Kritiek!
Commentaar op Albert Delahaye Steeds zien we hetzelfde patroon bij hen die commentaar hebben op de opvattingen van Albert Delahaye: het wordt slechts ontkend, zonder dat er argumenten genoemd worden waarom die opvattingen onjuist zouden zijn.
De ontkenners vinden dus dat:
  • Karel de Grote een paleis in Nijmegen had. Laat ze dat dan eens aantonen! Wellicht kunnen ze dan helpen de plaats aan te wijzen waar dat paleis stond, immers de historici en archeologen hebben dat paleis tot heden niet kunnen vinden.
  • Nijmegen een bisschopsstad was. Dan moeten ze aantonen dat bisschop Harduinus niet van Noyon was, maar van Nijmegen.
  • Graaf Floris IV op een toernooi sneuvelde in Nijmegen dat in Picardië lag.
  • St.Willibrord een kerkje in Utrecht bouwde, waar de oudste archeologische sporen uit de 10e eeuw dateren (op Romeins na). Waar is dat kerkje gebleven?
  • De klassieke Rhenus de Rijn was. Laat ze eens een tekst noemen uit het eerste millennium waarin dat staat.
  • De honderden plaatsnamen die de historici in Nederland niet kunnen vinden er toch liggen. Laat ze die dan eens aanwijzen. Waar lag de zeehaven Dorestad in Friesland? Waar lagen de 120 plaatsen in de documenten van Lorsch die in Batua lagen dan in de Betuwe? Wijs er eens één aan?
  • Tot in de kleinste details Delahaye ongelijk zou hebben? Laat ze dan eens beargumenteren waarom de pastoor van de oudste St.Willibrordkerk in Nederland (in Klein-Zundert) zelfs tot 1832 benoemd werd vanuit Luik en niet vanuit Utrecht?
    En zo kunnen we nog honderden argumenten aanvoeren waaruit duidelijk blijkt dat Albert Delahaye wel degelijk gelijk had.