Cirkelredenering.
In de wetenschap, en zeker in de historische wetenschap, komt het verschijnsel "cirkelredenering" veelvuldig voor. Hieronder verstaat men dat men een standpunt gebruikt als argument, terwijl dat standpunt nooit bewezen is, maar een aanname is. Het komt voor dat de ene schrijver voor de juistheid van zijn betoog verwijst naar het standpunt van een ander, terwijl het nooit bewezen is als een vaststaand feit. Vaak wordt niet eens uitgezocht waar die vorige auteur zijn gegevens vandaan heeft gehaald of waarop diens beweringen zijn gebaseerd. Men neemt de opvatting voetstoots aan. In de geschiedenis van ons land is deze werkwijze funest gebleken.

Een sprekend voorbeeld van zo'n cirkelredenering geeft Blok in zijn boek "De Franken in Nederland". Het luidt als volgt:
"Een bericht waaruit zou blijken, dat in Utrecht al in ca. 600 een christelijke kerk stond had ik eerder weerlegd. Wie schetst dan ook mijn verontrusting toen ik bij Van Moorsel las, dat onder de resten van het Oudmunster een doodkist was gevonden, die op omstreeks 600-625 gedateerd kon worden. Trekt men dit bericht echter na - Van Moorsel beroept zich op C.J.A.C. Peeters, die zich weer op Van Giffen beroept - dan blijkt dat men de sarcofaag gedateerd heeft enkel op grond van het door mij weerlegde schriftelijke bericht. De datering hangt dus in de lucht, maar bijna had de historicus zich laten imponeren".

De "Cirkelredenering" is een typisch historisch wetenschappelijk verschijnsel, door Albert Delahaye aangeduid met de term "naschrijverij". Zonder eigen onderzoek beroept de traditie zich op de traditie door slechts de traditie te herhalen, terwijl alle feiten tegen die traditie pleiten.