Terug naar de beginpagina. Naar het overzicht in het kort.

Tacitus.



Publius Cornelius Tacitus (ca.55-117 n.Chr).



Opera Minora van Tacitus.


Een misverstand is dat men Germania vaak exclusief heeft opgevat als Duitsland.
Tacitus (Romeins schrijver) geeft in zijn 'Germania' (geschreven vanaf 96 n.C.) een beeld van Germania en vooral van de scheiding tussen Germania en Gallia. Hij beschrijft alle Germaanse stammen die toen onder Romeins gezag waren

Het is dus klinkklare kletspraat om die Germaanse stammen over een groot gebied uit te spreiden, tot in Hongarije, Polen, Rusland, Denemarken en Zweden. Tacitus schreef over het noorden van Frankrijk, over het gebied tot aan het Hercynische Woud, het woud dat ook de opmars van Julius Caesar stuitte.

De titel van dit werk van Tacitus was "De Origine et Situ Germanorum". De naam "Germania" is niet gegeven door Tacitus zelf, maar toegepast toen rond 1425 een kopie van dit werk werd ontdekt in de abdij van Hersfeld (Duitsland). De inhoud ervan werd meteen toegepast op "het Germania" uit de 15e eeuw, waar vele mythen reeds 'vaste vorm' hadden gekregen. Blijkbaar heeft niemand eerder vragen gesteld over geografische onwaarschijnlijkheden, zelfs geografische onmogelijkheden, in de teksten genoemd (zie hiernaast).

A.W. Byvanck (zie daar) noemde enkele teksten bij Tacitus "enigszins gewrongen (p. 121). Men kan zijn verhaal nooit zonder meer navertellen. Steeds dient men een poging te doen om het aan te vullen" (122). Over het verslag van het bezoek van Germanicus aan het terrein waar de Varusslag heeft plaatsgevonden, schrijft Byvanck: "Ongelukkigerwijze, zijn de mededelingen van Tacitus niet uitvoerig genoeg om den tocht van Germanicus van de Eems naar het slagveld te reconstrueeren". (127) Het verhaal bij Tacitus is in dit geval niet geheel duidelijk (133).

Maar het verhaal van Tacitus is wel helemaal duidelijk als men het op de juiste plaats localiseert, namelijk Frans-Vlaanderen. Daar past het precies. Het is ook duidelijk dat het verhaal van Tacitus niet overeenkomt met de aangenomen traditie.




De visie van Albert Delahaye.
Germania van Tacitus gaat niet over Duitsland, maar over Frans-Vlaanderen.
De juiste lezing van Tacitus' Germania onthult de fundamenten van de historische mythen, die meer omvatten dan Nederland alleen, namelijk de totaal foutieve conceptie van Germania uit de romeinse periode. In zijn "Germania" spreekt Tacitus met geen woord over Nederland. Hij heeft dit evenmin gedaan in zijn "Annales" en "Historiae". Zijn beschrijving van de streek dokumenteert hij met een groot aantal plaatsnamen, die nergens in het noorden zijn terug te vinden. Slechts enkele uit een hele rij heeft men foutief tot ver in Rusland geplaatst, streken die NOOIT door de Romeinen zijn bezocht. Het plaatsen van enkele van zijn teksten op Nederland en het overslaan van de massa, staat model voor de traditionele opvattingen en de manier waarop de historische wetenschap te werk ging en nog gaat. Het is fragmenten-happerij, die de grondbeginselen van de historische geografie aantast. Tacitus vermeldt 13 maal de Renus die bij hem steevast als de Schelde moet worden opgevat. De teksten laten daar geen misverstand over bestaan. Zijn Danuvius is de Aisne en niet de Donau, wat aantoont hoe fundamenteel de historici hem hebben misverstaan. Hij ontmaskert de Bataven-traditie van Nederland als volslagen onzin en wijst de Patavia van de Peutingerkaart aan Frankrijk toe. Daarmee rekent hij zo definitief af met Karolingisch Nijmegen, dat de rest van het boek "De Ware Kijk Op..." eigenlijk niet eens geschreven had hoeven te worden.

Voor de betreffende teksten verwijzen we naar "De Ware Kijk Op". Voor bestelling van dat boek Klik hier!

Het boek "Germania van Tacitus" is pas in de 15e eeuw bekend geworden in Europa. Men is het toen van commentaar gaan voorzien met de toen gangbare opvattingen. De juiste lezing van de "Germania" van Tacitus levert het bewijs, dat de gangbare opvattingen over de romeinse occupatie van het westen van Europa sterk overdreven zijn en dat de zwaarste consekwenties Nederland betreffen.

Bij Tacitus is "Germania" de streek tussen Vlaanderen, Trier, Keulen en het noorden van Frankrijk. Over Duitsland ten oosten van Trier en Keulen heeft hij het niet. Vlak daaronder ligt bij Tacitus Gallië. Daartussen ligt de taalgrens en die ligt er nog steeds, op nagenoeg dezelfde plaats. Dat deze grens ontstaan zou zijn door de Romeinse occupatie is een fabel, aangezien de grens al bij Griekse schrijvers vóór de Romeinse bezetting bekend was en op dezelfde plaats beschreven werd!


Tacitus schrijft nadrukkelijk, dat de Bataven woonden op de grens tussen Gallië en Germanië, "zodat zij door de schrijvers beurtelings Galliërs of Germanen worden genoemd". Had men dit juist opgevat en het op de taalgrens gesitueerd, wat de Peutingerkaart en Ptolemeus even duidelijk als Tacitus aantonen, dan waren de Nederlandse mythen in één slag opgelost.

Tacitus plaatst de Bataven aan de kust van Gallia.

Enkele voorbeelden van het misverstaan van Germania van Tacitus.
Tacitus schrijft dat de Treveri (Trier? Dat de Treveri de bewoners van Trier waren is eveneens aan discussie onderhevig. In Noord-Oost Frankrijk komen daar ook de plaatsen Tréveray, Trévilly en Travecy voor in aanmerking.) en Nervii (Bavay) zich beroepen op hun Germaanse afkomst en zich distanciëren van de Galliërs. Hij vervolgt dat langs de Renus de Vangiones, de Triboci en de Nemeti wonen. De Vangiones zijn de bewoners van Wannehain, de Triboci die van Troisvaux en de Nemeti die van Arras (Atrecht). Tacitus volgt de Renus dus stroomafwaarts om uit te komen bij Arras.
Tacitus schrijft dat de Ubii van Keulen, afkomstig zijn uit het noorden van Frankrijk. Ze zijn de Renus overgestoken en hebben zich gevestigd bij Keulen (Agrippina). Dat het hier om Keulen gaat is een volgende discussie. Daar kan men de nodige vraagtekens bij zetten. Er is namelijk geen enkel bewijs gevonden in Keulen dat deze plaats zo heette en in de tijd van Julius Caesar al bestond.
Tacitus vervolgt: "Onder deze volkeren vallen de Batavi op door hun moed. Zij bewonen een niet zo groot gebied aan de zeekust, maar ook een eiland in de Renus. Ze zijn afkomstig van de stam der Chatti (Katsberg)".
Tacitus schrijft: "De Bataven hebben de eer en voorrecht van een oude alliantie met de Romeinen reeds onder Julius Caesar. Vrij van lasten en belastingen stellen zij zich beschikbaar voor de krijgsdienst bij de Romeinen".
"In dezelfde verhouding staat het volk der Mattiaci (ook Wattiaci, is het volk van Watten). Naast deze (Batavi en Wattiaci) wonen de Chatti".
Tacitus beschrijft hier onmiskenbaar het noorden van Frankrijk en niet de Nederlandse Betuwe, waar Julius Caesar nooit geweest is, laat staan het zuiden van Duitsland waar de Chatten gewoond zouden hebben. Ook de mythe dat de Bataven vanuit Duitsland de Rijn kwamen afzakken wordt hier door Tacitus weerlegt: de Bataven waren afkomstig van Katsberg!
"Onmiddelijk naast de Chatti bewoonden de Usipeti en Tencteri het land van de Renus!" vervolgt Tacitus. "De Tencteri zijn beroemd door hun cavalerie. Van kindsbeen af tot op hoge ouderdom gaan zij om met paarden". Deze bijzonderheid over paarden leggen de verbinding met de huurlingen van Picardië, die tot in de moderne tijd in alle Europese legers dienden.
Nog steeds beschrijft Tacitus hier het noorden van Frankrijk. Er is nergens een aanwijzing te vinden dat hij plots een gedachtesprong van 300 tot 1000 km zou maken en Duitsland zou beschrijven.

Tacitus plaats de Gallische en Germaanse stammen op een betrekkelijk klein grondgebied, die gemakkelijk te lokaliseren is aan de hand van hun woonplaatsen, hun grondgebied of andere geografische details zoals rivieren. Die stam-namen worden na het einde van de 4e eeuw niet meer genoemd. In tal van gevallen zijn zij achtergebleven in de namen van steden, van streken of van bisdommen. De Ambiani hebben tot de naam van Amiens geleid; de Atrebates tot Atrecht; de Batavi tot Béthune en Batua; de Morini tot het bisdom van de Morini. Het lag voor de hand, wat nu uit Tacitus "Germania" blijkt, dat hetzelfde verschijnsel zich heeft voorgedaan met een massa andere stam-namen, hetgeen bewijst dat de stammen daar geplaatst moeten worden waar zij een naamkundig relikt hebben achtergelaten.

Klassici en historici hebben in het verleden met kwistige hand deze stammen, waarvan namen voor en na verloren zijn gegaan, rondgestrooid over heel Europa tot aan Hongarije en Rusland, tot in Denemarken en Zweden. Andere Romeinse schrijvers bevestigen Tacitus hierin, o.a. Julius Caesar in zijn "Bello Gallico".

Een vergelijkbare veel gemaakt fout is dat Jacoba van Beieren uit het Duitse Beieren zou komen terwijl ze uit de omgeving van Bavay kwam. Ook met Godfried van Bouillon wordt een vegelijkbare geografische fout gemaakt. Hij kwam niet uit het Belgische Bouillon, maar uit Boulogne=Boonen in Frans-Vlaanderen.

Dat in het overgrote merendeel van Duitsland geen spoor te vinden is van een Romeinse okkupatie, schijnt niemand ooit te zijn opgevallen.
Met andere woorden: men kan rustig opnieuw beginnen met het lezen en interpreteren van de klassieke schrijvers, daar tot in de grond toe fout is wat men van hun teksten heeft gemaakt. Het spreekt vanzelf, dat die valse lijnen in de hele geschreven geschiedenis zitten en niet beperkt zijn gebleven tot de Romeinse periode.

Immers, als er één zaak in "Germania" duidelijk is, dan is het dat Tacitus met geen woord rept over Nederland of het noorden van Duitsland. Hij plaatst de Bataven op de taalgrens, midden tussen andere Franse streken en plaatsen, aan alle kanten omgeven door Frans grondgebied, zodat de Nederlandse Bataven definitief naar het rijk der fabelen verwezen moet worden. En als dat zo is, waarover niet meer de geringste twijfel kan bestaan, dan wordt automatisch Karolingisch Nijmegen gewipt, want door de tekst van Einhard over de bouw van het paleis te Noviomagus staat absoluut vast, dat dit Noviomagus bij het Eiland van de Bataven lag.

Nu is ook een duister punt van de Peutinger-kaart volledig opgehelderd. Boven de landstreek "Patavia" van de kaart staan enige namen. Ofschoon de lezing hier en daar niet helemaal zeker is (vanwege enkele beschadigingen), wordt algemeen aangenomen dat er staat: Chauci. Chamavi qui et Franci (de Chamaven die ook Franken zijn). Cherusci. Angrivarii. Suevi.
De kaart plaatst deze namen ten noorden van het Eiland van de Bataven, wat nauwkeurig met de mededelingen van Tacitus overeenstemt, die deze stammen ten noorden van de franse Batua (Bethune) situeert.

Het vormt een tweede en even afdoend bewijs dat de landstreek "Patavia" van de Peutinger-kaart niet op Nederland toegepast kan worden. Vast staat nu ook, dat het Noviomagus van de Peutinger-kaart Noyon is. Wie er nog Nijmegen van wil maken, verkoopt kletspraat, als we de geliefde uitdrukking van Bogaers ook eens mogen gebruiken.

Tacitus plaatst de Frisii eveneens ten noorden van de Bataven, ergo in Frankrijk en Vlaanderen, wat alle andere klassieke en vroeg-middeleeuwse schrijvers eveneens doen.

Bestel en lees het boek "De Ware Kijk Op" en oordeel zelf.