Terug naar de beginpagina. Naar het overzicht in het kort.

Romeins Nederland.


Lees meer over Romeins Nederland bij de Limes, de Romeinen, Julius Caesar en de Varusslag.

Er zijn geen schriftelijke, noch archeologische bewijsredenen om de Romeinse tijd in Nederland met Caesar te laten beginnen. Bron: J.Hendriks.

Nu dat eenmaal is vastgesteld zal men de hele vaderlandse geschiedenis van Julius Caesar moeten herzien. Zij strijd tegen de Eburonen bijv. heeft zich dan ook niet in Limburg voorgedaan, maar in Noord-Frankrijk rond Beaurain.

Julius Caesar is nooit in België geweest en al helemaal niet in Nederland, zodat alles dat van dit onjuiste uitgangspunt werd afgeleid, geschrapt moet worden.

Men laat de Romeinse geschiedenis in Nederland dan ook gemakshalve beginnen met de aanstelling van Drusus over heel Gallië in 13/12 v. Chr. Er is ook hier geen enkel schriftelijk noch archeologisch bewijs voor deze aanname.
Van de oudste Romeinse forten is aangetoond dat die uit rond 40 n.Chr. stammen. Daarmee begint Romeins Nederland dat ruim 200 jaar geduurd heeft tot ca. 260 toen de Romeinen deze contreien verlieten wegens de transgressies (zie daar).

De altijd op Nederland van toepassing gedachte Romeinse geschiedenis, blijkt bij nadere beschouwing die van Noord-Frankrijk te zijn. De teksten spreken duidelijke taal en laten er geen misverstanden over bestaan!

Hiermee wordt Romeins Nederland niet ontkend. Het probleem is aan de vindplaatsen van Romeins in Nederland de juiste naam te geven. De namen van de Peutingerkaart hebben in elk geval geen betrekking op Nederland.

Een van de kernpunten van de Romeins Nederland is de locatie van de Renus. Dat de Renus synoniem is aan de Rijn is een nooit bewezen aanname.

De juiste plaats van de Romeinse Renus wordt onweerlegbaar duidelijk aan de hand van de volgende tekst van Plinius. Plinius beschrijft dat, "waar de Renus in zee uitstroomt vindt men witte steen, die zich gemakkelijk laat snijden en die o.a. gebruikt wordt voor het leggen van vloeren".


Het gaat in deze tekst heel duidelijk over de Franse kalksteen, die zich inderdaad uitermate goed laat gebruiken voor het leggen van vloeren als voor beeldhouwwerk. De marmergroeven bij Rinxent#) staan hierom nog steeds internationaal bekend. Volgens de traditionele opvatting (o.a. die van A.W.Byvanck: zie opmerking*) wordt hier de mergel in Zuid-Limburg bedoeld. Franse Kalksteen is inderdaad wit, in tegenstelling tot mergel dat geel van een kleur is en totaal ongeschikt is voor vloeren. Mergel verpulvert meteen als men erop zou lopen. De kalksteen uit Noord-Frankrijk wordt marmer genoemd en wordt nog steeds gebruikt voor vloeren en schoorsteenmantels, maar ook voor beeldhouwwerk. Dezelfde kalksteen werd ook gebruikt voor de sarcofaag van St.Willibrord die 'van marmer' genoemd werd. Het is een belangrijk detail dat zich onmogelijk in Nederland laat plaatsen, maar in Noordwest Frankrijk precies past! Het "Maison du Marbre" in Rinxent, ten noorden van Boulogne, verschaft de bezoekers informatie over winning en toepassingen van de witte kalksteen die hier gewonnen wordt.

#) LET OP: Rin-x-ent: het einde van de Rin, de Renus!
*) LET OP: de Rijn stroomt nergens in Zuid-Limburg langs de mergelgroeven. "Gemakshalve" werd Renus hier door Byvanck "vertaald" met Maas. Hetzelfde zien we bij W.A. van Es, die Renus enkele keren "vertaalt" met Waal, omdat Rijn of Maas niet klopt met de rest van de tekst.

Waar de Renus in zee uitstroomt is ook al niet in Zuid-Limburg, maar in de traditionele opvatting bij Katwijk. Bij Katwijk vind je zowiezo geen enkele steensoort, slechts zand en strand.
Het is dan ook volkomen onbegrijpelijk hoe de traditionele geschiedenis bij deze locaties komt. En veel historici hebben deze interpretatie klakkeloos gevolgd. Dat is nog onbegrijpelijker. Het meest onbegrijpelijk is dat degene die deze locatie ter discussie stelt en op de onlogica wijst, voor een "fantast" werd uitgemaakt.


Het berichtje is een schot in de roos voor de opvatting van Delahaye. De noordgrens is zeker een strijdtoneel geweest of liever gezegd: het is duidelijk dat die noordgrens niet in Nederland lag, maar enkele honderden kilometers zuidelijker lag dan de historici ons willen doen geloven. Dat het jonge "kanonnenvoer" niet is teruggevonden is duidelijk. Dat kanonnenvlees zat aan de echte Limes Germanicus. Conclusie: Tabula Rasa met de limes in Nederland.
De allereerste jaren van Romeinse aanwezigheid langs de oude Rijn in onze streken is in de jaren 40 en 50 van de eerste eeuw! (Bron: Jaarboek Oud-Utrecht 2018, p. 21)

Na deze constatering vervallen een aantal aangenomen opvattingen voor Nederland, zoals:
  • de aanwezigheid van Caesar in Nederland en zijn strijd tegen Tencteren, Usipeten en Eburones.
  • de aanwezigheid van Drusus in 9 v.Chr. en de kanalen van Drusus en Corbulo ergens in Nederland.
  • de mogelijk Romeinse haven in Velsen is dan van latere tijd.
  • de Bataven in de Betuwe.
  • zie voor andere consequenties: de stellingen van Albert Delahaye.

    Het Romeinse verleden van Nederland is op een aantal uiterst wankele pijlers gebaseerd. De Peutinger-kaart en de dateringen van archeologische vondsten tonen duidelijk aan dat de Romeinse geschiedenis moet worden herschreven.

    Zoals Romeins Nederland tegenwoordig wordt gepresenteerd heeft het nooit bestaan, ook niet in de Romeinse tijd. De verschillende bouwstijlen en bouwtijd van de zogenoemde Romeinse 'forten' geven dat al aan. Het waren ook geen 'forten' ter verdediging van Germaanse invallen, maar grensposten. De Germaanse stammen die hierbij steeds genoemd worden, woonden al binnen het Romeinse Rijk, zoals de Ingaevones, Marsi, Chamavi, Vandili, Eburonen, Tenteren, Usipeten enz. De Limes die men in graag in Nederland legt lag in Noord-Frankrijk/België langs de weg Bavay-Keulen. Het Germania van Tacitus lag ten noorden van de taalgrens in België/Frankrijk waar de taalgrens nog steeds ligt. De taalgrens heeft nooit langs de Rijn in Nederland gelegen.

    De Nederlandse voorstelling van het Romeinse Rijk heeft een hoog 'Archeon-gehalte'. Het is een bombastische voorstelling van zaken die zich nooit in Nederland heeft voorgedaan. Het echec van het Archeon toont al aan dat de toeristische bevolking van Nederland een beter historisch inzicht heeft dan menig historicus. Enkele uitspraken van archeoloog W.A.van Es geven dat perfect weer. "Romeins Nederland was allerminst van internationale allure" en "Romeins Nederland is nimmer de eer van een collonia waardig geacht".
    Volgens Harry van Enckevoort kan Romeins Nederland wel een opkikkertje gebruiken. Er worden allerlei toeristische fietsroutes uitgezet, om de Romeinse Limes te willen benadrukken. Maar dan moet men wel in Noord-Frankrijk gaan fietsen, want daar lag de echte Limes.

    Romeins Nederland kent een groot aantal problemen:
    1. Van geen enkele Romeinse vestigingsplaats is de naam met zekerheid of overtuigende bewijzen vastgesteld, ook van Nijmegen niet.
    2. De afstanden tussen de plaatsen komen niet overeen met de Peutingerkaart, verre van zelfs.
    3. Geen twee Nederlandse grensforten zijn aan elkaar gelijk. Dat geeft aan dat er geen militaire regie achter zat, maar eerder die van uitgetreden veteranen.
    4. De forten langs de Rijn zijn ook sterk afwijkend van het standaardmodel.
    5. De forten langs de Rijn zijn stukje bij beetje opgebouwd op basis van willekeurig beleid en zeker niet in één keer.
    6. De Rijn werd ook niet beschouwd als verdedigingsgrens, maar als transportroute.
    7. Ondanks de vele fouten en andere onzekerheden blijft de Peutingerkaart gebruikt worden voor de legitimatie van de Nederlandse opvattingen. Met een vals bewijs valt feitelijk niets te bewijzen, wat men in Nederland steevast wel probeert.
    8. Net als bij de forten was de bedreiging vanaf de overkant meer suggestie van historici dan realiteit. Aan de overkant woonden geen Germaanse stammen die gevaar zouden kunnen opleveren. De Germanen woonden immers al binnen het Romeinse Rijk ten zuiden van de Rijn. Germania Inferior lag binnen het Romeinse Rijk.
    9. Het Romeins in Nederland wordt gevonden onder een dikke laag (zee-/rivier-)klei wat onweerlegbaar de daarna voorkomende transgressies aantoont.
    10. De gevonden zogenaamde 'Romeinse' schepen zijn allemaal van een ander type. Daarbij komt sterk de vraag naar voren "Waren het wel Romeinse schepen?". Van enkele schepen is vastgesteld dat het inlandse platbodems waren, waarbij plaatselijke schippers in opdracht/verzoek van de Romeinen het transport verzorgden.

    De visie van Albert Delahaye.

    Het Nederlandse grondgebied heeft voor de Romeinen nooit iets voorgesteld, of, om het met de woorden van archeoloog Dr.W.A.van Es te zeggen: "Romeins Nederland is nimmer de eer van een colonia waardig geacht!" Romeins Nederland is allerminst van internationale allure geweest. Een Romeinse colonia is Nederland ook nooit geweest, erger nog, nergens vind je bij de Romeinse klassieke schrijvers een beschrijving van Romeins Nederland. Slechts de term "Agri Decumates" (Tacitus) is op het Nederlandse gebied van toepassing.

    De plaatsing van dè Romeinse "Limes" (Germanicus) langs de Rijn in Nederland is net zo absurd als het plaatsen van de taalgrens in Nederland langs de grote rivieren. De taalgrens geeft dan ook haarfijn aan waar de "Limes Germanicus" gezocht moet worden, namelijk op de grens van Gallia en Germania. Let wel: het Germania van Tacitus en dat is zeker niet het huidige Duitsland.


    'Geen twee Nederlandse forten zijn aan elkaar gelijk en zijn in verschillende opzichten afwijkend van het het standaardmodel.'
    "De afgelopen jaren is duidelijk geworden dat de linie stukje bij beetje is opgebouwd, schijnbaar op basis van willekeurig militair beleid." 'De Rijn werd waarschijnlijk niet zozeer als grens beschouwd, maar eerder als transportroute.' "Net als bij de forten was de bedreiging vanaf de overkant meer suggestie dan realiteit."
    Bron van deze citaten: E.v.Ginkel & L.Verhart.

    Zoeken naar namen en plaatsen.
    Vanaf het moment dat men zich realiseerde dat Nederland een Romeins verleden had, is er geprobeerd om historische namen en gebeurtenissen met huidige plaatsnamen en streken te verbinden. Dat leverde interessante discussies op, die voortduren tot op de dag van vandaag. Want in feite is het niet absoluut zeker dat de plaatsen waaraan in de vorige hoofdstukken (van dit boek, red.) zo stellig een Romeinse naam is gegeven, ook werkelijk zo heetten. Bron: E.v.Ginkel & L.Verhart.

    Er zijn tegenwoordig enkele historici en archeologen die menen de opvattingen van Delahaye over Romeins Nederland te hebben weerlegd. Zij menen archeologisch aangetoond te hebben dat de opstand der Bataven zich toch in Nederland heeft voorgedaan. Met een brandlaag en gevonden munten menen zij hun gelijk aangetoond te hebben, naast één gevonden penning van centurio Aquillius in Nijmegen. Het kan niet dikwijls genoeg gezegd worden, maar met munten bewijs je niets en met een brandlaag net zo min. Er is namelijk niet uit op te maken wie de boel in de fik gestoken heeft. Hoe weet men dat het in 69 of 70 n.Chr. de Bataven waren? Waaruit blijkt die datering? Houten forten brandden ook wel eens af als de Romeinen in het koude Nederland er een vuurtje in stookten.
    Het zijn vage hypothesen en de sterke punten van het betoog van Delahaye laten ze onbeantwoord. Zijn er in de Betuwe, dat immers het eiland van de Bataven was, dan nu wel nederzettingen gevonden? En waar lagen alle plaatsen die nadien in de Batua genoemd worden? In Nederland blijven ze onvindbaar! En waarom namen de Bataven al dienst in het Romeinse leger voordat er ooit één Romein in Nederland geweest was? En is nu aannemelijk gemaakt dat Julius Caesar vanuit de Betuwe overstak naar Engeland? En waar woonde het grote volk der Friezen, dat ook deelnam aan deze opstand? Zouden die uit Friesland naar de Betuwe getrokken zijn, terwijl ze in Friesland nooit een Romein zagen? En is nu aangetoond dat de Batua in Gallia lag zoals de schriftelijke bronnen vermelden? En die penning van Aquillius die een van de Romeinse leiders was bij de opstand der Bataven, vormt dat een bewijs? Ook niet. Vergeten wordt dat het tiende legioen dat in 69 en 70 n.Chr. bij de opstand tegen de Bataven gestreden had, pas na het voorjaar van 71 n.Chr. , dus ná de opstand, vanuit Frankrijk (Norroy) naar Nijmegen werd overgeplaatst. Die penning kan dus ook in het jaar 72 of 73 daar verloren zijn geraakt. En hoe zit het met de rivier de Navalia waar uiteindelijk de vrede werd gesloten? Is die al gevonden in Nederland?
    Zo zijn er nog vele tientallen vragen te stellen waar de tegenwoordige historici en archeologen geen antwoord op hebben. Ze noemen het dan ook wijselijk niet of draaien er een beetje omheen. Zo maken ze van Castra Herculis plots Nijmegen, waarmee ze dus erkennen dat Nijmegen niet Noviomagus was en Delahaye dus gelijk geven.

    Neen, de conclusie dat de theorie van Delahaye ten aanzien van de Romeinse tijd als onhoudbaar en weerlegd beschouwd kan worden, is net zo'n grote mythe als dat de Bataven in de Betuwe woonden.


    Wat moeten we ons van Romeins Nederland voorstellen?
    Nieuw archeologisch onderzoek zet de traditie op haar kop!
    De Rijn was geen verdedigingsgrens tegen invallen van Germaanse volkeren, maar slechts een bewaakte transportroute!
    Zie ARCHEObrief.



    Gentse professor in de Romeinse archeologie bewijst het gelijk van Albert Delahaye.
    Prof. Hugo Thoen: "Ik zoek al vijftig jaar naar bewijzen van Caesars aanwezigheid in België, maar heb nooit iets gevonden."


    Het is natuurlijk de grootste zotternij aller tijden dat Caesar, die aantoonbaar nooit boven de lijn Boulogne-Trier is geweest, zijn basis voor de aanval op Engeland, in de Nederlandse Betuwe zou hebben gelegd, in plaats van op de plek "waar je de overkant kunt zien" en welke plaats momenteel nog de naam draagt "Camp de César". Aanvaarding van dit ene argument kegelt de hele Nederlandse traditie omver. Vandaar dat historici zich zo stug blijven vastbijten in die traditie. Immers zij doorzien levensgroot alle consequenties. Dan is immers de Betuwe niet "Het Eiland van de Bataven", dan is de Rijn niet "de Renus" en dan gaat de hele Peutingerkaart niet over Nederland, maar over Noord-Frankrijk. Inclusief het Trajectum van St.Willibrord, het Dorestadum waar de Noormannen plunderden en het Noviomagus van Karel de Grote.

    Het is natuurlijk eenzelfde zotheid om de woonplaats van de Menapiërs in midden Nederland te plaatsen (Byvanck en vele historici die hem naschreven doen dat), terwijl hun hoofdstad Cassel (Castellum Menapiorum) in Noordwest-Frankrijk ligt.
    Plaats men de Menapiërs in de juiste streek, dan volgen de Bataven, die immers hun buren waren, ook naar Noord-west-Frankrijk. Dan moet ook daar de Romeinse Renus gezocht worden, die uitstroomde in de Oceaan op de plaats waar men de overkant kan zien.

    Een beperkte Romeinse aanwezigheid in Nederland wordt door Albert Delahaye allerminst ontkent: de Romeinen zijn zeker in Nederland geweest. Maar het is een onbewezen en eenvoudig te weerleggen aanname dat de plaatsen van de Peutingerkaart die in de Patavia worden genoemd, op Nederland betrekking zouden hebben.
    Alleen van Romeins Utrecht is de naam met zekerheid door opgravingen vastgesteld. Die naam was Albiobola. Daarmee wordt onweerlegbaar de mythe weersproken dat Utrecht het Romeinse Trajectum zou zijn geweest. Tevens wordt weerlegd dat Utrecht het Trajectum van St.Willibrord zou zijn geweest. Romeins Utrecht heette Albiobola of Colonia Albiobola Batavorum.
    Van geen enkele andere plaats in het Nederlandse rivierengebied is de Romeinse naam met zekerheid bekend. Wellicht dat Vechten Fectio geheten heeft, maar Fectio staat evenmin als Albiobola op de Peutingerkaart. Alle andere traditionele identificaties van Lugdunum tot Noviomagus, zijn aannames op grond van foutieve veronderstellingen. Van geen enkele plaats is de naam met zekerheid vastgesteld, ook van Nijmegen niet, dat zich graag siert met de antieke naam van Noyon: Noviomagus.

    Drie sprekende voorbeelden van de onlogische Nederlandse traditie: de veldtocht van Drusus, de veldtocht van Germanicus en het kanaal van Corbulo (klik op de naam voor de betreffende informatie).

    Drusus sticht in dit hoofdstuk Velsen, hetgeen onzin is, terwijl het jaar 16 (Germanicus) als stichtingsjaar voor Vechten zeker te laat is, en het is natuurlijk helemaal onmogelijk dat dan "later" Drusus de Vecht nog eens gaat kanaliseren. Bron: Westerheem.

    Romeins Noviomagus en Karolingisch Noviomagus was één en dezelfde plaats. Daar zijn alle historici het altijd over eens geweest en daar is men het nog steeds over eens. Dat is ook geen enkel punt van discussie, ook voor Albert Delahaye niet.
    Nu van het Karolingische Noviomagus is aangetoond dat het NIET Nijmegen was, dan is Nijmegen evenmin het Romeinse Noviomagus! En dan gaat de Peutingerkaart ook niet over Nederland.



    Het op de kaart hierboven (detail van de Peutingerkaart) afgebeelde Noviomagi zou Nijmegen zijn. Het opschrift FRANCIA op dit deel van de kaart, spreekt deze traditie radikaal tegen. Tevens zou, als dit Noviomagus Nijmegen zou zijn, Nijmegen aan de verkeerde kant van de Waal liggen. Immers de afgebeelde rivier ten zuiden van Nijmegen is de Patabus (volgens de Nederlandse traditie zou dit de Waal zijn). De Waal is een afsplitsing van de Rijn, wat de kaart ook duidelijk niet aantoont. Aan de overkant van die Patabus ligt onmiskenbaar Noord Frankrijk met o.a. de plaats Baca Conervio (is Bavay).
    De uitgesproken twijfel of deze kaart hier wel een strookje van Nederland toont, is lange tijd door historici weerlegt met als enige argument "wie anders beweert verkondigt baarlijke nonsens". Het is nog steeds het enige argument in de traditie van Romeins Nederland. Dat die traditie nog geen 60 jaar bestaat en nooit eenduidig was, wordt steeds verzwegen.


  • De Romeinen in Nederland.
    Het boek "De Romeinen in Nederland" van W.A. van Es, is bij veel historici waarschijnlijk net zo onbekend als "De Ware Kijk Op" van Albert Delahaye.
    Archeoloog Van Es (zie noot) geeft in dit boek een beschrijving van de Romeinse tijd in ons land, waarbij hij de veronderstelde geschiedenis volgt. Bij hem wordt de Renus steevast als Nederlandse en Duitse Rijn opgevat, hoewel hij er enkele keren niet uitkomt en dan Renus maar met Waal "vertaalt" (o.a. op p.39, 58).

    Het moet goed begrepen worden dat door Albert Delahaye het Romeins in Nederland allerminst ontkend wordt, al willen sommige critici dit nog wel eens kwaadaardig opperen. Het gaat hem echter te ver om aan de tijdelijke noordgrens van het Romeinse Rijk die importatie te geven die men er in Nederland zo graag aan geeft. Het Romeins in Nederland is allerminst van internationale allure, schrijft ook Van Es in zijn boek "De Romeinen in Nederland". Romeins Nederland is in de ogen van de Romeinen slechts een onbelangrijk en zeer tijdelijk buitengebied geweest. Dit wordt bevestigd door de archeologie, waar we in de Nederlandse bodem slechts overblijfselen vinden van welgeteld één legioenskamp (te Nijmegen) en slechts 4 Romeinse forten (Valkenburg, Zwammerdan, Vechten en Utrecht) door opgravingen zijn vastgesteld.

    Archeologisch blijven er kapitale vragen onbeantwoord. Steeds opnieuw schiet er ook bij Van Es "een vraagteken uit de pen" als de bodemvondsten niet in overeenstemming zijn met de geschreven bronnen. De bodemvondsten zijn feiten, de toepassing van geschreven bronnen op de vindplaatsen in Nederland zijn aannames, meningen en blijken foutief te zijn. Zo lezen we op blz.106 bij Van Es: "van de Romeinse wegen in Nederland kunnen alleen de voornaamste hier vermeld worden. Het waren er vijf of zes." Vervolgens wordt de mogelijke loop van deze wegen geschetst om te besluiten met: " van de meeste van deze wegen (bedoeld wordt 'van al deze wegen') is nog geen centimeter teruggevonden", aldus Van Es.

    "De Romeinen in Nederland" wordt als een standaardwerk over de Romeinse tijd in ons land beschouwd. Bij kritische lezing vallen een aantal erg fundamentele en van de traditie afwijkende uitspraken op, die blijkbaar bij veel historici onbekend zijn, of angstvallig verzwegen worden. Vooral verwijzingen in de "Noten" (waar andere historici worden geciteerd die het dus ook weten.) spreken boekdelen. Feitelijk bevestigt dit boek de visie van Albert Delahaye op een zeer opmerkelijke wijze. De vele mitsen en maren, de voorbehoudens en waarschijnlijkheden, de vragen ten opzichte van de Romeinse periode in de geschiedenis van ons land, kunnen slechts tot de conclusie leiden die Van Es ook zelf trekt: Romeins Nederland heeft feitelijk nooit iets voorgesteld (Romeins Nederland is nimmer de eer van een colonia waardig geacht). Dan vraagt een kritisch lezer zich toch wel af waar "die sterke traditie sinds de Romeinen", zoals Hugenholtz dat eens beweerde, feitelijk op gebaseerd is geweest.
    Ik raad dan ook iedereen aan, die moeite heeft met de visie van Albert Delahaye, vooral "De Romeinen in Nederland" van Dr.W.A.van Es eens te lezen. En Van Es, de opgraver van Dorestadum, kan nu niet meteen een medestander van Albert Delahaye genoemd worden. Hij schaarde zich eerder als "lid" bij de "Club van Nijmegen".


    Maar ook andere historici spreken in hun boeken hun twijfel uit over een aantal Romeinse tradities.

    Bevindingen van andere historici zijn te vinden bij Hoofdstuk 1: De Romeinen in Nederland.
    en bij Hoofdstuk 2: Romeins Nijmegen.

    De Romeinen.

  • De Romeinen hebben onmiskenbaar vestigingen in Nederland gehad, echter de daaruit getrokken conclusies missen elke grond van nauwkeurig onderzoek! Zo vindt men in Nijmegen Romeinse overblijfselen op drie verschillende en van elkaar liggende locaties. Dit toont eerder geen permanente bewoning aan, dan juist die zo gewenste continuïteit!
  • Julius Caesar is zelf nooit in Nederland geweest, zodat alles -en dat is heel wat- wat van een onjuiste veronderstelling is afgeleid, geschrapt moet worden. Het is absurd te veronderstellen, dat zijn basis op het eiland van de Bataven voor de oversteek naar Engeland, in de Nederlandse Betuwe gelegen zou hebben. Die lag op het punt "waar je de overkant kunt zien", ofwel tussen Cap Blanc Nez en Cap Gris Nez in Noord-Frankrijk, waar bij de plaats Wissant (=Withmundi) nog steeds een archeologische locatie "Camp de César" heet (zie kaartje: klik op het kaartje voor een vergroting).

  • In de Nederlandse traditie zou het Romeinse kamp te Woerden, dat stamt van nà 40 na Chr., gediend hebben ter voorbereiding van de oversteek van de Romeinen naar Brittannië. Nederlandse historici en archeologen zouden de Eurotunnel dan ook niet vanaf Calais hebben aangelegd, maar vanuit Midden-Nederland.

  • Tacitus noemt "Germania" de streek tussen Boulogne en Straatsburg! Hij plaats de Bataven en de Frisii op de taalgrens.

  • Ook Ptolemeus situeert de zogenaamde "Nederlandse" plaatsen uit de Romeinse periode in het noord-westen van Frankrijk!

  • Byvanck (Nederland in den Romeinschen tijd, Leiden 1943), een veel nageschreven autoriteit op het gebied van de Romeinen, verklaarde Ptolemeus voor onbetrouwbaar, omdat hij met de gegevens van Ptolemeus geen raad wist. Alle 'studies' van Byvanck en van hen die hem naschreven, zijn dus gebaseerd op de verkeerde uitgangspunten, aangezien Byvanck de west-oriëntatie van Ptolemeus heeft gemist.

  • De Geograaf van Ravenna zegt precies hetzelfde als Ptolemeus, zodat hij diens mededelingen uit de eerste eeuw nog eens voor de 7e eeuw bevestigt.

  • Verschillende gegevens van de Romeinse klassieken uit de eeuw vóór Chr. of uit de derde of vierde eeuw na Chr. werden klakkeloos op Nederland toegepast, wat een chronologische absurditeit is, omdat de Romeinen toen nog lang niet in Nederland waren of er al lang uit vertrokken waren.

  • In de gebruikelijke maar volledig foutieve reconstructie van "Germania" van Tacitus, worden Gallische en Germaanse stammen uit het noorden van Frankrijk, door Caesar ca. 50 vóór Chr. en daarna in het begin van de 1e eeuw door de Romeinen bedwongen, gesitueerd in een enorm gebied tussen Denemarken en Rusland, waar nooit één Romein is geweest.

  • In 'De Bello Gallico" (de Gallische oorlog) van Caesar spelen de Cimbri een grote rol, zodat hun localisatie in Noord-Duitsland, volgens anderen zelfs helemaal in Denemarken, een grote farce is. Julius Caesar is nooit zo ver geweest, noch enig Romein na hem. En de veronderstelling dat de Cimbri vanuit Denemarken wel even oorlog kwamen voeren in Nederland (of Noord-Frankrijk) is natuurlijk even absurd.

  • Van de Peutinger-kaart is pas in de 20e eeuw, dus ruim 16 eeuwen na het ontstaan van de kaart, voor het eerst een klein strookje op Nederland toegepast, en toch is dit zonder onderbouwing als volle waarheid aangenomen.

  • Bij die eerste toepassing in 1887 van de Peutingerkaart op een strook in Nederland langs de Rijn werden de plaatsen Leiden, Rotterdam, Dordrecht en Nijmegen genoemd. Slechts aan Nijmegen zijnde het Noviomagi op deze kaart en ook onhoudbaar, wordt momenteel nog vastgehouden.
  • Het is een gegeven dat Utrecht, Maastricht en Aken en de landstreken daartussen, NIET op de Peutinger-kaart staan. Zou Nijmegen en midden Nederland er dan wel op staan? De toepassing van de Peutinger-kaart op het noorden van Frankrijk is door heden nog gelijkluidende namen een evidentie.

  • De Romeinse namen van de plaatsen in de Nederlandse traditie zijn slechts gebaseerd op de namen op de Peutingerkaart. In geen enkele plaats is een bevestiging gevonden van de veronderstelde plaatsnaam. Dat de Peutingerkaart nooit overeenkwam met de Nederlandse vindplaatsen van Romeinse forten, blijkt wel uit de vele varianten die men steeds gehanteerd heeft. Castra Herculis is een hele lange tijd onvindbaar geweest in Nederland, wat Van Es O.c. p.52, 127) ook rechtuit toegeeft. Er is met Castra Herculis heel wat geschoven. Zo was Castra Herculis eens (1) waarschijnlijk Nijmegen, vervolgens werd (2) Elst genoemd, toen (3) Kesteren (in de Betuwe), of was het misschien (4) Kasteren (in de gemeente Liempde), toen was het plots (5) Arnhem-Meinerswijk, of (6) Huissen, eerder werd ook (7) Opheusden als mogelijke plaats van dit Castellum opgevoerd. De onlangs voorgestelde identificatie van Castra Herculis met (8) Doodewaard of (9) Druten(Bogaers) wordt nog door geen enkele bodemvondst gesteund. En volgens J.Bervaes is het in de omgeving van Herveld (10) of in Ewijk (11) (Betuwe). Liefst 11 verschillende locaties, ofwel men weet er geen raad mee in Nederland! Wat ook erkend wordt door J.Bervaes, die schrijft dat "er nog grote onzekerheid bestaat omtrent de locatie van Castra Herculis".Bron: J.Bervaes
    Daarnaast werden nog door een of meerdere historici de volgende locaties genoemd: Doesburg (12), Randwijk (13), Heteren (14), Driel (15), Zetten (16), Valburg (17), Haalderen (18), Malburgen (19), Doornenburg (20), Aerst (21) en Winssen (22). (Bron: Westerheem 5, okt.2016 p.240)
    In een artikel in Archeobrief van sept. 2013 komt Jan Verhagen tot de slotsom dat Castra Herculis geïdentificeerd moet worden met Nijmegen Valkhof (23) of Nijmegen Hunerberg (24). Dat wordt door Jan Verhagen en Stijn Heeren nog eens bevestigd met een uitvoerig artikel in Westerheem 5 van okt.2016 (p.239 e.v.). Zij komen tot deze conclusie op grond van de tekst van de hiervoor genoemde Marcellinus (358) en de afstanden op de Peutingerkaart. Volgens hen klopt hun betoog na correctie van de veronderstelde fouten op de Peutingerkaart. Ook van Levefano, Carvone en Arenato komt men zo tot nieuwe identificaties die slechts te bewijzen zijn door de genoemde afstanden op de Peutingerkaart als fout te verklaren. Daarmee worden ook deze identificaties erg gezocht, onwaarschijnlijk en derhalve onjuist. Men kan nu eenmaal niets bewijzen door de bron van het bewijs vals te verklaren.
    Castra Herculis was de Noord-Franse plaats Arleux (etymologisch zeer goed te verklaren uit Herculis), op 24 km oost van Atrecht (Arras) en op 28 km van Carvin.

  • Hetzelfde verhaal geldt voor andere Romeinse plaatsen. Zo lag Castellum Flevum (dat overigens ontbreekt op de Peutingerkaart) achtereenvolgens ergens op een van de Waddeneilanden (V-Fliemond, Halbertsma - afbeelding 1), halverwege Noord-Holland (afbeelding 2), was het misschien (?) Velsen (W.A.van Es, Willems; afbeelding 3). Of was het "naar alle waarschijnlijkheid' te Vechten (J.E.Bogaers). Maar Vechten was toch Fectio? Ook de Brittenburg (aan de mond ? van het Vlie: H.P.H.Jansen) wordt als locatie genoemd. Of was de Brittenburg misschien Lugdunum? Maar was Lugdunum dan niet Leiden of Katwijk? Dat Castellum Flevum, zoals de naam al zegt, aan het Flevum gezocht moet worden, schijnt men gemakshalve maar te vergeten. Zo heeft menig historicus zijn eigen interpretatie, ofwel men weet er geen raad mee!

    Castellum Flevum 1 Castellum Flevum 2 Castellum Flevum 3
  • Ook met andere Romeinse plaatsen in de Patavia heeft men nog steeds moeite ze te localiseren in Nederland, laat staan in de Betuwe. Over Carvone en Levefanum lopen de meningen zover uiteen als er historische faculteiten in Nederland zijn. Om over de onderste weg in de Patavia op de Peutingerkaart maar helemaal te zwijgen. Daarvan is nog geen enkele plaats met zekerheid in Nederland geïdentificeerd. Behalve dat de verondersteller vaak zelf al zegt dat zijn identificatie erg hypothetisch is, missen deze veronderstellingen elke grond van historisch onderzoek. Vanuit de "zekerheid dat Noviomagus Nijmegen is" worden deze identificaties verklaard.


    "De namen Noviomagi (Nijmegen?), Carvone (Kesteren?) en Fletione (Vechten?) geven nog steeds aanleiding tot verhitte discussies tussen historici", aldus S.van der Zee..
    Zo bestaan er meerdere opvattingen over de plaatsen van de Peutingerkaart in Nederland en daarmee samenhangende plaatsen, zoals Trajectum, Mannaricium, Batavodorum en Vada, die overigens niet op deze kaart staan:
    • Caspingio is Rossum (Van Es), Caspingio is Esch (Bruijnesteijn), Caspingio is Grobbendonk (Rozemeyer);
    • Grinnibus/Grinnes is Rossum (Bogaers), Grinnibus is Kerk-Avezaath (Jager), Grinnibus is Oss (Bruijnesteijn), Grinnibus is Hoogeloon (Rozemeyer), Grinnis lag bij Gorinchem (Byvanck) of was Grinnes mogelijk Rhenen (H.Blankenberg e.a.);
    • Vada is Wadenoijen*) (Blok), Vada kan Wadenoijen niet geweest zijn (Bogaers), Vada kan Kerk-Avezaath geweest zijn (Jager); als Vada Wadenoijen was, dan kan Grinnes niet Rossum zijn geweest (Stolte); Vada was Ravenswaaij (Tijdschrift voor Aardrijkskundig genootschap 1904); Vada was Afferden (Oudheidkundig jaarboek 1938); Vada was Heerewaarden (Byvanck);
    • Trajectum is Maastricht (Kreijns, Bruijnesteijn), Trajectum is Antwerpen (Rozemeyer); van Romeins Utrecht staat onweerlegbaar vast dat het Albiobola heette (Vollgraff);
    • Carvone is Kesteren (traditie, Bervaes, Willems), of was het Kasteren?;
    • Atuaca (Atuatuca) is Tongeren (traditie), Thoringia is Tongeren (Blok);
    • Voor Castra Herculis worden in Nederland liefst 24 verschillende locaties genoemd, zie hierboven, ofwel men weet er geen raad mee. De locatie van deze plaats is dus gebaseerd op de eigen veronderstelling van elke individuele historicus;
    • Dorestad is Wijk bij Duurstede (Van Es), Batavodorum is Wijk bij Duurstede, Batavodorum is Nijmegen (traditie), Lefevano is Wijk bij Duurstede (J.Romein, Bervaes), Mannaricium is Levefano en zijn allebei Wijk bij Duurstede (Bervaes) of is het beide Maurik? Mannaricium is Maurik (Gysseling, Blok), Levefano is Venlo (Kreijns), Levefano is Oisterwijk (Rozenmeijer);
    • Lugdunum is Leiden of Katwijk of de Brittenburg (traditie?), Lugdunum is Antwerpen (Bruijnesteijn), Lugdunum is Luik (Kreijns), Lugdunum is Gent (Rozemeyer);
    • Flevum Patabus is de Waal (Bogaers, Van Es), Flevum Patabus is de Maas (Byvanck, Bervaes. Kreijns)
    • In Driel, Druten (volgens Bogaers is dat Castra Herculis), Kerk-Avezaath en Wadenoijen is ook Romeins gevonden, maar daar weten de meeste historici geen Romeinse naam voor.
    • Cuijk is Ceuclum maar heeft "zeer waarschijnlijk in werkelijkheid" Ceudiacum geheten (Bogaers).
    *) Wadenooien is samengesteld uit wade=wad en ooi=nat weiland.

    Volgens Albert Delahaye zijn alle hierboven genoemde plaatsen in Noord-Frankrijk aan te wijzen (zie De Ware Kijk Op). Grinnes was het Franse Grincourt en Vada was Vis-en-Artois, dat voorheen als Vadum bekend stond. Beide plaatsen worden door Julius Caesar in zijn "De Bello Gallico" genoemd als liggend in Gallia. Caesar is nooit in België geweest, laat staan in Nederland. Beide landen hebben ook nooit tot Gallia behoord.
  • De kanalen van Drusus en Corbulo, wier samenhang buiten twijfel staat (het waren grote en tijdrovende waterstaatkundige werken), werden begonnen vóórdat de eerste Romein een voet in Nederland had gezet, zodat deze werken ten onrechte in Nederland zijn gedacht.

  • De kanalen van Drusus en Corbulo lagen in de Nederlandse interpretatie op plaatsen waar ze geen enkel nut gehad hebben. Van het kanaal van Corbulo was bekend dat het werd aangelegd om vanuit Marseille sneller naar Britannia te reizen en een verre omweg over zee rond Spanje te vermijden. Waar dit in de Nederlandse interpretatie past blijft een grote vraag en wordt derhalve steeds verzwegen.

  • Ook met het kanaal van Drusus wordt door Nederland geschoven. De ene historicus plaatst dit kanaal (1) "ergens" aan de Vecht tussen de Rijn en het IJsselmeer, een ander (2) aan de kust bij Velsen, waar ook de opstand van de Friezen in 28 n.Chr. wordt geplaatst. Zelfs Noord-Duitsland wordt als locatie genoemd, immers het kanaal lag ergens (3) tussen Eems en Elbe. Welk nut het kanaal van Drusus op de verschillende plaatsen had, blijft een beetje in het midden. In elk geval niet om vanuit Marseille sneller naar Britannia te reizen en een verre omweg over zee rond Spanje te vermijden. Tegenwoordig legt men het kanaal van Drusus in de buurt van Arnhem, als (4) verbinding tussen Rijn en IJssel (immers het was een verbinding met de Isla), of wordt het gezien als kanalisatie van de Vecht tussen fort Vechten en het IJsselmeer (J.Romein en J.van Es). Menig historicus slaat het kanaal liever over, immers het wordt bij de beschrijving van Romeins Nederland vaak niet genoemd. Ook hier komt men er dus niet uit, ofwel men weet er geen raad mee. De onmogelijkheid van de huidige locaties, ook die van het kanaal van Corbulo laat men gemakshalve maar buiten beschouwing, ook de archeologen wijzen er niet op.

  • Het kanaal van Corbulo -fossa Corbulonis- zou volgens de traditie tussen de Oude Rijn en de Maas gelegen hebben. In 1962 werd ten noordwesten van Leiden een beschoeid kanaal ontdekt. Archeologen stelden na het aantreffen van meer delen van het kanaal vast dat dit het door Tacitus genoemde Kanaal van Corbulo moest (!?) zijn. De ontdekkingen bevestigde het vermoeden dat de Fossa Corbulonis, zij het op enige afstand, de loop van de huidige Vliet volgde.
    Het is natuurlijk onverklaarbaar en daarom onjuist, dat men meent deze gracht teruggevonden te hebben in het huidige landschap en niet enkele meters onder het huidige maaiveld. Immers het zeeniveau, dus ook dat in de rivieren en dus ook dat van dit kanaal, lag in de Romeinse tijd enkele meters lager, getuige de ligging van de Brittenburg en de vondst van Romeinse relikten in laag Nederland. Ook de gracht van Corbulo, als die al in Nederland gelegen zou hebben, moet derhalve enkele meters onder het maaiveld worden aangetroffen en kan dus niet op de huidige locatie gelegen hebben.
    Bovendien werd het kanaal van Corbulo gegraven om vanuit Engeland "een verre omweg rondom Spanje te vermijden" vanwege de gevaren van de zee! Waar dit past in de Nederlandse traditie blijft onbekend!

  • De Romeinen werden verdreven door de opkomende vloed en niet door aanvallen van de Germanen, wat bevestigd wordt in de archeologie. In de Romeinse vindplaatsen in het midden en westen van ons land vindt men geen sporen van geweld of brandstichting en valt een merkwaardige afwezigheid van huisraad op, dat vanzelfsprekend is meegenomen bij het vertrek. Ook de gedachte over machtige Germaanse invallen wordt nergens in de authentieke bronnen genoemd, hoewel de Romeinen toch echt wel aan geschiedschrijving deden.

  • Alle Romeinse overblijfselen in laag Nederland liggen onder een dikke laag zeeklei of zelfs 7ver in zee, zoals de Brittenburg. Ook de Nehalennia altaren, gevonden in de Oosterschelde, bevestigen de transgressies.

  • Texandria stond bij de Romeinen bekend als het land van het vlas en de geweven stoffen (textiel). Het is de streek in Vlaanderen die bekendheid kreeg om zijn "fries laken". De streek rond Amiens was vanouds de "pays de textile". De streek van de Leie werd om de vlasteelt 'de gouden rivier' genoemd. Dr. (hic?) Harry Camps localiseert dit Texandria in het onvruchtbaarste deel van Noord-Brabant, de Peel. Zijn kennis van de bodemgesteldheid is al net zo belabberd als zijn historische kennis.

  • Uit de ,,Notitia provinciarum et civitatum Galliae", opgemaakt onder keizer Honorius (394-423), blijkt dat het West-Romeinse Rijk verdeeld was in vier provincies, die later de kerkprovincies werden. De Provincia Belgica Prima was samengesteld uit het aartsbisdom Trier en de bisdommen Mets, Toul en Verdun. De Provincia Belgica Secunda, waarvan Reims de metropool was, kende de bisdommen, Soissons, Châlons-sur-Marne, Noviomagus (=Noyon), Atrecht, Kamerijk, Doornik, Senlis, Beauvais, Amiens, Térouanne en Boulogne.
    Het blijft onbegrijpelijk dat historici, gegevens horende bij het in dit rijtje genoemde bisdom Noviomagus, op Nijmegen willen toepassen.
    De Provincia Germanica Prima, aartsbisdom Mainz, had de bisdommen Straatsburg, Spiers en Worms. De Provincia Germanica Secunda omvatte het aartsbisdom Keulen en het bisdom Tongeren, later Luik. Het noord-westen van België en heel Nederland werden eind 4e begin 5e eeuw in het geheel niet genoemd en derhalve niet tot Gallië gerekend.
    Door de namen van de provincies wordt eveneens nauwkeurig de grens tussen Gallië en Germanië aangegeven.

    Het principe van de Peutinger-kaart.

    Op de P.K. zijn geen normen van lengte of breedte toe te passen. Er staan steden vlak bij elkaar, die in werkelijkheid vele kilometers van elkaar liggen. Sommige steden liggen op de kaart boven andere, waar zij in werkelijkheid ver zuidelijk vandaan liggen: vergelijk Rouaan en Straatsburg. Derhalve is elk argument onzinnig, dat zich voor een bepaalde determinatie op de lengte of de breedte beroept, daar dit criterium door de tekenaar op geen enkele manier is gevolgd.

    Conclusie.

    Met de bewijzen over de juiste loop van de wegen op de Peutingerkaart zijn we over Nederland uitgepraat. Er bestaat geen "Peutingerkaart van Nederland". Van geen enkele Nederlandse plaats is ooit aangetoond, dat deze een naam droeg van de Peutingerkaart die men zo graag op Nederland toepast. Van Utrecht is met een meer dan 30-voudig bewijs aangetoond dat deze plaats in de Romeinse tijd Albiobola heette, dus niet Trajectum. Het wordt noodzakelijk om de opvattingen over de Peutingerkaart eens een grote schoonmaakbeurt te geven, daar veel historici maar blijven doorgaan het niet terzake deskundig publiek te misleiden met beweringen die nooit met enig bewijs zijn aangetoond en niet meer houdbaar zijn, èn door de bronnen zelfs duizendvoudig worden tegengesproken.
    Hoe deze Nederlandse Peutingerkaart "zo mooi" leek aan te sluiten op de evenmin bestaande "Peutingerkaart van Duitsland" langs de Renus, wordt door de andere wegen van de Peutingerkaart en het ltinerarium Antonini ontmaskerd. Met elke volgende weg wordt het duidelijker dat alleen Frankrijk op dit deel van deze kaart staat: het opschrift "Francia" laat er overigens geen enkel misverstand over bestaan!

    Lees meer over Romeins Nederland bij de Limes, de Romeinen, Julius Caesar en de Varusslag

    Bestel en lees het boek "De Ware Kijk Op" en oordeel zelf.