De historische geografie van de lage landen.
Terug naar de beginpagina. Naar het overzicht in het kort.

De Plaatsnamen.


Lees meer over namen van plaatsen bij Toponymie, Continuďteit, Deplacements Historiques, Asselt, Deventer, Dokkum, Wichmond, Wijnaldum e.a., Zelhem, Zutphen, Echternach en Amersfoort en veel andere plaatsen in Nederland.

Lees ook bij Het Cartularium van Egmond en de Oorkonden van Echternach en Keulen.

Bij het vaststellen van de locaties slechts op grond van plaatsnamen dient men rekening te houden met de vele doublures die er van plaatsnamen bestaan. Zelfs de geografische omstandigheden kunnen geen zekerheid bieden, aangezien die bij hergebruik van plaatsnamen ook op de nieuwe plaats toepasbaar kunnen zijn. Men gaf de nieuwe plaats immers een ter plekke toepasselijke naam.

In de verschillende klassieke bronnen worden vele plaatsn genoemd. In Nederland probeert men met een miniem percentage te 'bewijzen' dat de bedoelde teksten over Nederland gaan. Het meeste wordt overgeslagen.

Een overzicht:
bronnen van aantal namen D.P.Blok noemt er in Nederland onbekend blijft/blijven
Werethina 206 45 161
Cartularium Radboud 205 2=1% 99%
Trajectum 205 6 199
Lorsch 130 0 100%
Batua 160 0 100%
totaal Eperlecques, Liber Aureus, Trajectum, Werethina 1690 5% 95%

De vroegere kritiekloze schrijvers hebben massaal zeer oude teksten toegepast op plaatsen, waar zij meenden dat die thuis hoorden. Een bewijs geven zij nooit, hoogst zelden een motivering, die dan volkomen subjectief is. Of de beoogde plaats ten tijde van de tekst wel bestond - wat toch een vereiste is- hebben zij zich niet eens afgevraagd. In tal van gevallen wordt dit door de geschiedenis van de bodem ten stelligste tegengesproken.
Men dient zich tevens te realiseren dat vrijwel alle determinaties in Nederland pas eeuwen nà de feiten zijn toegepast en zij nergens door eigentijdse en eigen Nederlandse teksten worden bevestigd. Men kan zich in gemoede afvragen waarom de hedendaagse historici nog van zekerheden durven te spreken.

Gelijke of gelijkluidende namen werden na de "deplacements historiques" aangezien voor de authentieke plaatsen waar de teksten over gaan. Dit heeft de verwarring niet alleen groter gemaakt, maar tevens het weerleggen van de mythen welhaast onmogelijk.
Om de lezer al een idee te geven waar het over gaat, volgt hieronder een voorbeeld van een aantal dubbele plaatsnamen.

Goslar Carstens, Jahrbuch des Nordfriesischen Instituts, 1962, p. 39 - 44.
Goslar Carstens, een Duits naamkundige, was als officier in 1941 bij Calais werd ingekwartierd, en zag daar tot zijn verbazing een groot aantal plaatsnamen, volledig identiek aan plaatsnamen uit zijn geboortestreek. Hij publiceerde daarover in het "Jahrbuch des Nordfriesischen Instituts", 1962, p. 39 - 44.
Eerst geeft Carstens een lijst van een aantal volledig identieke namen, waar de enige afwijking is dat de Franse en Duitse schrijfwijzen verschillen. In toon en betekenis zijn zij geheel gelijk. Daarna somt hij een groot aantal achtervoegsels op, die in de twee streken gelijk zijn, zoals: -inghen, -hun; -dal; -feld; -beek; -brug; -berg; -bron en andere.

We beperken ons hier tot de volle doublures:

frans

duits

Bacinghem

Backe, Backens

Beuvrequen

Beveringhusen

Borweghe

Buerwege

Cokedal

Kokedal

Ellingtun

Ellingstedt

Essingehem

Esing

Floringhem

Flor, Flors

Godingatuna

Goting

Gonnehem

Gonne, Gonnesen

Haneskamp

Hanenkamp

Hardinghen

Harding

Kerenberg

Kirrenberg

Koten

Kating

Longenes

Langenes

Maningahem

Manning, Mannigsen

Milenberg

Milenberg

Nordhem

Nordhusum

Olehem

Oldsum

Ordinghem

Ording

Rosendal

Rosendal

Sangatte

Sandgate

Stapulae

Stapel

Tatinghem

Tating, Tatinge

Tetegem

Tetenbrill, Thedinbole

Westrehem

Westerhusum

Wicq

Wick

Widingahem

Wiedingharde

Wolde

Wohlde


Carstens meende hierin een nadere bevestiging te vinden van de reeds lang gangbare theorie, dat de Friezen en Saksen in de loop van de 3e eeuw afgezakt zouden zijn uit het hoge noorden van Duitsland naar de omgeving van Boulogne en St. Omaars. Ten onrechte zegt Carstens: naar Calais en omgeving, want op dat tijdstip bestond Calais nog niet, en in historische geografie moet men zich aan de in die tijd bestaande plaatsen houden. Wel is juist, dat dit soort namen op een zeer beperkt gebied in Frans Vlaanderen voorkomt. Elders vindt men er geen met de bekende Saksische achtervoegsels.
Deze theorie van Carstens staat helaas volledig wankel, daar de oudste berichten over Friezen en Saksen juist over het noord-westen van Frankrijk gaan. De latere handelen over Noord-Duitsland. Veel historici en naamkundigen hebben dit verschil niet opgemerkt.
Maar men kon zich onmogelijk voorstellen dat zo ver in Frankrijk een hele serie Germaanse plaatsnamen bestond; die konden alleen uit emigratie zijn ontstaan, meende men. De fatale vicieuse cirkel wordt ook hier gevormd door het misverstaan van "Germania" van Tacitus. Tacitus plaatst Frisia, Germania en tientallen Germaanse stammen in het noorden van Frankrijk, en hij heeft met geen woord over Friesland of het noorden van Duitsland gesproken.
De richting van de migratie heeft precies andersom gelopen. En dat dit zo is, bewijst ons eigen Friesland met 1030 doublures van eveneens Frans-Vlaamse namen.
Ook de plaatsen Brêmes (Bremen), Hamaburg (Hamburg) en Lewarde (Leeuwarden) en de rivieren Albis (Elbe), Amisia (Eems), Wisurgus (Weser) en Lippia (Lippe) passen in dit rijtje. Voeg daar de namen van de bekende heiligen en predikers bij en het hele probleem van de "deplacements historiques" is in kaart gebracht. De overeenkomsten zijn frapant en te veel om op te noemen.

Veel plaatsnamen duiden op de Germaans-Frankische oorsprong, zeker waar de -heim/hem-uitgang voorkomt zoals in Bouquinghem. Blaringhem en Hocquingen zoals de Franse verbastering nu geschreven wordt. De Saksische invloed blijkt dan weer uit plaatsnamen, die eindigen op -thun zoals in Alincthun en Baincthun.
Veel plaatsen in Nederland hebben een naam gekregen aan de hand van een naam uit een klassieke bron. Het is dan ook niet verwonderlijk dan de Nederlandse naam zoveel op de klassieke naam lijkt. De bekendste voorbeelden zijn Almere (al was het oorspronkelijke Almere een zee-inham, wat de naam al zegt) en Biddinghuizen in de Flevopolder, een nieuw dorp (uit 1963) dat de oude naam Bidningahusum uit een akte uit de 9e eeuw van de St.Bertijns abdij uit St.Omaars opgeplakt kreeg. Het is echter Boisdinghem op 11 km. west van St.Omaars. Dat de St.Bertijns abdij bezittingen zou hebben gehad in de nog niet bestaande Flevopolder is de historische miskleun ten top. Dit voorbeeld maakt iedereen duidelijk hoe meer plaatsen in Nederland aan hun naam gekomen zijn. Dat de oude naam perfect in het Nederlandse landschap past mag ook hier niet als bewijs voor het gelijk dienen. Dan is een bezoek aan het Franse landschap op zijn plaats.
De visie van Albert Delahaye.

"De plaatsnamen zijn de kapstokken van de historische feiten."



Honderden plaatsnamen uit de klassieke historische bronnen zijn onvindbaar in Nederland, Duitsland of Luxemburg.
  • 362 namen van het bisdom Trajectum: onvindbaar bij Utrecht;
  • 214 namen van de abdij Aefternacum: onvindbaar bij Echternach (L);
  • 206 namen van de abdij Werethina: onvindbaar bij Werden (D);
  • 305 namen van de Fresones: onvindbaar in Friesland en Schleswig-Holstein (D);
  • 550 namen van de Batua en Taxandria: onvindbaar in de Betuwe en in Brabant;
  • de Romeinse namen van Germania: onvindbaar in Duitsland.
In Noord-Frankrijk liggen ze allemaal in een beperkt gebied rondom Tournehem.

En dat dit zo is, bewijst ons lieve Friesland met 1030 Frans-Vlaamse plaatsnamen, volledige doublures van die in Frans-Vlaanderen. Ook de plaatsnamen van het bisdom Trajectum, van de abdij Aefternacum, van de abdij van Werethina en uit de levens van zendelingen vind je allemaal terug in Frans-Vlaanderen. Zie voor de hele lijst 'De Ware Kijk Op deel 1, p.404-476. In de historische geografie in West Europa blijken veel namen een vergelijkbare aangenomen etymologie te hebben gekregen. Het zijn juist deze namen en etymologieën die voor verwarring hebben gezorgd in de aangenomen geschiedenis van ons land. Veel namen uit oorkonden en kronieken zijn niet te verklaren in de aangenomen traditie en worden daarom overgeslagen. Van de 120 plaatsen die in de kronieken van de abdij van Lorsch genoemd worden en die alle in de Batua gelegen hebben, vindt men er geen enkele terug in de Nederlandse Betuwe. De enkele fantasietjes van Sloet, die later door geen enkele historicus zijn nagevolgd, laten we maar buiten beschouwing. Van alle namen in kronieken en oorkonden genoemd blijkt zelfs 99% overgeslagen te worden. Met die overige 1% probeert men de geschiedenis een plaats te geven, probeert, want bij nadere beschouwing klopt er niet veel van. Zie voor de vele voorbeelden in het hoofdstuk geografie.

William Shakespeare schreef het reeds in het begin van de 17e eeuw: "What's in a name?". Deze vraag kan men ook zeker stellen als we het hebben over de naamkunde in het eerste millennium. Veel namen in oorkonden en kronieken blijken wegens onbekendheid met de historisch achtergrond, op de verkeerde plek terecht zijn gekomen en hebben de kluwen van mythen in west Europa vertroebeld.

Met de "plaatsnaamkunde" zitten we midden in het probleem rondom de vraagstukken in de historische geografie in Nederland.
Er bestaan veel bronnen waarin honderden plaatsen genoemd worden. Bij het interpreteren van al die plaatsnamen hebben de "deskundigen" keer op keer de grootste fouten gemaakt. Juist de "plaatsnaamkundigen" (toponymisten) zouden de mythen en puzzels rondom de vele doublures opgelost moeten hebben. Zij hebben ze alle gemist, erger nog, zij hebben de mythen en puzzels -door eigen onkunde- slechts vergroot.


De "doublurologie" zou een wetenschap op zich moeten worden. Veel historisch geografische fouten zijn voortgekomen uit de toepassing van een historische gebeurtenis op de verkeerde plaats. In de Nederlandse historie kenmerkt zich dat door het toepassen van een geschiedenis die ter plaatse niet bestond, op een plaats die ten tijde van de geschiedenis niet eens bestond. De toepassing van de devotie rondom St.Willibrord is hierbij een veelzeggend voorbeeld. Toegepast op een niet bestaand Utrecht in de 7e eeuw, ontstond de eerste devotie pas in de 14e eeuw. Zie bij Jaartallen.


Was Nijmegen het klassieke Noviomagus of is het slechts een veel latere (slechte) Latijnse vertaling van de naam Nijmegen? Feit is wel dat de geschiedenis van de klassieke plaats Noviomagus zo verkeerd terecht kwam in Nijmegen.

Het moet goed begrepen worden dat de hedendaagse namen zoals Nijmegen, Utrecht, Wijk-bij-Duurstede of Dokkum, nergens genoemd worden in de authentieke geschreven bronnen. Evenmin namen als Tournehem, Audruicq of Dunkerque. Bij de "vertaling" van namen als Noviomagus, Trajectum, Dorestadum of Dockinchirica, heeft men zich vaak teveel laten leiden door de inmiddels ontstane mythen. Juist de context of parallelle bronnen moeten duidelijkheid verschaffen welke "vertaling" van een plaatsnaam de juiste is. Probleem daarbij is dat verdreven of verhuisde volken vaak hun bekende namen meenamen naar hun nieuwe woonplek. Het aantal zo ontstane doublures is frappant en heeft in de historische geografie voor veel verwarring gezorgd. Van de vele doublures heeft men vaak geen weet. Ziet men de hele lijst dubbele plaatsnamen, dan begrijpt men ook meteen het probleem. Niet de schrijfwijze, maar de uitspraak is hierbij bepalend geweest. Zelfs een naam als Leeuwarden (in Frieslamd) is een doublure van Lewarde (Nord - France).

Bij al deze plaatsnamen gaat het vaak over de naam van een dorp of stad, soms alleen om de naam van een stuk grond, een weiland, een akker of een bos (vaak aangeduid met de verzamelnaam "goederen") waarvan het eigendom, of soms alleen het vruchtgebruik, in handen van de genoemde persoon, kerk of abdij kwam. Een stuk land verkregen voor het hoeden van varkens of een bos voor het sprokkelen van brandhout, moet men derhalve niet op vele honderden kilometers van een abdij verwachten. Dit soort absurde afstanden komt in de Nederlandse traditie te veel voor. Ook een verkregen wijngaard moet men niet in Nederland willen plaatsen, wat helaas wel is gebeurd o.a. met Kennemerland!

Van de in de bronnen genoemde namen, die door de Nederlandse historici angstvallig worden verzwegen, is de overgrote meerderheid nooit in Nederland aangewezen of zelfs maar bedacht.
Enkele voorbeelden:

De Patavia of Batua.
De Patavia of Batua blijkt een cruciale rol te spelen. Waar heeft die gelegen? Was het de Betuwe in Nederland of was het 't land van Béthune in Noord-Frankrijk?

Enkele opvallende geografische gegevens:
  • Het klooster van Aefternacum lag volgens teksten in Batua. In de Duits/Nederlandse traditie is Aefternacum het Luxemburgse Echternach, dat onmiskenbaar niet in de Betuwe ligt. In de visie van Albert Delahaye is Aefternacum het Franse plaatsje Eperlecques, dat in het land van Béthune ligt en wel op enkele kilometers van Tournehem, dat het aloude Trajectum was.
  • Vanaf de Romeinse tijd zijn met het "vertalen van namen" onbegrijpelijke fouten gemaakt. De namen op de Peutingerkaart genoemd IN Patavia, liggen in de Nederlandse interpretatie allen BUITEN de Betuwe. Bij enkele beoogde plaatsen zijn niet eens Romeinse overblijfselen gevonden. Zie De Romeinen in Nederland van W.A. van Es.
  • In oorkonden van de abdij van Lorsch worden 120 plaatsen in de Batua genoemd. Ze zijn nooit in de Betuwe teruggevonden of aangewezen. Ook archeologisch ontbreekt elk spoor. Albert Delahaye heeft ze in Noord-Frankrijk allemaal aangewezen.
  • Van de 206 romaanse plaatsnamen, genoemd in de oorkonden van de abdij van Werethina, zijn er 12 in Nederland bedacht en 33 in Duitsland. Overigens geen enkele in de Betuwe. De overige 161 plaatsen zijn nooit teruggevonden in Nederland. In Noord-Frankrijk zijn alle 206 plaatsen aangewezen. Ze vormen daar één samenhangend complex.

De geografische bronnen.
De 305 namen uit de berichten over Frisia.
De namen van streken, rivieren en plaatsen genoemd in de bronnen over Frisia, wijzen allen naar het Frisia dat in Noord-Frankrijk lag. In deze hele lijst komen slechts enkele namen voor die men ten onrechte in Nederland heeft verondersteld, zoals Batavi, Canninefati, Dorestadum, Flevum en Lugdunum. De overgrote meerderheid is nooit in Nederland aangewezen. Deze namen worden door de Nederlandse historici ook angstvallig verzwegen. Van de wel bedachte plaatsen in Nederland ligt er overigens geen enkele in Friesland! In Frans en Belgisch Vlaanderen zijn alle namen in een samenhangend complex aan te wijzen.

De 120 namen van de abdij van Lorsch.
In oorkonden van de abdij van Lorsch worden 120 plaatsen in de Batua genoemd. Ze zijn nooit in de Betuwe teruggevonden of aangewezen. Ook archeologisch ontbreekt elk spoor. Albert Delahaye heeft ze in Noord-Frankrijk allemaal aangewezen. De 100 namen uit de levens van de zendelingen.
Deze namen worden genoemd in de levens van Willibrord, Bonifatius, Gregorius, Odulphua, Suitbert, Plechelmus, Lebuinus, Ludger, Willehad, Anscharius en Radboud. Het zijn allemaal Romaanse namen. Er is geen enkele Friese of Nederlandse naam bij. We laten ons natuurlijk niet in verwarring brengen door enkele doublures. Ook van deze 100 namen worden de meesten in de Nederlandse mythen angstvallig verzwegen.

De 262 namen uit de oorkonden van bisdom Traiectum - Tournehem.
De 262 namen van het bisdom Trajectum zijn afkomstig van het Cartularium van Egmond, waarin overigens geen woord over St.Willibrord te lezen is. Vast staat dat dit Cartularium afkomstig is van St.Riquier (F). De namen, genoemd in deze oorkonden van Trajectum, zouden dus allemaal rond Utrecht gelegen moeten hebben. Men heeft er geen enkele kunnen aanwijzen in Utrecht of omgeving. Zelfs archeologisch ontbreekt elk spoor. Deze namen worden door de Nederlandse historici ook angstvallig verzwegen. In Noord-Frankrijk zijn ze allemaal aan te wijzen.

De 214 namen uit de oorkonden van de abdij Aefternacum - Eperlecques.
Van deze 214 namen ligt er geen enkele in Friesland of Utrecht. Slecht enkele namen zijn foutief -op grond van valse aktes van Echternach- in Noord-Brabant geplaatst. (De goederen waren geschonken aan het bisdom, maar werden later teruggeclaimd vanuit Echternach en niet vanuit Utrecht) Opvallend is dat er ook geen enkele naam terug te vinden is in Luxemburg, waar immers in Echternach het klooster van St.Willibrord gelegen zou hebben. Hij had er geen enkele bezitting, geen enkel stuk land. Deze namen worden door de Nederlandse historici ook angstvallig verzwegen. Echter in Noord-Frankrijk zijn al deze namen rondom Eperlecques aan te wijzen.
Het blijft natuurlijk een onbegrijpelijke veronderstelling dat St.Willibrord, de apostel der Friezen, in Friesland zijn missiegebied had, dat zijn kerk in Utrecht stond en zijn klooster in Echternach. St.Willibrord werd zo een omvangrijke en onvergelijkbare reislust toebedeeld. Verwonderlijk blijft het vervolgens, dat alle reizen die dan noodzakelijk geweest zouden zijn, in de oorspronkelijke bronnen nergens beschreven staan.

De 206 namen uit de oorkonden van de abdij Werethina - Fréthun.
Van de 206 namen uit de oorkonden van Werethina heeft men er ooit 45 menen te kunnen aanwijzen: 33 in Duitsland, 12 in Nederland. De rest hebben de historici in Nederland altijd verzwegen, omdat men er geen raad mee wist. Ook deze 206 namen zijn in Noord-Frankrijk allemaal aan te wijzen.

De namenpatserij van Blok.
In de bronnen worden ruim 1690 namen genoemd liggend in Frisia en omgeving. Prof.dr D.P. Blok lokaliseert er slechts 47 in zijn boek "De Franken in Nederland", om te bewijzen dat de Franken wel degelijk in Nederland woonden. Met deze 47 namen meent Blok zijn gelijk te kunnen bewijzen, terwijl hij 1643 namen overslaat, die hij niet thuis kan brengen. Hij claimt deze plaatsen niet en laat ze dus aan Noord-Frankrijk. De eerste regel van historische geografie is bij Blok waarschijnlijk al niet bekend, althans, hij past deze niet toe. Van een gelokaliseerde plaats moet namelijk met een andere bron bevestigd worden, dat deze plaats in de 7e/8e eeuw wel bestond. Bij Blok vindt men nergens zo'n bewijs.
Klik hier voor een overzicht van de 47 plaatsnamen in het boek "De Franken in Nederland".
In het boek "De Ware Kijk Op" vindt U ze alle 1690!


Data-bestand.
Er wordt gewerkt aan een DATA-BASE (hier als voorbeeld Werethina) van alle in de teksten genoemde plaatsen en de interpretatie zoals Albert Delahaye die zag.
Zoals hij meerdere malen heeft aangegeven, aanvaardde hij volledig de mogelijkheid, dat (Franse) historici in de toekomst ten aanzien van enkele plaatsen wellicht tot betere determinaties zouden kunnen komen. Immers ten aanzien van een aantal plaatsen had ook Delahaye geen pasklare oplossing. Soms omdat er, gezien de context, meerdere locaties voor in aanmerking kunnen komen, soms omdat de bedoelde plaats niet meer terug te vinden is, omdat zij gewoon niet meer bestaat.
Maar uit meer dan 5000 plaatsen twijfel hebben over een honderdtal, is vele malen meer acceptabel dan de Nederlandse traditie, waar het precies andersom lag: van die 5000 plaatsen heeft men er een kleine 100 (helaas foutief) in Nederland kunnen plaatsen. De grote meerderheid is nooit gevonden en dat zou al veel eerder evenzovele vragen hebben moeten opwerpen.


Een voorbeeld: Hoe kwam de Jordaan aan z'n naam?
Veel mensen vragen zich af waar de naam Jordaan in Amsterdam vandaan komt. De meest gehoorde verklaring is dat het woord is afgeleid van het Franse jardin (tuin). De Franse immigranten uit de 17e eeuw zouden de wijk Jardin genoemd hebben, omdat de meeste straten van de Jordaan naar bloemen vernoemd zijn.
Anderen menen echter dat de naam is geďnspireerd door de rivier de Jordaan, het bekende water in het Heilige Land.
Maar historicus Kannegieter houdt het er op dat de naam komt van het Franse riviertje de Jordanne in de Auvergne. Deze historicus verklaart dat de de Fransen dit vervuilde riviertje vergeleken met de Prinsengracht, welke toendertijd ook ernstig vervuild was.
Zo zie je, al drie verklaringen voor één enkele naam.
De juiste verklaring geeft niet alleen de juiste betekenis van de naam, maar ook een uitleg over de herkomst van de naam en de herkomst van de naamgevers. Vanuit historisch geografisch oogpunt van doorslaggevend belang.


Wat weten we nu feitelijk echt?
Bij zoveel onvindbare plaatsen moeten de historici er toch van doordrongen raken dat ze in Nederland in de verkeerde streek aan het zoeken zijn.
Bovendien heeft Albert Delahaye ALLE plaatsen wél teruggevonden in Frans-Vlaanderen. En mochten er een paar twijfelachtig zijn, dat nog geeft de grote massa juist gelocaliseerde plaatsen de juiste streek aan: Frans-Vlaanderen.

Dáár heeft de onderhavige geschiedenis die zo sterk met deze plaatsen verbonden is zich dan ook voorgedaan en niet in Nederland!

In het boek "De Ware Kijk Op" vindt U ze allemaal.

Bestel en lees het boek "De Ware Kijk Op" en oordeel zelf.