Terug naar de beginpagina. Naar het overzicht in het kort.

Boeken van traditionalisten.

Onder traditionalisten worden schrijvers begrepen die ondanks alle tegen-argumenten blijven vasthouden aan de traditonele opvattingen. Deze tradities zijn vaak ontstaan in de 17e eeuw en sindsdien nauwelijk onderzocht en ook niet meer gewijzigd. Het zijn onbewezen hypothesen, ofwel als voorlopige waarheid aangenomen, maar nog te bewijzen veronderstellingen. Na enig onderzoek blijkt dat van die opvattingen feitelijk nooit iets bewezen is. Voorbeelden zijn de aanwezigheid van de Bataven in de Betuwe, van Karel de Grote in Nijmegen of de plunderingen door de Noormannen in Nederland.
Ondanks dat is aangetoond dat deze opvattingen onjuist zijn, blijft men ze herhalen. Het is zelfs sterker: het zijn vaak de uitgangspunten van het verdere betoog. En als de 'premisse' onjuist is, zijn ook alle 'deducties' onjuist.

Als men in dit hoofdstuk genoemde boeken naar feitelijke bewijzen zoekt, komt men vaak bedrogen uit. Het beschreven verhaal komt dan wel erg 'overtuigend' over, maar men bewijst feitelijk niets van wat men beweert.

Als voorbeelden geven we hier al de boeken over de Noormannen in de Lage Landen van Luit van der Tuuk en het boek over Julius Caesar van Tom Buijtendorp. Voor de opmerkingen klik op het betreffende boek.



Klik op het boek om er meer over te lezen.



Van deze boeken volgt binnenkort een bespreking:



Hier wordt nog aan gewerkt!

Tegenwoordig verschijnen meerdere boeken over de geschiedenis van Nederland in het eerste millennium. Interessant natuurlijk en vaak goed geschreven, met meestal ook een aansprekende titel en doorgaans rijk geÔllustreerd. Dat maakt wel indruk op de onbevangen lezer. Maar is ook alles wat er in staat overtuigend en is het historisch juist?

De Romeinse tijd wordt in deze boeken veel te romantisch voorgesteld. Het was een tijd van pure ellende: burgeroorlog, moordpartijen, berovingen, verkrachtingen, plunderingen en slavernij. Wie het boek "HistoriŽn" van Tacitus leest, krijgt toch een ander beeld van die Romeinen dan men krijgt in het Archeon waar men 'Romeintje' speelt!

In deze boeken wordt doorgaans de traditionele opvattingen gevolgd, al kan men zich soms afvragen wat dan die tradities zijn. Soms wordt van de traditonele opvattingen toch zodanig afgeweken, zonder verdere toelichting daarop, dat het uitermate twijfelachtig overkomt. Wat is dan de traditie en welke traditie volgt men?
Leugens kunnen deze auteurs zich uiteraard niet permiteren. Dan zouden ze meteen door de mand vallen. Daarom vervallen ze in ondoorzichtig verhalend en verhullend woordgebruik.
Maar het begint steeds bij de juiste vertaling van de klassieke (veelal) Latijnse teksten. Zie bij vertalen.


Toch is het een goede zaak dat deze boeken verschijnen. Ze geven een duidelijke inkijk op de vaderlandse tradities, maar vooral over de wijze waarop deze tot stand kwamen en welke concrete bewijzen eraan ten grondslag liggen.

       


Men hoeft om de ware geschiedenis te achterhalen vaak niet eens het hele boek te lezen. Een kijkje bij de literatuuropgave en de aantekeningen of noten (als die al gegeven worden) is soms voldoende om vast te stellen dat men slechts de traditionele opvattingen volgt. De boeken van Albert Delahaye en andere kritische onderzoekers komt men in de literatuuropgave niet eens tegen. Dat zegt genoeg! Bij verwijzingen naar de oude klassieke Latijnse teksten zoals die van Tacitus, is het zaak op de vertalingen te letten. En daar gaat men vaak al in de fout. Het woord 'renus' wordt altijd 'vertaald' met Rijn, ook al past het niet bij de context. Vandaar dat historici er ook de Maas. de Waal of zelfs de IJssel onder verstaan. Zie bij Renus.

Een ding maken deze boeken wel duidelijk: voor de altijd aangenomen geschiedenis zijn geen bewijzen te vinden.

Gaat men op zoek naar die concrete bewijzen van wat er wordt beweerd, dan wordt men toch teleurgesteld. Veel verder dan 'waarschijnlijk', 'mogelijk' of 'vermoedelijk' in de bewijsvoering komt men doorgaans niet. En daarmee schrijf je geen geschiedenis. Leest men de verwijzingen naar bronnen er op na, zoals naar klassieke auteurs zoals Julius Caesar of Tacitus of naar bepaalde oorkonden, dan leest men er vaak toch iets anders dan wat de schrijver van het boek er meent te lezen. Er wordt bijvoorbeeld verwezen naar oorkonden waarvan eerdere historici al aangaven dat het een falsum betreft, maar die wordt dan toch opgevoerd als een bewijs of onderbouwing van zijn opvattingen.

Wat in de boeken van de tradionalisten opvalt is dat de boeken van Albert Delahaye in de literatuurlijst steevast ontbreken. Durft men zijn visie niet te bestrijden, of kan men dat niet? Gezien de literatuurlijst lijkt de traditie hun enige bron te zijn. Ook ontbreken te vaak de boeken van gerenomeerde onderzoekers als A.W.Byvanck (zie daar)en W.A. van Es (zie daar). Inderdaad wat oudere literatuur (1942 en 1972/1981), maar desondanks gaven zij toch een wat genuancereder beeld van Romeins Nederland dan veel tegenwoordige auteurs. Zij hadden ook al hun twijfels en schreven dat ook uit in hun boeken. Het zou een goede zaak zijn die twijfel eens wat nader te onderzoeken.


Had Albert Delahaye dan toch gelijk met zijn kritiek op de traditonele geschiedenis? Ja, hij had zeker gelijk! Als je even verder zoekt in de literatuur en bronnen dan kom je naast verklaarbare vergissingen ook de meest vreemde fouten tegen. Je komt zelfs onwaarschijnlijke blunders tegen, zoals in Het Bronnenboek van Nijmegen (zie daar) waarin bisschop Harduinus van Noyon in Nijmegen geplaatst wordt.
Welke bron men ook nazoekt, steeds kom je terecht in een wirwar aan verschillende interpretaties, in een warboel van (deels) onjuiste citaten en een onontwarbare kluwen van onmogelijkheden.

Uitgangspunt bij veel van die traditionele opvattingen over Romeins Nederland blijkt de Peutingerkaart (zie daar) te zijn. Maar wat kun je bewijzen met die kaart? Het is een primitief getekende kaart waarvan niets bekend is over tijd van ontstaan, wie die kaart getekend heeft en waarom! Bovendien bevat de kaart veel fouten in plaatsnamen, in locaties van plaatsen, de afstanden tussen plaatsen en in de ligging van streken en de loop van rivieren. Daar zijn absoluut geen bewijzen uit te halen.


Lees meer over: (klik op het boek voor een verwijzing)



De visie van Albert Delahaye.
De Romeinsen zijn zeker in Nederland geweest. De archeologische relicten zijn niet te ontkennen. Echter wel de interpretaties ervan. Een munt uit 9 v.Chr. kan immers ook pas in 50 n.Chr. verloren zijn gegaan. Daar bewijs je de aanwezigheid van Drusus niet mee. Een gedenkschrift van een MoriniŽr uit Terwaan, gevonden in Nijmegen, bewijst niet dat Nijmegen Tervanna heette. Een relict gevonden in de Betuwe is nog niet Bataafs. En zo zijn er vele voorbeelden te geven dat de historici en archeologen voorbarige en dus onjuiste conclusies trekken uit een vondst. En zonder teksten bewijst een archeologische vondst al helemaal niets. En de teksten spreken andere taal dan men er doorgaans op na houdt. In de boeken van Albert Delahaye zijn al deze teksten terug te lezen.



Van de volgende boeken volgt binnenkort een verdere bespreking:




Lees het boek "De Ware Kijk Op" voor al deze en andere teksten en oordeel zelf!

Terug naar de beginpagina. Naar het overzicht in het kort.