Hamburg.
Men laat de geschiedenis van Hamburg graag beginnen in 810, toen Karel de Grote er een palts bouwde. Het probleem is echter dat deze palts nooit gevonden is. Het is een vergelijkbaar probleem als in Nijmegen.
In mei 2002 werd er in het Hamburger Abentblatt (22-5-2002) een opvallend verslag gepubliceerd van het Vierde Duitse Archeologencongres waar 600 vakbroeders aanwezig waren. Aan de plaats van samenkomst (Hamburg) werd ook aandacht besteed. De krant meldt dat de historische oorsprong van Hamburg in duisternis gehuld is wat betreft de archeologische vondsten. Uit de tijd van Ansgarius, die in 832 bisschop van Hamburg geworden zou zijn, is er "nich ein Krümelchen Bausubstanz", volgens R a lf Busch, de voormalige directeur van het Hamburgse Helmsmuseum. Niet zomaar een terloopse opmerking maar een statement dat bij de opening van het congres werd uitgesproken. Hamburg lag in de negende eeuw bezijden de grote handelswegen. In hutten van ongeveer 5 bij 6 meter leefden in de tijd van Ansgarius plus minus 300 mensen. Ook in verband met de verwoesting van de Vikingen in 845 is er totaal niets gevonden, ''obwohl es den Überfall ohne Zweifel gegeben hat". Dit laatste zinnetje drukt de krant vet af. De contemporaine bronnen zijn daar duidelijk over: twee jaar daarvoor hadden de Vikingen Parijs geplunderd, voert Busch als bewijs en geruststelling aan. De Hammaburg, "die historische Keimzelle Hamburgs", is niet teruggevonden op de vermoede plaats, namelijk "auf dem Gelände beim Domplatz am Speersort.