achtergebleven in de Nijmeegse bodem! Immers het paleis heeft daar nooit gestaan en is daar ook nooit verwoest.
Ook de teksten spreken duidelijke taal. Als de Noormannen in 925 Noviomagus in brand steken, "komen zij vanaf Rouaan en PÚronne. Na Beauvais, Amiens en Atrecht geplunderd te hebben, kwamen zij voor de stad en het paleis van Noviomagus en staken dat in brand" zegt de tekst. In Nederland is o.a. deze tekst altijd angstvallig verzwegen. In het Bronnenboek wordt deze tekst overgeslagen, want iedereen begrijpt dat het hier niet over Nijmegen gaat. Zo slaat het Bronnenboek wel meer teksten over, want men begrijpt heel goed dat die teksten NOOIT op Nijmegen betrekking konden hebben.

De archeologie spreekt duidelijke taal.
Na de tweede wereldoorlog lag de oude binnenstad van Nijmegen grotendeels in puin en heeft men er gebruik van gemaakt om grootscheepse opgravingen uit te voeren. Ook bij herstelwerk aan riolering is steeds omvangrijk archeologisch onderzoek gedaan. Er is bij al die opgravingen geen enkel archeologisch relikt gevonden uit de periode van na de Romeinen tot de 12e eeuw. Na de Romeinse tijd begint de geschiedenis van Nijmegen feitelijk eind 11de eeuw. In de geschreven bronnen komt Nijmegen pas in 1125 voor de eerste maal voor en heet dan Neumaia.
Rond 1155 bouwt Frederik Barbarossa een burcht op het Valkhof. Bij de voltooiing liet Frederik Barbarossa een gedenksteen plaatsen met de tekst "dat hij het oude bolwerk van Julius Caesar (dus van de Romeinen) herstelt". Kan het nog duidelijker? Frederik Barbarossa wist heel goed dat Karel de Grote NOOIT een paleis in Nijmegen heeft gehad, want dat zou hij -als bewonderaar van Karel de Grote- dan zeker op die gedenksteen vermeld hebben. Deze gedenksteen is te bekijken in het gemeentelijk museum van Nijmegen. In Nijmegen kan men de ware geschiedenis van de stad niet langer ontkennen. Ze hebben het bewijs zelf in het museum staan!

Een beeld van de wijze waarop Nijmegen met haar geschiedenis omgaat.
Op 18 juli 1962 onthulde prof.Rogier op het Keizer Karelplein in Nijmegen een ruiterstandbeeld van de grote Karolingische vorst. Een misplaatste plechtigheid! Enkele jaren eerder werd in de eerste publikaties van Albert Delahaye getwijfeld aan dat Karolingische van Nijmegen. Blijkbaar vond de gemeente het plots nodig aan alle twijfel een einde te maken, met het plaatsen van dit loodzware beeld. Dat zou de twijfelaars wel weer op het rechte pad brengen.
Het gelaat van Keizer Karel vertoont een grimmige uitdrukking, waarmee het zeggen wil dat het op de verkeerde plaats staat. Het beeld zal en moet er blijven staan als teken van de wijze waarop men in Nijmegen omgaat met de twijfel aan de juistheid van de historie. Elke twijfel overschreeuwen met een overdonderend beeld. Het beeld is komische en past in het grote raamwerk van nationale mythen en illusies. Er staan meerdere van dergelijke beelden in Nederland die geplaatst zijn door niet ter zake deskundigen om een fabel in stand te kunnen houden.

Kijk ook bij "Het Bronnenboek"

De "Notitiae dignitatum per Gallias" uit de 4e eeuw (toen de Romeinen al lang uit Nederland verdwenen waren), een soort adresboek van de bestuurlijke organisatie van het Romeinse rijk, vermeldt dat in de Provincia Belgica Secunda 12 "civitates" liggen. Een civitas was een distrikt met een stad als centrum. De 12 waren: Reims de metropool, Soissons, Chàlons-sur-Marne; de civitas van de Veromandui, die nu Noviomagus - Noyon heet; Atrecht; Kamerijk; Doornik; Senlis; Beauvais; Amiens; Ponthion en Boulogne. In feite zijn het er 13, doch de metropool is niet meegeteld. Al deze plaatsen staan op de Peutinger-kaart, die uit dezelfde tijd dateert als de Notitiae. Daartussen ligt NOVIOMAGUS, dat onder de metropool Reims ressorteerde! Wie nog wil beweren dat het Noviomagus van de Peutinger-kaart Nijmegen is, moet maar eens met glasheldere bewijzen komen dat gelijktijdige geografische en institutionele bronnen zo'n enorme afwijking zouden vertonen.

De Romeinse indeling van de provincies zou later vrijwel ongewijzigd de kerkprovincies en de onderscheide bisdommen worden. Het latere bisdom Noviomagus viel onder Reims, Nijmegen onder Keulen, dat in de Romeinse tijd bij Germania Secunda was ingedeeld!

In dezelfde "Notitiae" worden de Laeti Batavorum in het noorden van Frankrijk geplaatst. Laeti waren inheemsen die in een bijzondere, niet militaire dienstverhouding tot de Romeinen stonden. Zij waren al in zoverre geŰmancipeerd dat zij in hun gebieden en bepaalde autonomie verworven hadden, ofschoon zij onderworpen bleven aan het Romeins gezag. Zij hadden eigen prefecten. Een van hen zetelde in Atrecht, de andere in Condren, op 21 km. noord-oost van Noyon, die onder het bestuur van Noviomagus stonden. Wie ook hier Nijmegen van wil maken, moet toch echt eens een atlas aanschaffen.

In het "Bronnenboek van Nijmegen" ontbreken deze gegevens eveneens, daar al te duidelijk is dat met dit Noviomagus nooit en te nimmer Nijmegen bedoeld kan zijn.
Klik hier voor de WARE geschiedenis van Nijmegen,

Bestel en lees het boek "De Ware Kijk Op" en oordeel zelf.