Terug naar de beginpagina. Naar het overzicht in het kort.

De Geograaf van Ravenna

De Geograaf van Ravenna was een anonieme schrijver, die tussen 638 en 678 te Ravenna een beschrijving van de wereld vervaardigde, "Cosmographia" genoemd, en zijn gegevens waarschijnlijk aan kaarten heeft ontleend. Hij vertelt in woorden en zinnen wat hij aan de hand van de kaarten meende te moeten rekonstrueren. Van de westkust van Europa geeft hij de volgende beschrijving:

"Het vaderland van de Germanen, dat nu door de Franken wordt beheerst, ligt met zijn rug tegen de Oceaan en Britannia. Op een uur afstand daarvan (volgens de zon) volgt het land van de Friezen met Dorestate, welk land een deel van Germanië is, en daarachter liggen vele eilanden. Op het derde uur volgt het vaderland van de Saksen, waar in de Oceaan eveneens veel eilanden liggen. Op het vierde uur ligt het vaderland van de Noormannen, dat vanouds ook Dania werd genoemd".

Dit laatste licht hij elders als volgt toe:

"Naast het land, dat Danice heette, ligt het land dat Saxonia wordt genoemd, waarvan men zegt, dat het vroeger tot Dania behoorde".

In de gebruikelijke interpretaties werd de eerste tekst precies omgekeerd verstaan en uitgelegd. Men begon in het zuiden te interpreteren om in Denemarken te eindigen. De Ravennas duidt integendeel eerst Germanië aan en noemt dan Dorestadum. Het land van de Saksen moet men zoeken op de kust van Frankrijk ten zuiden van Boulogne, waar tal van teksten de "Litus Saxonicum" de Saksische kust plaatsen, overigens reeds lang bekend vanuit de Romeinse periode. De Ravennas eindigt zijn beschrijving niet in Denemarken doch in Normandie, dat reeds vóór de grote invasies van de Noormannen uit het begin van de 9e eeuw Nortmannia of Dania heette. Klinkt het in eerste instantie misschien wat vreemd dat de tekst zó gelezen en verstaan moet worden toch vinden wij in een andere passage van de Ravennas de volledige bevestiging.

"Laten wij nogmaals", zegt hij op een andere plaats, "aan de noordelijke (lees westelijke: zie west-oriëntatie) kust beginnen. Naast de Oceaan ligt het land van de Friezen, dat aan de kust van de Oceaan ligt naast het land van Saxonia. In dat land van de Friezen heb ik nergens steden vermeld gevonden dan alleen de twee, die vanouds Bordonchar en Nocdac genoemd werden. Het is hetzelfde land, dat ook Francia Rinensis heet, maar voorheen Gallia Belgia Alobrites werd genoemd".

Duidelijk is dat de noordelijke kust, die de Ravennas noemt, als de westelijke moet worden opgevat. Bij het eerste citaat was dat misschien niet zo helder, waar zijn opsomming van de vier windstreken naar de schijn van zuid naar noord liep. Daar moeten de opgaven eveneens een kwartslag gedraaid worden, zodat zij in werkelijkheid van oost naar west geïnterpreteerd moeten worden, wat overigens al dwingend is door de vier genoemde uren van de zon, die immers van oost naar west lopen. Even duidelijk is, dat de rekonstruktie niet zuiver oost-west gaat, maar meer van het oosten naar het zuid-westen, en bovendien dat er geen volle uren liggen tussen de door hem genoemde streken.

Dat de Ravennas de west-oriëntatie hanteert, blijkt nogmaals uit een andere tekst, waar hij de vier windrichtingen achter elkaar noemt:

"Aan dat noordelijk (lees: westelijk) deel vindt de wereld haar einde in de voornoemde Oceaan. Daar reikt de Oceaan tot aan Germanië, waar de Dani, de Saksen en de Friezen wonen. In deze noordelijke (lees: westelijke) Oceaan zijn enige eilanden, maar zij liggen achter het land van de Saksen, waarvan een Nordostrachia en het andere Bustrachia (Westtrachin) wordt genoemd. In het oosten (lees: noorden) heeft Britannia het eiland Thila en het eiland Dorcadis; in het westen (lees: zuiden) de provincie Gallië en het gebergte van de Pyreneeën; in het noorden (toevallig juist, ofschoon de Ravennas "westen" bedoelde) het eiland Scotia en in het zuiden (lees: oosten) het oude Germanië".

Deze tekst is met een onvoorstelbare zelfverzekerdheid op de Friese gouwen Oostergo en Westergo in verband gebracht, namen die pas eeuwen later verschijnen.

Wanneer men ziet, dat de Ravennas en andere klassieke en vroeg-middeleeuwse schrijvers zo kategorisch en systhematisch de west-oriëntatie hanteren, moet men zich wel ernstig afvragen of zij bij de woorden Noormannen of "Northomanni" wel in Noorwegen of Denemarken waren. Het is vrijwel zeker, dat zij op de Angelsaksen doelden, die lang vóór de echte invasie van de Noren, Zweden en Denen vanuit Engeland aanvallen deden op het vasteland van Frankrijk en Vlaanderen, wat door Gregorius van Tours al in de 6e eeuw wordt bericht. Deze benaming stoelde op dezelfde west-oriëntatie en lag daarna vast toen de Vikingen inderdaad uit het noorden kwamen. De volkeren uit het hoge noorden hebben zichzelf nooit Noormannen genoemd; ook blijkens de bronnen is de naam in Frankrijk uitgevonden. Afgezien van de andere geografische details is het dubbel misleidend te beweren, dat de Ravennas Denemarken of Noorwegen op het oog had in zijn eerst geciteerde tekst. Zijn Northomanni moet men eveneens omzetten in "Westmanni". Verschillende historici hebben er terecht op gewezen, dat vóór Karel de Grote géén Noormannen in het Frankische rijk zijn geweest, maar als zij zich dan zetten aan het weerleggen of bekommentariëren van de tekst van de Ravennas, raken zij door de niet-opgemerkte west-oriëntatie de juiste draad kwijt.

De meest opvallende en belangrijkste tekst uit zijn "Cosmographia" is die over Francia Rinensis.
"Aan de voorkant van datzelfde land van de Frisones, alsof wij bij wijze van spreken het hebben over een uitgestrekt land, ligt het vaderland dat Francia Rinensis heet, maar dat vanouds Gallia Belgica Alobrites werd genoemd. Over dit land schreven verschillende geleerden..... maar zij beschrijven het land niet op dezelfde manier, daar de een dit, de ander iets anders zegt. Maar ik heb in navolging van Anaridus, een geleerde van de Gothen, de onderstaande steden in het land van de Franken genoemd. Wij lezen dat in dit land verschillende steden waren, waarvan wij enkele opsommen, namelijk naast de Renus de steden die genoemd worden. Er zijn nog andere steden vóór het voornoemde Maguntia (Mainvillers of wellicht Magneville) naast de rivier de Renus, maar omdat deze Renus door het land van de Alemani komt, heb ik die niet in het land van de Franken genoemd. Verschillende rivieren stromen door dit land, waaronder de grootste die Renus wordt genoemd. Zij ontspringt op een plaats die Rausa Confitio wordt genoemd, en stroomt in de Oceaan onder Dorestate in het land van de Fresones."

De Ravenna maakt hier dus onderscheidt tussen een Renus in het land van de Alemanni (Duitsland) en de Renus in Francia. Deze laatste Renus moet, gezien de plaatsen die Ravenna noemt, als de Schelde worden beschouwd. Over de interpretaties van de genoemde plaatsen gaan de onderhavige discussies, maar Dorestad opvatten als Wijk bij Duurstede in het land der Friezen, waar de Renus in de Oceaan stroomt, zijn enkele onmogelijkheden in de Nederlandse traditie. Evenmin het opvatten van Francia Renensis als een deel van Nederland, temeer daar Ravenna het ook Gallia Belgica Alobrites noemt. En waar Gallia Belgica lag, toont de Peutingerkaart met plaatsen als Boulogne, Arras, Bavay, Soissons en Reims (om er enkele te noemen). Dorestad (zie bij Dorestadum) moet opgevat worden als Audruicq dat aan het Almere lag en waar de Renus (de Gallische Renus in Francia).

 

De mededelingen van de Ravennas zijn in drie opzichten belangrijk.

1. Het eerste is, dat zijn teksten een periode van enige eeuwen overbruggen, wat voor Frankrijk niet van veel belang is, omdat daar de historische continuiteit voldoende vast staat. Voor Nederland scheen zijn tekst van meer gewicht, omdat hij als eerste en oudste bron Dorestadum vermeldt, wat immers op Nederland werd begrepen en hier het onbetwijfelbaar bestaan leek aan te duiden van deze plaats in een tijd en een streek, die beide onmogelijk waren. Tegen zon duidelijk "bewijs" vielen alle problemen weg. Vanaf de Ravennas naar de berichten over de Noormannen en hun aanvallen op Dorestadum was natuurlijk maar een kleine stap, zuiver chronologisch gezien ongeveer een halve eeuw. In het opzicht van gemakkelijke interpretatie was het niet eens een stap.

De grootste verdienste van de Ravennas is dat hij het verband tussen Dorestadum en de Peutinger-kaart dwingend maakt, zodat met Dorestadum netjes de kaart te volgen vanzelf leidt naar de juiste streek. In het hoofdstuk over het oude Dorestadum is met argumenten aangetoond, dat Dorestadum zich eveneens in het westen van Noord-Frankrijk bevindt; de stad bestaat nog steeds, uiteraard onder een inmiddels geëvolueerde naam. Die éne vermelding van Dorestate tegen het einde van de 7e eeuw, waar lang daarvóór en lang daarná geen enkele tekst bekend is om ook maar één historisch feit in Nederland te plaatsen, was geen teken van waarheid maar integendeel een enorm rood signaal.

2. Het tweede punt is dat hij Ptolemeus en de Peutinger-kaart tot in details bevestigt. Zou men nog willen twisten over de vraag, of het midden van Nederland al dan niet op de Peutinger-kaart kan staan, dan bewijst de Ravennas, dat de bewuste landstreek van de Patavia in zijn tijd nog bestond en nog van steden was voorzien. Met andere woorden: dat zijn positieve mededelingen uit het einde van de 7e eeuw onmogelijk op Nederland kunnen slaan, waar de transgressies toen hun hoogtepunt bereikt hadden, en uit de historische of archeologische gegevens geen enkele aanwijzing is te putten voor het bestaan in Nederland van deze steden. Wanneer de eerste historische dokumentatie van Nederland ontstaat, vermeldt deze niets over Dorestadum. Pas veel later komen de eerste mythen langzaam op gang.

3. Blijkens de parallel tussen Ptolemeus, de Peutinger-kaart en de Ravennas wordt de toepasselijkheid van de kaart op een en dezelfde streek van de 1e tot de 7e eeuw bevestigd, wat voor Nederland volstrekt onmogelijk is. Dit is het definitieve derde punt, waarmee aangegeven is dat de Geograaf van Ravenna het nergens over Nederland heeft gehad.


Tegenstanders van deze theorie wekken graag de indruk dat ze als onpartijdige en objektieve critici uit wetenschappelijke bezorgdheid spreken. Het publiek moet eindelijk de ware reden van hun verbolgenheid kennen, zodat het des te beter kan oordelen over de onbetamelijke uitvallen, die in sommige gevallen het normale fatsoen geweld aandoen, en in wetenschappelijk opzicht ver beneden peil zijn, zoals de befaamde blunder over de Germaanse naam Niumaga en de even enorme misvatting over de lengte- en breedtegraden van Ptolemeus. Stolte, een van die grootste "tegenstanders" van de visie van Albert Delahaye, heeft in 1948 een proefschrift geschreven over de Geograaf van Ravenna, dat de toen geldende opvattingen volgt en er derhalve helaas grondig naast is. We willen niet zijn hierop verkregen doctorstitel ter diskussie stellen, maar wel erop wijzen dat de man zó persoonlijk bij de kwestie betrokken is, dat hij uit hoofde van menselijke en wetenschappelijke ethiek het oordeel erover aan anderen had moeten overlaten. Dat Stolte nooit naar voren is gekomen met een argument uit de Ravennas, die hij bij wijze van spreken van buiten moet hebben gekend, hebben de insiders al lang zéér vreemd gevonden. Het toont alleen aan dat Stolte die beslist niet ter tafel wil hebben, want dan wordt openbaar wat hij zo angstvallig verborgen wil houden. Het tragische van het geval is, dat hij van alle na-oorlogse gedoctoreerden juist door de keus van zijn proefschrift het dichtst bij het ontdekken van de waarheid is geweest.

Bestel en lees het boek "De Ware Kijk Op" en oordeel zelf.