Terug naar de beginpagina. Naar het overzicht in het kort.

Het grootste probleem.

Het grootste probleem ten aanzien van de geschiedenis in het eerste Millennium, is niet het vinden van bewijzen geweest die de traditionele geschiedenis tegenspraken, maar het bestrijden van de vooringenomenheid en verbolgenheid van de professionele historici. Bij elke twijfel die opgeroepen werd, was steeds het eerste argument "dat het niet paste in het algemeen aanvaarde beeld van onze geschiedenis". Historici van naam, zoals Vollgraff, Boeren en Coens, werden met deze dooddoener tegengesproken. De gewenste discussie ging men steeds angstvallig uit de weg.

Het is een algemeen probleem onder 'beroeps'-historici dat men tijdens de opleiding blijkbaar nooit over afwijkende standpunten spreekt. Men krijgt slechts les in de traditionele opvattingen. Wat daarvan afwijkt is 'not-done'. De boeken van Albert Delahaye behoren op de universiteiten nog steeds tot 'verboden' lectuur. Zelfs recent opgeleide historici blijken nog nooit van Albert Delahaye gehoord te hebben. En als men bij uitzondering wel eens zijn naam blijkt te kennen, dan weet men feitelijk niet wat hij geschreven heeft. Al zijn opvattingen worden bij voorbaat verworpen. En dat terwijl veel van zijn opvattingen steeds meer gemeengoed worden, ook onder de traditionalisten. Zie bij het gelijk van Delahaye.

Het is onbegrijpelijk dat de traditionele historici zo star vasthouden aan de mythen, terwijl zij die in eigen publicaties vaak tegenspreken. Zie daarvoor bij CITATEN. Niet alleen de vroegere historici zoals Blok, Stolte en Van Es spreken zichzelf regelmatig tegen, maar ook de hedendaagse historici als Groothedde en Van der Tuuk vertonen dit euvel. Zie voor Groothedde bij Zutphen en voor Van der Tuuk bij de Noor(d)mannen. Ook bij hen kan er slechts sprake zijn van reputatieschade als ze weigeren te erkennen dat Delahaye op belangrijke punten wel degelijk gelijk heeft. Beiden zijn juist werkzaam bij instellingen waarover zij publiceerden. Groothedde is stadsarcheoloog in Zutphen en Van der Tuuk is conservator in Museum Dorestad in Wijk bij Duurstede. Uiteraard zullen beiden hun standpunten handhaven, immers ze worden werkloos als ze hun broodheer afvallen. Het is wel duidelijk dat hier van belangenverstrengeling sprake is. Zij houden er bevooroordelde opvattingen op na en zijn dan ook onbetrouwbaar als neutraal historisch deskundigen. Ze erkennen dat ze feitelijk geen bewijzen hebben voor hun opvattingen, maar weven er in hun publicaties toch steeds een mooi verhaal omheen. Het verhaal klinkt overtuigend, maar is dat voor terzake deskundigen allerminst. Die doorzien meteen dat ze veel beweren, maar niets bewijzen.

"Het leek allemaal zo goed te passen." Inderdaad, het leek te passen. Bij een kritische bestudering van de bronnen kan er slecht ÚÚn conclusie getrokken worden: de bronnen, waarop de traditionele geschiedenis van ons land is gebouwd, hebben geen betrekking op Nederland.
Bij elke beschouwing worden de twijfels in de veronderstelde geschiedenis sterker.
Waarom was de geschiedenis die de eerste Nederlandse schrijvers beschreven zo anders? Daar is nooit serieus onderzoek naar gedaan. Zij vermelden nergens het paleis van Karel de Grote in Nijmegen of de invallen van de Noormannen, of de zetel van St.Willibrord te Utrecht, of de moord op St.Bonifatius te Dokkum, maar ook de Friezen, Franken en Saksen kom je bij hen niet tegen als inwoners van ons land.
De traditionele geschiedenis van ons land zoals wij die kennen, kwam pas na deze schrijvers tot stand in de 15e en vooral in de 17e eeuw. In de vrijheidsstrijd tegen Spanje was sprake van een patriotisme en ongekend chauvinisme, waarbij historische gegevens werden misbruikt om de grootsheid van de Hollander aan te tonen. In deze strijd zijn zelfs de Batavan als symbool van een opstandig volk onder de bezetting van de Romeinen naar Holland getransplanteerd. De pseudo historici als Johannes Smetius hebben er een potje van gemaakt. Hun denkbeelden zitten vol fouten en toch worden hun uitgangspunten nog steeds gevolgd. Echter niet door Albert Delahaye die de informatie van de eerste schrijvers, zoals Alpertus Mettensis, Melis Stoke, de Clerc uten Laghen Lande en de Annalen van Egmond, opnieuw heeft bestudeerd en tot heel andere conclusies kwam dan de gangbare.

Zowel de amateur historicus, als het publiek dat zijn kennis vooral uit oude schoolboekjes had, stonden niet open voor een kritische discussie over de vele vragen. Zelfs de professionele historici hebben zich nauwelijks verdiept in de materie en de vele vragen die in de loop van eeuwen zijn opgeworpen. Hun vooringenomenheid en verbolgenheid hebben een open discussie altijd in de weg gestaan, waarmee ze de historische wetenschap een slechte dienst hebben bewezen. Met onnozele opmerkingen dacht men de bewijzen van Delahaye te kunnen weerleggen. De mythen werden langzamerhand tot historische zekerheden verklaard, zonder ooit gedegen onderzocht te zijn. Juist toen Delahaye begon met het stellen van kritische vragen, zijn tot die tijd bestaande vermoedens plots tot historische zekerheden verklaard, zonder dat er enig bewijs aan werd toegevoegd. Men hoeft de boeken van A.W.Byvanck maar te lezen om te weten te komen wat in 1944/45 nog slechts een vermoeden en verre van zeker was en wat nadien, zonder enig verder bewijs, plots een zekerheid werd.

De authentieke bronnen spreken een duidelijk, maar wel een andere taal.

Over een aantal historische zekerheden heeft altijd twijfel bestaan: zie bij Twijfel.
Dat Karel de Grote zijn belangrijkste residentie, Noviomagus, aan de rand van zijn rijk gehad zou hebben gebouwd, heeft menigeen altijd bevreemd. Ook de afstand van meer dan 300 km. tussen de bisschopszetel en de abdij van St.Willibrord, in de Nederlandse traditie Utrecht en Echternach, is nooit aannemelijk verklaard. En dat in Friesland geen enkele kerk vóór de 19e eeuw vernoemd is naar St.Bonifatius is, voor deze 'apostel van de Friezen', eveneens onaanvaardbaar.
Of het nu gaat om de veldtochten van Julius Caesar of van Karel de Grote, het missiewerk van St.Willibrord of St.Bonifatius, de woonplaats van volkeren als Friezen , Franken en Saksen, of de plunderingen van de Noormannen, steeds stuit men op dezelfde problemen: te veel feiten uit de bronnen komen niet overeen met de aangenomen Nederlandse geschiedenis.
Zie een hele reeks onverklaarbare feiten in de vaderlandse geschiedenis bij Stellingen.

Een aantal van die 'sterke' tradities bleken met het vorderen van de wetenschap uiteindelijk onhoudbaar. Ook de steeds verder vorderende Archeologie toonde onomstotelijk aan, dat de Nederlandse traditie niet meer dan een traditie was en niet bevestigd werd in de opgravingen, ook al werden opgravingen wel eens naar de gewenste geschiedenis ge´nterpreteerd.

De geschiedenis van "Nederland" in het eerste millennium is ontstaan zonder dat er ooit gedegen bronnenonderzoek is gedaan. Verschillende historici geven dat ook zelf onomwonden toe, zie bij Ongelooflijk. Ook blijven veel vragen bestaan, te veel vragen bestaan, waarin verschillende historici elkaar tegenspreken en Albert Delahaye gelijk moeten geven in zijn onderzoek: zie bij Bevestiging. Toch hielden gerenommeerde historici vast aan de traditie die voornamelijk gestoeld was op het naschrijven van eenmaal verkeerd ge´nterpreteerde opvattingen en ging men een open discussie op grond van de bronnen uit de weg.
Teksten die niet in het traditionele plaatje pasten werden zonder verdere toelichting "onbetrouwbaar" of "vals" verklaard. Bronnen die de traditie tegenspraken werden verzwegen.
Juist het pure Bronnenonderzoek is het uitgangspunt geweest van Albert Delahaye. Teksten, kronieken en gebeurtenissen die daaruit voortvloeien zijn in de juiste tijd en op de juiste plaats gezet. Niet nageschreven van bronnen toen de mythe net opkwam of al bestond, maar zonder vooringenomenheid bestudeerd en logisch vergeleken in samenhang met andere bronnen. Juist die logica en samenhang zijn de sterkste argumenten in de visie van Albert Delahaye.

Betwijfelt U deze kijk op de geschiedenis van ons land? Bestel het boek De Ware Kijk Op ... en oordeel zelf.