Terug naar de beginpagina. Naar het overzicht in het kort.

Traiectum = Utrecht Tournehem.

Tussen 250 en 950 ontbreekt elke bewoning in Utrecht.

Geen enkele van de kenmerken van Trajectum die hiernaast genoemd worden, is op het Nederlandse Utrecht van toepassing.

Aan de mogelijke loop van de Rijn en Vecht door en om de stad Utrecht zijn reeds enige soms onderling geheel afwijkende veronderstellingen gemaakt. Het Romeinse castellum zou dan ook aan de Vecht en niet aan de Rijn gelegen hebben. Het castellum Fectio lag dus niet aan de Vecht en het castellum Traiectum niet aan de Rijn. (Bron: Jaarboek Oud-Utrecht 1971 en 1975). Het is dan ook nog steeds niet bekend waar in Utrecht die 'trajectum - oversteekplaats' lag.

Het is in Nederland ook altijd een raadsel gebleven waar het machtige volk der Friezen woonde en gebleven is.

Voor bevindingen van andere historici zie bij St.Willibrord en Utrecht.


Buste van St.Willibrord met reliekschrijn in de kerk van Gravelines (France).


De kerk van Gravelines draagt nog steeds het patronaat van St.Willibrord, evenals de kerk van het nabijgelegen Bourbourg.

Hoe komt het patronaat van de 'Bisschop van Friesland' daar in Frans-Vlaanderen terecht?
Eenvoudig! Omdat het Frisia van St.Willibrord in Vlaanderen lag!
In het Nederlandse Friesland draagt geen enkele kerk vanouds het patronaat van St.Willibrord. In Vlaanderen meerdere. Zelfs een heel dorp is naar hem genoemd: Clemskerke.

Traject-um = traject-hem, de route langs en door de Hem, de naam van de rivier die langs Tournehem stroomt. Nu een eenvoudige beek, tijdens de transgressies uiteraard breder en onstuimiger. Bovendien ging de 'oversteek' door de Hem ook ergens naar toe, namelijk naar de kust aan het Kanaal, waar de korste oversteek naar Engeland lag. In Utrecht is van een 'oversteekplaats' geen enkele sprake. Waar ging deze dan naar toe? Naar het niet overwonnen vijandelijke noorden van Nederland? Wat was daar voor de Romeinen te halen? Immers Romeins Trajectum en het Trajectum van St.Willibrord waren dezelfde plaats, daar is iedereen het wel over eens.

Het "tour" uit Tournehem wordt etymologisch meestal 'vertaald' met 'toren', maar kan ook 'reis', 'trip' of 'weg' betekenen. Denk aan 'tourisme' en de "Tour de France" en het Franse "durent le traject" wat "op weg" betekent.

Tournehem is dus letterlijke hetzelfde als Traject-hem ofwel Trajectum.

Kenmerken van Trajectum.
In de schriftelijke bronnen worden verschillende kenmerken van het Trajectum van St.Willibrord genoemd. Voor elk kenmerk zijn uiteraard klassieke en authentieke teksten beschikbaar, waarin het bedoelde kenmerk genoemd wordt. Voor de volledige teksten verwijs ik naar de vele publicaties van Albert Delahaye.
  • Trajectum lag volgens het Itinerarium Antonini in Gallia.
  • Trajectum lag in Francia, aldus een tekst van St.Willibrord zelf en een oorkonde van Karel de Grote uit 779!
  • Trajectum lag in Neustrië, in West-Francië.
  • Trajectum was een Frankische stad.
  • Trajectum lag in Frisia (O.H.tekst 175).
  • Trajectum lag vlak bij het Almere èn aan de zeekust. Een tekst spreekt over schorren.
  • Trajectum lag tussen Albanianis en Manaricium.
  • Trajectum bezat ten tijde van koning Dagobert (623-639) al een kerk.
  • Trajectum lag in een der monden van de Renus (Bicornis).
  • Trajectum lag in het land der Morini.
  • Karel Martel schonk bezittingen aan het klooster van St.Willibrord, dat net buiten Trajectum lag.
  • Trajectum was een oversteekplaats in de rivier de Hem, waar enkele belangrijke Romeinse wegen liepen van de kust naar Arras (Nemetacum) en naar Doornik (Turnacum).
  • Trajectum lag aan de vaste reisroute van Cantium (Kent) naar Rome.
  • Trajectum is meerdere keren door de Noormannen geplunderd en tenslotte volledig verwoest.
  • Trajectum werd ook Viltenburg genoemd.
  • Trajectum lag zuidelijk van Walacria (in Nederland -foutief- Walcheren).
  • Trajectum lag bij de taalgrens, in het grensgebied van Franken en Friezen.
  • De naam "Trajectum ad Rhenum" komt vóór de 10e eeuw niet voor! De plaats heette steeds gewoon Trajectum, zonder toevoeging.
  • Het bisdom Trajectum van St.Willibrord was onderhorig aan het aartsbisdom Reims.
  • Het onmetelijke missiegebied dat de historici aan St.Willibrord en St.Bonifatius toedeelden, was in tegenspraak met de opdracht van paus Sergius, die St.Willibrord de exclusieve opdracht gaf "het volk van de Fresonen" te bekeren.
  • Het is in Nederland altijd een raadsel gebleven waar het volk van de Fresones tussen de 6e en 10e eeuw verbleef. Een tweede raadsel is waarom dit volk al zijn veldtochten tegen de Merovingers en Karolingers in het noorden van Frankrijk uitvocht. Het derde en grootste raadsel is waarom het bisdom van St.Willibrord geen enkele kerk, geen enkel plaats en geen enkel bezit in het Nederlandse Friesland heeft gehad. In geen enkele oorkonde komt een relatie met Friesland voor. Zij wordt er door geen enkele detail gedekt dan door de fabel van Dokkum, eeuwen na de dood van Bonifatius uit de duim gezogen door een zeer goedgelovige amateur (historicus kan men zo iemand niet noemen) tengevolge het misverstaan van de naam Dockinchirica (is Duinkerken). Van een christelijke missie of enig kerkelijk leven blijkt in Friesland niets vóór de 11e eeuw.
Geen van deze kenmerken is ooit op het Nederlandse Utrecht van toepassing geweest.


Trajectum= doorwaadbare plaats. In Utrecht is het in de Romeinse tijd de vraag "Waar naar toe?" Naar de vijand? Maar ten noorden van de Rijngrens woonden geen volkeren in Nederland (zie Byvanck en Van Es). Waar liep de zogenaamde weg vanaf die doorwaadbare plaats dan naar toe? In Utrecht liep ook geen weg, tenminste die is nooit gevonden, evenmin als die "doorwaadbare plaats".
Van Romeins Utrecht is onweerlegbaar vastgesteld dat het de naam Albiobola gedragen heeft. Daarmee wordt de hele Nederlandse traditie in één klap van tafel geveegd, inclusief het Trajectum van St.Willibrord en het Noviomagus van Karel de Grote.

Trajectum lag in Gallië.
Algemeen wordt aangenomen dat het Trajectum van St.Willibrord het Traiecto van het reisboek van Antoninus (het Itinerarium Antonini) is. Dit Traiecto wordt genoemd in samenhang met veel plaatsen in Noord-Frankrijk, waarvan onomstotelijk is bewezen dat het hier handelt om de Noord-Franse plaats Tournehem-sur-la-Hem.
Het Itinerarium Antonini plaats Trajectum tussen Albanianis (Alembon- 37 km) en Manaricium (Merville- 55 km). Manaricium ligt volgens Antonini op 24 km van Castellum Menapiorum (Cassel), 59 km van Turnacum (Doornik) en op 39 km van Nemetacum (Arras). Daarmee is definitief bepaald dat Trajectum in Noord-Frankrijk lag en nooit Utrecht geweest kan zijn.


Oversteekplaats door de Hem bij Tournehem. Precies hier liep ook La Leulène, de weg van Engeland naar Rome.


Klik op de foto hieronder van de huidige situatie van de 'oversteekplaats'
die ondanks de bebouwing nog steeds bestaat en gebruikt wordt!


Het grote probleem bij het reizen in de Middeleeuwen was het oversteken van rivieren.

Van Calais naar Peronne hoeft men slechts één rivier over te steken: de Hem. Daar lag dus hét Trajectum, waarna men onbekommerd kon doorreizen naar Noyon, Laon of Reims, waar men de rivieren kon oversteken omdat daar een Romeinse brug lag.

De Romeinse tijd
Op het tegenwoordige Domplein in Utrecht was in de Romeinse tijd een vesting ter verdediging van de grens, genaamd Albiobola. In de derde eeuw na Christus is deze versterking verlaten, mede onder invloed van de transgressies in de Lage Landen. Het midden en westen van de Lage Landen werden vrijwel onbewoonbaar.

St.Willibrord
In 690 bereikte St.Willibrord bij het Noord-Franse Gravelines het continent en vestigde zich in het Noord-Franse Trajectum (Tournehem) om zijn zendingswerk aan te vangen. Hij schrijft zelf dat hij aankwam in Francia. Wie van Francia het midden van Nederland wil maken, moet dat maar eens aantonen met parallelle teksten. Dat is dan ook nooit gebeurd en zal ook nooit gebeuren. De kerk van Gravelines draagt nog steeds het patronaat van St.Willibrord, evenals de kerk van het nabijgelegen Bourbourg hetzelfde patronaat draagt.
Het klooster dat hij stichtte lag enkele kilometers van Tournehem te Aefternacum (dit is niet in het Luxemburgse Echternach, maar het huidige Eperlecques).
In 857 werden Trajectum en omgeving door de Noormannen verwoest en de bisschopszetel werd naar Daventria (is Desvres en niet Deventer) verplaatst. Radboud was de laatste bisschop van het bisdom Traiectum/Tournehem te Desvres. Na 917 werd het bisdom opgeheven. Enige jaren later ontstond het nieuwe bisdom te Utrecht, dat pas veel later, door achterafse latinisatie, Trajectum werd genoemd.
In 973 werd de Benedictijnerabdij van Aefternacum naar Echternach in Luxemburg verplaatst. Deze abdij werd later niet beschouwd als de voortzetting van de eerste abdij van Willibrord, maar als direct door Willibrord te zijn gesticht!

Negende eeuw!
In het midden van de 9e eeuw waren het midden en westen van de Lage Landen als nieuw land te voorschijn gekomen (drooggevallen) na de transgressies. Aan het eind van deze eeuw ontstond in het zuiden (Noord-Frankriik en België) een grote ontvolking en een emigratie naar het noorden. Talloze doublures van plaatsnamen uit het zuiden waren in het noorden het gevolg.
Het bisdom Utrecht ontstond in het gebied dat tussen de invloedsferen lag van:
- het bisdom Munster
- het aartsbisdom Keulen
- het bisdom Luik.
In de 9e eeuw werd het vroegere castellum terrein te Utrecht gebruikt als begraafplaats. Een tiental sarcofagen van zachte witte kalksteen, die in 1933/34 onder de muren van de St. Salvatorkerk zijn aangetroffen, geven dit aan.

Tiende eeuw, de eerste kerk
Nadat in 925 de Lage Landen aan het Duitse keizerrijk waren gekomen, werd in de 10e eeuw in Utrecht de eerste kerk, gewijd aan Sint Salvator, gesticht.
Balderik, in 921 als bisschop genoemd, was de eerste bisschop van Utrecht; Radboud (899-917) was de laatste bisschop van Trajectum/Tournehem.


De kerk van Trajectum.
Bonifatius schrijft in een brief van 752-753 aan paus Stephanus II, dat er reeds ten tijde van koning Dagobert (623-639) een kerk in Trajectum was. Een oorkonde van koning Pepijn uit ca.753 bevestigt, dat Dagoberts voorgangers, de koningen Chlotarius II (613-628) en Theodebertus II (595-612), reeds voorrechten aan de kerk van Trajectum verleend hadden. Deze gegevens, zijn volstrekt onmogelijk in Utrecht te plaatsen. Wie dus het Traiectum van Willibrord en Bonifatius in Utrecht wil localiseren, zal hetzelfde moeten doen voor de kerk van Trajectum uit de 6e eeuw. Doch dit laatste wil en/of durft niemand aan, behoudens een enkele afgedwaalde 'historicus' die daarvoor zelfs Dagobert naar Nederland haalt!

Op het kaartje: de Kloosters in Noordwest Frankrijk gesticht tussen 600 en 800. Let op het ontbreken van het klooster van Aefternacum (gesticht door St.Willibrord) en dat van Werethina (gesticht door St.Ludger). De Nederlandse mythe heeft zelfs in de Franse geschiedenis voor hiaten gezorgd. Let vooral op de zeebaai ten noorden van het klooster van St.Bertin te St.Omaars: het Almere!
Klik op het kaartje voor een vergroting.

Het Trajectum van St.Willibrord lag in Gallië.
In feite lagen "beide" Traiecta (het Trajectum van Willibrord en dat waar Bonifatius over schrijft) op dezelfde plek in het oude Fresia en wel in het Franse deel van het huidige Vlaanderen. Het was dus hetzelfde Trajectum, dat ook bij de Romeinen bekend was. Het is ook op dezelfde plaats geweest dat, 13 jaar vóór de komst van Willibrord, bisschop Wilfried hartelijk door koning Aldgilis van Freis welkom wordt geheten, waarna echter Radboud, een volgende koning van Freis, de kerstening ging dwarsbomen. Toen, na de uitschakeling van die tegenstand, Willibrord in deze streek aan land ging, blijkt hij zich dan ook doelbewust en rechtstreeks naar de burcht van Traiectum te hebben begeven.

Tekst 58/ Ontspoorde Historie.
Eigen getuigenis van Willibrord: 728
In naam van de Heer. Clemens Willibrordus kwam in het jaar 690 na de geboorte van Christus van overzee in Francia, en in de naam van God is hij in het jaar 695, hoewel onwáárdig, in Rome tot bisschop gewijd door de apostolische man paus Sergius. Nu is hij dan uit Gods naam in het jaar 728 vanaf de geboorte van Onze Heer Jezus Christus nog gelukkig werkzaam in de naam van God.
Bron: Wilson, The Calendar of St.Willibrord, fol. 39.

Nota: Algemeen wordt aangenomen dat St.Willibrord deze tekst zelf opstelde en eigenhandig in zijn Kalender heeft geschreven. Al schrijft hij in de derde persoon over zichzelf, toch blijkt dit duidelijk uit de woorden "hoewel onwaardig", die alleen van hemzelf kunnen zijn. Het zou immers een belediging betekenen indien een ander dit geschreven had.
St.Willibrord zegt dus zelf dat hij naar Francia kwam, en wie daar in de 7e eeuw Nederland en Katwijk van wil maken, moet op z'n minst met één tekst komen om aan te tonen dat Holland tot Francia behoorde. Zo'n tekst bestaat niet en is dan ook nooit gepresenteerd.
Het eigen getuigenis van de man in kwestie is vanzelfsprekend van het hoogste belang. Toch blijven Nederlandse historici maar vasthouden aan de mythe en zetten ze zelfs de heilige, om wie zij zich zo druk maken, neer als een leugenaar: zij weten het immers beter dan St.Willibrord zelf.

Tekst 23 /o.hist.
Aankomst van St.Willibrord in de Monden van de Renus!
"Toen hij in zijn 33e jaar was, groeide in zijn hart het verlangen om ook aan anderen de waarheid te verkondigen. Hij had gehoord dat in het noordelijke deel (in borealibus partibus) van die streek de oogst groot was, maar weinig werklieden. Hij nam 11 broeders met zich mee die ook sterk stonden in het geloof, en besteeg een schip. Enigen van hen zijn nadien omwille van het geloof met de kroon der martelaren gezegend; anderen ontvingen de bisschops-wijding en rusten nu in vrede na hun arbeid in de heilige prediking.
Zo voeren de man Gods en zijn gezellen per schip zo lang totdat zij met een gunstige wind in de Monden van de Renus(Schelde) de zeilen konden strijken, waar zij, op de gewenste plaats geland, zich eerst wat gewarmd hebben en daarna weldra zijn aangekomen bij de burcht van Traiectum, die op de oever van dezelfde rivier gelegen is; en waar na enige tijd Willibrord, met Gods hulp en toen het geloof groeide, ook de zetel van zijn bisdom had. Maar omdat het volk van de Frisones, waar die burcht gebouwd was, zich met zijn koning Radboud nog in het heidendom rondwentelde, leek het de man Gods raadzaam om naar Francia te gaan en daar vorst Pepijn op te zoeken, een man van groot karakter, beroemd om zijn overwinningen en befaamd om zijn levenswandel. Deze ontving hem met alle eer en omdat hij niet wilde dat hijzelf noch zijn volk zo'n prediker zou ontberen, wees hij hem de geschikte plaatsen in zijn rijk aan waar hij de wortels van de afgoderij kon uittrekken en de zuivere woorden van God kon verkondigen."
Bron: Alcuinus, Vita S.Willibrordi, Acta Sanctorum, nov. III, p. 439.

Nota: De plaats der 'Monden van de Renus' werd door Ptolemeus (2e eeuw) reeds berekend en duidelijk aangewezen vlak boven Boulogne. Daar heeft men ze de eeuwen door weten te liggen, totdat na lange roerige tijden, men de sleutel der klassieke aardrijkskunde -t.w. het oriëntatieschema van de Ouden- was kwijtgeraakt; en toen, volgens eigen formule, alles met terugwerkende kracht noordwaarts opschoof. De Fresones woonden daar, dus in Frans en Belgisch Vlaanderen. Van dit futurisme waren Willibrord en de zijnen echter nog niet op de hoogte, zodat zij argeloos daar landden waar ze moesten zijn: vlak boven Boulogne. De fabel van Willibrords landing te Katwijk dateert trouwens pas uit de 17e eeuw! -Ook de persoon van Alcuinus, de hier aan het woord zijnde biograaf van Willibrord, staat ervoor garant dat hij -secretaris van Karel de Grote en abt van Tours waar hij de promotor was van de Karolingische renaissance- geen Vita schreef van een missie-bisschop in het noordelijke Utrecht (dat nog niet bestond). Na dit eerste Vita (ca.780) kwam het tweede (ca.1100) van de hand van Theofried, abt van Echternach, die echter -naast elkaar gelegd- qua strekking meermalen van die van Alcuines afwijkt.

Tekst 24 /o.hist.
Dezelfde aankomst volgens Theofried: 690

Hij doorkliefde de golven zonder enig oponthoud en na een rustige tocht legde hij aan in de Monden van de rivier de Renus, de koning van de stromen in Gallia en Germania, in het jaar 690... en zo kwam hij in Traiectum(Tournehem), toen de burcht en de zetel van het rijk Fresia.
Bron: Thiofridus, Vita S.Willibrordi, AS, nov. III, p. 464.

Tekst 25 /o.hist.
Het Trajectum van Willibrord was Tournehem: 690

Het Itinerarium Antonini is een lijst uit de 2e eeuw met een aantal routes uit het Romeinse rijk en vermeldt een circuit van Lugdunum (Leulinghen) naar Agrippina (Avesnes-sur-Helpe). Die weg liep als volgt:
Lugdunum (Leulinghen) - Albanianis (=Alembon) - Traiectum (=Tournehem) - Mannaricium (=Merville) - Carvone (=Carvin).
De plaatsing van Tournehem in de volgorde der halten aan deze route is logisch verantwoord, ook al omdat op die plek inderdaad een oversteek was (over de Amisia=Hem). Overigens hebben de historici dit als enige in de Romeinse periode vermelde Traiectum altijd al gelijk gesteld met het Traiectum van Willibrord. Terecht, alleen ligt het in Frankrijk en is het Tournehem, waar alle gegevens over Willibrord, het bisdom Traiectum, de Frisones en Saxones alsmede die over andere zendelingen samenvallen. Deze localisatie wordt hierna als volkomen juist bevestigd door honderdtallen namen uit de documentatie van het bisdom Traiectum. Wel verschijnt sinds de 5e eeuw een tweede Traiectum (Trith-St.-Léger) dat bij Valenciennes lag en later ten onrechte met Maastricht zou verwisseld worden.

Tekst 26 /o.hist.
Landing van Willibrord te Gravelines volgens Theofried: 690

Hij (Willibrord) landde vooreerst in de haven van Gravelines (dat ligt op 18 km zuidwest van Duinkerken), een stad aan zee, waar tot op de dag van vandaag (tweede helft 11e eeuw) met grote eerbied naast het altaar een vierkante steen wordt vereerd, waarvan de mensen aldaar van vader op zoon vertellen dat hij (Willibrord), omdat een schipper op de oever van de Lyfernensi (Engeland) wegens ongunstige wind geweigerd had hem over te varen, op een nieuwe en ongehoorde manier bij wijze van schip overgevaren was.
Bron: Thiofridus, Vita S.Willibrordi, AS, nov. III, p. 463.

Nota: Volgens deze tekst is de overvaart toch niet zo vlekkeloos verlopen als door de teksten 23 (Alcuin) en 24 (Theofried) wordt gesuggereerd. Om met het verhaal van de steen te beginnen: Willibrord is natuurlijk niet per 'steen' het Kanaal overgestoken. Hij nam zelf een boot en wegens het slechte weer (een schipper wilde zelfs niet uitvaren) gaf hij de boot ballast met stenen, zodat deze vaster in het water lag en minder gevaar liep te kapseizen. Het vaartuig kreeg dan wel vlugger boegwater binnen, doch per slot van rekening waren ze met z'n twaalven om te hozen als dat nodig was. Van dit gegeven, een volkomen natuurlijk en begrijpelijk feit, hebben de omwonenden aldaar een wonder gemaakt; wat op zijn beurt voor de historici, die de tekst niet begrepen, reden werd om dit gegeven te verwerpen, temeer omdat eenieder al voor Katwijk gekozen had, waar men één der monden van de Renus meende te moeten plaatsen.
Sommige historici houden de aankomst van St.Willibrord op het Zeeuwse Grevelingen. Ze erkennen daarmee dat ook zij Katwijk niet accepteren, maar tevens onbewust dat het wel Gravelines moet zijn geweest. Immers de 'Vlaamse' naam voor Gravelines is Grevelingen. Dat het zeeuwse Grevelingen in de 7e eeuw, toen de transgressies op een hoogtepunt waren, niet bestond is een zekerheid. De naam Grevelingen is ook een van vele importnamen waarmee Zeeland vol ligt.

Wat stad en haven van Gravelines betreft: aangezien het toekomstige areaal van die stad nog onbewoonbaar was, kon van een landing aldaar geen sprake zijn; wel echter van een stranding op een nabij liggende zandbank, doordat de boot na het (te vroege?) strijken van de zeilen op drift raakte. Dit was dan het juiste moment voor het overboord zetten van de verzwarende steen om zo het vaartuig weer vlot te krijgen en daardoor de kust te bereiken vanwaar men te voet bij de burcht van Traiectum (Tournehem) kon komen. Dit incident, waarover Alcuin zwijgt, blijkt men toch in een enkele versie van diens Vita Willibrordi aan te treffen, naar men aanneemt als inlas van Theofried en al dan niet berustend op een reeds vóór Alcuin geschreven doch zoekgeraakt Willibrord-Vita.
Overigens is Theofried, ruim 3 eeuwen na Willibrords dood, zelf bij de kust van Willibrords aankomst poolshoogte gaan nemen en mogen we ervan uitgaan, dat zelfs hij eerlijk de hem door de mensen daar vertelde overleveringen zal hebben verwerkt; althans, zolang hij -als in dit geval- niet (of nog niet) vermoedde dat ze zijn zaak zouden schaden. De waarschijnlijkheid van de vermelde navigatiefout wordt bovendien versterkt doordat de bewuste zandbank sinds mensenheugenis 'Wilbort Sant' heet, alsook doordat de kerk van Gravelines als een van de eerste het patronaat van Willibrord had; maar vooral -en het meest authentiek-door de belangstelling die, blijkens akten, Willibrord zelf bij leven voor die strandings- en landingsplek Gravelines toonde. En, terug naar de ter plekke geloste steen: voorheen in de kerk aldaar vereerd, lag die, zoals gezegd, in 1960 nog opzij van het kerkportaal, maar is nu verdwenen, vermoedelijk weggewerkt onder de nieuwe bestrating. Ook de kerk van het nabijgelegen Bourbourg draagt het patronaat van St.Willibrord. Hoe kerken in Noord-west Frankrijk het patronaat van St.Willibrord hebben gekregen is geen vraag als men open staat voor de visie van Albert Delahaye.


Zie bevindingen van andere historici bij Citaten, hoofdstuk 7: St.Willibrord en Utrecht.

Bestel en lees het boek "De Ware Kijk Op" en oordeel zelf.