Terug naar de beginpagina. Naar het overzicht in het kort.

De visie van Albert Delahaye.

De boeken spreecken aen eenieder gelyckelyck, doch sy en worden niet gelyckelyck van eenieder verstaen. (Thomas a Kempis)

Als je de visie van Albert Delahaye bestudeert, wordt de lezer sterk aangeraden om de traditionele opvattingen er eens naast te zetten en vooral te bekijken hoe die tradities tot stand kwamen.
Op grond waarvan heeft men ooit gedacht dat Karel de Grote een paleis in Nijmegen had, dat St.Willibrord bisschop was in Utrecht, dat Bonifatius in Dokkum werd vermoord of dat de Noormannen in Nederland plunderden?

Als je de 'bewijzen' van de Nederlandse tradities leest, weet je al genoeg. Het zijn inderdaad fabels, mythen en legenden. Er blijkt geen enkel schriftelijk bewijs te zijn en ook archeologisch heeft men niets.


Lees meer over de visie van Albert Delahaye op de Hamvraag, het probleem, veel gestelde vragen, stellingen, het gelijk van Albert Delahaye, vraagstukken in de historische geografie van Nederland, bibliografie.

De geschiedschrijving vanaf de Romeinen tot de Middeleeuwen is gebaseerd geweest op foutieve interpretaties van de klassieke Romeinse (Tacitus, Plinius, enz.) en vroeg Middeleeuwse teksten (Einhard, Flodoardus, vele kronieken en vitae) en de historisch-geografische bronnen zoals de Peutingerkaart, het Itinerarium Antonini, het werk van Ravennas en dat van Ptolemeus.
Dat historici de oude en achterhaalde opvattingen niet los willen laten heeft slechts te maken met 'prestige verlies' en 'machtsmisbruik'. ZŪj hadden moeten ontdekken wat Delahaye ontdekte. Nu dat niet zo is, gaan ze in schaamte af als volledig ondeskundige fabelogen.

De grootschaligheid van de traditionele geschiedenis van West-Europa moet worden teruggebracht tot ware proporties. Het is de geschiedenis van een beperkt gebied, opgetekend in Franse bronnen, afkomstig uit en handelend over dat lokale Franse gebied.

Na zijn benoeming als archivaris in Nijmegen groeide bij Albert Delahaye de overtuiging, dat er iets mis was met het Karolingische karakter van de zogenaamde keizer Karelstad. De eerste twijfel werd opgeroepen door de plaats van het zogenaamde Karolingisch paleis en het daaraan verbonden Valkhof, dat buiten de stad lag. Dat was geen Karolingische stad met het paleis in het centrum, maar een Duitse stad, waarbij het paleis, zoals in Nijmegen, buiten de stad lag. Al snel kwam de verwarring met Noyon (ook Noviomagus geheten) boven tafel. Bovendien vertoonde de archeologie een totaal gemis aan Karolingische vondsten, terwijl er volop Romeins is gevonden. En dat terwijl de Karolingische periode er langer geduurd zou hebben dan de Romeinse aanwezigheid.

Nadat Albert Delahaye begon te publiceren over zijn twijfel over Karel de Grote en zijn Paleis te Nijmegen, bleek al snel dat er veel meer mis was met de historie van Nederland. Aanvankelijk begonnen met het Karolingische tijdperk kwam Albert Delahaye tot de ontdekking dat ook de Noormannen, St.Willibrordus en St.Bonifacius op grond van het onjuist toepassen van historische teksten, ten onrechte in Nederland terecht kwamen. Hij ging op zoek naar de meest oorspronkelijke teksten en heeft deze zonder vooringenomenheid opnieuw gelezen en beoordeeld. Toen bleken al snel de mystificaties en de mythevorming die gebaseerd zijn geweest op het verkeerd toepassen van de antieke teksten. Een nieuw tak van historische geografie was geboren: de "doublurologie". Enkele voorbeelden:
  • Is er in een tekst sprake van Noviomagus, is dat dan Nijmegen of Noyon, beide Noviomagus genoemd?
  • Wordt in een tekst Hammaburg genoemd, gaat het dan over Hamburg in Noord-Duitsland of Hames-Boucres in Noord-Frankrijk?
  • Staat in een tekst Brema, gaat het dan over Bremen in Noord-Duitsland of over Brêmes in Noord-Frankrijk?
  • Lees je iets over de plaats Abbeham, wordt dan Abihen in Noord-Frankrijk bedoeld of Abbega in Friesland?
    En zo zijn er honderden voorbeelden te geven van doublures van namen van rivieren, plaatsen en streken die dubbel voorkomen. De boeken van Albert Delahaye staan er vol mee.

    Transgressies en West-oriŽntatie.

    Een volgende ontdekking van Albert Delahaye was de West-OriŽntatie (zie bij West-OriŽntatie), een verkeerde toepassing van de windrichtingen door historische schrijvers. Wat sommige klassieke schrijvers noord noemen is voor ons west, wat zij oost noemen is ons noorden, hun zuiden is ons oosten. Als de PyreneŽn worden beschreven in het westen van GalliŽ, had dat iedere historicus aan het denken moeten zetten. De geografie die in de antieke teksten beschreven werd, moest haar juiste plaats krijgen. Vandaar dat zijn boek de alles omvattende titel "Vraagstukken in de Historische Geografie van Nederland" meegekregen heeft. Dit boek verscheen in 1965/1966 (2 delen) en werd door de traditionele historici niet begrepen en belachelijk gemaakt.

    Behalve met het ontbreken van archeologische relikten, het juist lezen van de teksten die toch duidelijke taal spreken en de west-oriŽntatie, was er nog een vierde punt waar de historische wereld in Nederland wat te lichtvoetig overeen is gestapt: de transgressies! Tijdens de Duinkerkse Transgressieperioden lagen grote delen van laag en midden Nederland onder water en waren zo goed als onbewoonbaar. Er kan zich daar dus geen enkele historie afgespeeld hebben.
    De laatste jaren blijkt steeds meer, dat Albert Delahaye het gelijk aan zijn zijde heeft. Zelfs gerenommeerde historici, waarvan sommigen aanvankelijk felle tegenstanders van de visie van Delahaye waren, erkennen steeds vaker zijn gelijk.

    De gecorrigeerde geschiedenis van Nederland in het eerste millennium.
    Albert Delahaye is in zijn onderzoek teruggegaan tot de oudste bronnen en is van daaruit, zonder vooringenomenheid, begonnen de geschiedenis opnieuw volgens die bronnen vast te stellen en niet van de z.g. traditie.
    Wat daarbij als zeer opvallend naar voren kwam zijn de honderden doublures van namen van plaatsen, rivieren en streken, tussen Nederlandse en Duitse namen en die in Noord-west Frankrijk. Deze doublures blijken voor de nodige verwarring gezorgd te hebben en zouden al zoveel vragen moeten hebben opgeroepen, dat de veronderstelde geschiedenis alleen daarom al ter discussie had moeten komen te staan.


    Romeins Nederland.

    Het Romeins in ons land wordt door Albert Delahaye allerminst ontkend. Alleen de betekenis ervan moet worden teruggebracht tot ware en dus minimale proporties. De tijdelijke noordgrens van het Romeinse rijk in Nederland, is allerminst van internationale allure geweest. De Romeinen arriveerden hier rond het midden van de eerste eeuw. De Romeinse aanwezigheid kenmerkt zich ook slechts door een militaire karakter. Van burgelijke nederzettingen ontbreekt (op Zuid-Limburg na) elk aanvaardbaar spoor langs de tijdelijke noordgrens. Rond het jaar 250, plaatselijk al eerder, trokken de Romeinen zich terug van die tijdelijke grens langs de (Oude) Rijn. Niet wegens invallen van Germaanse stammen, maar vanwege het wassende water verlieten de Romeinen ons land. Deze tijdelijke noordgrens van het Romeinse rijk in Nederland, staat dan ook niet afgebeeld op de uit de 4e eeuw stammende Peutingerkaart. De Limes Germanicus lag op de taalgrens in Noord-Frankrijk en BelgiŽ. Zie bij Romeins Nederland.

    Germania van Tacitus

    Het "Germania" van Tacitus werd algemeen opgevat als het huidige Duitsland, terwijl Germania een streek is in Noord-Frankrijk. Volkeren genoemd in Germania van Tacitus, werden in de traditionele geschiedenis verspreid over heel west Europa, tot in Rusland waar nooit ťťn Romein geweest is. De Renus werd opgevat als de Duitse en Nederlandse rivier de Rijn. Alle teksten over die Renus werden naar de Nederlandse en Duitse Rijn gesleept, terwijl Servius letterlijk schrijft: "De Renus is een rivier in Gallia, die de Germanen van Gallia scheidt".

    Dat de geografische gegevens in Nederland nooit gepast hebben is al heel lang bekend, het werd echter verzwegen. Op grond van zijn beschrijving van het land der Bataven werd Julius Caesar zelfs genoemd als stichter van de plaats Nijmegen. Dit terwijl Caesar nooit hoger is geweest dan Noord-Frankijk en in Nijmegen elk archeologisch spoor ontbreekt van een eventuele aanwezigheid van de Romeinen in 50 vóór Chr. De in het boek van Caesar "De Bello Gallico" (de Gallische oorlog) genoemde Patavia moet gelokaliseerd worden in Noord-Frankrijk "daar waar men de overkant kan zien". Waar dat is, is geen enkele vraag! De plaatsen en streken in de teksten van Tacitus genoemd, moet men localiseren in Noord-Frankrijk en Vlaanderen. Dat wordt bevestigd door andere Romeinse schrijvers en carthografen, zoals Plinius, Mela, Ptolemeus, Antonini en Ravennas. Zie voor teksten over de Renus bij Renus.

    West-oriŽntatie

    De historisch-geografische misvattingen zijn mede in de hand gewerkt door het feit dat men de west-oriŽntatie, zoals die door vrijwel alle klassieke auteurs wordt gehanteerd, niet als zodanig heeft erkend.
    De WestoriŽntatie houdt in, dat bij de interpretatie van de klassieke en de vroegmiddeleeuwse bronnen, de windroos (bijna) een kwartslag moet worden gedraaid. Dit betekent bijvoorbeeld dat wanneer vermeld wordt dat Karel de Grote met zijn legers naar het noorden optrekt om de Saksen te verslaan, hij dus in werkelijkheid naar het westen trekt, namelijk naar de Litus Saxonicum aan de Kanaalkust, in de omgeving van de Franse plaats Boulogne. Het is dan ook een grote misvatting dat de legers van Karel de Grote zich destijds waagden aan een uitputtende reis van ongeveer 750 km. naar het huidige Nedersaksen in Duitsland.

    Dťplacements historiques

    Franse mediaevisten gebruiken de term "dťplacements historiques" voor het bekende verschijnsel dat volkeren, bij een al dan niet gedwongen verhuizing, vanuit hun oorspronkelijk stamland naar elders, hun oorspronkelijke plaats- en riviernamen meenemen en hergebruiken. Zo zijn tijdens de deportaties van de Saksen door Karel de Grote (rond 800) en bij de regressieperiode omstreeks het jaar 900 (na de bekende Duinkerken II-transgressie), de Frisi (Friezen) en overige Saxones (Saksen) zich gaan verspreiden naar de inmiddels drooggevallen gebieden van de Noordzeekust van Nederland, Duitsland en Denemarken. Hierbij hebben deze volkeren vele honderden plaats- en riviernamen "hergebruikt". Zo werd de oorspronkelijke woonplaats Bremia (thans Brèmes-les-Ardres in Noord-Frankrijk) het Duitse Bremen en werd de plaats Hammaburg (het huidige Hames-Boucres in Noord-Frankrijk) het Duitse Hamburg. Van hergebruikte riviernamen zijn de bekendste voorbeelden de rivieren de Albis, Amisia, Lippia en Wisurgis, respectievelijk de Franse rivieren de Aa, de Hem, de Lys en de Wimereux, die we in de Nederlands/Duitse interpretatie terugvinden als achtereenvolgens de Elbe, de Eems, de Lippe en de Weser. Ook de Danuvius (Aisne en niet Donau) en de Renus (Schelde en niet Rijn) horen in dit rijtje hergebruikte riviernamen thuis.
    Met de verplaatsingen van volkeren ging ook de geschiedenis mee naar het nieuwe gebieden, onder meer die van de diverse predikers zoals St.Willibrord, St.Bonifatius, St.Ludger, St.Lebuines. De devotie van deze heiligen kreeg daar al of niet vaste voet onder de grond. In de oorspronkelijke gebieden bleef de devotie van deze heiligen, die daar soms sterk geworteld was, ondanks de verplaatsing soms gewoon voortbestaan. Zo is de devotie rondom St.Willibrord ook in Noord-west Frankrijk nog steeds aanwezig, zelfs in kerkelijke feestdagen die in het noorden afwezig bleken (zie de Noordelijke en zuidelijke traditie van St.Willibrord).
    Deze verplaatsingen werden in Nederland beschouwd als de eigen geschiedenis, omdat er, vanwege de transgressies, geen geschiedenis was die de verplaatsingen in de weg stond.
    Bij het opnieuw lezen en vaststellen van de inhoud en betekenis van de antieke teksten, zorgen vooral voor geografische gegevens voor problemen. Zo komt de stad Bremia in Noord-Duitsland terecht en het Almere in Nederland, terwijl Bremia volgens de teksten bij het Almere lag. Zo zijn er honderden voorbeelden te geven van geografische onmogelijkheden, op grond waarvan maar ťťn conclusie kan volgen: die tekst slaat niet op Nederland.

    De Peutingerkaart en Nijmegen

    De Peutinger-kaart is een 12de-eeuwse kopie van een schematische weergave van de topografische toestand in het Romeinse rijk op het einde van de 4de eeuw. Omdat de Romeinen toen reeds meer dan een eeuw uit Nederland waren verdwenen, kan de Peutinger-kaart geen betrekking hebben op Nederland. Albert Delahaye noemt overigens nog vele andere redenen waarom de toepassing van de Peutingerkaart op Nederland foutief is.
    Omdat de wetenschap eensluidend is in haar opvatting dat zowel het Romeinse als het Karolingische Noviomagus identiek zijn, kan er maar ťťn conclusie zijn: het op de Peutinger-kaart voorkomende Noviomagus moet worden opgevat als de Franse stad Noyon. In die stad is Karel de Grote tot koning van de Franken gekroond en daar had hij zijn residentie.
    Het is dan ook onjuist om het voornoemde Noviomagus met Nijmegen te vereenzelvigen. De naam Noviomagus voor Nijmegen is pas in de 12de eeuw ontstaan als latinisatie van de inheemse naam Neumaga. Toen men vele eeuwen later de Peutinger-kaart ontdekte ging men, helaas al te lichtvaardig, het Noviomagus van de Peutinger-kaart identificeren met Nijmegen.
    Albert Delahaye heeft duidelijk vastgesteld dat wanneer in de periode voor de 11de eeuw over Noviomagus werd gesproken met betrekking tot de Romeinen en Karel de Grote, steeds de Franse stad Noyon wordt bedoeld. Archeologisch wordt deze visie in Noyon volledig bevestigd. In Nijmegen daarentegen is nog geen scherf Karolingisch gevonden, laat staan een paleis met omringende bewoning. Ook in de geschreven bronnen ontbreekt Nijmegen tot het jaar 1125.

    De invallen van de Noormannen.

    "De Noormannen voeren de Seine op, voeren de Oise op en bereikten Noviomagus, waar zij zich een winterkwartier inrichtten." Deze ene tekst uit de Annales Vedastini (uit 890) weerlegt in feite de hele mythe over de Noormannen in Nederland.
    De voornoemde verwarring tussen Noyon en Nijmegen treft men ook aan in de tegenstrijdige interpretaties van de historici met betrekking tot de berichten over de Noormannen. De Franse historici plaatsen bepaalde teksten in Noyon, terwijl de Nederlandse en de Duitse geschiedschrijvers zonder blikken of blozen dezelfde gebeurtenissen op exact hetzelfde tijdstip toeschrijven aan een plaats 400 km noordelijker, het Nederlandse Nijmegen.
    Het beeld dat er van de Noormannen bestaat moet aanzienlijk worden bijgesteld. Er moet een duidelijk onderscheid worden gemaakt tussen wat de bronnen vertellen en wat de mythe ervan gemaakt heeft. Er moet ook een onderscheid gemaakt worden tussen de Noormannen, die van NormandiŽ kwamen en de Vikingen die uit ScandinaviŽ kwamen.
    De kusten van het Frankische rijk werden reeds in de 3e eeuw aangevallen door de Saxones en de Anglo-Saxones. In enige gebieden hebben deze zich blijvend gevestigd. In de Romeinse periode droeg de kuststreek tussen Boulogne en Calais reeds de naam van Litus Saxonicum (kust van de Saksen). In 520 wordt een inval in Frisia vermeld van mannen uit het "noorden", die daarna de verzamelnaam van Noormannen of Dani kregen, nu meestal foutief Vikingen genoemd. Bij een juiste toepassing van de west-oriŽntatie zou men moeten spreken van Westmannen, immers zij kwamen vanaf de Atlantische Oceaan uit het westen. Het volk werd oorspronkelijk Dani genoemd, een term die Gregorius van Tours (ca. 590) het eerst gebruikt.

    De opkomst van Nederland na de transgressies.

    Halverwege de 10e eeuw kwam met het droogvallen van gronden in Nederland ook de bewoning en de geschiedenis langzaam op gang. In de periode tussen de 3e en 10e eeuw heeft zich in de overstroomde gebieden geen geschiedenis afgespeeld, eenvoudig omdat de bodem ervoor ontbrak. Door overbevolking in Noord-Frankrijk, maar ook door de invallen van de Noormannen was er in Noord Frankrijk een reden voor de plaatselijke bevolking op zoek te gaan naar nieuwe gebieden. Met de bevolking werd ook de geografie en de historie geÔmporteerd, afkomstig uit Noord-Frankrijk. De vele dubbele plaatsnamen en historische en kerkelijke figuren bevestigen dit.

    Herziening van de historisch-geografische opvattingen.

    Op basis van het baanbrekend werk van Albert Delahaye dient onze gangbare historisch-geografische opvattingen met betrekking tot de vroege middeleeuwen (globaal de periode in het eerste Millenium) grondig te worden herzien.

    Wat blijft er over?

    In het eerste Millennium blijft er niet zo veel over van de traditionele geschiedenis. Na de Romeinse tijd die voor Nederland slechts minimaal geweest is, kwam pas in de 10e eeuw weer bewoning op gang. In de periode ertussen was (laag-)Nederland ťťn groot waddengebied aan een open zee, grotendeels ongeschikt voor bewoning. Op de Nederlandse bodem kunnen alle bekende historische feiten zich niet hebben afgespeeld, gewoonweg omdat die bodem ontbrak! Zie bij Transgressies.
    Ook de Romeinse periode zal herschreven moeten worden, aangezien deze tijdelijke noordgrens van het Romeinse rijk verkeerd geÔdentificeerd is met de noordgrens zoals die op de Peutingerkaart uit de 4e eeuw afgebeeld staat. Romeinse occupatie is er geweest, maar heeft nimmer de importantie gehad die men er in Nederland zo graag aan geeft en die gebaseerd was op verkeerd begrepen teksten.

    Deze geÔmporteerde geschiedenis kon slechts ingang vinden, omdat er geen andere geschiedenis bestond, die deze import in de weg stond.
    Betwijfelt U deze visie op de geschiedenis van ons land? Lees de honderden teksten en oordeel zelf. Schaf het boek De Ware Kijk Op ... aan en oordeel zelf.

    En de Nederlandse historici? Die zwijgen als het graf, waarin de mythen begraven zijn. Slechts de plaatselijke VVV's houden "de mooie verhaaltjes" maar al te graag in stand vanwege de toeristische pecunia's!

    Triest.

    'Een beetje triest is wel dat vroeger, toen Delahaye altijd netjes en zo beheerst mogelijk schreef, niemand naar hem luisterde en men hem slechts belachelijk maakte, en dat, toen hij eindelijk een grote mond opzette, opeens een openbaar debat nodig was. Men ging hem pas serieus nemen, toen hij hoogleraren van opzettelijke misleiding en bedrog begon te beschuldigen. Zo gaat dat blijkbaar in historisch of liever hysterisch Nederland. Wie zich dus, zoals menig historicus bijv. mr. Van Heel, ergert aan de stijl van Delahaye, gelieve bovenstaand mede in overweging te nemen en te bedenken dat Delahaye decennia lang behandeld is op een wijze, waar de honden geen brood van lusten en die men zijn ergste vijand niet toewenst. Hij is tenslotte weggepest in Nijmegen en met zijn gezin naar Noord-Brabant verhuisd.

    Bovendien mag niet vergeten worden dat het werken Albert Delahaye en het leven van zijn gezin in Nijmegen onmogelijk werden gemaakt. Hij werd zelfs op non-actief gesteld mede door toedoen van zijn 'baas' hoofdarchivaris J.A.B.M. de Jong, wat de gemeente Nijmegen van de Rijksoverheid moest terugdraaien. Het werken in Nijmegen werd er nadien niet prettiger op, wat Albert Delahaye deed besluiten zijn emplooi elders te zoeken. Zijn benoemig als archivaris in Nassau-Brabant bracht het gezin in Zundert, het geboortdorp van een andere bij leven verguisde Nederlander Vincent van Gogh. Net als Van Gogh, zal ook voor Delahaye het tij keren en zal hij de erkenning krijgen waar hij gezien zijn omvangrijke publicaties recht op heeft.

    Een profeet wordt nu eenmaal niet in eigen land geŽerd.