Terug naar de beginpagina. Naar het overzicht in het kort.

Anton van Hooff.

Anton van Hooff blijkt een felle tegenstander te zijn van de opvattingen van Albert Delahaye. Van hem is de term 'pseudo-wetenschap' afkomstig, die hij gebruikte om de studie van Delahaye te omschrijven. Hij doet zich graag voorkomen als deskundige op het gebied van de geschiedenis, met name die uit de Romeinse tijd. En daarbij is Nijmegen, zijn woonplaats, zijn Romeinse stokpaardje. Het blijkt een paard van Troje te zijn. Immers hij blijkt niet op de hoogte te zijn van de meest simpele feiten en evenmin van wat andere historici over de geschiedenis in het eerste millennium hebben geschreven. Van A.W.Byvanck, W.A. van Es, H.Sarfatij en P.J.Woltering heeft hij blijkbaar nooit gelezen wat zij over de continuÔteit in bewoning in Nijmegen en Nederland schreven.
De twijfel die verschillende historici hebben over zogenaamde zekerheden, kent Van Hooff dus niet. En waar zij elkaar tegenspreken blijft voor hem onbekend! Toen Delahaye diezelde twijfel uitte maar er een andere verklaring voor gaf, was hij plots een 'pseudo wetenschapper'.
De vraag is dan ook in hoeverre Van Hooff deskundig genoeg is om zich in deze discussies te mengen?



Maar een discussie is volgens Van Hooff ook helemaal niet nodig, net zo min als er getwijfeld hoeft te worden aan de continuÔteit in de geschiedenis van Nederland. Dat de geschiedenis van Nijmegen een gat van 5 eeuwen met NIETS kent, is bij Van Hooff ook onbekend. Ik raad hem dan ook aan 'Het Bronnenboek van Nijmegen' van Piet Leupen nog eens door te nemen.
Daaruit blijkt duidelijk dat de geschiedenis van Nijmegen een gat vertoont tussen de 3e en 8e eeuw. Dat gat heeft zelfs Leupen niet kunnen opvullen.

In een per email gevoerde discussie met hem ontkent hij alles wat de traditie en dus zijn opvatting tegenspreekt. Hij voert desgevraagd geen enkel argument aan om het ongelijk van Albert Delahaye eens aan te tonen. Hiernaast enkele citaten uit die discussie per email. Met alleen de schoolboekjeswijsheid en het ontkennen of belachelijk maken van alles wat dat tegenspreekt kun je geen zinnige discussie voeren, laat staan dat het wetenschap genoemd kan worden. Een goed verstaander weet dan genoeg.

Anton van Hooff is voorzitter van het bestuur van 'De Vrije Gedachte'.
De Vrijdenkersvereniging 'De Vrije Gedachte' stelt zich het bevorderen van het atheÔstisch humanisme ten doel. Vrijdenkers onderzoeken de werkelijkheid door middel van rationeel denken, dus zonder dogmatische of ideologische *) vooroordelen. Vrijdenkers verwerpen ook iedere godsvoorstelling**). Daarom is De Vrije Gedachte atheÔstisch.
Vrijdenkers laten zich in hun wetenschap dus leiden door de rede en de logica en niet door tradities. Hoe vreemd dat Van Hooff zich met zijn niet logische traditionele opvattingen vrijdenker meent te kunnen noemen.

*) Een dogma is een blind geloof in iets, zonder te onderzoeken of iets wel waar is.
Een ideologie is een opvatting berustend op een eenzijdige gedachte of leerstelsel.

**) AtheÔsme is echter ook een geloof. Ze geloven dan niet in een God of een bovennatuurlijke macht, maar geloven dat alles verklaarbaar is vanuit de menselijke gedachte. Dan moet je wel een heel sterk geloof hebben in die menselijke gedachte, als je meent dat alles van daaruit te verklaren is.
Gezien deze definitie voldoet Van Hooff met zijn vasthoudendheid aan de traditionele opvattingen niet aan het uitgangspunt van de 'vrije gedachte'. Dat is natuurlijk een vreemde zaak: de vrije gedachte prediken, maar toch vast blijven houden aan oude dogma's.

Lees je het hierbovenstaande dan is slechts de conclusie dat Van Hooff de uitgangspunten van de Vereniging waarvan hij voorzitter is, zelf niet onderschrijft. Zou hij namelijk de werkelijkheid in de geschiedenis van ons land zonder vooroordelen hebben bestudeerd, dan zou hij tot de conclusie gekomen zijn dat Delahaye zeer zeker erg rationeel gedacht heeft. Niet de eenmaal vastgestelde dogma's zouden de werkelijkheid van de geschiedenis vormen, maar juist het vrije denken.
Is het niet zo dat juist de meest 'krankzinnige' theorieŽn tegen beter weten in, de wetenschap vooruit hebben geholpen? Anton van Hooff zou beter moeten weten, dan Delahaye slechts af te schilderen als een 'pseudo-wetenschapper' en zijn volgelingen als een 'sekte'.

Van Hooff omschrijft zich graag als een atheÔst. En dat is zijn tweede tekort in de discussie waarbij juist de vele 'heiligenlevens' de loop van de geschiedenis hebben bepaald. Kan hij zich een kenner noemen van de Middeleeuwse teksten als je je opstelt als atheÔst? Ben je dan nog onbevooroordeeld? Neen, dan heb je je oordeel al klaar en verklaar je alles wat in naam van God geschreven is als onwerkelijk. Hoe kan een atheÔst nog oordelen over godsdienstige en kerkelijke teksten en oorkonden? Dat St.Willibrord een Benedictijn was, zegt hem blijkbaar niets. De rituelen in de kerk, de heiligenverering, de patronaten van kerken, de gang van zaken in kloosters, de functies en sacramenten binnen de kerk, de kerkelijk monumenten en de vele godsdientige gebruiken en gewoonten zijn onlosmakelijk verbonden met de geschiedenis van de Middeleeuwen.

Als je zelf geen beeld kunt vormen bij de mens die de geschiedenis heeft geschreven en de loop ervan heeft bepaald, dien je je ook niet met die geschiedenis bezig te houden. Het menselijk individu in de Middeleeuwen is niet los te zien van het Godsbeeld van die tijd. Dan kun je nog zoveel humanist zijn, maar God uit de geschiedenis bannen is als mensen verbieden na te denken over levensvragen. En dan noemt Van Hooff zich vrijdenker?

Voor een vrijdenker houdt hij er toch enkele vreemde dogma's op na.
En voor een atheist volgt hij een even vreemde denkwijze. Je kunt immers niet bewijzen dat God bestaat, stelt hij, dus gelooft hij niet in een God. Neen, maar je kunt evenmin bewijzen dat talent bestaat. En toch bestaat het. En wat te denken van verliefdheid, spijt, hoogtevrees, angst enz. In welk menselijk orgaan zijn die aantoonbaar? Het is zijn geloof wat Van Hooff parten speelt. Hij gelooft niet in het bestaan van een God, maar heeft wel een sterk geloof in alle Nijmeegse mythen.
Hoe vreemd kan het lopen.

Ik ben toch benieuwd naar de publicaties van Anton van Hooff over de oudste geschiedenis van Nijmegen, zodat zijn beweringen weerlegd kunnen worden. Of praat ook hij slechts anderen na, zonder zelf ooit onderzoek te hebben gedaan? Ik vrees het.

Anton van Hooff is lid van een vast panel dat in het Historisch Nieuwsblad reageert op actuele gebeurtenissen. Hij blijkt daarin toch steeds over een nuchter en logisch verstand te beschikken. Het is dan ook onbegrijpelijk dat Van Hooff nog steeds blijft geloven (en dat voor een atheÔst) in de middeleeuwse historische fabels en sprookjes. Dat het om een vast geloof gaat is wel duidelijk. Desgevraagd om eens een bewijs voor zijn gelijk te leveren, blijft (angstvallig?) achterwege.
Anton van Hooff (1943) was tot 2008 hoofddocent klassieke geschiedenis aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Hij publiceerde onder andere over Caesar, Nero & Seneca, Marcus Aurelius, Athene en de Grieks-Romeinse Oudheid. Hij schrijft voor diverse kranten en tijdschriften en hij geeft lezingen over onderwerpen uit de klassieke geschiedenis.

Waarom een hoofdstuk over Anton van Hooff?
  • Gezien de veelheid aan publicaties en zijn brede wetenschappelijke kennis van de Romeinse wereld, is het zeer verwonderlijk dat Van Hooff toch blijft vasthouden aan oude mythen en dogma's die sindsdien ontstaan zijn.
  • Van Hooff mag ook als exponent beschouwd worden van hoe historisch Nederland nog steeds denkt en werkt.
  • Hij kan ook als voorbeeld dienen om aan te geven hoe een universitair geschoold iemand er simpele denkbeelden op na kan houden en tot onbegrijpelijke conclusies komt.
  • Hij hanteert tevens de aloude argumenten waarmee historisch Nederland meent de opvattingen van Delahaye te kunnen weerleggen.
  • En aangezien hij zijn instemming heeft gegeven aan de publicatie van zijn opvattingen en de wijze waarop hij met mij discussieerde, moet je natuurlijk die handschoen oppakken en de discussie aangaan.
  • Van Hooff mag ook, hoewel atheÔst, als exponent van de vaste club van gelovingen van de traditionele wetenschap gezien worden.
  • Wie aan de traditionele opvattingen blijft vast houden, geeft daarmee te kennen niet op de hoogte zijn van de ontwikkelingen die zich zelfs in de historische wetenschap hebben voorgedaan. Dat zijn woonplaats Nijmegen door Julius Caesar gesticht zou zijn, wat lang de traditie was, neemt ook Van Hooff toch niet meer aan? Ik mag het hopen.
  • Veel traditionalisten blijken niet op de hoogte te zijn van de grote twijfel en vele discussies die zich in het verleden hebben voorgedaan en nog voordoen. Zie voor een overzicht het hoofdstuk van de Citaten.
  • Het grote gemis van de traditionele geschiedkundigen is dat zij niet in discussie willen gaan, maar ook geen argumenten aanvoeren waarom Delahaye ongelijk zou hebben. Slechts het ontkennen en wegwimpelen zijn hun argumenten. Hun houding is het slechts verschuilen achter anderen die het ook niet weten.

    Het is zeker niet de bedoeling om Van Hooff te bekeren van zijn vaste geloof in de traditie, maar om hem eens aan het denken te zetten. Als atheÔst blijkt hij namelijk een rotsvast geloof te hebben in vele dogma's die sinds de 17e eeuw zijn ontstaan, wat niet strookt met zijn opvatting als vrijdenker.

    Hoewel? Rotsvast?
    Was het niet Van Hooff zelf die concludeerde dat er nauwelijks Merovingische en Karolingische vondsten zijn gedaan in Nederland? En het 'nauwelijks' bestaat uit mobilia, verplaatsbare relicten, en daarmee bewijs je helemaal niets over het bestaan van een infrastructuur! Krijgt Delahaye hier dan toch gelijk van hem?


    De visie van Albert Delahaye.

    Albert Delahaye heeft zich in zijn studie losgemaakt van alle vooroordelen en dogma's. Dat zou Van Hooff als vrijdenker toch aan moeten spreken. Delahaye heeft alle teksten onbevooroordeeld gelezen en kwam daarbij tot geheel andere conclusies dan de gebruikelijke. De logica en de samenhang in de studie van Delahaye zijn de uitgangspunten geweest. Ook dat zou Van Hooff aan moeten spreken. Neen, zegt Van Hooff, Delahaye heeft het fout en Willem van Berchen had het in 1480 wel goed gezien dat Karel de Grote in Nijmegen een paleis heeft gehad. Ondanks dat van dat paleis geen steen is gevonden, meent vrijdenker Van Hooff dat het er wel geweest moet zijn. En dat vader en zoon Smetius pas in 1786 voor het eerst beweerden dat Nijmegen het oppidum van de Bataven was, is hem blijkbaar ontgaan. Over dogma's gesproken. Van Hooff gelooft dus zelf in dogma's en houdt er star aan vast.
    Ook het loslaten van het ideologische aspect vind je terug in het werk van Delahaye. Hij heeft zich niet laten leiden door wat andere historici ervan vonden of erover dachten, maar zelf onderzoek gedaan naar mythe en waarheid op grond van de klassieke teksten. Ook dat zou Van Hooff als vrijdenker zeker moeten aanspreken. Maar ook hier houdt Van Hooff dus vast aan de opvatting gebaseerd op een eenzijdige gedachte, namelijk alles wat in de 17e eeuw geschreven werd is juist.

    Voor iemand die zegt vrij van dogma's en ideologieŽn te willen denken, is de vasthoudendheid aan de oude dogma's een schril contrast.

    Wat nog meer bevreemd is dat iemand die zegt een vrijdenker te zijn, toch alle discussie uit de weg gaat. "Ik wens niet met U daarover in discussie te gaan", zijn woorden van Van Hooff in een van zijn emails. Blijkbaar geldt het 'vrije denken' niet voor anderen, slechts voor Van Hooff.

    Het Historisch Nieuwsblad.

    In een reactie op een ingezonden brief in het Historische Nieuwsblad van februari 2011 laat Van Hooff zijn ware aard zien. In het betreffende artikel werd de mythe van de Bataven in Nederland met enkele terecht aangevoerde argumenten ter discussie gesteld. Daarbij werd aangesloten bij de opvattingen van Albert Delahaye, die overigens onderschreven worden door Charles Groenhuizen en Geert Mak in hun T.V.serie over het Verleden van Nederland.

    Als Nijmegenaar wil Van Hooff natuurlijk de mythe van de Bataven kost wat kost handhaven. Hij noemt in zijn reactie de opvattingen van Delahaye 'pseudo-wetenschap' en de aanhangers van die opvattingen 'sekte-leden'.
    Hij schrijft letterlijk (commentaar zie de betreffende nummers):
    "Het heeft me verbaasd dat de lezersbrief van Guido Delahaye prominent en zonder commentaar in Historische Nieuwsblad van 2010/10 is afgedrukt (1). Guido's vader Albert heeft ooit de fantastische inval gehad dat Noviomagus niet Nijmegen, maar het Franse Noyon is (2).
    Zijn argumenten zijn van het soort dat pseudowetenschap kenmerkt: gezochte etymologieŽn
    (3), wegwimpelen van tegenargumenten als misvattingen (4) en de dooddoener 'bewijs maar eens dat ik niet gelijk heb' (5).
    Dat iets niet is, is niet te bewijzen - probeer maar eens aan te tonen dat er op de zon geen mensen wonen of dat de Eiffeltoren niet in Londen staat
    (6).
    De massa's Romeinse resten die in Nijmegen aan het licht komen, zijn er zeker door de huldigers van de 'traditionele opvattingen' neergeplompt?
    (7)
    Delahaye heeft met zijn speculatie wetenschappelijk geen voet aan de grond gekregen
    (8) - een onbegrip dat zijn sekteleden, zoals zoon Guido, alleen maar sterkt in hun geloof (9).


    Commentaar op het hierboven beweerde.
    (1) Toch een rare opvatting voor iemand die zich vrijdenker noemt. Een ander mag blijkbaar niet vrij zijn mening kenbaar maken. Dat mag dus alleen Van Hooff
    (2) Dat Van Hooff de geschiedenis van Noyon niet kent is hem misschien niet eens kwalijk te nemen. Hij is slechts een naprater, want eigen onderzoek heeft hij nooit gedaan. Dat Noyon Noviomagus heette is hem blijkbaar ook niet bekend en dat Karel de Grote in 768 in dat Noviomagus gekroond werd tot Koning der Franken blijkbaar evenmin. En dat gebeurde echt niet in Nijmegen. Er heeft altijd al een verwarring bestaan tussen Noviomagus-Nijmegen en Noviomagus-Noyon. Die verwarring werd aanvankelijk glashard ontkend, maar wordt nu algemeen erkend. Dat was dus een eerste en zeer belangrijk winstpunt voor Albert Delahaye.
    (3) Gezochte etymologieŽn is niet helemaal onwaar. Het was even zoeken, maar toen de juiste streek eenmaal gevonden was in Noord-Frankrijk, bleken alle puzzelstukjes op hun plaats te vallen. Waar prof. D.P.Blok uit de documentatie waarin zo'n 1700 plaatsnamen staan, met 47 ervan wil bewijzen dat de Franken in Nederland woonden, vindt Delahaye alle 1690 plaatsen terug in Noord-Frankrijk. Ook M.Gysseling geeft bij de meeste van de plaatsen die hij noemt de locatie 'ligging onbekend'.
    (4) Het wegwimpelen betreft slechts de gevestigde historici te wijzen op hun denkfouten en onbewezen tradities, waarin de napraterij hoogtij viert. Lees de originele teksten er nu eens op na en niet wat anderen ervan gemaakt hebben. Het betreft ook het terechte verwijt van Delahaye 'als je mijn boeken niet eens leest, waar heb je het dan over'? Opvallend is wel dat Van Hoof niet ingaat op de in het artikel genoemde argumenten. Neen, het is eigenlijk niet opvallend, het is standaard bij de traditionalisten. Men praat een ander na en verschuilt zich achter de mening van die ander, vooral om eigen onwetendheid te verhullen. Door de ander te kleineren, meent men zichzelf en het eigen gelijk groter te kunnen maken. Van Hooff past in die zin precies in het rijtje historici die veel roepen, maar niets bewijzen. Hij sluit wat dat betreft feilloos aan bij de wetenschap. "Tradities worden vaak het felst verdedigd door hen, die er het minst over weten", aldus een citaat van Clint Twist, wat zeker op Van Hooff van toepassing is.
    (5) En dat Delahaye geen gelijk heeft, is nog nooit bewezen en zou toch net zo makkelijk te bewijzen moeten zijn, als andersom. Zelfs prof.dr.Hugenholtz heeft ooit toegegeven dat in 'sommige teksten' de interpretatie Noyon onontkoombaar is! Dat 'sommige teksten' zal echter uitgebreid moeten worden tot 'heel veel teksten' vůůr het jaar 1282 toen Nijmegen voor het eerst Noviomagus werd genoemd. Als Van Hooff oudere teksten kent, moet hij die maar eens laten zien. Waarschijnlijk weet hij ook niet dat het oudste archiefstuk in Nijmegen uit 1196 dateert. En kom dan niet met de dooddoener dat de Noormannen alles verwoest hebben. Waarom zouden ze dan de 'Karolingische kapel hebben laten staan? Meer informatie over de ware geschiedenis van Nijmegen lees je hier.
    (6) Hier laat Van Hooff zich kennen als een 'echte' wetenschapper. Zijn manier van redeneren hier, spreekt boekdelen. Hiermee illustreert Van Hooff dat hij geen verstand heeft van historisch bronnenonderzoek, iets dat hij Delahaye juist verwijt. Dat er niemand op de zon woont is vanzelfsprekend: te ver en te heet. Voordat je er bent, ben je al totaal verbrand. Als je met de hoogst mogelijke raketsnelheid die tot heden bereikt is zou kunnen reizen, ben je ruim 3 jaar onderweg. En dat houdt geen mens vol zonder eten of drinken. En als je dat allemaal mee moet nemen...? Van Hooff moet zich maar eens laten informeren door Andrť Kuipers!
    En dat de Eiffeltoren niet in Londen staat, kan iedereen die Londen bezocht heeft zelf constateren. Bovendien zeggen de geschreven bronnen dat ingenieur Gustav Eiffel deze toren in de Franse hoofdstad heeft gebouwd ter gelegenheid van de wereldtentoonstelling van 1889. En dat was dus niet in Londen. En tik je 'Eiffeltoren' in op Google, dan kom je steevast in Parijs en nooit in Londen uit. Beide stellingen van Van Hooff zijn dus eenvoudig te weerleggen, maar etaleren wel zijn 'vrije' manier van denken en zijn niveau van wetenschapper.
    P.S. Overigens staat de Eiffeltoren niet in Parijs, maar in Paris (als we toch bezig zijn met zorgvuldige etymologie en heet die toren La Tour Eiffel en niet 'Eiffeltoren').
    (7) En dan komt Van Hoof met een doorslaggevend bewijs, denkt hij als vrijdenker. De sarcastiche ondertoon in dit antwoord verraad echter dat Van Hooff er toch niet veel van begrepen heeft. Dat de Romeinen in Nederland en Nijmegen geweest zijn, wordt door Delahaye op geen enkele wijze ontkend. En daaruit zijn ze rond 260 n.Chr. ook vertrokken. Dat Nijmegen toen Noviomagus geheten zou hebben, daar is geen enkel archeologisch of tekstueel bewijs voor te vinden. Er zijn wel voldoende bewijzen dat het Romeinse Noviomagus 'op een uur te paard' van Parijs lag. Dat kan dus nooit Nijmegen geweest zijn. De Noormannen bereikten Noviomagus via de Seine en Oise. Dat kan dus evenmin Nijmegen geweest zijn. Met Romeinse vondsten bewijs je ook niets over de Karolingische periode. Waarom noemt Van Hooff niet dat van het Karolingische paleis geen steen gevonden is? Waarom verzwijgt hij dat de Karolingische kapel tegenwoordig de Ottoonse kapel genoemd wordt? En dat deze kapel daarvoor de titel van 'heidense kapel' droeg? De naam alleen al: een kapel van heidenen. Ooit meende men dat deze kapel door de 'heidense Romeinen' gebouwd was vanwege een Romeinse steen die erin gemetseld is. Denk eens goed na over de evolutie van deze kapel: van heidens naar Karolingisch naar Ottoons. Zo schrijft men in Nijmegen geschiedenis.

    De Heidense Kapel op het Valkhof.
    Dat de Karolingische nu Ottoonse kapel eerder Heidense kapel genoemd werd, wordt door enkele historici nog steeds ontkend. Zij doorzien dus de consequenties van die naamswijziging. Deze afbeelding toont hun ongelijk aan. Zij blijken dus slecht op de hoogte te zijn van de geschiedenis van Nijmegen. Hoe ver reikt hun verdere kennis om de opvattingen van Delahaye ongefundeerd af te wijzen?

    (8) Dat Delahaye in wetenschappelijke kring geen voet aan de grond gekregen heeft, is slechts ten dele waar. Bij een aantal gevestigde historici is dat inderdaad zo. Maar dat had alles te maken met reputatieschade en prestigeverlies. Die gaan toch zeker niet toegeven dat ze het in hun studie en werk, zelfs bij hun promotie, altijd fout hebben gehad? Zie daarvoor bij wetenschap. Maar Delahaye krijgt steeds meer gelijk, al wordt dat niet door iedereen erkend en herkend. Ook de hele verzameling citaten geven Delahaye volkomen gelijk.
    (9) Ook hier weer een schimpscheut over de vermeende 'sekte'. Dat wij gesterkt worden in ons geloof is echter bezijden de waarheid. We worden niet gesterkt in een geloof, maar in het gelijk van de feiten. Dat heeft niets met geloven te maken, maar met weten. De wetenschap heeft zich al te lang vastgehouden aan geloof. Er zijn teveel argumenten die onweerlegbaar aantonen dat de geschiedenis van Nederland tussen de 3e en 12e eeuw niet bestaan kan hebben op de plaatsen die men er voor in gedachten houdt. Dat heeft niets met geloof te maken, maar alles met het kennen van de feiten. Het grootste deel van Nederland was tussen de 3e en 12e eeuw een groot moeras- en waddengebied waar zich totaal geen geschiedenis heeft voorgedaan, laat staan dat Franse Kroniekschrijvers daarvan op de hoogte zouden zijn geweest. Is het niet opvallend dat 'onze' geschiedenis slechts in Franse kronieken staat en dat deze kroniekschrijvers dan de geschiedenis uit eigen omgeving onbeschreven zouden hebben gelaten? Daar heeft Van Hooff blijkbaar nog nooit over nagedacht. Toch een gemis voor iemand die zich als vrijdenker kwalificeert.

    Wat weten we nu feitelijk echt over Van Hooff?
    Anton van Hooff is een klassicus, eertijds hoofddocent klassieke geschiedenis aan de Radbouduniversiteit in Nijmegen, die vooral gepubliceerd heeft over de Romeinse tijd. In al zijn wijsheid kwam hij na lezing van het Nieuwe Testament tot de conclusie dat Jezus Christus niet meer was dan een mythe.
    Pas sinds enkele jaren doet hij via de Vrije Gedachte wat met zijn ongeloof. In zijn boeken, artikelen, columns en voordrachten gebruikt hij de heidense oudheid graag als inspirerend alternatief voor een moderne wereld die nog steeds in christelijke taboes gevangen zit, zoals hij stelt. Hij publiceerde onder andere over Caesar, Polybius, banditisme, Spartacus en zelfdoding in de oudheid. De vergelijking die Van Hooff trekt in zijn boek over Nero en Seneca met modernere tijden blijft beperkt tot wat losse verwijzingen en komt jammer genoeg niet uit de verf (volgens een recensie).

    De vergelijkende beschouwingen die Van Hooff over het koningschap heeft gepubliceerd moet getuigen van zijn vrije denken, iets wat hij Delahaye dus kwalijk neemt. Het volgende citaat maakt dat wel duidelijk. "Als we met historisch geschoolde ogen naar de verschijningsvormen van de moderne monarchie kijken, zien we dus veel gestolde geschiedenis. Natuurlijk gaat lang niet alles regelrecht terug op de SoemeriŽrs of Romeinen. Veel zijn recent ontwikkelde rituelen met de schijn van een oeroude traditie".
    Als Van Hooff nu eens met diezelfde 'geschoolde ogen' naar de oude geschiedenis van ons land zou kijken, zou hij daar ook veel 'gestolde tradities' kunnen ontdekken, die evenmin teruggaan op de Romeinen. Dan zou hij legio 'recent ontwikkelde rituelen met de schijn van een oeroude traditie' kunnen ontdekken. En juist daar zit het probleem dat Van Hooff blijkbaar niet kent. In de bewoningsgeschiedenis van ons land zit een duidelijk hiaat van wel 8 eeuwen.

    Uit een reactie van Prof. dr. Paul Cliteur versus dr. Anton van Hooff blijkt hetzelfde.
    De belangrijkste bezwaren van Cliteur zijn:
  • Van Hooff laat zich erg negatief uit over degene die zijn bezwaren niet delen. Blijkbaar kan alleen Van Hooff het weten.
  • De these van Carotta is dat het evangelie van Jezus Christus in feite gebaseerd is op verbasterde verhalen die de ronde deden over Julius Caesar na zijn dood. Het zou de hele visie op de grondlegger van onze cultuur omver gooien. En daar is Van Hooff het niet mee eens. Hij houdt blijkbaar toch liever vast aan bepaalde dogma's.
  • Van Hooff schrijft, dat nu Cliteur het niet met hem eens is, hij lid is van een "sekte" die een vorm van "bijgeloof" of "pseudowetenschap" aanhangt. Dezelfde omschrijvingen hanteert hij ook ten aanzien van de studie van Albert Delahaye. Als Van Hooff niet op argumenten kan winnen, gaat hij schelden.
  • Iedereen die zijn opvatting niet deelt, is er volgens Van Hooff "ingetrapt" of men wil niet naar "redelijke argumenten luisteren". Slechts Van Hooff blijkt redelijke argumenten te bezitten.

    Zonder het boek gelezen te hebben en de weigering zelfs om het te lezen, gebruikte Anton van Hooff alle mogelijke middelen om dit boek verdacht te maken en te bestempelen als onzin, wat blijkt uit zijn eigen ingezonden brief in de NRC. van 2 de.2006.

    Het is typisch Van Hooff: zonder van de inhoud kennis te nemen en de argumenten te lezen staat zijn mrning al vast. Misschien is dat ook de beste houding ten opzichte van de door Van Hoof geschreven boeken. Niet lezen, want het is allemaal totaal verzonnen onzin.

    Als er ergens of iets een 'sekte' is, dan is het de Vrijdenkersvereniging van Van Hooff wel.

    Is Van Hooff steeds de gedroomde deskundige? Lees Van Hooff's publicaties er maar op na, dan blijkt dat hij niet eens op de hoogte is van de discussie in de wetenschappelijke wereld over interpolaties, latere kopieŽn, falsums enzovoorts.

    De reacties van Van Hoof bestaan meestal uit een serie schimpscheuten en intimidaties aan het adres van diegenen die zich bereid hebben verklaard tot een poging om met een open instelling een hem niet welgevallig opvatting er op na te houden.
    De smalende toon van Van Hooff over alles en iedereen die het niet met hem eens is, is algemeen en breed bekend.
    Onder het mom geen debat aan te gaan met "doofstommen" probeert Van Hooff elke discussie te vermijden. Toch wel een rare houding van een vrijdenker. Als je het niet met hem eens bent, ben je 'doofstom' of 'niet voor rede vatbaar' of 'lid van een sekte'.
    In die opstelling past Van Hooff als Nijmegenaar in het rijtje van andere 'Nijmeegse' historici zoals Bogaers, Stolte, Hugenholtz en Leupen. Ook zij vinden en vonden hun argumentatie om Delahaye weg te wuifen slechts in de ontkenning.

    De methode-Van Hooff is de volgende. Hij meldt zich via de email en gaat dan in een publiek stuk vrijelijk parafraseren wat jij daar geantwoord zou hebben. Ook beweert hij slinks met valse aanhalingen en uit het verband gerukte teksten dat hij wel degelijk gelijk heeft.
    Als Van Hooff dan eens nul op rekest krijgt, is hij zo verbolgen dat hij het niet nalaat in zijn stukjes sneer op sneer te geven over zaken waarvan hij geen verstand blijkt te hebben.

    In mijn laatste correspondentie met hem (januari 2013) heeft Van Hooff het opgegeven. Op mijn laatste vraag heb ik van hem nog geen antwoord gekregen. Die vraag was: "Is het Bronnenboek van Nijmegen dan wel wetenschap?"

    De conclusies kunnen zijn dat Van Hooff, die het bestaan van God ontkent, zich toch bezig houdt met alles wat met Godsdienst en wetenschap te maken heeft. Heeft hij dan wel verstand van? Kan hij dan de inhoud van de kronieken die allemaal in kloosters geschreven zijn, wel onbevooroordeeld beoordelen?
    De tweede conclusie is dat vrijdenker Van Hooff begint te schelden en te tieren als iemand zijn opvattingen niet deelt. Dan wordt iemand uitgemaakt voor als lid van een 'sekte' die met 'pseudo-wetenschap' bezig is. Is dat de betekenis van vrijdenken? Voor een 'vrijdenker' houdt Van Hooff er maar een bekrompen opvatting op na. Blijkbaar mag je denken wat je wilt, als je het maar niet zegt! Wat dit betreft past Van Hooff in het rijtje van anderen zich historicus noemende lieden, zoals Hugenholtz, Bogaers, Blok, Van Es, Post, Stolte en Gysseling.
    Ze gingen ook niet in op de argumenten van Albert Delahaye, maar meenden zijn opvattingen te kunnen weerleggen met denigrerende opmerkingen en het ontkennen van verwarring. Zelfs van hun onderling verschillende opvattingen waren ze niet op de hoogte.

    Een lezing in Amersfoort.

    Op een lezing over de Bataafse mythe (vrijdag 25 april 2014 in De Kade in Amersfoort) deed Anton van Hooff ook enkele opmerkelijke uitspraken. Zo erkende hij dat de rivier de Navalia waar Civilis de vrede sloot met de Romeinen, in Nederland nooit gelocaliseerd is. Uiteraard kun je zeggen, aangezien het de rivier de Nave in Noord-Frankrijk is, waar deze vrede gesloten werd.
    Bij een afbeelding van de Peutingerkaart werd gewezen op Noviomagus wat in de Nederlandse traditie Nijmegen zou zijn. Er werd dan trots verteld dat dit de oudste afbeelding van 'ons land' zou zijn, maar er werd niet bij verteld dat dit Nijmegen op deze kaart wel aan de verkeerde kant van de Waal ligt (waarvoor in Nederland altijd de Patabus wordt gehouden) en zoals het opschrift duidelijk aangeeft, in Francia ligt. Klik hier voor de overige misvattingen over de Peutingerkaart.

    Over het Oppidum Batavorum vermeldde Van Hooff 'dat het in de buurt van Nijmegen gezocht moet worden'. Dat hij hiermee tegen de traditionele opvattingen ingaat is hem blijkbaar niet bekend. Het Oppidum Batavorum was immers toch Nijmegen zelf? Ook is hij blijkbaar niet op de hoogte van de archeologische bevindingen van J.H.W.Willems, die immers verklaarde dat hij al ruim 9000 m2 op de vermeende plaats van Oppidum Batavorum had afgegraven, maar het helaas niet gevonden heeft.
    En Willems concludeerde bij deze opgraving "als er hier al Bataven zijn geweest, dan hoorden die bij het Romeinse leger!"

    Ten aanzien van de teksten van Tacitus over de Bataafse opstand trekt Van Hooff de traditionele conclusies. Germania is ook bij hem Duitsland. Toch voert hij een nieuw gegeven op. Tacitus noemt de leiders van de Bataafse Opstand Claudius en Julius Civilis. Van Hooff trekt hieruit de voorbarige conclusie dat deze leiders zichzelf zo noemden en zij dus geromaniseerd zouden zijn. Ze hebben immers een Romeinse naam aangenomen. Blijkbaar is bij hem (en andere historici) niet de gedachte opgekomen dat Tacitus hen zo noemt, net zoals Tacitus plaatsen een Latijnse naam gaf waarmee niet gezegd is dat deze plaatsen dan in ItaliŽ zouden liggen. Tacitus schreef immers in het Latijn en zal ook die namen van deze 'burgerlijke' gebroeders wel in het Latijn vertaald hebben.
    Van Hooff sprak overigens wel de wens uit om als hij Tacitus later in de Hemel eens zou tegenkomen, hij hem zou kunnen vragen hoe de opstand afgelopen was. Een vreemde gedachte voor een atheÔst die niet in een God en dus ook niet in een Hemel gelooft.

    Van Hooff opende zijn lezing met een afbeelding van het hek op het Valkhof met een blik over de Waal en de Waalbrug. De tekst op dat hek (van Constantijn Huygens) wordt nog steeds als een vaststaand historisch feit uit de Romeinse tijd en de Bataafse Opstand beschouwd.
    Maar logisch nadenken is er blijkbaar niet bij. Het zou immers een vreemde zaak zijn geweest dat Claudius Civilis op de zuidelijke Waaloever stond te knarsetanden toen hij de Romeinse legerscharen zag naderen. Kwamen die dan uit Lent aan de overkant van de Waal en niet uit het zuiden van de Kopse Hof waar hun legerkamp lag?
    Alleen de logica over dit ene feit weerlegt de Bataafse Opstand als een Nederlandse zaak. Dat Claudius Civilis hier stond te knarsetanden, zal veel indruk gemaakt hebben op de Romeinen.
    Klik hier voor meer informatie over de Bataven

    Overigens gaf Van Hooff een duidelijk beeld van het ontstaan van de Bataafse Mythe en de reden van het ontstaan van die mythe tijdens de 80-jarige oorlog. De vrijheidsstrijd van de Bataven moest als voorbeeld dienen voor de strijd tegen Spanje. Helaas heeft Van Hooff niet begrepen dat deze mythelogisering geen historische werkelijkheid is geweest, maar vanuit Noord-Frankrijk gekomen verhalen zijn die foutief in Nederland zijn geplaatst.

    Trekt men de gedachtengang van Van Hooff (en andere historici) door, dan zou het Nederlands een Romaanse taal moeten zijn. En dat is het Nederlands beslist niet. Ze moeten het hoofdstuk over de taalgrens nog maar een doorlezen. Wellicht gaat dan bij hen ook het logisch nadenken beginnen.

    Een rondleiding in Nijmegen.

    In juni 2013 zou Anton van Hooff voor belangstellende leden van de Oudheidkudige Vereniging Flehite uit Amersfoort een rondleiding geven in historisch Nijmegen. Op 16 mei (dus een maand tevoren.) werd plots medegedeeld dat deze excusie niet door ging wegens gebrek aan belangstelling!
    Maar wat gebeurde eerder? In januari kreeg ik een email van Anton van Hooff waarna we toch in een door hem niet gewenste discussie belandde. Blijkbaar had hij op de lijst van deelnemers mijn naam ontdekt. Zijn zorg was dat de argeloze deelnemers aan de excusie opeens geconfronteerd zouden worden met een onbegrijpelijke controverse, zoals hij dat letterlijk formuleerde in een email. Een typische denigrerende Van Hooff opmerking, waarmee hij niet alleen de intelligentie van de leden van de Oudheidkundige Vereniging, maar ook hun kennis van de geschiedenis meende te moeten kwalificeren. Er zijn meerdere leden die allang aan de geschiedenis van Nijmegen twijfelen en op de hoogte zijn van de ware kijk op de geschiedenis van ons land.
    De blijvende vragen zijn: 1. Was de belangstelling werkelijk zo laag? of 2. Heeft de gids zich bij nader inzien teruggetrokken om een verwachte discussie uit de weg te blijven? Aangezien ik me niet kan voorstellen dat leden van een oudheidkundige vereniging geen belangstelling zouden hebben voor een excusie in Nederlands 'oudste' stad (en ik desgevraagd geen antwoord kreeg op de vraag hoeveel leden zich hadden aangemeld), zal het antwoord gezocht moeten worden in de tweede vraag. Van Hooff heeft zijn aanbod om een rondleiding te geven ingetrokken uit angst geconfronteerd te worden met voor hem onbegrijpelijke vragen, ofwel vragen van mijn kant waar hij geen antwoord op kan geven, maar die wel de problemen van de geschiedenis van Nijmegen etaleren. Ik durf deze stelling wel aan ook al kan ik het niet exact bewijzen.
    Enkele vragen die ik zeker gesteld zou hebben waren: Is het paleis van Karel de Grote al gevonden? Welk bewijs heeft men dat Nijmegen in de Romeinse en Karolingische tijd Noviomagus heette? Hoe meent men de continuÔteit van Nijmegen ofwel haar 2000 jarig bestaan te kunnen bewijzen? Waarom kon Nijmegen als Duitse Rijksstad in 1247 dan toch verpand worden aan de hertog van Gelre? Zie voor de antwoorden en nog andere vragen het hoofdstuk over Nijmegen.

    Advies aan alle twijfelaars: bestel en lees een van de boeken van Albert Delahaye en oordeel zelf.